Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Successie.

In een bepaald gebied heeft zich een climax-ecosysteem gevestigd.

Is het te verwachten dat in dit gebied de successie verder gaat?
Is een tropisch regenwoud een voorbeeld van een pionier-ecosysteem?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

De Oosterschelde.

De Oosterschelde is een zeearm. Bij laag water zijn grote delen van de Oosterschelde droog gevallen. Op de grote zandige platen die dan zichtbaar zijn, krioelt het van de vogels (1) die op zoek zijn naar wormen en schelpen (2) in de bodem. Door de vloed worden de vogels
verdreven en kunnen de talrijke wormen en schelpdieren (2) de microscopisch kleine algen (4) en diertjes (3) vangen die in het zeewater rondzweven.

In welke volgorde staan de genummerde organismen in een voedselketen?

Ecologie

Plagen natuurlijk te lijf.

Fruittelers gebruiken steeds meer de kennis over het leven van insecten en mijten die schade toebrengen aan hun fruit (1) om ze te bestrijden. Fruitspintmijten (2) bestrijden zij door het uitzetten van appelroofmijten (3) die de fruitspintmijten (2) opvreten.

Welke is de juiste volgorde waarin de genummerde organismen in de voedselketen moeten staan?

Ecologie

Plagen natuurlijk te lijf.

Fruittelers gebruiken steeds meer de kennis over het leven van insecten en mijten die schade toebrengen aan hun fruit om ze te bestrijden. Fruitspintmijten bestrijden zij door het uitzetten van appelroofmijten die de fruitspintmijten opvreten.

Is de appelroofmijt een producent, een consument of een reducent?

Ecologie

Een voedselketen.
Zie figuur B 3560 van de bijlage.

In de afbeelding is een voedselketen in een ecosysteem weergegeven. De verschillende organismen zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Is er verschil in biomassa tussen de verschillende schakels van deze voedselketen?
Zo ja, in welke schakel is de biomassa het grootst?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselketens.
Zie figuur B 3563 van de bijlage.

In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee weergegeven.

Hoeveel voedselketens zijn in de afbeelding weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselrelaties.
Zie figuur B 1213 van de bijlage.

In het schema van afbeelding is een aantal voedselrelaties tussen groepen organismen weergegeven. De groepen zijn genummerd.

Welke van de genummerde groepen bestaat of welke bestaan uit consumenten?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselrelaties.

Meercellige organismen in Nederland kunnen worden ingedeeld in vijf groepen: de alleseters, de planten, de planteneters, de schimmels en de vleeseters.

Welke van deze groepen bevat organismen die energie verbruiken die niet door andere organismen is vastgelegd?

Ecologie

Verdwijnen van heideplanten.

In bepaalde heidegebieden in Nederland grazen schapen. Zij eten van kleine bomen en struiken die in het heideveld groeien. Als er geen schapen in het heideveld grazen,kunnen de struiken en bomen groot worden. De heideplanten verdwijnen dan op den duur. Dit komt doordat bomen abiotische factoren voor de heideplanten veranderen.

Noem zo'n abiotische factor en leg uit waardoor de heideplanten dan verdwijnen.

Ecologie

Mollen.
Zie figuur B 2218 van de bijlage.

Door verlaging van de waterstand is het aantal mollen (zie de afbeelding) in ons land flink toegenomen.

Wordt deze toename veroorzaakt door een verandering in een abiotische factor of door een verandering in een biotische factor? Licht je antwoord toe.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Schapen.

In bepaalde heidegebieden in Nederland grazen schapen. Zij eten van kleine bomen en struiken die in het heideveld groeien. Als er geen schapen in het heideveld grazen, kunnen de struiken en bomen groot worden. De heideplanten verdwijnen dan op den duur. Dit komt doordat bomen abiotische factoren voor de heideplanten veranderen.

Noem zo'n abiotische factor en leg uit waardoor de heideplanten dan verdwijnen.

Ecologie

Mens en milieu.

De mens is van het milieu afhankelijk, onder andere doordat het milieu grondstoffen en zuurstof levert.

Noem nog vier andere manieren waarop de mens afhankelijk is van het milieu.

Ecologie

Mens en milieu.

De mens is van het milieu afhankelijk, onder andere doordat het milieu energie en water levert.

Noem nog vier andere manieren waarop de mens afhankelijk is van het milieu.

Ecologie

Nestkast.

Een tuinder heeft last van een muizenplaag in zijn groenteveld. Hij plaatst op zijn land een nestkast voor torenvalken. Deze roofvogels gaan daarin nestelen. De tuinder verwacht dat door het plaatsen van de nestkast de opbrengst van de groenten wordt vergroot.

Leg dat uit.

Ecologie

Vliegen bestrijden.

In Afrika past men een bestrijdingsmethode toe tegen bepaalde vliegen. Deze vliegen leggen eitjes in wonden van mensen. De larven die uit die eitjes komen, dringen het lichaam verder binnen. Daardoor krijgen de mensen een ernstige ziekte.
Bij de bestrijdingsmethode worden de mannetjes van de vliegen bestraald. Ze blijven dan wel in leven, maar ze worden onvruchtbaar. De mannetjes worden na de bestraling vrijgelaten.

Wanneer de vliegen op de beschreven manier worden bestreden, komen er minder mensen die deze ziekte krijgen. Leg dit uit.

Ecologie

Vissen in rijstplantages.

Rijst wordt gekweekt in warme streken op akkers die onder water staan. Veel organismen zijn in staat in het water op deze akkers te leven. De boeren laten bepaalde vissen in het water op de akkers zwemmen. Deze vissen zijn alleseters, maar ze eten geen rijstplanten. Door de aanwezigheid van de vissen wordt de hoeveelheid rijst die de boeren kunnen oogsten, groter.

Noem daarvoor twee oorzaken.

Ecologie

Bestrijding.

Hieronder is een krantenartikel weergegeven.

Bladluisbestrijding
Van onze verslaggeefster

Dongen - De gemeente Dongen heeft gisteren ruim 75.000 lieveheersbeestjes uitgezet in de strijd tegen bladluis. Twee weken geleden werden ook al 100.000 van deze uit Californië overgevlogen beestjes in lindebomen en esdoorns geplaatst.

De lieveheersbeestjes worden uitgezet om bladluizen te bestrijden.

Hoe heet deze vorm van plaagbestrijding?

Ecologie

Kluut.
Zie figuur B 2263 van de bijlage.

In de afbeelding is een kluut weergegeven. Kluten komen voor in Nederland.
Afgaand op het uiterlijk van kluten kun je iets zeggen over de plaatsen waar ze vooral voorkomen.

Op welke van de volgende plaatsen komen kluten vooral voor: in dichte bossen, op heidevelden of bij ondiep water? Leg je antwoord uit aan de hand van een kenmerk van het uiterlijk.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Chemische bestrijding.

De productie, het vervoer en het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen heeft tot gevolg dat ongewenste stoffen in het milieu terechtkomen. Er is daarbij sprake van milieuverontreiniging, waardoor de gezondheid van onder andere de mens bedreigd wordt.

Noem nog twee andere biologische nadelen van de bestrijding van insecten met chemische middelen.

Ecologie

Biocidengebruik.

Tuinders gaan steeds meer over tot het gebruik van sluipwespen om insectenplagen in kassen te bestrijden. De voorkeur voor sluipwespen heeft onder andere te maken met de slechte naam die biociden hebben. Bij de productie van biociden ontstaan stoffen die het milieu vervuilen.
Ook het gebruik van biociden heeft schadelijke gevolgen.

Noem twee van die schadelijke gevolgen.