Voortplanting planten
3/3 De Grove den.
Zie figuur B 1960 van de bijlage.
Worden de stuifmeelkorrels van de Grove den door de wind verspreid?
Worden de zaden van de Grove den door de wind verspreid?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
3/3 De Grove den.
Zie figuur B 1960 van de bijlage.
Worden de stuifmeelkorrels van de Grove den door de wind verspreid?
Worden de zaden van de Grove den door de wind verspreid?
afbeelding
1/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
De afbeelding stelt een bloempje van rogge voor.
De bloemen van rogge zijn klein en onopvallend van kleur.
Wordt een helmknop aangegeven met 1, met 2 of met 3?
Wordt een eicel gevormd in deel 1, in deel 2 of in deel 3?
afbeelding
afbeelding
2/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Komen bij bestuiving de stuifmeelkorrels terecht op deel 1, op deel 2 of op deel 3?
afbeelding
3/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Is één eicel voldoende voor de vorming van een roggezaad?
En één stuifmeelkorrel?
Voor de vorming van één roggezaad zijn
afbeelding
4/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Kan een zaad ontstaan in deel 1, in deel 2 of in deel 3?
afbeelding
5/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Vindt bij rogge insectenbestuiving plaats of windbestuiving?
Zullen de bloempjes nectar (een zoete vloeistof) bevatten?
1/2 Een erwtenplant.
Zie figuur B 3761 van de bijlage.
In de afbeelding is een erwtenplant weergegeven. De vruchten van een erwtenplant worden ‘peulen' genoemd.
Op de peul is nog een rest van de bloem aangegeven.
Hoe heet het deel van de bloem waarvan deze rest afkomstig is? het/de [invulveld]
afbeelding
1/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
De tekening geeft schematisch een deel van een bloem weer.
Is in deze bloem alleen maar kruisbestuiving mogelijk, is alleen maar zelfbestuiving mogelijk of zijn beide typen bestuiving mogelijk?
afbeelding
2/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
Is in de tekening te zien dat in de bloem bestuiving heeft plaatsgevonden?
En bevruchting?
afbeelding
afbeelding
3/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
Waar bevindt zich na zaadvorming het zaad?
afbeelding
4/4 Een bloem.
Op welke twee manieren zijn planten in staat om zelfbestuiving te voorkomen? Leg je antwoord uit.
1/2 Doorsneden van bloemen.
Zie figuur B 856 van de bijlage.
De tekeningen geven schematische doorsneden weer van bloemen van drie verschillende planten.
Plant 1 bezit alleen bloemen van type 1.
Plant 2 bezit alleen bloemen van type 2.
Plant 3 bezit alleen bloemen van type 3.
In welke bloemen komen zaadbeginsels voor?
afbeelding
2/2 Doorsneden van bloemen.
Zie figuur B 856 van de bijlage.
In hoeveel van deze planten kan na kruisbestuiving bevruchting optreden?
afbeelding
1/3 Een bloem bestuiven en bevruchten.
Bij het bestuiven van bloemen kan het voorkomen dat tussen het goede stuifmeel ook stuifmeel van andere bloemen zit.
Drie dagen na bestuiving van een bepaalde bloem wordt de stempel overlangs doorgesneden en onder de microscoop bekeken.
Hoe is te zien welke de goede stuifmeelkorrels waren?
2/3 Een bloem bestuiven en bevruchten.
Hoe kan de stempel er voor zorgen dat alleen de goede stuifmeelkorrels reageren op het verblijf op de stempel? Leg dit proces uit.
3/3 Een bloem bestuiven en bevruchten.
Hoe komt het dat er op bloemen meer verkeerde stuifmeelkorrels door windbestuiving terechtkomen dan door insectenbestuiving?
1/6 De hazelaar.
Zie figuur C 57 van de bijlage.
De tekeningen geven een takje van een hazelaar weer met twee bloeiwijzen. De hazelaar is een struik die zeer vroeg in het jaar bloeit. Al in februari kun je langs bosranden, in parken of gewoon langs de weg de lange bloeiwijzen (katjes) van de hazelaar zien.
In de tekeningen is bij 2 een deel van zo'n katje vergroot weergegeven. Als je tegen zo'n katje tikt komt er veel droog poeder uit.
Aan de takjes zit ook nog een ander type bloeiwijze. Deze bloeiwijze is in de tekeningen bij 1 vergroot weergegeven.
Wanneer er geen andere hazelaars in de buurt staan, komen er aan een alleenstaande struik meestal geen hazelnoten tot ontwikkeling.
Uit welke bloeiwijzen kunnen na bestuiving en bevruchting hazelnoten groeien?
afbeelding
2/6 De hazelaar.
Zie figuur C 57 van de bijlage.
Worden er voortplantingscellen gevormd in bloeiwijze 1?
En in bloeiwijze 2?
afbeelding
3/6 De hazelaar.
Zie figuur C 57 van de bijlage.
Zitten er meeldraden in bloeiwijze 1?
En in bloeiwijze 2?
afbeelding