Oefentoets Biologie: Bloed - Vaten | VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

2/2 Een aneurysma van de aorta.

De kans op het knappen van een zwakke plek is in de aorta veel groter dan in een holle ader.

Waardoor wordt dit veroorzaakt?

Bloed

1/2 Etalagebenen.
Zie figuur A 984 van de bijlage.

Etalagebenen ontstaan als gevolg van een vernauwing in een slagader in de benen.
Door de vernauwing ontstaat een tekort aan zuurstof in de beenspieren. Als gevolg hiervan worden in de spieren afvalstoffen geproduceerd die een krampende pijn veroorzaken. Deze pijn verdwijnt als je stilstaat. Daar komt de naam 'etalagebenen' vandaan, want als je door de stad loopt, moet je als het ware voor elke etalage even stilstaan om de pijn te laten verdwijnen.
In de afbeelding, figuur A 984, is schematisch de bloedsomloop van een mens weergegeven.

Twee plaatsen in bloedvaten zijn aangegeven met P en Q.

Kan een vernauwing bij P leiden tot etalagebenen?
En kan een vernauwing bij Q daartoe leiden?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Etalagebenen.

In de beenspieren worden afvalstoffen bij de verbranding geproduceerd.

Geef de naam van zo'n afvalstof.

Dit is [invulveld]

Bloed

1/3 Longembolie.

Een stolsel in een bloedvat van de longen wordt een longembolie genoemd.
Door zo'n stolsel kan het bloed minder goed door een bloedvat stromen. Dit heeft invloed op de gaswisseling.

Heeft dit invloed op het afgeven van koolstofdioxide in de longen?
En heeft dit invloed op het opnemen van zuurstof?

Bloed

2/3 Longembolie.

Om een longembolie vast te stellen wordt een onderzoek gedaan. Hierbij wordt een bepaalde stof in een armader gespoten. De stof komt met het bloed in de bloedvaten van de longen terecht. Met een speciale camera kan dan zichtbaar gemaakt worden, waar zich een stolsel bevindt.

Gaat het bloed met de stof via de kortste weg vanuit de arm naar de longen door de grote bloedsomloop?
En gaat het dan door de kleine bloedsomloop?

Bloed

3/3 Longembolie.

Meestal worden stolsels met behulp van medicijnen afgebroken. Soms wordt er geopereerd om stolsels te verwijderen. Hiervoor moet de borstkas opengemaakt worden om bij de longen in de borstholte te komen.

Noem nog twee andere organen in de borstholte.

Bloed

2/2 ROW.

De afwijkingen in de bloedvaten die veroorzaakt worden door ROW, kunnen overal in het lichaam voorkomen.
Patiƫnten met veel van deze afwijkingen in de longen zijn snel vermoeid.

Leg uit waardoor deze patiƫnten snel vermoeid zijn.

Bloed

Aders in de benen.

Bij een mens komen wel eens spataders voor in de benen. Bij spataders is de wand van de ader uitgerekt. De aderkleppen sluiten dan niet goed meer. Hierdoor kunnen de kleppen hun functie niet goed meer verrichten.

Welke functie hebben de aderkleppen?
Hoe is te zien dat de kleppen hun werk niet goed meer doen?

Bloed

Bloedvaten.
Zie figuur B 1954 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch het bloedvatenstelsel van de mens weer.

Welke van de aangegeven bloedvaten zijn slagaders?
In welke van de bloedvaten 2, 3 of 5 heeft het bloed het hoogste glucosegehalte?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedvaten en lymfevat.
Zie figuur B 3494 van de bijlage.

De afbeelding is een schematische tekening van een aantal vaten: een ader, haarvaten, een lymfevat en een slagader.

Welke pijl geeft de juiste stroomrichting aan in een lymfevat? pijl [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/4 Spataders.
Zie figuur B 3248 van de bijlage.

Spataders komen bij mensen vooral voor in de benen. Ze ontstaan doordat het bloed in de aders niet goed terugstroomt naar het hart. De aders worden wijder en de kleppen in die aders sluiten niet goed meer.

In de afbeelding, zie figuur B 3248, zijn twee bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welke tekening geeft een ader weer? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/4 Spataders.

Noem de taak van de kleppen in de aders.

Bloed

3/4 Spataders.

Spataders komen vooral voor in de benen.

Zijn deze aders in de benen een deel van de grote bloedsomloop?
En zijn ze een deel van de kleine bloedsomloop?

Bloed

4/4 Spataders.

Bij sommige beroepen is er een grotere kans op spataders.

Leg uit waardoor een kapster een grotere kans op spataders heeft dan een telefoniste.

Bloed

1/2 Bloedvaten.
Zie figuur B 3103 en figuur B 3248 van de bijlage.

Soms heeft de wand van een slagader een zwakke plek. De slagader krijgt daar dan een uitstulping. Zo'n uitstulping kan gevaarlijk zijn, omdat hij kan knappen. Doktoren zijn steeds beter in staat om zo'n slagader te repareren.

In de afbeelding B 3248 zijn twee bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welke tekening geeft een slagader weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Bloedvaten.

Behalve slagaders kunnen ook aders wijder worden. We noemen zulke aders dan spataders. Spataders zijn ongevaarlijk. Een bloeding van een spatader komt weinig voor en geeft haast geen bloedverlies. Dit is een groot verschil met een slagader die knapt.

Leg uit waardoor een geknapte slagader meer bloedverlies geeft dan een even grote geknapte ader

Bloed

1/2 Haarvaten.
Zie figuur B 3262 van de bijlage.

In het lichaam van een volwassen mens bevindt zich 100.000 km bloedvaten. Haarvaten vormen een groot deel hiervan.

In de afbeelding zijn drie bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welk van deze bloedvaten is een haarvat? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.

afbeeldingafbeelding