Oefentoets Biologie: Opslag | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Opslag

Opslag.

Hieronder volgt een aantal beweringen over vet en glycogeen.

1. vet levert per gram meer energie dan glycogeen.
2. vet en glycogeen kunnen beide als reservestof bij dieren dienen.
3. vet en glycogeen kunnen beide via tussenstappen uit eiwit worden gevormd.

Welke beweringen zijn juist?

Opslag

Glucose uit glycogeen.

Glucose kan door het lichaam van de mens worden gevormd uit glycogeen en uit zetmeel. Daarover worden de volgende beweringen gedaan:

1. bij de vorming van glucose uit glycogeen en uit zetmeel komt water vrij;
2. vorming van glucose uit zetmeel kan plaatsvinden in de holte van de dunne darm;
3. vorming van glucose uit glycogeen kan gestimuleerd worden door hormonen.

Welke beweringen zijn juist?

Opslag

Opslag.

In zaadplanten komt zetmeel wel voor en glycogeen niet.
Over dit feit volgen hieronder vier beweringen:

1. zaadplanten missen enzymen die nodig zijn voor de vorming van glycogeen;
2. zaadplanten kunnen de stof waaruit glycogeen wordt opgebouwd niet maken;
3. opslag van glycogeen zou de concentratie opgeloste stoffen in de cellen te hoog maken;
4. bouwstoffen van glycogeen bevatten minder energie dan die van zetmeel.

Welke bewering is juist?

Opslag

Krachtsinspanning.

Van welk(e) depot(s) worden reservestoffen het eerst aangesproken bij een krachtsinspanning?

Opslag

Vetopslag.

Welk voordeel heeft het voor dieren dat zij vetten hebben als reservevoedsel in plaats van koolhydraten?

Opslag

Zetmeel en glycogeen.

In zaadplanten komt zetmeel wel voor en glycogeen niet.
Over dit feit volgen hieronder vier beweringen:

1. zaadplanten missen enzymen die nodig zijn voor de vorming van glycogeen;
2. zaadplanten kunnen de stof waaruit glycogeen wordt opgebouwd niet maken;
3. opslag van glycogeen zou de concentratie opgeloste stoffen in de cellen te hoog maken;
4. bouwstoffen van glycogeen bevatten minder energie dan die van zetmeel.

Welke bewering is juist?

Uitscheiding

1/3 Een nefron.
Zie figuur A 1212 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In figuur is de functionele anatomie van een nefron (niereenheid) weergegeven.

1: distale tubulus; gekronkeld deel 2: distale tubulus; verbindend deel
3: nierkapsel 4: Lis van Henle; dikke opstijgende tak
5: verzamelbuis 6: Lis van Henle; dunne opstijgende tak
7: Lis van Henle; dalende tak 8: adertje
9: proximale tubulus 10: afvoerend slagadertje
11: aanvoerend slagadertje

Zie volgende scherm

Opslag

Planten en dieren.

Zetmeel heeft als molecuulformule: (C6 H10 O5 )n en is een verzamelnaam voor complexe polymere koolhydraten die in de natuur dienen als voedselreserve voor planten.

Welke stof heeft in dierlijke organismen een vergelijkbare functie?

Opslag

Vogeltrek.

Om in hun energiebehoefte tijdens de vogeltrek te voorzien, moeten de vogels onderweg flink 'bijtanken'.

Welke verbinding zullen zij vooral als energievoorraad opslaan?

Opslag

Maandagochtendziekte.

'Maandagochtendziekte' komt niet alleen voor bij scholieren. Bij een werkpaard kan maandagochtendziekte ontstaan wanneer het dier, na een weekend rust, weer volop moet werken. Spierarbeid wordt bij paarden op dezelfde wijze geleverd als bij de mens. Wanneer het paard tijdens de rustdagen dezelfde hoeveelheid voer krijgt als tijdens de werkdagen, hoopt zich een bepaalde hoeveelheid stof (P) op in de spieren. Vier stoffen zijn alcohol, glycogeen, koolstofdioxide en melkzuur.

Vier stoffen zijn alcohol, glycogeen, koolstofdioxide en melkzuur.

Welke van deze stoffen is stof P?

Opslag

Glucose.

Gedurende de onderzochte periode daalt de glucoseconcentratie in het bloedplasma doordat glucose elders in het lichaam wordt verwerkt. Over deze glucose worden drie beweringen gedaan:

1. deze glucose kan aƫroob worden gedissimileerd;
2. deze glucose kan in de lever in glycogeen worden omgezet;
3. deze glucose kan in de spieren in glycogeen worden omgezet.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Opslag

Diabetes mellitus.
Zie figuur B 1983 van de bijlage.

Glucose wordt in bepaalde weefsels van de mens omgezet in glycogeen.
Dit wordt opgeslagen. In de afbeelding zijn enkele typen weefsel weergegeven.

In welk of in welke van deze typen weefsel kunnen bij de mens grote hoeveelheden glycogeen worden opgeslagen?

afbeeldingafbeelding