Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - reflexen | HAVO 4/HAVO 5
Deze oefentoets bevat 25 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
25
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Zenuwstelsel
Iemand trapt in een spijker.
Iemand trapt in een spijker. Als gevolg daarvan zal hij achtereenvolgens
1. zijn been optrekken; 2. pijn voelen; 3. naar zijn voet grijpen.
Bij welke van de bovengenoemde handelingen moeten de grote hersenen betrokken zijn?
Zenuwstelsel
Schakelcel(len) in een reflexboog. Zie figuur B 208 van de bijlage.
In de figuur is schematisch een reflexboog weergegeven waarvan de impulsen niet via de hersenen verlopen. Deze reflexboog bestaat uit een zintuig, vier zenuwcellen en een spier.
Een schakelcel (of schakelcellen) is(zijn)
afbeelding
Zenuwstelsel
Aangeboren reflexbewegingen.
Hieronder volgen vier beweringen over aangeboren reflexbewegingen.
1. impulsen voor reflexbewegingen verlopen altijd via het ruggenmerg. 2. reflexbewegingen kunnen niet onderdrukt worden. 3. reflexbewegingen komen tot stand voordat of zonder dat het individu zich van de prikkel bewust wordt. 4. een bepaalde reflexbeweging komt gewoonlijk sneller tot stand dan dezelfde willekeurige beweging.
Welke bovenstaande beweringen zijn juist?
Zenuwstelsel
Cellichamen van zenuwcellen & de grijze stof.
In een reflexboog die via het ruggenmerg loopt, bevinden zich twee schakelcellen.
Hoeveel cellichamen van zenuwcellen van deze reflexboog bevinden zich in de grijze stof van het ruggenmerg?
Zenuwstelsel
Voetzoolreflexboog & de cellichamen van de motorische zenuwcellen.
Waar liggen bij een voetzoolreflexboog de cellichamen van de motorische zenuwcellen?
Zenuwstelsel
Een "voet"reflex en typen zenuwcellen.
Bij de mens komen de volgende typen zenuwcellen voor:
1. sensorische zenuw cellen, 2. schakelcellen in het ruggenmerg, 3. hersenschorscellen, 4. motorische zenuwcellen.
Een proefpersoon voelt dat zijn linkervoet wordt aangeraakt en trekt zijn voet weg.
Welke van de genoemde typen zenuwcellen geleiden daarbij impulsen?
Zenuwstelsel
De kniepeesreflex. Zie figuur B 514 van de bijlage.
Wanneer bij de mens een spier iets uitgerekt wordt, kan door een reflex dezelfde spier zich samentrekken. Voorbeeld van zo'n reflex is de kniepeesreflex.
Bij controle van de kniepeesreflex wordt een tik gegeven juist onder de knieschijf. Tengevolge van de reflex gaat direct daarna het onderbeen iets naar voren en omhoog.
Waar bevindt zich de bij deze reflex behorende receptor?
afbeelding
Zenuwstelsel
Impulsen & bij het ontstaan van pijngevoel.
Veel pijnreceptoren zijn vrije uiteinden van zenuwceluitlopers. impulsen die in pijnreceptoren van een grote teen ontstaan, kunnen een terugtrekreflex veroorzaken en ook een pijngevoel teweegbrengen. De impulsen die bij de reflex en het pijngevoel een rol spelen, lopen onder andere door de volgende, in alfabetische volgorde genoemde, delen van het zenuwstelsel:
1. hersenschors, 2. hersenstam, 3. motorische zenuwcellen, 4. sensorische zenuwcellen, 5. witte stof van de grote hersenen, 6. witte stof van het ruggenmerg.
Door welke van bovengenoemde delen lopen de impulsen die een rol spelen bij het ontstaan van dit pijngevoel en in welke volgorde?
Zenuwstelsel
Cellichamen in de reflexboog.
Bij bepaalde reflexbogen bij de mens verloopt de impulsgeleiding via het ruggenmerg. Over de ligging van cellichamen van motorische en sensorische zenuwcellen van die reflexbogen worden drie beweringen gedaan:
1. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen in de grijze stof van het ruggenmerg, cellichamen van sensorische zenuwcellen liggen niet in de grijze stof van het ruggenmerg. 2. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen in de grijze stof van het ruggenmerg, cellichamen van sensorische zenuwcellen liggen zowel in de grijze stof van het ruggenmerg als daarbuiten. 3. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen zowel in de grijze stof van het ruggenmerg als daarbuiten, net als de cellichamen van sensorische zenuwcellen.
Welke bewering is juist?
Zenuwstelsel
De geleiding van de impuls in een reflexboog.
Aan een zenuwceluitloper van een schakelcel in een reflexboog wordt een kunstmatige prikkel toegediend. Daardoor ontstaat een impuls. Deze impuls blijkt wel bij de spier aan te komen, maar niet bij de zintuigcel in deze reflexboog.
Waardoor kan deze geleiding van de impuls in één richting verklaard worden?
Zenuwstelsel
Reflexen en bewustwording.
Zijn er bij de mens reflexen die via de hersenen verlopen? Is de mens zich van alle reflexen bewust?
afbeelding
Zenuwstelsel
een onvoorwaardelijke reflex.
Als een hond aan het eten is, vindt er onder andere door prikkeling van het slijmvlies in de bek afscheiding van speeksel plaats. Deze afscheiding van speeksel gebeurt door een onvoorwaardelijke reflex. Bij een hond die gedurende enige tijd alleen gevoerd wordt nadat er een bel rinkelt, blijkt de speekselafscheiding alleen al door de rinkelende bel op gang gebracht te worden, ook al krijgt het dier daarna geen eten. Dit is een voorwaardelijke reflex.
Welk deel van het centrale zenuwstelsel geleidt zeker impulsen bij de hierboven genoemde voorwaardelijke reflex en waarschijnlijk niet bij de hierboven genoemde onvoorwaardelijke reflex?
Zenuwstelsel
Twee gevallen waar sprake isvan een reflex. In elk van de volgende twee gevallen is er sprake van een reflex:
1. persoon P die niets vermoedend met zijn hand een zeer heet voorwerp aanraakt, trekt deze hand met een ruk terug. 2. de geur van kerrie verhoogt bij persoon Q de speekselproductie.
Bij welke van de genoemde reflexen zijn schakelcellen betrokken die in het centrale zenuwstelsel liggen? Bij welke van de genoemde reflexen speelt zowel het animale als het autonome zenuwstelsel een rol?
afbeelding
Zenuwstelsel
Schrikken van een naderende auto.
Een persoon schrikt van een naderende auto en springt opzij.
Spelen bij deze handeling de kleine hersenen een rol? En schakelcellen?
afbeelding
Zenuwstelsel
Het voorkomen van een val.
Als iemand struikelt, probeert hij te voorkomen dat hij valt.
Spelen hierbij impulsen in de kleine hersenen een rol? En impulsen in de hersenstam?
afbeelding
Zenuwstelsel
Impulsen in een reflexboog. Zie figuur B 567 van de bijlage.
In het schema is een reflexboog met de zenuwcellen R, S en T weergegeven. Op de met de pijl aangegeven plaats wordt met behulp van een elektrische stroom een uitloper van zenuwcel T geprikkeld.
Welke van de met cijfers aangegeven plaatsen kunnen deze impulsen bereiken?
afbeelding
Zenuwstelsel
Enkele reflexbanen van de mens. Zie figuur A 200 van de bijlage.
In de tekening zijn enkele reflexbanen van de mens weergegeven.
Welke van de vier genummerde zenuwceluitlopers zijn met één of meer receptoren verbonden?
afbeelding
Zenuwstelsel
Cellen, die impulsen voortgeleiden.
Bij een persoon worden impulsen voortgeleid via de reflexboog van een speekselklierreflex. De mogelijke cellen via welke de impulsen worden voortgeleid, zijn:
1. een zintuigcel in de neus, 2. een sensorische zenuwcel, 3. een sensorische zenuwcel van het animale zenuwstelsel, 4. een sensorische zenuwcel van het autonome zenuwstelsel, 5. een of meer schakelcellen, 6. een of meer schakelcellen in de hersenstam, 7. een motorische zenuwcel van het animale zenuwstelsel, 8. een motorische zenuwcel van het autonome zenuwstelsel, 9. een motorische zenuwcel in de hersenstam, 10. een kliercel in een speekselklier.
Deze impuls wordt achtereenvolgens voortgeleid via
Zenuwstelsel
Een sensorische zenuwcel in een reflexboog. Zie figuur B 640 van de bijlage.
De tekening geeft een sensorische zenuwcel bij de mens weer, die deel uitmaakt van de reflexboog voor het gebogen houden van een arm.
Waar in het lichaam bevindt zich deel R van de cel?
afbeelding
Zenuwstelsel
1/3 De kuitspierreflex.
Wanneer iemand staat, kan een geringe beweging tot gevolg hebben dat het lichaam iets naar voren helt. Dan worden de kuitspieren, die aan de achterkant van de onderbenen liggen, iets uitgerekt. Deze uitrekking veroorzaakt een reflex die leidt tot het samentrekken van deze kuitspieren. Hierdoor wordt de oorspronkelijke houding van het lichaam hersteld. Deze reflex heet de kuitspierreflex.
Verloopt de reflexboog van de kuitspierreflex via de hersenstam, het ruggenmerg of de grote hersenen?
Zenuwstelsel
2/3 De kuitspierreflex.
Vijf delen van de reflexboog van de kuitspierreflex zijn:
1. een motorische zenuwcel, 2. een schakelcel, 3. een sensorische zenuwcel, 4. een spier, 5. een spierzintuig.
In welke volgorde zijn deze delen bij het optreden van de kuitspierreflex betrokken?
Zenuwstelsel
3/3 De kuitspierreflex.
Behoort de motorische zenuwcel in deze reflexboog tot het animale zenuwstelsel, tot het orthosympathische of tot het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel?
Zenuwstelsel
1/3 Een reflexboog. Zie figuur B 2361 van de bijlage.
Het schema in de afbeelding stelt een reflexboog bij een mens voor. Indien de reflex plaatsvindt, gaan impulsen naar een beenspier. Aan het begin van de reflexboog bevindt zich een receptor.
Wordt deze receptor aangegeven met cijfer 1, 2 of 3?
afbeelding
Zenuwstelsel
2/3 Een reflexboog. Zie figuur B 2361 van de bijlage.
De reflex vindt plaats.
Waar bevindt zich het cellichaam van de zenuwcel die de impulsen naar de beenspier geleidt?
afbeelding
Zenuwstelsel
3/3 Een reflexboog. Zie figuur B 2361 van de bijlage.
Verlopen in het lichaam van de mens impulsen in zenuwcel 4 alleen in richting P, alleen in richting Q of is het afhankelijk van de situatie in welke richting de impulsen in deze zenuwcel verlopen?