Oefentoets Biologie: Immuniteit - vaccinatie | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Immuniteit

1/16 HPV-vaccinatie.

Baarmoederhalskanker is een vorm van kanker die relatief vaak voorkomt bij vrouwen. De ziekte kan zijn veroorzaakt door een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Vroeg of laat lopen bijna alle vrouwen het virus op. HPV wordt vooral overgedragen door seksueel contact. Vaak verloopt een infectie onschuldig, maar sommige typen HPV kunnen baarmoederhalskanker veroorzaken. Vaccinatie van tienermeisjes tegen HPV is een effectieve manier om het ontstaan van baarmoederhalskanker op latere leeftijd tegen te gaan. De vaccins tegen HPV die beschikbaar zijn, beschermen tegen infectie door verschillende typen HPV. De typen HPV16 en HPV18 veroorzaken samen ongeveer 70 procent van de gevallen van baarmoederhalskanker in Europa.

In 2008 adviseerde de Gezondheidsraad de minister van Volksgezondheid om de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor meisjes van 13 tot 16 jaar. In 2009 werden 380.000 meisjes opgeroepen voor de eerste uit een serie van drie vaccinaties tegen het humaan Papillomavirus (HPV). Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) coördineert de communicatie over het vaccinatieprogramma.
Laura, een leerlinge uit VWO-6 zoekt informatie voor haar jongere zusje Marieke, die een oproep heeft gekregen voor de HPV-vaccinatie. Hieronder is een deel van de informatie, die zij uit verschillende publicaties heeft gekregen, weergegeven.

Humaan Papillomavirus
Het is al geruime tijd bekend dat een langdurig aanhoudende infectie met het humaan Papillomavirus (HPV) verantwoordelijk is voor het ontstaan van baarmoederhalskanker. HPV is een zeer besmettelijk virus dat meestal wordt overgedragen via seksueel contact, maar ook door huid-op-huid-contact in de schaamstreek.

Naar schatting loopt 70 tot 80% van de seksueel actieve vrouwen gedurende hun leven een besmetting op met een of meer HPV-typen. Niet alle HPV-typen leiden tot baarmoederhalskanker. Rond de 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door de typen 16 en 18.
Vrouwen merken vaak niets van een HPV-infectie, ook niet als deze al langere tijd aanwezig is. Slechts bij een klein deel van de geïnfecteerde vrouwen wordt het virus niet opgeruimd en ontstaan voorstadia van kanker.

Van infectie naar kanker
Kankerverwekkende HPV-virussen nemen met een zestal eigen genen de controle over de gastheercel over. Een van die genen codeert voor het eiwit E6. Dat is een eiwit dat de tumorsuppressorgenen van de gastheercel remt. Deze tumorsuppressorgenen zorgen bij DNA-schade voor het stoppen van de celcyclus en voor het beginnen van de apoptose.
Bij sommige van deze vrouwen ontwikkelen deze voorstadia zich tot baarmoederhalskanker. Jaarlijks overlijden naar schatting tussen de 200 en 250 vrouwen aan deze vorm van kanker.

Immuniteit

2/16 HPV-vaccinatie.

HPV-vaccin
Sinds kort zijn er twee vaccins beschikbaar die bescherming bieden tegen HPV-typen 16 en 18.
Van beide vaccins is aangetoond dat zij de voorstadia van baarmoederhalskanker, veroorzaakt door deze HPV-typen, voorkomen. Het is dus aannemelijk dat de vaccins ook beschermen tegen baarmoederhalskanker zelf.
Hoe lang de vaccins bescherming bieden is nog niet bekend. Ruim zes en half jaar na vaccinatie bleken de concentraties van antistoffen nog zo hoog dat verwacht wordt dat de bescherming veel langer zal duren. De Gezondheidsraad spreekt over ten minste 10 jaar. De noodzaak van een eventuele herhaling van de vaccinatie kan nog niet worden uitgesloten.

Zie volgende scherm

Immuniteit

3/16 HPV-vaccinatie.

Het kankerverwekkende HPV neemt met een zestal eigen genen de controle over de gastheercel over. Een van die genen codeert voor het eiwit E6. Dat is een eiwit dat tumorsuppressorgenen van de gastheercel remt. Deze tumorsuppressorgenen zorgen bij DNA-schade voor het stoppen van de celcyclus en voor het beginnen van apoptose (geprogrammeerde celdood).
Als een meisje geïnfecteerd is met HPV, kan dat op latere leeftijd leiden tot het ontstaan van baarmoederhalskanker.

Leg uit hoe een HPV-infectie van baarmoederhalscellen kan leiden tot het ontstaan van baarmoederhalskanker.

Immuniteit

4/16 HPV-vaccinatie.

Geef een verklaring voor het feit dat baarmoederhalskanker vaak pas op latere leeftijd ontstaat.

Immuniteit

5/16 HPV-vaccinatie.

Waaruit bestaat het tegen HPV18 werkzame deel van dit vaccin?

Immuniteit

6/16 HPV-vaccinatie.

Welke cellen van het afweersysteem zullen op het vaccin reageren met de vorming van antistoffen?

Immuniteit

7/16 HPV-vaccinatie.

In de campagne heeft het RIVM bewust gekozen voor de leeftijdscategorie van 13 tot 16 jaar. Laura vraagt zich af, waarom niet alle meisjes van de bovenbouw van haar school de vaccinatieoproep hebben gekregen.

Leg met behulp van een biologisch argument uit, waarom meisjes van 16 jaar en ouder niet opgenomen zijn in de vaccinatiecampagne tegen HPV.

Immuniteit

8/16 HPV-vaccinatie.

Laura en haar zusje Marieke maken hun jongere broer van 12 wijs, dat hij de volgende keer ook wel een oproep zal krijgen voor zo'n vaccinatie. De beide meiden hebben ongelijk, want het RIVM heeft geen advies gegeven om jongens ook te vaccineren.

Geef een biologisch argument om jongens niet in het vaccinatieprogramma op te nemen.
- En geef een biologisch argument om dat wel te doen.

Immuniteit

9/16 HPV-vaccinatie.

Voordat op regeringsniveau besloten werd tot landelijke invoering van de HPV-vaccinatie heeft men niet alleen naar de medische relevantie gekeken, maar ook naar de economische haalbaarheid. Dit betekent dat men in ieder geval ingeschat heeft in hoeverre vaccinatie het ontstaan van baarmoederhalskanker zou verminderen, en wat vaccinatie gaat kosten.

Welk biomedisch onderzoek, behalve het bepalen van de (verminderde) kans op baarmoederhalskanker, zal ook uitgevoerd zijn of worden?

Immuniteit

10/16 HPV-vaccinatie.

Laura wil zich op eigen kosten laten vaccineren. Ze vraagt zich af of het echt nodig is om zich drie keer te laten vaccineren.
Ruim zes en half jaar na vaccinatie bleken de concentraties van antistoffen nog zo hoog dat verwacht wordt dat de bescherming veel langer zal duren. De Gezondheidsraad spreekt over tenminste 10 jaar.

Waardoor biedt, in het algemeen, een herhaalde vaccinatie een betere bescherming tegen het virus dan een eenmalige vaccinatie?

Immuniteit

11/16 HPV-vaccinatie.

Variant op scherm 501

Cervarix is een vaccin, dat bescherming biedt tegen HPV type 16 en 18. Laura vraagt haar huisarts hoe veilig het gebruikte vaccin is. De huisarts antwoordt, dat ook biomedisch onderzoek heeft uitgewezen, dat het gebruik van het vaccin veilig is.

Noem een biomedisch onderzoek, behalve het bepalen van het verkleinen van de kans op baarmoederhalskanker, dat ook uitgevoerd is.

Immuniteit

12/16 HPV-vaccinatie.

De moeder van Laura had van een vriendin gehoord dat de HPV-vaccinatie juist baarmoederhalskanker zou kunnen veroorzaken.
In de bijsluiter staat:
afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor, gezien de samenstelling van het vaccin, er geen gevaar is op baarmoederhalskanker, door het gebruik van dit vaccin.

Immuniteit

13/16 HPV-vaccinatie.

Het vaccin tegen HPV ‘Cervarix' wordt geproduceerd in insectencellen, met als vector een transgeen baculovirus (een dubbelstrengs DNA-virus).

Hoe heet de techniek waarmee een transgeen virus wordt gemaakt voor het produceren van bestanddelen van een vaccin?

Immuniteit

14/16 HPV-vaccinatie.

De insectencellen die gebruikt worden voor de productie van het vaccin, moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden. Eigenschappen van cellen kunnen zijn:

1. in vitro (buiten het lichaam) in leven te houden;
2. in vitro produceren van antistoffen;
3. in vitro produceren van antigenen.

Welke van deze eigenschappen moeten cellen hebben om geschikt te zijn voor de productie van vaccins?

Immuniteit

15/16 HPV-vaccinatie.

of: variant op vorige scherm:

Noem twee eigenschappen waaraan de insectencellen moeten voldoen om geschikt te zijn voor de productie van een vaccin zoals Cervarix.

Immuniteit

16/16 HPV-vaccinatie.

Een vriendin van Marieke meldde zich na haar vaccinatie bij de huisarts vanwege menstruatieklachten. Op het internet had ze gelezen dat sommige meisjes na de HPV-vaccinatie meer last hebben van hun menstruatie. De klachten variëren van een dagenlange bloeding tot hevige krampen.
Een eventueel verband tussen de vaccinatie en het optreden van menstruatieklachten zou dan onderzocht moeten worden.

Schrijf een proefopzet voor een onderzoek, waarmee het verband tussen de HPV-vaccinatie en het optreden van menstruatieklachten onderzocht kan worden.

Ziekten

1/2 Vaccinatie tegen aids?
Zie figuur B 2606 van de bijlage.

In de jaren tachtig was men op zoek naar een vaccin waardoor bescherming tegen een infectie met HIV zou worden verkregen. Een werkzaam vaccin zou onder andere moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

- het moet de productie van voldoende hoeveelheden antistoffen opwekken, zodat HIV zich niet blijft vermeerderen,
- het moet de anti-HIV-respons van cytotoxische T-cellen verbeteren.

Aanvankelijk heeft men vooral getracht om een vaccin te maken uit bepaalde delen van het virus.

Enkele delen van het HIV zijn: fosfolipiden uit de virale envelop, glycoproteïnen uit de virale envelop, RNA.

Welk van deze delen zal zijn gebruikt bij het produceren van de eerste proefvaccins?

afbeeldingafbeelding

Immuniteit

Vaccin tegen zwangerschap.

Australische onderzoekers zijn begonnen met het uittesten van een anti-zwangerschapsvaccin bij vrouwen. Het vaccin is gemaakt uit het humane chorion gonadotropine hormoon (HCG) dat menselijke embryo's gedurende een bepaalde periode na hun ontstaan produceren. HCG werkt in op het gele lichaam in het ovarium. Het ingespoten “HCG-vaccin” zorgt ervoor dat er antistoffen worden gemaakt.

Over deze vorm van vaccinatie worden de volgende beweringen gedaan:

1. Deze vorm van vaccinatie is een voorbeeld van actieve immunisatie.
2. Deze vorm van vaccinatie is een voorbeeld van passieve immunisatie.
3. Bij deze vorm van vaccinatie spelen T-helpercellen een belangrijke rol.
4. Bij deze vorm van vaccinatie zijn alle ingespoten vaccinmoleculen betrokken bij het tot stand komen van de humorale immuniteit.
5. De antistof die bij deze vorm van vaccinatie wordt gevormd, bestaat voornamelijk uit een koolhydraat.

Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?