Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 24

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

5/7 Zuivelontbijt.

In de volgende tabel zijn gegevens van zuivelontbijt en magere yoghurt (per 100 gram) weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Vergeleken met magere yoghurt bevat zuivelontbijt meer energie.

Door welke voedingsstoffen komt dit?




-

Voeding

6/7 Zuivelontbijt.

Welk mineraal komt volgens de tabel in zuivelontbijt voor?

Voeding

7/7 Zuivelontbijt.

Volgens de tabel is in 100 gram zuivelontbijt 10% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine C aanwezig.
afbeeldingafbeelding

Hoeveel vitamine C wordt per dag aanbevolen?

Voeding

1/2 Vitamines.

In de tabel is te zien in welke voedingsmiddelen bepaalde vitamines voorkomen.
afbeeldingafbeelding

Sommige mensen willen geen vlees of andere dierlijke producten eten. Ze eten dan wel plantaardige producten.

Van welke vitamine ontstaat bij zulke mensen vooral een tekort?

Voeding

2/2 Vitamines.

In de afbeelding hieronder is een tabel weergegeven met de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor een aantal vitaminen.
Ook is een deel van de voedingsmiddelentabel te zien.
afbeeldingafbeelding

Suzanne eet op een dag drie appels. Elke appel weegt 100 gram.

Hoeveel vitamine C leveren deze drie appels?




-

Voeding

1/2 Vitamine K.

Vitamine K komt onder andere voor in groene groente zoals spinazie.
Vitamine K wordt ook door bacteriën in de darm van de mens gemaakt.
Alleen bij uitzondering heeft een mens gebrek aan vitamine K.
Dat kan gebeuren wanneer iemand gedurende een periode antibiotica heeft geslikt.

Leg uit dat door de werking van antibiotica een gebrek aan vitamine K kan ontstaan.

Voeding

2/2 Vitamine K.
Zie figuur B 3289 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding en onderstaande tabel.
afbeeldingafbeelding

Zet achter elk organisme het juiste cijfer.

afbeeldingafbeelding
  • 3
  • 2
  • 1
  • bacterie
  • spinazie
  • mens

Voeding

1/3 Reizigersdiarree.

Veel mensen die reizen in warme gebieden denken dat een verandering van voeding en leefgedrag de oorzaak is van reizigersdiarree. Meestal zijn echter bacteriën of virussen in voedsel en water de boosdoeners. Als deze bacteriën of virussen in het lichaam komen, kunnen klachten ontstaan als: waterige ontlasting, buikkrampen, misselijkheid, braken, gebrek aan eetlust en koorts.

Noem twee manieren waarop een reiziger in warme gebieden ervoor kan zorgen, dat hij niet besmet wordt met bacteriën of virussen die diarree veroorzaken.

Voeding

2/3 Reizigersdiarree.

Reizigersdiarree geneest over het algemeen vanzelf. Alleen in ernstige gevallen kan behandeling met geneesmiddelen, zoals antibiotica, soms helpen.

Kunnen bacteriën bestreden worden met antibiotica?
En kunnen virussen bestreden worden met antibiotica?

Voeding

3/3 Reizigersdiarree.

Lang niet alle bacteriesoorten zijn ziekteverwekkend. In het verteringskanaal leven zelfs vele nuttige bacteriesoorten. Deze bacteriën breken stoffen af uit onverteerde voedselresten.

In welk deel van het verteringskanaal leven vooral veel van zulke nuttige bacteriën?

Voeding

1/2 Jicht.
Zie figuur B 3847 van de bijlage.

Jicht is een pijnlijke ziekte. Het wordt veroorzaakt door kristallen van urinezuur.
Deze kristallen zetten zich af op het kraakbeen van de gewrichten.
Jicht komt veel voor in de grote teen.

Welk soort gewricht is het teengewricht?

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/2 Jicht.

Een patiënt die jicht heeft, moet veel drinken.
De kristallen kunnen dan oplossen en worden uitgescheiden.

Via welke organen verlaat het urinezuur het lichaam?

Voeding

1/4 Voedselvergiftiging.

Per jaar hebben ongeveer 700.000 mensen last van voedselvergiftiging. Ze hebben dan koorts en diarree en moeten braken. Voedselvergiftiging komt door het eten van bedorven voedsel. Door de hogere temperatuur bederft voedsel in de zomer sneller dan in de winter.

Leg uit dat voedsel bij een hogere temperatuur sneller bederft.

Voeding

2/4 Voedselvergiftiging.

Iemand die veel moet braken, kan bepaalde medicijnen slikken. Zo wordt het braken minder.
In de afbeelding is een deel van een bijsluiter weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel Motilium-tabletten mag een volwassene maximaal op één dag slikken?

[invulveld] tabletten





-

Voeding

3/4 Voedselvergiftiging.

Je kunt sommige voedingsmiddelen beschermen tegen bederf door te koelen, te pasteuriseren of te steriliseren.

Op welke manier is een voedingsmiddel ongeopend het langst beschermd tegen bederf?

Voeding

4/4 Voedselvergiftiging.

Noem twee andere manieren van conserveren dan koelen, pasteuriseren en steriliseren.

Voeding

1/3 Bacteriën.
Zie figuur B 3292 van de bijlage.

Een groep bacteriën die door celdeling uit een bacterie is ontstaan, noemt men een bacteriekolonie.
Als de omstandigheden gunstig zijn, kunnen bacteriën zich zeer snel delen. Bij een bepaalde bacteriesoort kan er elke vijf minuten een celdeling plaats vinden. Een zo'n bacterie deelt zich, zodat er na vijf minuten twee bacteriën zijn. Op deze manier ontstaat uit die ene bacterie een kolonie.

Uit hoeveel bacteriën kan deze kolonie dan maximaal bestaan na 30 minuten?

Het aantal is [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/3 Bacteriën.
Zie figuur B 3292 van de bijlage.

In een experiment wordt de invloed van de temperatuur op de groei van een bacteriekolonie onderzocht. De resultaten zijn weergegeven in het diagram.
In het diagram is de Y-as niet benoemd.

Wat moet er op de plaats van het vraagteken bij de Y-as staan?

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/3 Bacteriën.
Zie figuur B 3292 van de bijlage.

Leg met behulp van het diagram uit, waardoor voedsel in de diepvries geconserveerd kan worden.

afbeeldingafbeelding

Voeding

Overgevoeligheid voor gluten.
Zie figuur B 4556 van de bijlage.

In een folder staat: Gluten is een eiwit dat voorkomt in bepaalde granen.
Sommige mensen zijn overgevoelig voor dit eiwit.
Als zij gluten eten, wordt het slijmvlies van hun dunne darm beschadigd.
Daardoor worden te weinig voedingsstoffen door het lichaam opgenomen.
Een goede manier om overgevoeligheid voor gluten te voorkomen, is het volgen van een glutenvrij dieet.
Dankzij dit dieet herstelt het dunne darmslijmvlies zich.
Het dieet moet wel levenslang gevolgd worden, want anders komen de klachten terug.

In de afbeelding is een gedeelte van het verteringsstelsel weergegeven.

Welke letter geeft het deel aan dat bij overgevoeligheid voor gluten wordt aangetast?

afbeeldingafbeelding