Oefentoets Biologie: Biologische begrippen | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Ontdek de digitale toets over natuurwetenschappelijk onderzoek, gericht op leerlingen die proeven en experimenten met zaden en planten uitvoeren, inclusief het onderzoeken van ontkieming en de invloed van licht op groei. - 38 vragen

Aantal vragen

38

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Proeven met ontkieming van zaden

Ontkiemproef.
Zie figuur C 131 van de bijlage.

Enkele leerlingen moeten elk een proef bedenken waaruit blijkt of voor de ontkieming van zaden water nodig is en of er zuurstof voor nodig is. Ze hebben de beschikking over bakken met aarde, zaden en water. De bakken kunnen worden afgesloten en de lucht in de bakken kan zuurstofloos worden gemaakt.

Zie figuur C 131 van de bijlage.

De leerlingen 1, 2, 3 en 4 stellen voor de proeven in te zetten die in de afbeelding zijn weergegeven.

Welke leerling heeft de juiste proef bedacht?

afbeeldingafbeelding

Onderzoek naar een nieuw geneesmiddel

Test geneesmiddel.

Een nieuw middel voor de behandeling van de ziekte AIDS wordt in een ziekenhuis uitgetest. Patiënten van groep A krijgen het nieuwe middel toegediend; patiënten van groep B geeft men alleen suikerpillen.

Deze test is een voorbeeld van

Factoren bij het ontkiemen van zaden

Ontkiemproef.
Zie figuur B 1873 van de bijlage.

Iemand wil onderzoeken welke factoren invloed hebben op het ontkiemen van zaden.
De afbeelding geeft de proefopstelling weer die hij gemaakt heeft.

Wat kan hij met deze proefopstelling onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Volgorde van de natuurwetenschappelijke methode

Natuurwetenschappelijke methode.

Fasen van de natuurwetenschappelijke methode zijn:

1. het trekken van conclusies;
2. het uitvoeren van een experiment;
3. het opstellen van een hypothese;
4. het formuleren van een probleem;
5. het verzamelen van resultaten.

Wat is de juiste volgorde van deze fasen bij natuurwetenschappelijk onderzoek?

Onderzoek naar Lichtintensiteit en Groei Bonenplanten

Maak een werkplan.

Stel, je krijgt de opdracht om te onderzoeken welke invloed de lichtintensiteit heeft op de lengtegroei van stengels van bonenplanten. Je krijgt de beschikking over vijf zgn. klimaatkasten waarin alle factoren die van invloed zijn op de groei eenvoudig kunnen worden geregeld. In de klimaatkasten bevinden zich lampen waarvan de lichtintensiteit te variëren is. Verder krijg je de beschikking over 100 jonge bonenplanten van
ongeveer gelijke lengte en een meetlat. De bonenplanten staan in jampotjes met water met voedingszouten.

Maak een werkplan waarmee je kunt onderzoeken welke invloed licht heeft op de lengtegroei van stengels van bonenplanten. Geef ook aan op welke manier je een conclusie kunt trekken.

Betekenis van Biologie

Betekenis woord BIOLOGIE.

Wat betekent biologie?

Grieks woord voor 'wetenschap'

Griekse woord voor 'wetenschap'.

Wat is het Griekse woord voor 'wetenschap'?

Experimenten uitvoeren na waarnemingen

Na waarnemen en vragen stellen, volgt........

Als je waargenomen hebt en je afgevraagd: "hoe, waarmee en waarom", wat moet je dan doen om die vragen te beantwoorden?

Proefneming of waarneming?

Onderzoek doen.

Een onderzoeker vraagt zich af of er óók bomen groeien op zéér droge bodem. Hij reist dus naar een zeer droge streek in Afrika en gaat kijken of er bomen groeien.

Is dit een proefneming of een waarneming?

Proefneming of waarneming bij onderzoek?

Onderzoek doen.

Men wil weten of in een bepaald land in Azië de ziekte lepra voorkomt. Men roept 1000 mensen uit dat land op naar een ziekenhuis te komen om hen op die ziekte te onderzoeken.

Is dit een proefneming of een waarneming?

Fasen van wetenschappelijk onderzoek

Fasen van wetenschappelijk onderzoek.

Geef aan welke fasen je bij wetenschappelijk onderzoek achtereenvolgens doorloopt vanaf het waarnemen.

Hulpmiddelen voor Inwendig Onderzoek

Hulpmiddelen voor onderzoek.

Geef twee hulpmiddelen om binnen in een organisme te kijken.

Hulpmiddelen voor het Zien van Organismen

Hulpmiddelen voor onderzoek.

Geef drie hulpmiddelen om organismen te zien die normaal gesproken niet zichtbaar zijn (geen microscopen).

Wat zijn sensoren?

Sensoren.

Wat zijn sensoren?

Natuurwaarneming zonder zicht

Methoden om natuur waar te nemen.

Geef vijf voorbeelden van methoden om de natuur waar te nemen als je ogen daartoe niet in staat zijn.
Werk van deze voorbeelden er twee verder uit.

Hulpmiddelen voor medische waarnemingen

Hulpmiddelen voor het doen van waarnemingen.

Welke twee hulpmiddelen bij het waarnemen horen in het rijtje niet thuis?

CT-scan, endoscoop, medi-stick, stethoscoop, röntgenopname, MRI-scan.

Het belang van snuffelpalen in industriegebieden

Reukvermogen mens en snuffelpalen.

Waarom heeft de mens snuffelpalen zo hard nodig in industriegebieden?

Licht en groei van mosterdzaadjes

Proef met mosterdzaadjes.

Een schoolklas doet een proef met mosterdzaadjes. Tien zaadjes worden in het donker gezaaid en 10 in het licht.
Na enkele dagen zijn alléén de zaadjes in het licht uitgekomen en gegroeid.

Vier leerlingen trekken vier verschillende conclusies:

leerling 1: planten hebben licht nodig om hun voedsel te maken.
leerling 2: als planten licht krijgen, nemen ze water op en gaan groeien.
leerling 3: als zaadjes licht krijgen gaan ze groeien.
leerling 4: zonder licht nemen zaadjes geen water op.

Welke leerling heeft gelijk?

Kieming en ontwikkeling van zaden

Ontwikkeling van kiemplantjes.
Zie figuur B 728 van de bijlage.

In een proefopstelling (zie tekening) bevinden zich zaden van een bepaalde plant.
De zaden kiemen.
De ontwikkeling van de kiemplantjes in schaal 2 gaat sneller dan die in schaal 1.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Tienermoeders en anticonceptiegebruik in Groot-Brittannië

4/6 Wetenschappelijk onderzoek.

SLECHTE PILSLIKKERS

Het hoge aantal tienermoeders in Groot-Brittannië is niet uitsluitend het gevolg van schaamte om advies in te winnen, zoals lange tijd is gedacht. Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham is gebleken dat 37,5 procent van de Britse tienermoeders zwanger wordt hoewel ze de pil voorgeschreven hebben gekregen.
Driekwart van de 240 ondervraagden heeft in het jaar voor de zwangerschap aan de huisarts informatie gevraagd over anticonceptie. De helft van hen kreeg vervolgens de pil voorgeschreven, zeggen de onderzoekers.[...]

(Trouw, 19 augustus 2000).

Zie volgende scherm

Gemiddelde lengte versus leeftijd

Lengte.
Zie figuur A 1094 van de bijlage.

In een diagram wordt de gemiddelde lengte van een aantal leerlingen uitgezet tegen de leeftijd.

Welke van de vier diagrammen hiernaast is op de juiste manier ingedeeld?

afbeeldingafbeelding

Bewerkingen over Appelrassen

Appelrassen.

Hieronder staat een vijftal beweringen over verschillende appelrassen.

1. Een Goudreinet is een zure appel;
2. Een Jonathan is een mooie appel;
3. Een James Grieve is een lekkere appel;
4. Een Granny Smith is een zoete appel;
5. Een Sterappel is een rode appel.

Welk van deze beweringen is of welke zijn niet meetbaar?

Weerstand tegen ziekte bij ratten

Ratten.

Vier typen ratten werden gefokt voor laboratoriumproeven.
Type A was beter bestand tegen ziekte dan type C.
Type B was slechter bestand tegen ziekte dan type C.
Type D was beter bestand tegen ziekte dan type A.

Welk type ratten is het slechtst bestand tegen ziekte?
Dat is type .

Lengteverschillen tussen jongens en meisjes

Een tweeling.
Zie figuur B 4916 van de bijlage.

Hiernaast zie je Marian en haar tweelingbroer Maarten. Zoals je ziet, is Marian langer.

Welke van de volgende beweringen over deze waarneming is juist?

afbeeldingafbeelding

Bloeiwijze van graangewassen in Nederland

Graangewassen.
Zie figuur A 1095 van de bijlage.

Welke van de graangewassen in de afbeelding hiernaast zal blijkens de grafiek in Nederland het eerst bloeien?
Dat is .

afbeeldingafbeelding

Keuze van stippelmot voor afzetlocatie

Stippelmotten.

In een onderzoek wordt de relatie onderzocht tussen de plantensoort waarop stippelmotten (een vlindersoort) zelf zijn opgegroeid en de plantensoort waarop ze hun eieren afzetten.
Aan vrouwtjes van een bepaalde soort stippelmot waarvan de herkomst bekend was, werd de keuze gegeven om hun eieren af te zetten op een pruim, een meidoorn of een sleedoorn.
In onderstaande tabel staat het gemiddelde percentage afgezette eieren op pruim, meidoorn en sleedoorn van stippelmotvrouwtjes die opgegroeid waren op een van de voedselplanten.
afbeeldingafbeelding
Clemens, Hettie en Robin bekijken de resultaten en ieder trekt een conclusie:

I. Clemens: de stippelmot zet bij voorkeur eitjes af op de plant van herkomst.
II. Hettie: de stippelmot zet bij voorkeur geen eitjes af op de plant van herkomst.
III. Robin: de stippelmot zet bij voorkeur eitjes af op de meidoorn.

Wie van de drie trekt of wie trekken een juist conclusie?

Type onderzoek bij vogelobservatie

1/2 Onderzoek aan vogels.

Robert onderzoekt het aantal spechten dat in een bepaald bosje zitten. Hij wil weten welke vogels er nog meer broeden. Gedurende twee maanden noteert hij, gedurende een uur per dag, welke vogels hij in het bosje hoort en ziet, en het aantal individuen per soort.

Is dit een voorbeeld van een beschrijvend (1) of van een experimenteel (2) onderzoek ,of van geen van beide (0) types?

Kies het juiste diagram voor vogelsoorten

2/2 Onderzoek aan vogels.

Robert zet vervolgens de aantallen individuen van de verschillende soorten in het bosje in een diagram uit.

Welk soort diagram kan hij daarvoor het beste nemen?

Invloed van licht op watervlooien en planten

Een proefopstelling in het water.
Zie figuur B 4941 van de bijlage.

In onderstaande afbeelding is een proefopstelling weergegeven.
Elke buis bevat 50 watervlooien.
De buizen 1 en 3 bevatten elk bovendien een even grote waterplant met bladgroenkorrels.
De buizen 1 en 2 staan in het licht. De buizen 3 en 4 staan in het donker.
De temperatuur in de buizen is en blijft gelijk. De proef duurt 10 uren.
Als er te weinig zuurstof in het water zit, komen de watervlooien naar de oppervlakte om te ademen.
Aan het eind van het proefje bekijkt de onderzoeker waar in de buis de watervlooien zich bevinden, op grond daarvan trekt hij een conclusie.

Op welke probleemstelling(en) / vraagstelling(en) zou de beschreven proef antwoord kunnen geven?

1. In hoeverre kunnen watervlooien overleven in een 10 uur durende afwezigheid van groene waterplanten?
2. In hoeverre nemen groene waterplanten in het donker zuurstof op uit hun omgeving?
3. In hoeverre is het zuurstofverbruik van watervlooien afhankelijk van de aanwezigheid van licht?
4. In hoeverre is de activiteit van watervlooien afhankelijk van licht?

afbeeldingafbeelding

Uitkomen van jonge ringslangen

1/3 Ringslangen.
Zie figuur B 4942 van de bijlage.

Men berekent de gemiddelde lengtetoename per maand van een aantal jonge ringslangen gedurende de eerste twee levensjaren.
Het resultaat is in de grafiek hiernaast weergegeven.
De jonge slangen zijn gemiddeld 15 cm lang als ze uit het ei kruipen. De slangen kruipen aan het eind van de maand uit het ei en beginnen dan te groeien.

In welke maand kruipen de ringslangen uit het ei?
Dat is in de maand

afbeeldingafbeelding

Gemiddelde lengte van éénjarige ringslangen

2/3 Ringslangen.
Zie figuur B 4942 van de bijlage.

Wat is, volgens de gegevens uit de grafiek, de gemiddelde lengte van de ringslangetjes als ze precies één jaar oud zijn?

Dat is [invulveld] cm.

afbeeldingafbeelding

Groei van ringslangen in het tweede levensjaar

3/3 Ringslangen.
Zie figuur B 4942 van de bijlage.

Hoeveel cm zijn de ringslangen gedurende het tweede levensjaar gemiddeld langer geworden?

Dat is [invulveld] cm.

afbeeldingafbeelding

Afhankelijkheid van zaadproductie bij weegbree

1/2 Experiment met weegbree.

Een groot veld wordt onderverdeeld in stukken van 1 m2 (perceeltjes). Op ieder perceel worden zaden van de grote weegbree (Plantago major) in de grond gestopt. In ieder perceel is de afstand van de zaden ongeveer gelijk, maar het totaal aantal zaden verschilt per perceel.
Uit de zaden groeien planten. Na verloop van tijd zijn de weegbreeplanten volgroeid en gaan ze zich voortplanten. Per perceeltje wordt geteld hoeveel zaden er gemiddeld per plant zijn gevormd. De resultaten worden uitgezet in een grafiek.

Op welke onderzoeksvraag wordt door deze onderzoeksmethode antwoord gegeven?

Effect van plantdichtheid op zaadproductie

2/2 Experiment met weegbree.
Zie figuur B 4943 van de bijlage.

Stel je voor dat het gemiddeld aantal zaden geproduceerd door de grote weegbree afneemt naarmate de planten dichter bij elkaar staan.

Welke van de grafieken hiernaast zal hiervan het resultaat juist weergeven?
Dat is grafiek .

afbeeldingafbeelding

Zuurstofgehalte in Water Meten

1/2 Zuurstofgehalte in water.

Josine wil weten hoe het zuurstofgehalte van het water in haar vijver gedurende een etmaal verandert.
Ze schept daarvoor op een aantal tijdstippen een bekertje water uit de vijver ( = een monster nemen) en meet daarvan het zuurstofgehalte.
De resultaten noteert ze in een tabel (zie hieronder).
Ze wil de meetresultaten verwerken tot een diagram.

afbeeldingafbeelding

Welk van onderstaande assenstelsels is hiervoor de beste keuze?

Betrouwbaarheid van zuurstofmetingen in water

2/2 Zuurstofgehalte in water.

Wat had Josine het beste kunnen doen om haar waarnemingen meer betrouwbaar te maken?

Effect van donker op planten en kalkwater

Een proef.
Zie figuur B 6858 van de bijlage.

In de afbeelding zie je een opstelling van een experiment.
In deel P staat een plant in het donker.
In deel Q is het kalkwater troebel geworden.

Welke conclusie kun je trekken uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Geboortecijfers van jongens en meisjes

De ooievaar.
Zie figuur B 6933 en A 1355 van de bijlage.

De raamversiering van de afbeelding betekent dat daar een baby is geboren. Het lijkt alsof een ooievaar door een raam naar binnen is gevlogen en daar een baby gebracht heeft.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt al jaren bij hoeveel jongens en meisjes in Nederland worden geboren.
De tabel toont deze geboortecijfers.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 1355 van de bijlage.

Maak met de gegevens het staafdiagram af.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding