Oefentoets Biologie: Mitose-meiose | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mitose

Mitose.

Aan het begin van een mitose worden de chromosomen van één paar met elkaar vergeleken.
Dit chromosomenpaar is afkomstig van een vrouw.
Er worden de volgende beweringen gedaan:

1. Beide chromosomen bevatten informatie over dezelfde eigenschappen, maar die informatie hoeft niet in beide chromosomen identiek te zijn.
2. Beide chromosomen bevatten identieke informatie.
3. De volgorde waarin de informatie over bepaalde eigenschappen in de chromosomen ligt, is gewoonlijk bij beide chromosomen dezelfde.
4. Beide chromosomen bestaan uit één overlangse helft (chromatide) afkomstig van de eicel en één overlangse helft (chromatide) afkomstig van de spermacel.

Welke beweringen zijn juist, als mutaties buiten beschouwing gelaten worden?

Mitose

Chromosomen.
Zie figuur B 147 van de bijlage.

Een uienplant heeft het genotype Qq. Iemand bekijkt een microscopisch preparaat van een worteltop van deze plant. Hij tekent een cel die bezig is zich te delen. De chromosomen zijn niet goed van elkaar te onderscheiden. Hij veronderstelt dat zich bij 1 (zie tekening) in één van de chromosomen een allel Q bevindt en gaat ervan uit dat er geen mutaties optreden.

Welk allel bevindt zich of welke allelen bevinden zich in dat geval bij 2?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Een neuron.
Zie figuur A 229 van de bijlage.

In tekening 1 van de afbeelding is schematisch een neuron met cellichaam (P) van een mens weergegeven. Cel R is een cel die een deel van de myelineschede vormt (= cel van Schwann).
Het axon van het neuron is door motorische eindplaatjes (S) verbonden met een spiervezel in een arm.
Ter hoogte van Q raakt het axon beschadigd waardoor de verbinding met de spiervezel wordt verbroken. Na verloop van tijd wordt de beschadiging hersteld. Dit herstelproces is in de tekeningen 2, 3 en 4 in de afbeelding weergegeven.
In de tekeningen 3 en 4 van de afbeelding is het herstel (de regeneratie) van het neuron weergegeven.

Over de regeneratie worden drie beweringen gedaan:

1. Bij de regeneratie vindt mitose plaats van het neuron.
2. Bij de regeneratie vindt mitose plaats van cellen van de myelineschede.
3. Bij de regeneratie vindt mitose plaats van de motorische eindplaatjes.

Welke van deze beweringen is juist?


-

afbeeldingafbeelding

Mitose

Celdeling.

Als gedifferentieerde cellen en cellen, die nog kunnen delen, vergeleken worden

Mitose

Mitose.

Bij de anafase

Mitose

Mitose.

Bij de metafase

Mitose

Mitose.

Bij de mitose bestaat een chromosoom bij een normaal diploïd organisme

Mitose

Mitose.

Bij de mitose bestaat een chromosoom nooit uit 2 chromatiden gedurende

Mitose

Mitose.

Bij de mitose worden de chromosomen, die in de lengte zijn gedeeld, uit elkaar getrokken door

Mitose

Mitose.

Bij de mitose zijn geen chromatiden te zien bij de

Mitose

Mitose.

Bij de telofase

Mitose

Kerndeling.

Bij een kerndeling vindt verdubbeling van de chromosomen plaats in de

Mitose

Mitose.

De juiste volgorde in de fasen van de mitose is

Mitose

Mitose.

De kernspoel begint zich te ontwikkelen in de

Mitose

Mitose.

De kernspoel is helemaal compleet in de cel aanwezig in de

Mitose

Mitose.

Een nieuwe kernmembraan wordt gevormd in de

Mitose

Mitose.

Gedurende de interfase tussen 2 mitosen is er in de kern

Mitose

Mitose.

Het aantal chromatiden van één chromosomenpaar in de metafase van de mitose bedraagt

Mitose

Mitose.

Het stadium waarin iets fout kan gaan bij de verdeling van de chromosomen tijdens de mitose is de

Mitose

Mitose.

I. Bij een gewone celdeling vormen zich altijd spoeldraden, die van de ene pool via het centromeer naar de andere pool lopen.
II. Bij een gewone celdeling is vlak voor het splitsen van de chromosomen in de cel een dubbele set erfelijk materiaal aanwezig.