Voortplanting
4/4 Een ongeboren kind.
Enkele processen die in het lichaam van de mens plaatsvinden, zijn:
1. opbouw van eiwitten,
2. spijsvertering in de darm,
3. verbranding.
Welke van deze processen vinden al plaats bij dit ongeboren kind?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
4/4 Een ongeboren kind.
Enkele processen die in het lichaam van de mens plaatsvinden, zijn:
1. opbouw van eiwitten,
2. spijsvertering in de darm,
3. verbranding.
Welke van deze processen vinden al plaats bij dit ongeboren kind?
1/8 De geboorte.
Zie figuur C 294 van de bijlage.
De afbeelding geeft in willekeurige volgorde vier fasen van de geboorte weer.
In welke volgorde vinden deze fasen van de geboorte plaats?
In de volgorde [invulveld]. Gebruik de volgende voorbeeldschrijfwijze: 1-2-3-4
afbeelding
2/8 De geboorte.
Nadat het kind geboren is, vindt de nageboorte plaats. Hieronder staan de volgende delen vermeld: baarmoeder, placenta, resten van de navelstreng, resten van de vruchtvliezen.
Geef achter elk vermeld deel met ja of nee of dit deel bij de nageboorte het lichaam verlaat.
1. baarmoeder: [invulveld]
2. placenta: [invulveld]
3. resten van de navelstreng: [invulveld]
4. resten van de vruchtvliezen: [invulveld]
3/8 De geboorte.
Zie figuur B 2904 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van de placenta en een aantal bloedvaten in de navelstreng weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Behoren de bloedvaten in de navelstreng tot de bloedsomloop van het kind?
En tot de bloedsomloop van de moeder?
afbeelding
4/8 De geboorte.
Tijdens de persweeën trekken spieren samen om het kind naar buiten te persen.
Zijn dat spieren in de baarmoederwand?
En spieren in de buikwand van de moeder?
5/8 De geboorte.
Zie figuur A 771 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van de placenta en een aantal bloedvaten in de navelstreng weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Leg uit waardoor het bloed in de navelstrengader zuurstofrijker is dan in de navelstrengslagader?
afbeelding
6/8 De geboorte.
Zie figuur C 295 van de bijlage.
In de afbeelding zijn de lengte en het gewicht van een ongeboren kind weergegeven tijdens de zwangerschap.
Hoe lang is het ongeboren kind wanneer het 20 weken is?
[invulveld] cm
afbeelding
7/8 De geboorte.
Zie figuur C 295 van de bijlage.
Wat is het gewicht van het kind bij de geboorte?
Dit gewicht is [invulveld] kg
afbeelding
8/8 De geboorte.
Zie figuur C 295 van de bijlage.
In welke van de volgende periodes van de zwangerschap is de toename van het gewicht het grootst?
afbeelding
1/4 Een bevruchting.
Zie figuur B 2438 van de bijlage.
De afbeelding geeft verschillende stadia weer van de bevruchting van een eicel van een mens en van de daarop volgende deling. Het kind dat hieruit ontstaat, is een meisje. In stadium 1 van de afbeelding is de eicel nog niet bevrucht.
Welk van de geslachtschromosomen bevindt of welke bevinden zich in stadium 1 in de kern van deze eicel?
afbeelding
2/4 Een bevruchting.
Welk geslachtschromosoom bevat de spermacel die de eicel bevrucht?
Het [invulveld]-chromosoom
3/4 Een bevruchting.
Zie figuur B 2438 van de bijlage.
Over stadium 2 en 4 van de afbeelding worden de volgende beweringen gedaan:
1. Tijdens stadium 2 komen er in de eicel chromosomen bij.
2. Het geslacht van het kindje is in stadium 4 al bepaald.
Welke van deze beweringen is of zijn juist?
afbeelding
4/4 Een bevruchting.
Zie figuur B 2438 van de bijlage.
Het komt wel eens voor dat cellen zoals die in stadium 6 van de afbeelding van elkaar los raken. De beide losse cellen gaan zich apart verder delen en de beide klompjes cellen nestelen zich afzonderlijk in. Zo kan uiteindelijk een tweeling geboren worden.
Is de tweeling die dan wordt geboren eeneiig of twee-eiig?
Of is dit niet te zeggen op grond van de gegevens?
afbeelding
1/5 Een jongetje of een meisje?
Bij de mens wordt op het moment van de bevruchting al vastgelegd of een bevruchte eicel zich tot een jongetje of tot een meisje zal ontwikkelen.
Dit wordt bepaald door de geslachtschromosomen die bij de bevruchting bij elkaar komen.
In een bepaalde bevruchte eicel bevinden zich twee verschillende typen geslachtschromosomen.
Ontwikkelt zich hieruit een jongetje of een meisje of is dit niet te voorspellen?
2/5 Een jongetje of een meisje?
Kan een jongetje het Y-chromosoom van zijn moeder hebben gekregen?
En van zijn vader?
3/5 Een jongetje of een meisje?
Heeft een meisje een X-chromosoom van haar moeder gekregen?
En van haar vader?
4/5 Een jongetje of een meisje?
Welk type voortplantingscel van de mens kan een X-chromosoom bevatten: een onbevruchte eicel, een spermacel of allebei?
5/5 Een jongetje of een meisje?
Bevat een onbevruchte eicel een geslachtschromosoom?
Zo ja, bevat het ook nog andere chromosomen?
1/2 Voortplanting.
Zie figuur B 2042 van de bijlage.
De afbeelding is een schema dat een deel van het voortplantingsproces bij de mens weergeeft.
De cirkels stellen cellen voor. In één van de cellen is aangegeven dat deze cel een X-chromosoom bevat.
De pijlen stellen processen voor.
Welke pijl stelt of welke pijlen stellen meiose voor?
afbeelding
2/2 Voortplanting.
Zie figuur B 2042 van de bijlage.
Is met zekerheid te zeggen of uit cel 3 een jongen of een meisje zal ontstaan?
afbeelding