Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Bij fruitvliegen is het gen voor bruine lichaamskleur (B) dominant ten opzichte van dat voor zwarte lichaamskleur (b). Twee homozygote bruine fruitvliegen paren onderling. Na een tijdje zijn er talrijke nakomelingen. Een vrouwtje van deze nakomelingen paart met een zwarte mannelijke fruitvlieg. Hierdoor komen er weer nieuwe nakomelingen.
Welk genotype of welke genotypen zullen deze laatste nakomelingen hebben?
Genetica
Cavia's.
Bij cavia's komen genen voor die we aanduiden met R en r. De aanwezigheid van het gen R geeft vlekken op de vacht. Twee cavia's, Snuf en Snuitje, krijgen jongen. Deze jongen hebben de genotypen RR, Rr en rr.
Wat zijn de genotypen van Snuf en Snuitje?
Genetica
Albinisme. Zie figuur B 2112 van de bijlage.
In de afbeelding is in een stamboom de overerving van albinisme bij een gezin weergegeven. Een albino is iemand die geen pigment kan maken en daardoor een zeer bleke huidskleur heeft.
De ouders uit het gezin van de afbeelding krijgen een vierde kind.
Hoe groot is de kans dat dit kind een albino is?
afbeelding
Genetica
Goudvissen.
Joop koopt in een dierenwinkel twee gezonde goudvissen, een vrouwtje en een mannetje. De goudvissen krijgen 43 nakomelingen. Als hij deze jonge vissen controleert, komt hij tot de ontdekking dat elf jongen een vergroeiing hebben van de ruggengraat. Het blijkt om een erfelijke afwijking te gaan. Joop wil voortaan geen jonge goudvissen meer krijgen met een afwijking.
Kan hij dit met zekerheid bereiken bij een paartje goudvissen dat hij reeds in zijn bezit heeft?
Genetica
Varkensoren.
Varkens kunnen hangoren of rechtopstaande oren hebben. Er is een gen voor hangoren en een gen voor rechtopstaande oren. Twee varkens met hangoren paren. Na verloop van tijd worden biggetjes geboren. Het eerst geboren biggetje heeft rechtopstaande oren.
Is het gen voor hangoren dominant of recessief of is dit niet uit de gegevens af te leiden?
Genetica
Hondenfokker.
Een hondenfokker heeft een mannetjeshond gekocht die later een vergroeiing aan het bekken blijkt te hebben. De fokker wil weten hoe groot de kans is op nakomelingen met de vergroeiing als hij deze mannetjeshond laat paren met een gezond, homozygoot vrouwtje. Het gen voor de vergroeiing is recessief, het gen voor gezonde groei dominant.
Hoe groot is bij dit hondenpaar de kans op jongen die de vergroeiing aan het bekken krijgen?
Genetica
Gladde tong.
Bij runderen is het gen voor een ruwe tong (A) dominant over het gen voor een gladde tong (a). Kalveren met een gladde tong laat men niet volwassen worden. Hun tong heeft te weinig greep op het gras om voldoende te kunnen eten. Op een boerderij wordt een kalf met een gladde tong geboren.
Wat zijn zeer waarschijnlijk de genotypen van zijn ouders?
Genetica
Rood of zwart.
Bij runderen is het gen voor zwart dominant over het gen voor rood. Een rode stier dekt een zwarte koe. Er komt een kalf.
Hoe groot is de kans dat het kalf rood is?
Genetica
Hoorns bij geiten.
Een hoornloze geit wordt gekruist met een gehoornde bok. Het gen voor hoornloos (H) is dominant over dat voor gehoornd (h). Er wordt een hoornloos bokje geboren.
Welk genotype heeft de geit voor deze eigenschap en welk het jonge bokje?
afbeelding
Genetica
Genotype.
Het genotype voor een bepaalde eigenschap van een plant wordt voorgesteld door Gg.
Wat was het genotype van de voortplantingscellen waaruit deze plant is ontstaan?
Genetica
Valkparkieten.
Bij valkparkieten is het gen voor grijze kleur dominant over dat voor witte kleur. Twee valkparkieten met grijze kleur worden met elkaar gepaard. Beide vogels zijn heterozygoot.
Hoe groot is de kans dat de eerste nakomeling een witte kleur heeft?
Genetica
Kortvingerigheid.
Het gen voor kortvingerigheid (2 kootjes per vinger) is bij mensen dominant over dat voor normale vingers. Een man met korte vingers, waarvan de moeder normale vingers heeft, trouwt met een vrouw met normale vingers.
Hoe groot is de kans dat hun eerste kind korte vingers heeft?
Genetica
Vachtkleur bij muizen.
Een witte muis en een heterozygote zwarte muis krijgen zes nakomelingen. Twee maanden later krijgen dezelfde twee ouders vijf nakomelingen.
Kunnen de zes nakomelingen allemaal zwartharig zijn? Kunnen de vijf nakomelingen allemaal witharig zijn?
afbeelding
Genetica
Hoorns bij schapen. Zie figuur B 766 van de bijlage.
Bij schapen is het gen voor ongehoornd dominant over dat voor gehoornd. In de stamboom zijn de dieren P en Q ongehoornd. Hier volgen twee beweringen over dier R.
I. Dier R kan gehoornd zijn als de dieren P en Q homozygoot zijn. II. Dier R kan gehoornd zijn als de dieren P en Q heterozygoot zijn.
afbeelding
Genetica
Oogkleur bij vliegen.
Bij een vliegensoort is het gen voor rode ogen dominant over dat voor roze ogen. Twee vliegen die beide heterozygoot zijn voor de oogkleur hebben een eerste generatie nakomelingen die bestaat uit 168 individuen.
Hoeveel van deze individuen zullen waarschijnlijk roze ogen hebben?
Genetica
Vachtkleur bij muizen.
Bij een bepaald ras muizen is de vachtkleur wit of zwart. Een witte muis wordt gekruist met een heterozygote zwarte muis.
Kunnen er witte nakomelingen ontstaan die heterozygoot zijn voor vachtkleur? Kunnen er zwarte nakomelingen ontstaan die homozygoot zijn voor vachtkleur?
afbeelding
Genetica
Runderen. Zie figuur B 2853 van de bijlage.
Fries-Hollandse runderen hebben een overwegend zwarte kop. Hereford runderen hebben een geheel witte kop. De kleur van de haren op de kop wordt bepaald door een genenpaar. Een homozygote Fries-Hollandse koe met een zwarte kop wordt gekruist met een homozygote Hereford stier met een witte kop. De kruising levert een kalf op met een geheel witte kop.
Is uit deze kruising af te leiden welk gen voor de kleur van de haren op de kop recessief is? Zo ja, welk gen is recessief?
afbeelding
Genetica
Kanaries. Zie figuur B 2855 van de bijlage.
Bij kanaries wordt door een genenpaar bepaald of een kanarie een normale gele of een opaalblauwe veerkleur heeft. In de afbeelding is de stamboom van een aantal kanaries weergegeven.
Is dier P homozygoot of heterozygoot voor de veerkleur? Of is dit niet uit de gegevens af te leiden?
afbeelding
Genetica
Witte en grijze muizen. Zie figuur B 2903 van de bijlage.
Een grijze muis wordt gekruist met een witte muis (P-generatie). Alle nakomelingen samen vormen de F1
-generatie. De muizen van de F1
-generatie worden onderling verder gekruist. Ze krijgen zowel witte als grijze jongen (F2
-generatie).
Is de grijze muis uit de eerste generatie heterozygoot of homozygoot? Of is dat niet te zeggen?
afbeelding
Genetica
Konijnen. Zie figuur B 3421 van de bijlage.
Bij konijnen komen verschillende vachtkleuren voor, zoals een donkere vacht en een vachtkleur die 'Himalaya-type' wordt genoemd. Uit de stamboom in de afbeelding kan afgeleid worden of het gen voor donkere vachtkleur dominant of recessief is.
Is het gen voor donkere vachtkleur dominant of recessief? En uit de resultaten van welke kruising is dit met zekerheid af te leiden?