Oefentoets Biologie: Ecologie - reductie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 48 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

48

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Fosfaat.

Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht.
Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei.
De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.

Komen in de dode algen die naar de bodem zakken koolhydraten voor?
En mineralen (zouten)?

Ecologie

Reductie.

In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot.
Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:

I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het slootwater af.
II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid zuurstof in het slootwater af.

Ecologie

Reducenten.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddestoelen op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn reducenten?

Ecologie

Humusvorming.

In de bodem van een bos vindt humusvorming plaats. Op en in deze bodem komen zowel consumenten, producenten als reducenten voor.

Welke van deze organismen dragen bij tot de humusvorming in dit bos?

Ecologie

Reductie.

Voor het leven in een sloot is het zelfreinigend vermogen van het water van groot belang.
Twee beweringen over de rol van reducenten hierbij zijn:

I. Reducenten zetten anorganische stoffen met behulp van licht om in organische stoffen;
II. Reducenten zetten organische stoffen om in anorganische stoffen.

Ecologie

Uilenballen.
Zie figuur B 3470 van de bijlage.

Uilenballen kun je vaak in een bos vinden (zie de afbeelding). Uilenballen bevatten haren, botjes en andere onverteerbare delen van de prooien die een uil heeft gegeten.
Een uil heeft een muis gevangen en opgegeten. Korte tijd later braakt de uil een uilenbal uit.

Bevat deze uilenbal energierijke stoffen van de muis?
Zo ja, door welke organismen kunnen deze energierijke stoffen als bouwstoffen of brandstoffen worden gebruikt?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Schoonmaakmiddelen.

Wassen en poetsen in huis maken het milieu niet schoner De meeste schoonmaakmiddelen gaan met het vuile water de riolering in. Wat de waterzuivering er niet uithaalt, komt uiteindelijk in het oppervlaktewater.
In de jaren zestig ontstonden dikke lagen schuim op rivieren en kanalen door de was- en schoonmaakmiddelen. Deze middelen werden niet afgebroken in het water. Daarom kwamen er voorschriften voor deze stoffen. Sindsdien gebruikt men was- en schoonmaakmiddelen met organische stoffen die voor 90 procent afbreekbaar zijn. Vandaar dat de fabrikanten nu hun product 'biologisch afbreekbaar' noemen.

Op de verpakking van een bepaald schoonmaakmiddel staat 'biologisch afbreekbaar'.

Welke van de volgende organismen in het oppervlaktewater breken de organische stoffen uit dit schoonmaakmiddel vooral af?

Ecologie

Zelfreinigend vermogen.

Door zijn zelfreinigend vermogen raakt het water van een meer niet vervuild door de resten van dode organismen.

Welke van de volgende groepen organismen in het water zorgt vooral voor dit zelfreinigend vermogen?

Ecologie

Reducenten.

Enkele groepen organismen zijn: bacteriën, kruidachtige planten, loofbomen en schimmels.

Noem de groep of groepen hiervan die men tot de reducenten rekent.

Ecologie

Bacteriën in een oerwoud.

In de bodem van een oerwoud komen bacteriën voor. Daardoor spelen zij een rol in de kringlopen van de stoffen in het oerwoud. De vrijgemaakte stoffen kunnen worden opgenomen door de wortels van de bomen in het oerwoud.

Leg uit waardoor de bomen in het oerwoud alleen goed blijven groeien als deze bacteriën in de bodem leven? Gebruik in je uitleg de woorden bladeren, organische stoffen en anorganische stoffen.

Ecologie

1/8 Schimmels.

Een hondendrol bevat voedselresten. Deze resten zijn weer voedsel voor talloze bacteriën en schimmels. Ze verbruiken de nog bruikbare stoffen in de drollen. Dat verbruiken gaat in een vochtige zomer sneller dan in een droge zomer of in de winter.
Sporen zijn cellen die zorgen voor de voortplanting van schimmels. Sommige sporen ontwikkelen pas tot complete schimmels als ze in het verteringskanaal van een dier geweest zijn. In het verteringskanaal wordt het begin van de ontwikkeling gestimuleerd door veel zuur en door een hoge temperatuur. Uiteindelijk worden de sporen complete schimmels in een verse drol.

Noem twee abiotische factoren die volgens de tekst van invloed zijn op de ontwikkeling van de schimmels uit de sporen.

Ecologie

2/8 Schimmels.

De delen van het verteringskanaal van een hond hebben dezelfde namen en functies als de delen van het verteringskanaal van een mens.

In welk deel van het verteringskanaal van een hond zijn de omstandigheden vooral zo dat de ontwikkeling van schimmelsporen wordt gestimuleerd?

Ecologie

3/8 Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.

Ecologie

4/8 Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.

Ecologie

5/8 Schimmels.

Men deed in een zomer een onderzoek naar de invloed van de hoeveelheid regen op de aanwezigheid van schimmels op hondendrollen. In het verslag stond: "Regen bevordert het ontstaan van schimmels op hondendrollen".

Is deze zin in het verslag op te vatten als een conclusie, als een methode van onderzoek of als een werkplan bij het onderzoek?

Ecologie

6/8 Schimmels.

Schimmels gebruiken enzymen bij de vertering van een hondendrol. In de winter wordt een hondendrol op straat minder snel verteerd dan in de zomer.

Waardoor is dat verschil hier vooral te verklaren?

1. Doordat de activiteit van enzymen afhangt van de temperatuur.
2. Doordat hun activiteit afhangt van de zuurgraad.

Ecologie

7/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels zijn stoffen nodig voor deze afbraak.

Is koolstofdioxide een van die stoffen?
En zuurstof?

Ecologie

8/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?

Ecologie

1/2 Viskweek en schoon water.

Viskwekers hebben een groot probleem met het water waarin zij vissen kweken.
Dit water wordt vervuild door vissenpoep. Als gevolg van die vervuiling komen er in die vijvers veel voedingszouten voor, waardoor algen zich sterk gaan vermeerderen.

Leg uit waardoor in een vijver met veel vissenpoep veel voedingszouten gevormd worden.

Ecologie

2/2 Viskweek en schoon water.

In de visvijvers komen behalve vissen en algen ook bacteriën voor.
In onderstaand schema staan organismen.
afbeeldingafbeelding

Geef met combinaties van cijfers en letters aan welke organismen zuurstof verbruiken en welke organismen zuurstof produceren.
Voorbeeld: 1: a en b

1: [invulveld]
2: [invulveld]
3: [invulveld]

Ecologie

1/3 Zo bouw je een composthoop op.
Zie figuur B 2536 van de bijlage.

Een goede composthoop krijg je niet door zomaar wat afval op een hoop te gooien. In de afbeelding is de opbouw van een goede composthoop weergegeven.
Over het nut van een laag takken onderin een composthoop worden twee beweringen gedaan:

1. Daardoor krijgen de reducenten in de composthoop gemakkelijker zuurstof.
2. Vooral de takken leveren de voor de reducenten noodzakelijke voedingsstoffen.

Welke van deze beweringen is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Zo bouw je een composthoop op.

Bij een onderzoek werd de totale biomassa bepaald van al het plantenmateriaal dat op een bepaalde composthoop werd gegooid. Na het composteren werd de biomassa van de ontstane compost bepaald. De biomassa voor en na het composteren werd vergeleken.

Is na het composteren de totale biomassa kleiner, gelijk of groter?

Ecologie

3/3 Zo bouw je een composthoop op.

Over het composteren in de composthoop worden twee beweringen gedaan:

1. Tijdens het composteren neemt de massa van de koolhydraten in de composthoop toe.
2. Tijdens het composteren worden mineralen in de composthoop vrijgemaakt.

Welke van deze beweringen is juist?

Ecologie

1/5 Compost uit afval.

Fabrieken en bouw- en sloopwerkzaamheden zorgen samen voor het overgrote deel van het afval dat jaarlijks ontstaat. Daarna komen de huishoudens.
Een Nederlander gooit nu per jaar gemiddeld 340 kg afval weg. In 1920 was dat nog maar 150 kg per jaar.
In de tabel hieronder staan gegevens over de samenstelling van ons afval.
afbeeldingafbeelding

Slechts één bestanddeel van het huishoudelijk afval wordt gecomposteerd.

Bereken met behulp van de gegevens in de tabel hoeveel kilo huishoudelijk afval er gemiddeld per persoon gecomposteerd wordt. Schrijf je berekening op.

Ecologie

2/5 Compost uit afval.

Twee beweringen over composteren van afval zijn:

1. Bij composteren komt zuurstof vrij in de lucht.
2. Bij composteren komt energie vrij.

Welke van deze beweringen is juist?

Ecologie

3/5 Compost uit afval.

Twee beweringen over afval en afvalverwerking zijn:

1. De gemiddelde samenstelling van het afval afkomstig uit de industrie en de bouw is gelijk aan die van een gemiddeld huishouden.
2. GFT-afval bestaat in feite voor het grootste gedeelte uit water.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ecologie

4/5 Compost uit afval.

Elk voorjaar strooit een tuinder compost op zijn grond. Daardoor zal de oogst aan groenten en fruit beter zijn dan wanneer hij niets op de grond strooit.

Leg in drie stappen uit dat zonder het steeds weer uitstrooien van compost de opbrengst aan groenten en fruit in de loop van de jaren minder zal worden.

Ecologie

5/5 Compost uit afval.

Een deel van het Nederlandse afval wordt verbrand in grote afvalovens. Het warme water dat afkomstig is van de ovens wordt in sommige steden gebruikt om de huizen te verwarmen. Deze huizen met stadsverwarming hebben geen eigen gasgestookte verwarmingsketel meer.
Afvalverwerking in combinatie met stadsverwarming heeft enkele voordelen.
Bijvoorbeeld: met stadsverwarming is het aandeel van de stadsbewoners in het ontstaan van het 'broeikaseffect' kleiner dan bij afvalverwerking zonder stadsverwarming.

Leg in twee stappen uit waardoor dit zo is.

Ecologie

1/4 Een composthoop.
Zie figuur B 1961 van de bijlage.

De afbeelding geeft een composthoop weer. Deze composthoop bestaat uit keuken- en tuinafval, zoals plantenresten, eierschalen, koffiedik, oud brood, enzovoort.
In de composthoop zijn reducenten actief. Zij zetten de stoffen van het keuken- en tuinafval om in andere stoffen. Dit proces heet composteren. Er komt warmte bij vrij. Een composthoop moet af en toe worden omgespit, onder andere om er meer lucht in te krijgen.
Na één of twee jaar wordt de compost over de tuin verspreid.

Behoort water tot de stoffen die in de composthoop worden gevormd?
Behoren zouten tot de stoffen die worden gevormd?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Een composthoop.

Is voor het composteren koolstofdioxide nodig?
En zuurstof?

Ecologie

3/4 Een composthoop.

Compost die over de tuin wordt verspreid, bevat verschillende stoffen.

Zijn hierbij stoffen die door schimmels kunnen worden gebruikt?
En door slaplanten?

Ecologie

4/4 Een composthoop.

Wordt de functie van reducent in deze composthoop vervuld door bacteriën?
En door schimmels?

Ecologie

Uilenballen.
Zie figuur B 3470 van de bijlage.

Uilenballen kun je vaak in een bos vinden (zie de afbeelding). Uilenballen bevatten haren, botjes en andere onverteerbare delen van de prooien die een uil heeft gegeten.
Een uil heeft een muis gevangen en opgegeten. Korte tijd later braakt de uil een uilenbal uit.

1. Alle energierijke stoffen van de muis worden door de uil als bouwstoffen of brandstoffen gebruikt. [invulveld]

2. De uilenbal bevat energierijke stoffen van de muis, die door reducenten kunnen worden gebruikt. [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Haal blad uit de vijver.

Vijvers van minstens een halve meter diep zullen in ons klimaat nooit tot de bodem toe bevriezen. Vissen en kikkers kunnen er in overwinteren, wanneer er in de herfst niet te veel blad in valt. Verrottend blad op de vijverbodem onttrekt zuurstof aan het water en kan gassen afgeven, die schadelijk zijn voor de dieren. Vooral wanneer de vijver dichtvriest, lopen ze grote kans om te stikken.

Waarmee halen volwassen kikkers adem wanneer ze gedurende lange tijd onder water blijven?

Ecologie

2/2 Haal blad uit de vijver.

Wanneer bij het verrotten van het blad voldoende zuurstof beschikbaar is, wordt dit blad uiteindelijk afgebroken tot anorganische stoffen.

Welke van de organismen bacteriën, schimmels en waterplanten breken de bladeren af?

Ecologie

1/3 Waterbloei.

Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht. Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei.
De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.

Wat is de invloed van de bacteriën op de vissen?

Ecologie

2/3 Waterbloei.

Komen in de dode algen die naar de bodem zakken koolhydraten voor?
En mineralen (zouten)?

Ecologie

3/3 Waterbloei.

Het slootwater heeft een bepaald zelfreinigend vermogen. Hierdoor verdwijnen de restanten van een dode eend vrij snel zonder schadelijke stoffen achter te laten.

Verandert dit zelfreinigend vermogen als gevolg van de waterbloei?
Zo ja, neemt het dan toe of af?

Ecologie

1/2 Zelfreinigend vermogen van water.

Vervuiling van water door organische stoffen is er altijd al geweest. Overal komen resten van dode planten en dieren in het water terecht. Zo vervuilt het water. In het water leven ook organismen die organische stoffen afbreken tot anorganische stoffen. Daardoor komt er geen ernstige vervuiling. Dit noemt men het zelfreinigend vermogen van water. Het zelfreinigend vermogen van water loopt gevaar als de invloed van vervuiling door menselijk handelen groot wordt.

Noem de groep organismen die voornamelijk voor het zelfreinigend vermogen van het water zorgt.

Dit zijn de [invulveld]

Ecologie

2/2 Zelfreinigend vermogen van water.

Noem twee stoffen die ontstaan bij de genoemde afbraak van organische stoffen.

Ecologie

4/4 Surinaamse kringloop.
Zie figuur B 5306 van de bijlage.

Welk organisme is of welke organismen zijn reducenten?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Luiaards.

De drievingerige luiaard hangt een groot deel van zijn leven in dezelfde boom.
Ongeveer eenmaal per week komt hij uit zijn boom naar beneden om te poepen.
Hij begraaft zijn ontlasting aan de voet van zijn boom. De ontlasting wordt door organismen in de bodem afgebroken.

Noem een groep organismen die ontlasting afbreken.

Ecologie

1/3 Paddenstoelen.
Zie figuur B 4776 van de bijlage.

Vooral in de herfst zie je veel paddenstoelen in onze loofbossen.
Paddenstoelen zijn de voortplantingsorganen van bepaalde schimmels.
De schimmels breken dood materiaal af, zoals hout en gevallen bladeren. In de herfst is er veel dood materiaal in het bos.
Dit dode materiaal bevat voedingsstoffen voor de schimmels.

Waardoor is er in de herfst meer dood materiaal dan in de zomer?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Paddenstoelen.

Organismen zijn te verdelen in consumenten, producenten en reducenten.

Tot welke groep behoren de schimmels?

Ecologie

3/3 Paddenstoelen.
Zie figuur B 4777 van de bijlage.

Welke van de tekeningen stelt een schimmelcel voor?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Micro-organismen.

In de bodem leven grote hoeveelheden micro-organismen. De meeste zijn reducenten.

Maken reducenten bij de afbraak van dode organismen koolstofdioxide vrij?
En maken reducenten mineralen vrij?

Ecologie

1/2 Kool en zuurkool.

Een meisje is dol op zuurkool.
Daarom verbouwt zij ieder jaar in haar volkstuin koolplanten die geschikt zijn om zuurkool te maken.
Zij gooit de koolstronken en de koolbladeren die zij niet gebruikt op een afvalhoop.
Daar worden de bladeren afgebroken tot bruin materiaal.
Dit materiaal verspreidt zij in het vroege voorjaar over de grond in haar tuin.

Hoe heet het proces waarbij de koolbladeren worden omgezet tot bruin materiaal?

Ecologie

2/2 Kool en zuurkool.

Noem twee groepen organismen die zorgen voor de omzetting van de niet gebruikte bladeren tot de kleine stukjes bruin materiaal.