Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Ecosysteem.

In een bepaald ecosysteem in het binnenland komen alleen planten voor met dikke, kleine bladeren.

In welk van de volgende klimaten heb je de grootste kans dat ecosysteem aan te treffen?

Ecologie

Een weiland.

In een weiland komen veel organismen voor.

Vormen alle organismen in een weiland samen een biotoop, een ecosysteem, een levensgemeenschap of een populatie?

Ecologie

Voedselketen en piramide van biomassa.
Zie figuur A 427 en B 2345 van de bijlage.

De afbeelding stelt vier organismen voor die elk onderdeel zijn van dezelfde voedselketen.

Zie figuur B 2345 van de bijlage.

Van deze voedselketen kan een piramide van biomassa worden gemaakt (zie afbeelding B 2345).
In een piramide van biomassa geeft elke laag de hoeveelheid energierijke stoffen (biomassa) aan van een schakel in de voedselketen.

Welk organisme uit afbeelding A 427 hoort bij welke letter in de piramide?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

Biomassa.

Van de organismen in een bepaald ecosysteem wil men een piramide van biomassa met vier lagen tekenen. Men bepaalt in elke laag de totale biomassa van alle organismen samen. De volgende waarden worden gevonden: 1 kg, 20 kg, 400 kg en 40 000 kg.

Hoeveel kg is de biomassa van alle planteneters samen in het ecosysteem?

Ecologie

Een voedselpiramide.
Zie figuur B 3465 van de bijlage.

In de afbeelding is van een bepaalde voedselketen een piramide getekend.

Kan in de afbeelding een piramide van aantallen zijn weergegeven?
Kan in de afbeelding een piramide van biomassa zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ecologie

De duinen.

In het duingebied tussen Den Haag en Leiden komen veel konijnen voor.

Vormen deze konijnen samen een biotoop, een ecosysteem, een levensgemeenschap of een populatie?

Ecologie

Fosfaat.

Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht.
Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei.
De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.

Komen in de dode algen die naar de bodem zakken koolhydraten voor?
En mineralen (zouten)?

Ecologie

Reductie.

In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot.
Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:

I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het slootwater af.
II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid zuurstof in het slootwater af.

Ecologie

Reducenten.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddestoelen op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn reducenten?

Ecologie

Humusvorming.

In de bodem van een bos vindt humusvorming plaats. Op en in deze bodem komen zowel consumenten, producenten als reducenten voor.

Welke van deze organismen dragen bij tot de humusvorming in dit bos?

Ecologie

Reductie.

Voor het leven in een sloot is het zelfreinigend vermogen van het water van groot belang.
Twee beweringen over de rol van reducenten hierbij zijn:

I. Reducenten zetten anorganische stoffen met behulp van licht om in organische stoffen;
II. Reducenten zetten organische stoffen om in anorganische stoffen.

Ecologie

Uilenballen.
Zie figuur B 3470 van de bijlage.

Uilenballen kun je vaak in een bos vinden (zie de afbeelding). Uilenballen bevatten haren, botjes en andere onverteerbare delen van de prooien die een uil heeft gegeten.
Een uil heeft een muis gevangen en opgegeten. Korte tijd later braakt de uil een uilenbal uit.

Bevat deze uilenbal energierijke stoffen van de muis?
Zo ja, door welke organismen kunnen deze energierijke stoffen als bouwstoffen of brandstoffen worden gebruikt?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Schoonmaakmiddelen.

Wassen en poetsen in huis maken het milieu niet schoner De meeste schoonmaakmiddelen gaan met het vuile water de riolering in. Wat de waterzuivering er niet uithaalt, komt uiteindelijk in het oppervlaktewater.
In de jaren zestig ontstonden dikke lagen schuim op rivieren en kanalen door de was- en schoonmaakmiddelen. Deze middelen werden niet afgebroken in het water. Daarom kwamen er voorschriften voor deze stoffen. Sindsdien gebruikt men was- en schoonmaakmiddelen met organische stoffen die voor 90 procent afbreekbaar zijn. Vandaar dat de fabrikanten nu hun product 'biologisch afbreekbaar' noemen.

Op de verpakking van een bepaald schoonmaakmiddel staat 'biologisch afbreekbaar'.

Welke van de volgende organismen in het oppervlaktewater breken de organische stoffen uit dit schoonmaakmiddel vooral af?

Ecologie

Zelfreinigend vermogen.

Door zijn zelfreinigend vermogen raakt het water van een meer niet vervuild door de resten van dode organismen.

Welke van de volgende groepen organismen in het water zorgt vooral voor dit zelfreinigend vermogen?

Ecologie

Zelfreinigend vermogen.

Verandert gedurende een bepaald jaar door het inbrengen van zuurstof het zelfreinigend vermogen van het water van een rivier?
En verandert door het inbrengen van zuurstof in één jaar de soortensamenstelling in een rivier?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Fosfaat.

Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht.
Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei.
De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.
Slootwater heeft een bepaald zelfreinigend vermogen. Hierdoor verdwijnen de restanten van een dode eend vrij snel zonder schadelijke stoffen achter te laten.

Verandert dit zelfreinigend vermogen als gevolg van de waterbloei?
Zo ja, neemt het dan toe of af?

Ecologie

Fosfaat.

Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht.
Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei.
De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.
Slootwater heeft een bepaald zelfreinigend vermogen. Hierdoor verdwijnen de restanten van een dode eend vrij snel zonder schadelijke stoffen achter te laten.

Verandert dit zelfreinigend vermogen als gevolg van de waterbloei?
Waardoor?

Ecologie

Successie.

Wat is de natuurlijke climaxvegetatie in het grootste deel van Nederland?

Ecologie

Successie.

Maken de eerste organismen die zich op een onbegroeid terrein vestigen, deel uit van een climax-ecosysteem of van een pionier-ecosysteem?
Is een loofbos in Nederland een voorbeeld van een climax-ecosysteem of van een pionier-ecosysteem?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Successie.

In welk type ecosysteem is de bodem het rijkst aan humus, in een climax-ecosysteem of in een pionier-ecosysteem?
In welk type ecosysteem is het voedselnet het ingewikkeldst, in een climax-ecosysteem of in een pionier-ecosysteem?

afbeeldingafbeelding