Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Een blad waaraan jonge plantjes ontstaan. Zie figuur B 1836 van de bijlage.
De tekening stelt een blad van een plant voor waaraan jonge plantjes ontstaan. Als deze jonge plantjes eraf vallen, dan kunnen ze uitgroeien tot volwassen planten.
Deze wijze van ontstaan van nieuwe plantjes is een voorbeeld van
afbeelding
Voortplanting
Nieuwe planten met hetzelfde genotype.
Nieuwe planten kunnen worden verkregen uit:
1. knollen, 2. wortelstokken, 3. zaden, ontstaan na kruisbestuiving 4. zaden, ontstaan na zelfbestuiving.
Bij welke wijze van ontstaan zullen de nieuwe planten onderling altijd hetzelfde genotype hebben?
Voortplanting
Een afgesneden tak van een wilg.
Een tak van een wilg wordt afgesneden en in de grond gezet. De tak groeit uit tot een boompje.
Is dit geslachtelijke of ongeslachtelijke voortplanting? Heeft het boompje hetzelfde genotype als de boom waar het takje van afgesneden is?
afbeelding
Voortplanting
Geraniumplanten met bonte bladeren.
Bij de geraniumplant is het gen voor bonte bladeren dominant over dat voor geheel groene bladeren. Een kweker heeft planten met bonte bladeren.
Bij welke van de methoden: stekken, toepassen van zelfbestuiving of toepassen van kruisbestuiving zullen alle nakomelingen zeker bonte bladeren hebben?
Voortplanting
Een krokusknol met enkele scheuten. Zie figuur B 3453 van de bijlage.
In de afbeelding is een krokusknol met enkele scheuten getekend. Deze scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Hebben deze jonge krokussen allemaal hetzelfde genotype? Zijn deze jonge krokussen ontstaan door geslachtelijke voortplanting?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Een afgestoken deel van een plant. Zie figuur B 3554 van de bijlage.
Van een bepaalde plant wordt een deel afgestoken (zie de afbeelding). Het afgestoken deel P ontwikkelt zich tot een zelfstandige plant.
Heeft de plant die uit deel P ontstaat hetzelfde genotype als de ouderplant? Is deze plant ontstaan door geslachtelijke voortplanting?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Salomonszegel. Zie figuur B 747 van de bijlage.
De tekening stelt een plant, Salomonszegel, met nakomelingen voor.
Zijn de nakomelingen geslachtelijk of ongeslachtelijk ontstaan? Heeft dit ontstaan plaatsgevonden door middel van een uitloper of door middel van een wortelstok?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Salomonszegel. Zie figuur B 747 van de bijlage.
De tekening stelt een Salomonszegel voor.
Kunnen Salomonszegels zich geslachtelijk voortplanten? En ongeslachtelijk?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Een begoniaplant. Zie figuur B 749 van de bijlage.
Twee nerven van een blad van een begoniaplant worden doorgesneden (zie figuur 1 ). Op deze plaatsen ontwikkelen zich nieuwe plantjes (zie figuur 2).
Zijn de plantjes ontstaan door geslachtelijke of door ongeslachtelijke voortplanting? Hebben de plantjes hetzelfde genotype?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Bestuiving.
Bij geslachtelijke voortplanting van zaadplanten vindt bestuiving plaats.
Wat verstaat men onder bestuiving?
Voortplanting
Een bloem uitsluitend door de wind bestoven.
Bij een bloem die uitsluitend door de wind bestoven wordt, kan men verwachten dat
Voortplanting
Bloemen met alleen stampers.
Alle bloemen van een bepaalde plant hebben alleen stampers.
Welke wijze van bestuiving wordt hierdoor verhinderd?
Voortplanting
Bestuiving met insecten. Zie figuur B 993 van de bijlage.
Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals op de tekeningen met pijlen is aangegeven.
Welke wijze wordt of welke wijzen worden zelfbestuiving genoemd?
afbeelding
Voortplanting
Bloemen van wilgenplanten.
Bij de wilg komen planten voor met bloemen die wel een stamper maar geen meeldraden bevatten. Bij andere wilgenplanten komen bloemen voor zonder stamper maar met meeldraden.
Komt bij de wilg zelfbestuiving voor of kruisbestuiving? In welke bloemen kunnen zich zaden ontwikkelen?
afbeelding
Voortplanting
Zelfbestuiving of kruisbestuiving. Zie figuur B 1848 van de bijlage.
In de tekening is met pijlen bestuiving aangegeven.
Geeft pijl 1 zelfbestuiving of kruisbestuiving aan? En pijl 2?
afbeelding
afbeelding
Voortplanting
Een plant uit de plantengids.
Van een bepaalde plant staan de volgende gegevens in een plantengids vermeld:
Forse plant met prachtige felgekleurde gele bloemen, die een sterke geur verspreiden. De hoge stengel is vertakt en de bladeren zijn diep ingesneden. In september verschijnen de vruchten, voorzien van veel grijs-wit gekleurde pluisjes.
Uit deze gegevens valt op te maken dat deze plant waarschijnlijk wordt bestoven door
Voortplanting
Zie figuur B 2199 van de bijlage.
De tekeningen geven doorsneden weer van drie verschillende bloemen.
In welke van deze bloemen kunnen zich, na bestuiving, stuifmeelbuizen ontwikkelen?
afbeelding
Voortplanting
Twee manieren van bestuiving.
Er doen zich twee manieren van bestuiving voor:
situatie 1: Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort. situatie 2: Een bij brengt stuifmeel van een meeldraad naar een stempel van bloemen op dezelfde plant.
Er worden over de beide situatie twee beweringen gedaan:
I. Er is in situatie 1 sprake van kruisbestuiving. II. Er is in situatie 2 sprake van zelfbestuiving.
Voortplanting
Bestuiving.
Er valt stuifmeel van een plant op een stempel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort.
I. Er is hier sprake van zelfbestuiving. II. Kruisbestuiving komt alleen voor bij weidebloemen.
Voortplanting
Stuifmeel vangen.
Een microscoopglaasje wordt aan één zijde met een kleverige, niet zoete stof bestreken. Dit glaasje wordt eind mei buiten gehangen. Na een dag wordt het glaasje onder een microscoop bekeken. Behalve stof worden ook veel stuifmeelkorrels op het glaasje aangetroffen.
Van welk type bloemen zijn deze stuifmeelkorrels grotendeels afkomstig?