Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 4, VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Genetica
3/4 De krasser.
In de eerste helft van de lente zijn de grasgroene exemplaren in het voordeel. De geelgroene vallen veel meer op in het frisse groene gras en worden vaak door predatoren opgegeten. Stel dat geen van de geelgroene krassers zich voortplant.
Bereken nu de genfrequenties p(G) en q(g) bij de nieuwe generatie krassers. Als je het antwoord op de vorige vraag niet wist, gebruik je een basiswaarde voor q(g) van 0.3.
Genetica
4/4 De krasser.
Aan het eind van de eerste helft van de lente begint het gras te verdrogen: het wordt geelgroen van kleur.
Wat is het gevolg voor de ontwikkeling van de genfrequenties p(G) en q (g) bij de generatie krassers die nu ontstaat na een nieuwe voortplantingsronde? Leg je antwoord uit.
Genetica
Hardy-Weinberg.
In welk geval kan een populatie in Hardy-Weinberg evenwicht blijven?
Genetica
Roodgroen kleurenblindheid.
Roodgroen kleurenblindheid is een recessieve X-chromosomale afwijking, die bij vrouwen in een bepaalde populatie voorkomt met een frequentie van 0,64%. Een man en een vrouw die beide kleuren kunnen zien, krijgen een kind.
Bereken de kans dat dit kind een kleurenblind jongetje is.
Genetica
1/2 Eilandpopulatie.
Met betrekking tot het ABO-bloedgroepensysteem bij de mens zijn er drie allelen: IA
, IB
en i. De allelen IA
en IB
zijn dominant over allel i. Mensen met het genotype IA
IB
hebben bloedgroep AB. Mensen met genotype ii hebben bloedgroep O. Met andere bloedgroepfactoren dan het ABO-systeem hoeft bij deze vragen geen rekening gehouden te worden. Op een tropisch eiland heeft op dit moment 44% bloedgroep O, 25% A, 25% B en 6% AB. Een onderzoeker wil graag de huidige allelfrequenties voor de betrokken allelen weten.
Kan hij deze frequenties berekenen als hij niet weet of de populatie op het eiland in Hardy-Weinberg-evenwicht verkeert?
Genetica
2/2 Eilandpopulatie.
Neem aan dat de populatie op het eiland in Hardy-Weinberg-evenwicht verkeert.
Wat zijn dan de allelfrequenties voor i, IA
en IB
?
Genetica
Spierdystrofie van Duchenne. Zie figuur A 1192 van de bijlage.
Lees de onderstaande tekst. Bekijk ook de poster hiernaast.
China wil gezonde generatie kweken. In China is een nieuw wetsvoorstel aangenomen, waarin de bevolking wordt opgeroepen baby's te laten aborteren, wanneer bij onderzoek blijkt dat het kind een erfelijke ziekte heeft of ernstige afwijkingen vertoont. De moeder zou volgens de wet zelf de uiteindelijke beslissing in de hand hebben. Bij een eerder voorstel reageerde het buitenland zeer geschokt en protesteerde fel. Hoewel de tekst nu is aangepast, is het doel hetzelfde gebleven. Er moet een "gezonde generatie" komen en de "bevolkingskwaliteit moet omhoog". De wet verbiedt ook dragers van erfelijke ziekten te huwen. Het persbericht meldt dat er nu ruim 10 miljoen invaliden in China leven, welk getal "minder zou zijn als de wet er eerder was geweest". De spierdystrofie van Duchenne komt alleen bij jongens voor. Een vrouw die draagster is, heeft nergens last van. Maar als ze een zoon krijgt, heeft die 50% kans op de ziekte.
Als de abortuswet uit China in Nederland zou gelden, hoeveel gezonde vrouwen uit een groep van 1 miljoen "potentiële moeders" zouden dan een probleem kunnen krijgen met deze wet?
afbeelding
Genetica
Tongrollen.
In een afgelegen dorp met 892 inwoners komt het dominante allel ''tongrollen'' 3 x zoveel voor als het allel "niet-rollen". Een student wilde deze allelfrequentieverhouding bevestigen en vroeg ieders medewerking voor zijn onderzoek. Hij vond 670 rollers en 22 niet-rollers, maar hij vermoedde dat een aantal personen wel konden rollen, terwijl zij zeiden het niet te kunnen.
Hoeveel mensen hebben op deze manier het onderzoek gefrustreerd, als de veronderstelde allelfrequentieverhouding juist is?
Genetica
Nertsen. Zie figuur B 5418 van de bijlage.
Bij het fokken van nertsen wordt het principe van random mating toegepast (willekeurig paren). Het blijkt dat 9% van de op deze wijze gefokte dieren een ruige vacht heeft. Vanuit financieel oogpunt is het fokken op een ruige vacht minder interessant. Dus besluit een nertsenfokker om het dieren met een ruige vacht onmogelijk te maken om te paren. Het kenmerk ruige vacht is een autosomaal recessief overervend allel. Vervolgens wordt er een volgende generatie gefokt.
Bereken hoe groot in deze generatie het percentage dieren met een ruige vacht is.
afbeelding
Genetica
Een nieuwe populatie.
Na het eindexamen bouw jij met 19 vrienden en vriendinnen een vlot, zeilt naar een onbewoond eiland en start daar een nieuwe populatie, die volkomen geïsoleerd is van de rest van de wereld. In de groep zijn er twee die heterozygote drager zijn van het recessieve allel c voor taaislijmziekte.
Hoe vaak, uitgedrukt in procenten, zal die ziekte na verloop van tijd in de nieuwe populatie voorkomen, als frequentie van dit allel niet verandert?
Genetica
Een slakkenpopulatie. Zie figuur B 5419 van de bijlage.
Er zit een grote populatie slakken bij de linkeroever van een rivier. Stroomafwaarts, vlak bij een eiland, zit een veel kleinere populatie van deze slakken (zie afbeelding hiernaast). In de grote populatie is van de twee genen G en g, alleen G aanwezig. Bij het eiland is de frequentie p van G 0.6. Via de rivier gaan er slakken stroomafwaarts; ze komen van de grote naar de kleine populatie. Uit onderzoek blijkt dat 12% van de eilandpopulatie nu uit ''allochtonen'' van het vasteland bestaat.
Bereken de nieuwe waarde van p.
afbeelding
Genetica
Bloedgroepen en genotypenfrequenties.
De allelen van het ABO-systeem stelt men voor door IA
, IB
en i. De frequentie van die allelen worden achtereenvolgens voorgesteld door p(IA
), q(IB
) en r(i). Neem aan dat personen met verschillende bloedgroepen willekeurig paren.
Wat is de genotypenfrequentie van mensen met bloedgroep B?
Genetica
1/2 Bloedgroep ABO.
Eva en Elvis zijn beiden bloedgroep B. Ze hebben twee kinderen, Olga en Boris.
Hoe groot is de kans dat Olga bloedgroep O heeft?
Genetica
2/2 Bloedgroep ABO.
Hoe groot is de kans dat zowel Olga als Boris bloedgroep O hebben?
Genetica
Kleurenblindheid.
Op een verafgelegen eiland leven 5800 mensen, waarvan 2800 mannen. Van die mannen zijn er 196 kleurenblind, een afwijking die veroorzaakt wordt door een X-chromosomaal recessief allel. De afwijking heeft geen invloed op de algehele gezondheid.
Wat is de kans dat er minstens 1 vrouw kleurenblind is?