Ordening
Organisatie.
De juiste volgorde van indelingsgroepen van hoog naar laag, dus waarbij het hoogste niveau de meeste en het laagste niveau de minste diersoorten omvat is
Deze oefentoets bevat 40 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
40
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Organisatie.
De juiste volgorde van indelingsgroepen van hoog naar laag, dus waarbij het hoogste niveau de meeste en het laagste niveau de minste diersoorten omvat is
Pantser.
Chitine wordt gebruikt als
Ordening.
De indeling van de natuur gebeurt met behulp van de volgende eigenschappen:
Zenuwstelsel.
Zie figuur B 937 van de bijlage.
In de tekening is tweemaal een touwladderzenuwstelsel weergegeven.
Welk zenuwstelsel is het meest ontwikkeld?
Bij welke diersoort is dit te vinden?
afbeelding
afbeelding
Ordening.
Welke van deze groepen bevat organismen die onderling het meest verwant zijn?
Een soort.
De meest volledige definitie van een soort is
Ordening.
Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?
Symmetrie.
Welke dieren staan bij de juiste symmetrie?
afbeelding
Een nieuwe soort.
Zie figuur A 406 van de bijlage.
Op de afbeelding bij het artikel zie je het dier Symbion pandera getekend. Er vanuit gaande dat de uitstulpingen de mannelijke dieren zijn, dan is de lichaamsbouw van het dier
afbeelding
Naamgeving.
I. De soortaanduiding van Tilia cordata Mill. (kleinbladlinde) is cordata.
II. De naam Tilia cordata Mill. is gegeven door Linnaeus.
Naamgeving.
I. De geslachtsnaam van Tilia cordata Mill. (kleinbladlinde) is cordata.
II. De naam Tilia cordata Mill. is gegeven door Linnaeus.
Ordening.
Zie de figuren B 955 en B 956 van de bijlage.
I. Het afgebeelde dier in figuur B 955 behoort tot de weekdieren.
II. Het afgebeelde dier in figuur B 956 behoort tot de holtedieren.
afbeelding
afbeelding
Ordening.
Penicilline wordt gevormd door een
Ordening.
Welke dieren staan bij de juiste symmetrie?
afbeelding
Ordening.
In onderstaand schema staan onder andere drie organen die voor de ademhaling gebruikt worden.
In welke regel staan de juiste organismen onder de juiste organen genoemd?
afbeelding
Ordening.
I. Organismen behoren tot dezelfde soort als ze erg veel op elkaar lijken.
II. Een soort is een verzameling individuen die in staat zijn zich onderling voort te planten.
Ordening.
Bij het maken van een ordening van het dierenrijk kan men het beste letten op overeenkomsten in
Ordening.
I. Een celwand regelt alles wat er in de cel gebeurt.
II. Het hebben van een kernmembraan wordt gebruikt als kenmerk om organismen in rijken te verdelen.
Ordening.
I. Paddestoelen behoren tot het rijk van de schimmels.
II. Schimmels planten zich voort door middel van zaden.
Ordening.
Bij een bepaald rijk hebben de organismen de volgende kenmerken:
- om de cellen bevinden zich celwanden;
- in elke cel bevindt zich een kern;
- in de cellen komen geen bladgroenkorrels voor.
Bij welk rijk hebben de organismen deze kenmerken?
1/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal dieren weer. Hoewel ze ongeveer even groot zijn getekend, verschillen de dieren in werkelijkheid sterk in grootte.
Welk dier uit de afbeelding is een amfibie?
afbeelding
2/5 Een aantal dieren.
In welk milieu kun je geleedpotigen aantreffen?
3/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.
Welk van deze dieren is een weekdier?
afbeelding
4/5 Een aantal dieren.
Welke dieren uit de afbeelding behoren tot de lagere dieren?
afbeelding
5/5 Een aantal dieren.
Welk van deze dieren is een gewerveld dier?
afbeelding
Juist of onjuist?
Typ of de volgende beweringen juist of onjuist zijn.
1. De celkern geeft stevigheid aan de cel. [invulveld]
2. Bladgroenkorrels worden als kenmerk gebruikt om organismen in te delen in rijken. [invulveld]
3. Bacteriën zijn eencellig. [invulveld]
4.Bacteriën hebben celkernen. [invulveld]
5. Schimmels zijn opgebouwd uit lange, dunne draden. [invulveld]
6. Schimmels planten zich voort door middel van sporen. [invulveld]
7. Een champignon behoort tot het rijk van de planten. [invulveld]
8. Bij naaktzadigen groeien de zaden tussen de schubben van een kegel. [invulveld]
9. Dieren hebben cellen zonder celwanden. [invulveld]
10. De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom. [invulveld]
11. Bij de tweekleppigen hebben de dieren meestal een gedraaide schelp. [invulveld]Zie verder onder
12. Bij de spinachtigen hebben de dieren 8 poten. [invulveld]
Een vertakkingsschema.
Zie figuur C 66 van de bijlage.
Gegeven is een deel van het vertakkingsschema (boomdiagram) van de organismen. Enkele rijken, afdelingen en groepen zijn vervangen door nummers.
Noteer de namen van de rijken, afdelingen en groepen.
afbeelding
1/5 Schimmels.
Zie figuur B 4581 van de bijlage.
Schimmels komen overal op de wereld voor. Wetenschappers denken dat er 1.500.000 verschillende soorten schimmels bestaan. Daarvan is maar een klein deel door hen beschreven (zie de afbeelding).
Hoeveel procent van de verschillende soorten schimmels is beschreven?
afbeelding
2/5 Schimmels.
Zie figuur B 4582 van de bijlage.
Een bepaalde soort schimmel kan zich voortplanten met sporen die allemaal hetzelfde zijn. Als zo'n spore op een goede groeiplaats terechtkomt, groeit daaruit een zwamvlok. Dit is een netwerk van draadvormige cellen.
Op verschillende plaatsen vormen zich bolletjes op de zwamvlok. Uit zo'n bolletje groeit een paddenstoel, die weer miljoenen sporen kan vormen.
Welke vorm van voortplanting wordt hierboven beschreven?
afbeelding
3/5 Schimmels.
Zie figuur B 4583 van de bijlage.
Sommige paddenstoelen worden als voedingsmiddel gebruikt, bijvoorbeeld champignons. In de 17e eeuw ontdekte men dat champignons groeien op een mengsel van mest en stro. Er groeiden er meer als de mest werd begoten met water waarmee men champignons had gewassen.
Leg uit waardoor er meer champignons groeien als de mest wordt begoten met water waarmee champignons zijn gewassen.
afbeelding
4/5 Schimmels.
Sommige mensen eten geen vlees. Ze zoeken daarom naar producten die vlees kunnen vervangen bij een maaltijd. Hieronder is een deel van de voedingsmiddelentabel weergegeven.
afbeelding
Zijn champignons goede vleesvervangers? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.
5/5 Schimmels.
Zie figuur B 4584 van de bijlage.
De vorm van de spore is niet bij elke soort schimmel hetzelfde. Hieronder zijn vier verschillende sporen weergegeven. Ook is hieronder een determineerlijst voor sporen afgebeeld.
afbeelding
Spore 2 is van de champignon.
Wat is de Latijnse naam van de champignon? Gebruik de bovenstaande informatie.
afbeelding
1/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4591 van de bijlage.
Nijlpaarden zijn dieren die in Afrika in het wild leven.
Ze hebben een groot rond lichaam en korte poten.
De mannetjes kunnen ongeveer 3000 kg zwaar worden.
Nijlpaarden zijn overdag meestal in het water te vinden.
Als het in de avond wat koeler wordt, komen de nijlpaarden aan land.
Ze gaan dan op zoek naar planten zoals gras.
Hiernaast is een nijlpaard weergegeven.
Is het nijlpaard een consument, een producent of een reducent? Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.
afbeelding
2/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4589 van de bijlage.
Een nijlpaard eet grasplanten.
Kunnen de afgebeelde cellen afkomstig zijn van een grasplant?
En kunnen deze cellen afkomstig zijn van een nijlpaard?
afbeelding
3/4 Het nijlpaard.
Overdag zie je vaak alleen maar de ogen en de neusgaten van een nijlpaard boven het water uitsteken.
Af en toe sluit het dier de neusgaten en verdwijnt helemaal onder water.
Geef de naam van de ademhalingsorganen van een nijlpaard.
Dit zijn de [invulveld]
4/4 Het nijlpaard.
Ademhalen is een levenskenmerk.
Noem nog twee levenskenmerken die bij een nijlpaard kunnen voorkomen.
Indeling.
De juiste volgorde van classificatieniveaus, waarbij het eerste niveau de meeste diersoorten en het laatste niveau de minste diersoorten omvat, is
Schimmels.
Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?
1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.
Schimmels.
Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?
1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.