Bloed
Een haarvatennet met een adertje.
Zie figuur B 2524 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een haarvatennet bij de mens getekend. Enkele delen zijn met cijfers aangegeven.
Met welk cijfer is een adertje aangegeven?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
13
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Een haarvatennet met een adertje.
Zie figuur B 2524 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een haarvatennet bij de mens getekend. Enkele delen zijn met cijfers aangegeven.
Met welk cijfer is een adertje aangegeven?
afbeelding
Een haarvatennet in een dijbeen.
Zie figuur B 615 van de bijlage.
De tekening stelt een haarvatennet in een dijbeen voor met een aan- en een afvoerend bloedvat. De snelheden van het bloed bij de plaatsen P, Q en R zijn onderling verschillend.
Waar is de snelheid het hoogst?
En waar het laagst?
afbeelding
afbeelding
Het zuurstofgehalte in een darmvlok.
Zie figuur B 565 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede voor van een darmvlok van de mens. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Op welke van de aangegeven plaatsen is het zuurstofgehalte het hoogst?
afbeelding
Een deel van de bloedsomloop van de mens.
Zie figuur B 548 van de bijlage.
In het schema is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven.
In dit deel passeert het bloed het haarvatennet van twee organen.
Welk van de onderstaande organen kan met Q zijn weergegeven?
afbeelding
Een deel van de bloedsomloop van de mens.
Zie figuur B 548 van de bijlage.
In het schema is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven. In dit deel passeert het bloed het haarvatennet van twee organen.
Welk van de onderstaande organen kan met P zijn weergegeven?
afbeelding
Kenmerken van iedere slagader.
Bloedvaten kunnen verschillende kenmerken hebben, bijvoorbeeld:
1. het bloed in het bloedvat is zuurstofrijk.
2. in het bloedvat zijn kleppen aanwezig.
3. de wand van het bloedvat is sterk gespierd.
Welk(e) van deze kenmerken geldt (gelden) voor iedere slagader?
De polsslag.
Aan de binnenkant van de pols kan met de toppen van de vingers de polsslag gevoeld worden.
Over de polsslag worden de volgende uitspraken gedaan:
1. de polsslag is een kortdurende verwijding van een slagader.
2. de polsslag is een kortdurende verwijding van een ader.
3. de polsslag in de linkerpols wordt veroorzaakt door samentrekking van de linker hartkamer en de polsslag in de rechterpols wordt veroorzaakt door samentrekking van de rechter hartkamer.
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
De dikke wand van slagaders.
Zie figuur B 534 van de bijlage.
Slagaders hebben een dikke wand die uit drie lagen is opgebouwd. In de middelste en tevens dikste laag bevindt zich spierweefsel (zie tekening).
Slechts het binnenste deel van de vaatwand wordt door het bloed in het vat van voldoende zuurstof voorzien.
Op welke wijze wordt waarschijnlijk in hoofdzaak zuurstof naar de rest van de vaatwand aangevoerd?
afbeelding
Slagaders en hoge bloeddruk.
Bij hoge bloeddruk kan de binnenbekleding van de wand van bloedvaten beschadigd raken. Deze binnenbekleding bestaat uit een dunne laag cellen: het endotheel. Na beschadiging kan kalk en vet afgezet worden in het endotheel.
Noem een specifieke eigenschap van slagaders die door verkalking en vetafzetting verandert.
Organen in de hals.
Zie figuur B 471 van de bijlage.
De afbeelding toont het bovenste gedeelte van de luchtpijp van de mens met enige andere organen.
Door bloedvat 1 stroomt bloed naar orgaan 3.
Is bloedvat 2 een ader of een slagader?
Behoort bloedvat 2 tot de grote of tot de kleine bloedsomloop?
afbeelding
De vorming van bloedvaten.
Zie figuur C 410 van de bijlage.
Angiogenese is de naam van het proces waarbij nieuwe bloedvaten gevormd worden. In een volwassen, volgroeid lichaam worden normaal gesproken geen bloedvaten meer aangemaakt; alleen nog bij wondgenezing. Daarnaast worden bij zwangere vrouwen in de baarmoederwand bloedvaten gevormd. Maar angiogenese komt ook voor bij tumoren die voor hun ongeremde groei afhankelijk zijn van bloed (zie de afbeelding).
De groei van tumoren is alleen maar mogelijk als er bloedvaten naartoe gaan (zie de afbeelding: fase 3 en 4).
Leg uit waardoor de groei pas goed op gang kan komen als de bloedvaten de tumor bereikt hebben.
afbeelding
Is de mens een wateraap?
Zie figuur B 2770 van de bijlage.
Apen lopen voornamelijk op vier poten. Mensen lopen op twee benen: ze lopen rechtop. Dat rechtop lopen is lang geleden ontstaan. Volgens veel biologen ontstond het rechtop lopen op de savanne, maar volgens Elaine Morgan ontstond dat in het water: de wateraap-theorie. Die theorie gaat ervan uit dat vroege mensachtigen circa 7 miljoen jaar geleden een periode in het water hebben doorgebracht en daar de rechtopgaande houding ontwikkelden. Pas daarna zouden zij zich over de savanne verspreid hebben. Morgan wijst, om haar idee kracht bij te zetten, op bepaalde nadelen van het rechtop lopen, die op het land wel en in het water niet of in mindere mate optreden.
Zo zitten de billen bij de mens lager dan het hart. Bij apen steken ze gewoonlijk boven het hart uit.
In de aders in de wand van de endeldarm komen geen kleppen voor. Daardoor kunnen aambeien ontstaan. Aambeien zijn spataders rond de anus. Bij sommige mensen komen spataders in de benen voor.
Leg met behulp van deze gegevens uit dat bij de mens gemakkelijker rond de anus aambeien kunnen ontstaan dan bij apen.
afbeelding
Bevriezing bij klimmers.
Twee klimmers kampten met ernstige bevriezingsverschijnselen aan voeten en handen. In het ergste geval zou er sprake kunnen zijn van 'frostbite', een aandoening die kan optreden als huid of weefsels te lang aan extreme kou worden blootgesteld. De vloeistoffen in het weefsel bevriezen en kristalliseren dan, wat de bloedvaten kan beschadigen.
Jette en Lene noemen twee redenen voor de beschadiging.
Jette: "Door kristallen ontstaan er gaatjes in de bloedvaatwand."
Lene: "Water in het bloed bevriest. Als het weer ontdooit, zet dat water uit. Daardoor gaan de vaten kapot."
Wie doet of wie doen een juiste bewering?