Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 1, VWO 2, VWO 3
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
Het hart, de longen en de verbindende bloedvaten. Zie figuur B 779 van de bijlage.
De tekening geeft schematisch het hart, de longen en de verbindende bloedvaten weer.
Welk bloedvat wordt aangegeven door P? Bevat dit bloedvat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?
Bloedvat P is
afbeelding
Bloed
De eigenschappen van een bloedvat.
Van een bepaald bloedvat is het volgende bekend:
1. Door het bloedvat stroomt zuurstofarm bloed vanaf het hart naar een ander orgaan. 2. De wand is sterk gespierd.
Welk bloedvat kan dit zijn?
Bloed
Het bloed naar de longen.
Uit welk deel van het hart van een zoogdier wordt bloed naar de longen gepompt?
Bloed
Grote of kleine bloedsomloop. Zie figuur B 1764 van de bijlage.
Hiernaast is schematisch een deel van het bloedvatenstelsel van een zoogdier getekend.
Hoe heet bloedvat P? Behoort bloedvat P tot de grote of tot de kleine bloedsomloop?
afbeelding
afbeelding
Bloed
Bloed dat organen passeert.
Uit de linker hartkamer van de mens wordt per minuut evenveel bloed weggepompt als uit de rechter hartkamer. Toch passeert per minuut door verschillende organen in het lichaam niet evenveel bloed.
Door welke organen passeert per minuut de grootste hoeveelheid bloed?
Bloed
1/5 Hartafwijking. Zie figuur B 2099 van de bijlage.
Jan is geboren met een hartafwijking. Hij heeft een extra opening in het hart. Dit is weergegeven in de afbeelding. Als de kamers van het hart van Jan samentrekken, stroomt er ook bloed door de opening. Dat bloed stroomt in de richting die in de afbeelding met pijl P is aangegeven.
Is de hoeveelheid bloed die bij een hartslag in de aorta komt door Jans hartafwijking groter of kleiner dan normaal? Of heeft de opening in zijn hart daar geen invloed op? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Bloed
2/5 Hartafwijking. Zie figuur A 376 van de bijlage.
Tijdens een operatie heeft men de extra opening in het hart van Jan gesloten. Daarbij kreeg hij via een infuus bloedplasma toegediend. De zak met bloedplasma was aangesloten op een bloedvat in zijn arm (zie de afbeelding).
Bevat dat bloedplasma bloedcellen? En fibrinogeen?
afbeelding
Bloed
3/5 Hartafwijking. Zie figuur A 376 van de bijlage.
Om het bloedplasma toe te dienen wordt een naald in een van de bloedvaten van een arm gestoken (zie de afbeelding).
Wordt de naald in een ader, in een haarvat of in een slagader gestoken? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Bloed
4/5 Hartafwijking.
Na een operatie kan een bloedstolsel in een bloedvat ontstaan. Dit komt doordat onoplosbare eiwitdraden worden gevormd.
Welke bloeddeeltjes spelen een belangrijke rol bij het vormen van de eiwitdraden in het bloedstolsel?
Bloed
5/5 Hartafwijking.
Een vertakking van een kransslagader kan afgesloten raken door een bloedstolsel.
Wat is het directe gevolg van deze afsluiting?
Bloed
1/4 Bloedstroom in je handen. Zie figuur B 1969 van de bijlage.
Op de rugzijde van je handen zijn vaak bloedvaten te zien. In de afbeelding zijn deze bloedvaten getekend. Deze bloedvaten liggen dicht onder de huid.
Wat voor bloedvaten zijn in de afbeelding getekend?
afbeelding
Bloed
2/4 Bloedstroom in je handen.
Tot welke bloedsomloop of bloedsomlopen behoren de bloedvaten in de handen?
Bloed
3/4 Bloedstroom in je handen. Zie figuur B 2058 van de bijlage.
Op de volgende manier (zie de afbeelding) kun je bij jezelf zien hoe je bloed stroomt.
Tekening 1. Bal je linkerhand tot een vuist. Op de rug van die hand zie je bloedvaten. Druk één van die bloedvaten met je rechter middelvinger dicht. Tekening 2. Strijk met de wijsvinger van de rechterhand het bloed in het dichtgedrukte vat weg in de richting van de pols. Tekening 3. Als je het vat dicht blijft drukken stroomt er geen nieuw bloed in dit vat omdat kleppen het bloed verhinderen terug te stromen. Tekening 4. Als je niet meer op het vat drukt, stroomt het vat weer vol.
In welke richting stroomt normaal het bloed in dit dichtgedrukte bloedvat?
afbeelding
Bloed
4/4 Bloedstroom in je handen. Zie figuur B 2058 van de bijlage.
In situatie 3 (zie de afbeelding, tekening 3) verhinderen kleppen dat het bloed terugstroomt.
Op welke plaats bevinden zich de kleppen die in deze situatie het bloed tegenhouden?
afbeelding
Bloed
1/2 Bloedvaten. Zie figuur A 326 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een gedeelte van de bloedsomloop van de mens weergegeven.
Uit welk bloedvat ontvangt de lever van de mens zuurstofrijk bloed?
afbeelding
Bloed
2/2 Bloedvaten. Zie figuur A 326 van de bijlage.
Maakt één van de in de afbeelding genummerde bloedvaten deel uit van de kleine bloedsomloop? Zo ja, welk?
afbeelding
Bloed
1/2 Harvey.
In de zeventiende eeuw ontdekte William Harvey dat bloed in het bloedvatenstelsel een kringloop doorloopt. Vóór die tijd dacht men dat bloed door het hart gemaakt werd en in de weefsels werd verbruikt. Harvey toonde aan dat dit onwaarschijnlijk was. Harvey stelde vast dat bij een volwassen mens het hart per slag ongeveer 50 ml bloed wegpompt. Hij telde 70 hartslagen in één minuut.
Bereken hoeveel liter (1 liter = 1000 ml) bloed het hart volgens Harvey per minuut wegpompt.
Bloed
1/7 Bloedsomloop. Zie figuur A 382 van de bijlage.
In een reclamefolder van een geneesmiddelenfabrikant staat de volgende tekst over de bloedsomloop.
Een mens heeft een hart en een bloedsomloop. Of eigenlijk: een hart en twee bloedsomlopen. Een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. De grote zorgt ervoor dat het voedsel- en zuurstofrijke bloed over de weefsels en organen wordt verdeeld. Het bloed wordt door het hart in de slagaders gepompt. Het bloed komt na zijn omloop via de aders weer terug in het hart.
In de afbeelding (figuur A 382) zijn schematisch de bloedsomlopen met enkele bloedvaten getekend. In het linkerbeen zijn twee bloedvaten genummerd.
Welke bloedvaten, die in de afbeelding zijn benoemd, horen bij de kleine bloedsomloop?
afbeelding
Bloed
2/7 Bloedsomloop. Zie figuur A 382 van de bijlage.
Welk nummer heeft het bloedvat met het hoogste gehalte aan voedingsstoffen? En welk nummer heeft het bloedvat met het hoogste gehalte aan zuurstof?
afbeelding
afbeelding
Bloed
3/7 Bloedsomloop. Zie figuur A 382 van de bijlage.
Een patiënt slikt een bepaald medicijn dat de productie van urine moet stimuleren. Dat medicijn wordt via de wand van het verteringskanaal opgenomen in het bloed.
Twee beweringen over de weg van het medicijn na opname in het bloed zijn:
I. Het medicijn bereikt na opname in het bloed eerder de longen dan de nieren. II. De totale hoeveelheid van het opgenomen medicijn bereikt de nieren meteen de eerste keer nadat ze de linker kamer is gepasseerd.