Deze oefentoets bevat 143 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Bij katten is het gen voor een gevlekte vacht (R) dominant over dat voor een ongevlekte vacht (r). Een vrouwtje met gevlekte vacht krijgt nakomelingen van een mannetje met gevlekte vacht. Deze nakomelingschap bestaat uit dieren met gevlekte vacht en dieren met een ongevlekte vacht.
Wat zijn de genotypen van de ouderdieren?
Genetica
Een stamboom. Zie figuur B 2001 van de bijlage.
De afbeelding geeft een stamboom van een hamsterfamilie weer, waarin de haarkleur van de hamsters is weergegeven.
Hoe groot is de kans dat de derde nakomeling een witte haarkleur heeft?
afbeelding
Genetica
Tomaten.
Bij tomatenplanten is het gen voor paarse stengel dominant (R) over dat voor een groene stengel (r). Stuifmeelkorrels van een plant met een paarse stengel zorgen voor bevruchting van een plant met een groene stengel. Van de vele nakomelingen heeft de helft een paarse stengel.
Wat waren de genotypen van de ouderplanten?
Genetica
Stengellengtes.
Men brengt stuifmeel van erwtenplanten met korte stengels op de stempels van heterozygote erwtenplanten met lange stengels. De aanleg voor lange stengels is dominant en voor korte stengels recessief.
Hoeveel procent van de F1
-planten zal een korte stengel hebben, wanneer er veel F1
-planten zijn?
Genetica
Haarkleur bij muizen.
Een mannetjesmuis werd gekruist met tien homozygote, bruine vrouwelijke muizen. Alle nakomelingen waren bruin. Deze nakomelingen werden onderling gekruist en het resultaat daarvan was 299 bruine en 109 witte muizen.
Welke haarkleur had de mannetjesmuis en hoe was zijn aanleg daarvoor?
afbeelding
Genetica
Bladranden bij tomaten. Zie figuur B 1030 van de bijlage.
Men kruist een tomatenplant die bladeren met ingesneden rand heeft met een tomatenplant die bladeren met gave rand heeft (P). De aanleg voor ingesneden rand is dominant over die voor gave rand. Beide planten zijn homozygoot voor de genoemde eigenschap. De nakomelingen (F1
) worden onderling gekruist. Hier volgen twee beweringen over de kruisingen.
1. De F1
-planten hebben bladeren met ingesneden rand en zijn alle heterozygoot. 2. Sommige F2
-planten hebben bladeren met ingesneden rand, andere bladeren met gave rand; ze zijn alle homozygoot voor de genoemde eigenschap.
Van deze beweringen
afbeelding
Genetica
Haarkleur bij cavia's.
Bij cavia's is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia's, heterozygoot voor deze aanleg, worden met elkaar gekruist.
Hoe groot is het percentage nakomelingen in de F1
dat wit haar zal hebben?
Genetica
De kleur van tomaten.
Bij tomaten is de aanleg voor rode vruchtkleur (R) dominant over die voor gele vruchtkleur (r). Men kruist een plant, heterozygoot voor deze aanleg, met een plant met gele vruchten.
Welke van onderstaande kruisingen geeft dit juist weer?
Genetica
Tomatenplanten kruisen.
Men kruist een tomatenplant met ronde vruchten met een tomatenplant met ovale vruchten. De aanleg voor ronde vruchten is dominant over die voor ovale vruchten. Eén van beide planten is heterozygoot voor deze aanleg.
De F1
bestaat uit
Genetica
Vachtpatronen.
Bij katten is de factor voor een gevlekte vacht dominant over die voor een ongevlekte vacht. Men kruist een heterozygote gevlekte kater met een niet-gevlekte kat.
Hoeveel procent van de F1
zal homozygoot gevlekt worden?
Genetica
Haarkleur bij hamsters.
Bij hamsters is de factor voor bruine haarkleur (R) dominant over die voor witte haarkleur (r). Twee bruine hamsters worden gekruist. De F1
bestaat uit bruine en witte nakomelingen.
Wat was de erfelijke aanleg van de ouderdieren voor haarkleur?
Genetica
Vachtpatronen.
Bij het vachtpatroon van katten is de aanleg voor een gevlekte vacht dominant over de aanleg voor een effen vacht. Een kater met gevlekte vacht wordt gekruist met een kat met effen vacht. Enige jongen hebben een gevlekte vacht, andere een effen vacht.
Is de kater homozygoot of heterozygoot voor de aanleg voor deze eigenschap? En de kat?
afbeelding
Genetica
Vleugellengtes.
Een fruitvlieg (Drosophila) met korte vleugels wordt gekruist met een heterozygote fruitvlieg met lange vleugels.
Hoeveel procent van de nakomelingen uit de F1
van deze kruising zal homozygoot zijn met korte vleugels, homozygoot met lange vleugels of heterozygoot met lange vleugels?
afbeelding
Genetica
Koeien kruisen.
Uit een kruising van een zwartbonte koe met een roodbonte stier werd een zwartbont kalf geboren.
Welke conclusie over de overerving van het kenmerk zwartbont is nu juist?
Genetica
Albinisme.
Albinisme is het ontbreken van pigment (kleurstof). Bij muizen is albinisme (g) recessief ten opzichte van grijze vachtkleur. De volgende kruisingen worden gedaan:
1. GG x Gg. 2. Gg x Gg. 3. Gg x gg. 4. GG x gg.
Uit welke van deze kruisingen kunnen in de F1
zowel grijze als albino-muizen ontstaan?
Genetica
Een kruising.
Hieronder staan vier beweringen over een monohybride kruising tussen twee homozygote organismen:
1. de F1
bestaat uitsluitend uit heterozygote organismen, 2. de F1
bestaat uit homozygote en heterozygote organismen, 3. de F2
bestaat uitsluitend uit heterozygote organismen, 4. de F2
bestaat uit homozygote en heterozygote organismen.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Genetica
Bananenvliegen.
Bij Drosophila (bananenvlieg) is de factor voor een grijs lichaam dominant over die voor een zwart lichaam. Een groot aantal Drosophila's, die heterozygoot zijn voor deze factoren, worden gekruist.
Wat is het te verwachten percentage nakomelingen met een zwart lichaam?
Genetica
Hoorns bij runderen.
Bij runderen is de factor voor hoornloos (H) dominant over die voor gehoornd (h). Een hoornloze koe wordt gekruist met een gehoornde stier. Het kalf is gehoornd.
Wat is de erfelijke aanleg van de koe en wat die van de stier voor deze factoren?
afbeelding
Genetica
Vachten bij cavia's.
Bij cavia's is de factor voor ruwharig (R) dominant over die voor gladharig (r). Een ruwharig dier wordt gekruist met een gladharig dier (P-generatie). De F1
bestaat uit ruwharige en gladharige jongen.
Hoe is de erfelijke aanleg van de P-generatie?
Genetica
Haren bij mensen.
Bij de mens is de factor voor krulhaar (R) dominant over die voor sluik haar (r). In een gezin heeft een van de kinderen krulhaar en een ander kind heeft sluik haar. Ook de moeder heeft sluik haar.
Wat zijn de genotypen van moeder en vader?
Genetica
Planten kruisen.
Twee planten van dezelfde soort met rode bloemen worden gekruist. Het grote aantal nakomelingen bestaat uit planten met rode bloemen en planten witte bloemen. Van deze planten met rode bloemen (uit de F1
) is een deel homozygoot en een ander deel heterozygoot voor de eigenschap bloemkleur.
Welk deel van de planten met rode bloemen (uit de F1
) is voor deze eigenschap homozygoot?
Genetica
Vliegen kruisen.
Een fruitvlieg met korte borstelharen wordt gekruist met een met lange borstelharen. Beide dieren zijn homozygoot. De factor voor borstelharen wordt aangegeven met R of r. De fenotypen en het aantal nakomelingen in de F1
en in de F2
zijn in de tabel aangegeven. afbeelding
Welk genotype hebben dieren met korte borstelharen in de F1
?
Genetica
Kippenpoten.
Bij kippen is de factor voor gevederde poten dominant over die voor kale poten. Een haan met gevederde poten wordt gekruist met een kip met kale poten. Van de 13 kuikens hebben er 6 gevederde poten en 7 kale poten.
Zijn de kuikens voor deze eigenschap homozygoot of heterozygoot?
afbeelding
Genetica
Een tweeling.
Een man en een vrouw, beide met bruine ogen, krijgen een eeneiige tweeling.
Zijn deze kinderen van hetzelfde geslacht? Welke oogkleur kunnen ze hebben?
afbeelding
Genetica
Oogkleur erven.
Een ouderpaar heeft twee kinderen. Beide kinderen hebben bruine ogen. Het gen voor bruine ogen (B) is dominant over het gen voor blauwe ogen (b). De volgende genotypen van ouderparen worden genoemd: afbeelding
Welke van deze genotypen kunnen de ouders van de twee kinderen hebben?
Genetica
Sikkelcelanemie.
Sikkelcelanemie is een erfelijke ziekte die in ons land weinig voorkomt. Het aantal dragers is veel groter dan het aantal patiënten. Dragers zijn personen die het gen voor sikkelcelanemie in hun erfelijk materiaal hebben, maar niet aan de ziekte lijden. Een vrouw die geen allel voor sikkelcelanemie heeft, verwacht een kind van een man die drager is van dit gen.
Hoe groot is de kans dat het kind sikkelcelanemie heeft?
Genetica
De haarkleur van hamsters. Zie figuur B 2001 van de bijlage.
De afbeelding geeft een stamboom van een hamsterfamilie weer, waarin de haarkleur van de hamsters is weergegeven.
Hoe groot is de kans dat de derde nakomeling een witte haarkleur heeft?
afbeelding
Genetica
Haren bij fruitvliegen.
Bij fruitvliegen is het gen voor lange borstelharen dominant over dat voor korte borstelharen. Twee heterozygote vliegen worden gepaard.
Hoeveel procent van de nakomelingen is waarschijnlijk heterozygoot?
Genetica
Vachtkleur bij schapen.
Bij schapen is het gen voor witte vacht (R) dominant over dat voor zwarte vacht (r). Een zwart schaap krijgt vier lammeren, waarvan drie met witte vacht en één met zwarte vacht. De vier lammeren hebben dezelfde vader.
Wat is het genotype van de moeder en wat is het genotype van de vader?
afbeelding
Genetica
De vacht bij cavia's. Zie figuur B 762 van de bijlage.
Bij cavia's is het gen voor ruig haar dominant over dat voor glad haar. De dieren 1 en 5 van de stamboom paren.
Hoe groot is de kans dat hun eerste nakomeling ruig haar zal hebben?
afbeelding
Genetica
Vleugellengtes.
Bij fruitvliegen is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e). Leerlingen laten vliegen met de volgende genotypen paren:
1. EE x EE, 2. EE x Ee, 3. Ee x Ee, 4. Ee x ee.
Na iedere paring ontstaan talrijke nakomelingen.
Van welke paring of van welke paringen hebben de nakomelingen allemaal lange vleugels?
Genetica
Honden kruisen.
Bij honden is het gen voor kort haar dominant over dat voor lang haar. Een langharige teef (vrouwtje) paart met een langharige reu (mannetje).
Hoe groot is de kans dat de eerstgeboren nakomeling kortharig is?
Genetica
Haarkleur bij runderen.
Bij runderen is het gen voor zwarte haarkleur (Q) dominant over het gen voor rode haarkleur (q).
Bij welke van onderstaande ouderparen kunnen uitsluitend zwarte nakomelingen worden verwacht?
Genetica
Verenkleur bij kanaries.
Een kanarie met donkere veren wordt gekruist met een witte kanarie. Beide dieren zijn homozygoot. Het gen voor donkere veerkleur is dominant over dat voor witte veerkleur. Uit de F1
-vogels wordt een F2
-generatie gefokt.
Hoeveel procent van de F2
-vogels zal, naar verwachting, wit zijn?
Genetica
Onvruchtbare muizen.
Twee muizen paren met elkaar. Onder de nakomelingen blijken enkele muizen voor te komen die door een erfelijke afwijking onvruchtbaar zijn.
Wordt de erfelijke afwijking bepaald door een dominant gen of door een recessief gen? Zijn muizen die voor de betrokken eigenschap heterozygoot zijn vruchtbaar of onvruchtbaar?
afbeelding
Genetica
Een tweeling.
Bij de mens wordt de oogkleur erfelijk bepaald. Het gen voor bruine ogen is dominant over dat voor blauwe ogen. Uit één bevruchte eicel ontstaat een tweeling: Jan en Piet. Jan heeft blauwe ogen, terwijl beide ouders bruine ogen hebben.
Hoe groot moet de kans worden geacht dat Piet ook blauwe ogen heeft, net als zijn broer Jan?
Genetica
Cavia's kruisen.
Een cavia met zwart haar wordt enkele malen gekruist met dezelfde cavia met wit haar. Van de talrijke nakomelingen heeft ongeveer 50% wit haar en 50% zwart haar.
Welke van onderstaande conclusies uit deze gegevens is juist?
Genetica
Vleugellengte.
Een onderzoeker bestudeert de overerving van de vleugellengte bij fruitvliegen. Hij voert vier kruisingen uit. Er wordt een tabel gemaakt waarin per kruising staat hoeveel nakomelingen lange vleugels hebben en hoeveel korte vleugels hebben. Van fruitvliegen is bekend dat het gen voor lange vleugels dominant is over dat voor korte vleugels. afbeelding
Welke kruising is waarschijnlijk uitgevoerd met ouders die beide heterozygoot zijn?
Genetica
Bruine of blauwe ogen?
Bij de mens is het gen voor bruine oogkleur dominant over dat voor blauwe oogkleur. Jan heeft bruine ogen. De oogkleur van zijn ouders is niet bekend. Ria, de vrouw van Jan verwacht een baby. Jan is de aanstaande vader. Jan zegt dat het kind zeker bruine ogen krijgt. Ria zegt dat dat nog helemaal niet zo zeker is.
Kan Jan heterozygoot zijn voor de eigenschap oogkleur? Wie heeft gelijk omtrent de oogkleur van de baby?
afbeelding
Genetica
Oogkleur bij ouders.
Bij de mens is het gen voor bruine oogkleur dominant over dat voor blauwe oogkleur. Jan heeft bruine ogen. De oogkleur van zijn ouders is niet bekend. Ria, de vrouw van Jan, heeft blauwe ogen. De oogkleur van haar ouders is niet bekend.
Kan één van de ouders van Jan blauwe ogen hebben? Kan één van de ouders van Ria bruine ogen hebben?
afbeelding
Genetica
Tomaten.
Bij tomaten is het gen voor gave bladrand recessief (e) ten opzichte van dat voor ingesneden bladrand (E). Tussen twee tomatenplanten vindt kruisbestuiving plaats. Van de talrijke nakomelingen blijkt 25% een gave bladrand te hebben.
Wat zijn de genotypen van de ouderplanten?
Genetica
Oogkleur.
Een gezin bestaat uit vader, moeder en drie kinderen. Vader heeft bruine ogen en is heterozygoot voor deze eigenschap. Moeder heeft blauwe ogen. Twee kinderen hebben bruine ogen, één kind heeft blauwe ogen.
Hoe groot is de kans dat een vierde kind blauwe ogen zal hebben?
Genetica
Bloemkleur. Zie figuur B 2612 van de bijlage.
Het schema geeft van een bepaalde plant de overerving van de bloemkleuren rood en wit weer.
Welke van onderstaande conclusies uit dit schema is juist?
afbeelding
Genetica
Bananenvliegjes.
Bij bananenvliegjes is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e). Een vrouwlijk en een mannelijk vliegje hadden na een aantal paringen 181 nakomelingen met lange vleugels en 173 nakomelingen met korte vleugels.
Wat is het genotype van de ouders?
Genetica
Bloemkleur. Zie figuur B 2612 van de bijlage.
Het schema geeft van een bepaalde plant de overerving van de bloemkleuren rood en wit weer. Enkele beweringen hierover zijn:
1. het gen voor rode bloemkleur is dominant over het gen voor witte bloemkleur, 2. alle individuen van de F1
zijn heterozygoot, 3. alle individuen van de F2
hebben de rode bloemkleur.
Welke beweringen zijn juist?
afbeelding
Genetica
Haar van honden.
Bij honden is het gen voor krullend haar (E) dominant over dat voor sluik haar (e). Iemand wil zoveel mogelijk honden fokken met sluik haar.
Met welke van onderstaande kruisingen is de kans op nakomelingen met sluik haar het grootst?
Genetica
Oogkleur.
Stel: beide ouders zijn heterozygoot voor de oogkleur bruin.
De kans dat een kind homozygoot bruinogig wordt, is
Genetica
Handgebruik.
De ouders van Jan zijn rechtshandig (rechtshandig is dominant, A). Jan is linkshandig.
Hoe is de erfelijke aanleg van de ouders van Jan?
Genetica
Oorlengtes.
Bij varkens is de erfelijke aanleg voor lange oren (A) dominant over die voor korte oren (a).
In welke verhouding komt de erfelijke aanleg voor bij de biggen van twee heterozygote varkens die met elkaar gekruist worden?
afbeelding
Genetica
Haar van Cavia's.
Cavia's kunnen glad of ruw haar hebben. Het gen voor ruw haar is dominant over dat voor glad haar. Een ruwharig caviavrouwtje, dat homozygoot is voor deze eigenschap, krijgt jongen. Deze jongen zijn allemaal ruwharig. Het is niet bekend welk dier de vader is van deze jongen. Er zijn drie mannetjes die in aanmerking komen:
Kan mannetje 1 de vader zijn? En mannetje 2? En mannetje 3?
afbeelding
Genetica
Fruitvliegjes.
Een fruitvliegje met normale vleugels wordt gekruist met een fruitvliegje met korte vleugels. Alle 200 nakomelingen hebben normale vleugels. Deze nakomelingen worden onderling gekruist.
Welk percentage van de nakomelingen van deze laatste kruising zal heterozygoot zijn?
Genetica
Witte konijnen fokken.
Alex wil witte konijnen fokken. Bij konijnen wordt een witte vacht bepaald door een recessief gen (r). Alex heeft de beschikking over twee mannetjes (Stamper en Stoffel) en twee vrouwtjes (Knabbel en Knuffel). Stamper heeft genotype RR; Stoffel heeft genotype Rr; Knabbel heeft genotype rr; Knuffel heeft genotype Rr.
Welke konijnen moet Alex laten paren, om de kans op witte nakomelingen zo groot mogelijk te laten zijn?
Genetica
Een tonggootje. Zie figuur B 895 van de bijlage.
Sommige mensen kunnen met hun tong een gootje maken (zie de afbeelding) Deze eigenschap wordt bepaald door een dominant gen. Een vrouw die voor deze eigenschap heterozygoot is, verwacht een kind. De vader van dit kind kan met zijn tong geen gootje maken.
Hoe groot is de kans dat het kind het wel kan?
afbeelding
Genetica
Homozygoot voor recessieve genen. Zie figuur B 1932 van de bijlage.
De afbeelding geeft twee planten van een Kruipende boterbloem weer. Plant 1 is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap. Plant 2 is ontstaan uit een uitloper van plant 1. Eicellen van plant 1 worden bevrucht door stuifmeel van plant 2.
Hoe groot is de kans dat een nakomeling die hieruit ontstaat homozygoot is voor de recessieve genen?
afbeelding
Genetica
Vachtkleur.
Bij schapen is het gen voor witte vachtkleur (E) dominant over dat voor zwarte vachtkleur (e). Twee zwarte schapen paren met elkaar.
Welk genotype kan of welke genotypen kunnen voorkomen onder hun lammeren?
Genetica
Langharigheid bij katten.
Poes Kitty met lange haren heeft gepaard met kater Kobus. Zij krijgt zowel kortharige als langharige jongen. Het gen voor langharigheid is recessief. Over het genotype van Kitty worden drie uitspraken gedaan:
1. Kitty is zeker heterozygoot voor langharigheid. 2. Kitty is zeker homozygoot voor langharigheid. 3. Kitty kan heterozygoot of homozygoot voor langharigheid zijn.
Welke uitspraak is juist?
Genetica
Muizen fokken. Zie figuur B 1989 van de bijlage.
Muizen kunnen een lichte of een donkere vachtkleur hebben. In de afbeelding staat een stamboom van een muizenfamilie. Voor een experiment heeft men muizen nodig met een lichte vachtkleur. Daarom laat men de muizen P en Q met elkaar paren om de nakomelingen voor het experiment te kunnen gebruiken.
Welk deel van de muizen die voortkomen uit deze paring van de muizen P en Q zal een lichte vachtkleur hebben?
afbeelding
Genetica
Oogkleur erven.
Een ouderpaar heeft twee kinderen. Beide kinderen hebben bruine ogen. Het gen voor bruine ogen (B) is dominant over het gen voor blauwe ogen (b). De volgende genotypen van ouderparen worden genoemd:
afbeelding
Welke van deze genotypen kunnen de ouders van de twee kinderen hebben?
Genetica
Krulstaarten bij varkens.
Bij varkens wordt het voorkomen van een krulstaart veroorzaakt door een bepaald gen. Een heterozygote zeug (vrouwelijk varken) wordt gedekt door een heterozygote beer (mannelijk varken). Beide dieren hebben een krulstaart. Er worden acht biggen geboren. De eerste big blijkt een rechte staart te hebben.
Hoe groot is de kans dat ook de volgende big een rechte staart heeft?
Genetica
Oogkleur. Zie figuur B 1582 van de bijlage.
Van een ouderpaar heeft de man bruine ogen en de vrouw blauwe ogen. De man is heterozygoot voor de oogkleur, de vrouw homozygoot. Een spermacel van de man bevrucht een eicel van de vrouw. De schema's van de afbeelding geven mogelijke bevruchtingen weer. Een gen voor oogkleur wordt aangegeven met een A of een a. Er wordt hier van uit gegaan dat slechts één gen de oogkleur bepaalt.
Welke twee schema's van de afbeelding kunnen deze bevruchting juist weergeven?
De schema's:
afbeelding
Genetica
Nakomelingen bij fruitvliegen.
Bij fruitvliegen is het gen voor bruine lichaamskleur (B) dominant ten opzichte van dat voor zwarte lichaamskleur (b). Twee homozygote bruine fruitvliegen paren onderling. Na een tijdje zijn er talrijke nakomelingen. Een vrouwtje van deze nakomelingen paart met een zwarte mannelijke fruitvlieg. Hierdoor komen er weer nieuwe nakomelingen.
Welk genotype of welke genotypen zullen deze laatste nakomelingen hebben?
Genetica
Cavia's.
Bij cavia's komen genen voor die we aanduiden met R en r. De aanwezigheid van het gen R geeft vlekken op de vacht. Twee cavia's, Snuf en Snuitje, krijgen jongen. Deze jongen hebben de genotypen RR, Rr en rr.
Wat zijn de genotypen van Snuf en Snuitje?
Genetica
Albinisme. Zie figuur B 2112 van de bijlage.
In de afbeelding is in een stamboom de overerving van albinisme bij een gezin weergegeven. Een albino is iemand die geen pigment kan maken en daardoor een zeer bleke huidskleur heeft.
De ouders uit het gezin van de afbeelding krijgen een vierde kind.
Hoe groot is de kans dat dit kind een albino is?
afbeelding
Genetica
Goudvissen.
Joop koopt in een dierenwinkel twee gezonde goudvissen, een vrouwtje en een mannetje. De goudvissen krijgen 43 nakomelingen. Als hij deze jonge vissen controleert, komt hij tot de ontdekking dat elf jongen een vergroeiing hebben van de ruggengraat. Het blijkt om een erfelijke afwijking te gaan. Joop wil voortaan geen jonge goudvissen meer krijgen met een afwijking.
Kan hij dit met zekerheid bereiken bij een paartje goudvissen dat hij reeds in zijn bezit heeft?
Genetica
Varkensoren.
Varkens kunnen hangoren of rechtopstaande oren hebben. Er is een gen voor hangoren en een gen voor rechtopstaande oren. Twee varkens met hangoren paren. Na verloop van tijd worden biggetjes geboren. Het eerst geboren biggetje heeft rechtopstaande oren.
Is het gen voor hangoren dominant of recessief of is dit niet uit de gegevens af te leiden?
Genetica
Hondenfokker.
Een hondenfokker heeft een mannetjeshond gekocht die later een vergroeiing aan het bekken blijkt te hebben. De fokker wil weten hoe groot de kans is op nakomelingen met de vergroeiing als hij deze mannetjeshond laat paren met een gezond, homozygoot vrouwtje. Het gen voor de vergroeiing is recessief, het gen voor gezonde groei dominant.
Hoe groot is bij dit hondenpaar de kans op jongen die de vergroeiing aan het bekken krijgen?
Genetica
Gladde tong.
Bij runderen is het gen voor een ruwe tong (A) dominant over het gen voor een gladde tong (a). Kalveren met een gladde tong laat men niet volwassen worden. Hun tong heeft te weinig greep op het gras om voldoende te kunnen eten. Op een boerderij wordt een kalf met een gladde tong geboren.
Wat zijn zeer waarschijnlijk de genotypen van zijn ouders?
Genetica
Rood of zwart.
Bij runderen is het gen voor zwart dominant over het gen voor rood. Een rode stier dekt een zwarte koe. Er komt een kalf.
Hoe groot is de kans dat het kalf rood is?
Genetica
Hoorns bij geiten.
Een hoornloze geit wordt gekruist met een gehoornde bok. Het gen voor hoornloos (H) is dominant over dat voor gehoornd (h). Er wordt een hoornloos bokje geboren.
Welk genotype heeft de geit voor deze eigenschap en welk het jonge bokje?
afbeelding
Genetica
Genotype.
Het genotype voor een bepaalde eigenschap van een plant wordt voorgesteld door Gg.
Wat was het genotype van de voortplantingscellen waaruit deze plant is ontstaan?
Genetica
Valkparkieten.
Bij valkparkieten is het gen voor grijze kleur dominant over dat voor witte kleur. Twee valkparkieten met grijze kleur worden met elkaar gepaard. Beide vogels zijn heterozygoot.
Hoe groot is de kans dat de eerste nakomeling een witte kleur heeft?
Genetica
Kortvingerigheid.
Het gen voor kortvingerigheid (2 kootjes per vinger) is bij mensen dominant over dat voor normale vingers. Een man met korte vingers, waarvan de moeder normale vingers heeft, trouwt met een vrouw met normale vingers.
Hoe groot is de kans dat hun eerste kind korte vingers heeft?
Genetica
Vachtkleur bij muizen.
Een witte muis en een heterozygote zwarte muis krijgen zes nakomelingen. Twee maanden later krijgen dezelfde twee ouders vijf nakomelingen.
Kunnen de zes nakomelingen allemaal zwartharig zijn? Kunnen de vijf nakomelingen allemaal witharig zijn?
afbeelding
Genetica
Hoorns bij schapen. Zie figuur B 766 van de bijlage.
Bij schapen is het gen voor ongehoornd dominant over dat voor gehoornd. In de stamboom zijn de dieren P en Q ongehoornd. Hier volgen twee beweringen over dier R.
I. Dier R kan gehoornd zijn als de dieren P en Q homozygoot zijn. II. Dier R kan gehoornd zijn als de dieren P en Q heterozygoot zijn.
afbeelding
Genetica
Oogkleur bij vliegen.
Bij een vliegensoort is het gen voor rode ogen dominant over dat voor roze ogen. Twee vliegen die beide heterozygoot zijn voor de oogkleur hebben een eerste generatie nakomelingen die bestaat uit 168 individuen.
Hoeveel van deze individuen zullen waarschijnlijk roze ogen hebben?
Genetica
Vachtkleur bij muizen.
Bij een bepaald ras muizen is de vachtkleur wit of zwart. Een witte muis wordt gekruist met een heterozygote zwarte muis.
Kunnen er witte nakomelingen ontstaan die heterozygoot zijn voor vachtkleur? Kunnen er zwarte nakomelingen ontstaan die homozygoot zijn voor vachtkleur?
afbeelding
Genetica
Runderen. Zie figuur B 2853 van de bijlage.
Fries-Hollandse runderen hebben een overwegend zwarte kop. Hereford runderen hebben een geheel witte kop. De kleur van de haren op de kop wordt bepaald door een genenpaar. Een homozygote Fries-Hollandse koe met een zwarte kop wordt gekruist met een homozygote Hereford stier met een witte kop. De kruising levert een kalf op met een geheel witte kop.
Is uit deze kruising af te leiden welk gen voor de kleur van de haren op de kop recessief is? Zo ja, welk gen is recessief?
afbeelding
Genetica
Kanaries. Zie figuur B 2855 van de bijlage.
Bij kanaries wordt door een genenpaar bepaald of een kanarie een normale gele of een opaalblauwe veerkleur heeft. In de afbeelding is de stamboom van een aantal kanaries weergegeven.
Is dier P homozygoot of heterozygoot voor de veerkleur? Of is dit niet uit de gegevens af te leiden?
afbeelding
Genetica
Witte en grijze muizen. Zie figuur B 2903 van de bijlage.
Een grijze muis wordt gekruist met een witte muis (P-generatie). Alle nakomelingen samen vormen de F1
-generatie. De muizen van de F1
-generatie worden onderling verder gekruist. Ze krijgen zowel witte als grijze jongen (F2
-generatie).
Is de grijze muis uit de eerste generatie heterozygoot of homozygoot? Of is dat niet te zeggen?
afbeelding
Genetica
Konijnen. Zie figuur B 3421 van de bijlage.
Bij konijnen komen verschillende vachtkleuren voor, zoals een donkere vacht en een vachtkleur die 'Himalaya-type' wordt genoemd. Uit de stamboom in de afbeelding kan afgeleid worden of het gen voor donkere vachtkleur dominant of recessief is.
Is het gen voor donkere vachtkleur dominant of recessief? En uit de resultaten van welke kruising is dit met zekerheid af te leiden?
afbeelding
afbeelding
Genetica
Vleugellengtes.
Bij bananenvliegen is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e). Een biologiedocent gaat met zijn klas een practicum uitvoeren. De leerlingen kunnen bananenvliegen laten paren om nakomelingen te krijgen. De leerlingen krijgen de opdracht ervoor te zorgen dat in de nakomelingschap zo veel mogelijk vliegen met korte vleugels voorkomen. In de klas staan potjes met bananenvliegen die als ouders kunnen worden gebruikt. Op elk potje staat een nummer, het geslacht van de vliegen en het genotype voor de vleugellengte.
Uit welke twee potjes moeten de ouders komen om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren?
Genetica
Bloemkleuren.
Een plant met rode bloemen wordt gekruist met een plant met witte bloemen. Uit de zaden die ontstaan, ontwikkelen zich alleen planten met rode bloemen. Deze nakomelingen uit de F1
planten zich onderling voort. De F2
bestaat uit 602 planten met rode bloemen en 205 planten met witte bloemen.
Hoeveel van die 602 planten met rode bloemen uit de F2
zijn heterozygoot?
Genetica
Vleugellengtes.
Bij bananenvliegen is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e). Een biologiedocent gaat met haar klas een practicum uitvoeren. De leerlingen kunnen bananenvliegen laten paren om nakomelingen te krijgen. De leerlingen krijgen de opdracht ervoor te zorgen dat in de nakomelingschap ongeveer evenveel vliegen met lange vleugels als vliegen met korte vleugels voorkomen. In de klas staan potjes met bananenvliegen die als ouders kunnen worden gebruikt. Op elk potje staat een nummer, het geslacht van de vliegen en het genotype voor de vleugellengte.
Uit welke twee potjes moeten de ouders komen om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren?
Genetica
Oogkleur.
Een vlieg met rode ogen wordt gekruist met een vlieg met roze ogen. Alle nakomelingen hebben rode ogen. De vliegen uit de F1
planten zich onderling voort. De F2
bestaat uit 164 vliegen; 122 hiervan hebben rode ogen en 42 hebben roze ogen.
Hoeveel van die 124 vliegen met rode ogen uit de F2
zijn homozygoot?
Genetica
1/2 Gele en witte bloemen.
Van een bepaalde plantensoort komen planten voor met gele bloemen en planten met witte bloemen. Het gen voor gele bloemkleur is dominant over het gen voor witte bloemkleur. De planten kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. In een gesloten kas stonden in 1995 alleen planten met gele bloemen. In 1996 staan er zowel planten met gele bloemen als planten met witte bloemen.
Kunnen de planten met gele bloemen in 1996 zijn ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
Genetica
2/2 Gele en witte bloemen.
En kunnen de planten met witte bloemen in 1996 ontstaan zijn door ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
Genetica
1/3 Cavia's.
Een ruwharige cavia wordt gekruist met een gladharige cavia. Het gen voor ruwe haren is dominant (A). De beide ouders zijn homozygoot voor de haarvorm. De nakomelingen planten zich onderling voort.
Stel van deze kruising een kruisingsschema op tot en met de F2
.
Genetica
2/3 Cavia's.
Welke genotypen komen voor in de F2
en in welke verhouding?
Genetica
3/3 Cavia's.
Welke fenotypen komen voor in de F2
en in welke verhouding?
Genetica
1/2 Cavia's.
Bij cavia's komt zowel zwarte als witte vachtkleur voor. Het gen voor zwarte vachtkleur is dominant. Een zwarte cavia wordt gekruist met een witte. Ze krijgen zowel zwarte als witte nakomelingen.
Waren de ouders heterozygoot of homozygoot voor de vachtkleur?
Genetica
2/2 Cavia's.
Twee van de zwarte nakomelingen worden met elkaar gekruist, ze krijgen één jong.
Hoe groot is de kans dat het jong zwart is?
de kans is [invulveld] %
Genetica
1/2 Duiven met gevederde poten.
Twee duiven met gevederde poten paren met elkaar. Ze krijgen twee jongen. Deze hebben beide gevederde poten en zijn homozygoot voor de betreffende eigenschap.
Valt uit het bovenstaande op te maken of het gen voor gevederde poten dominant of recessief is?
Genetica
2/2 Duiven met gevederde poten.
Valt uit het bovenstaande op te maken of de ouders homozygoot of heterozygoot zijn voor de desbetreffende eigenschap?
Genetica
1/2 Haarkruinen. Zie figuur A 707 van de bijlage.
Hoofdhaar groeit bij de kruin een bepaalde kant op. De groeirichting is erfelijk bepaald. Het gen voor de groeirichting naar rechts is dominant (G).
Een vader die heterozygoot is voor de groeirichting van het haar heeft een zoon Erik. Bij Erik groeit het haar naar links. Bij de moeder van Erik groeit het haar naar rechts.
Wat is het genotype van de moeder?
afbeelding
Genetica
2/2 Haarkruinen. Zie figuur A 708 van de bijlage.
Een vader die heterozygoot is voor de groeirichting van het haar heeft een zoon Erik. Bij Erik groeit het haar naar links.
Groeit bij de moeder van Erik het haar naar links of naar rechts? Of is dit niet uit de gegevens op te maken? Leg je antwoord uit met behulp van een kruisingsschema.
afbeelding
Genetica
1/3 Haarvormen. Zie figuur B 3700 van de bijlage.
Bij de mens is het gen voor krullend haar (H) dominant over het gen voor sluik haar (h). In de afbeelding is een stamboom van een familie weergegeven. Van een aantal personen is het genotype wat betreft haartype aangeven.
Hoe groot is de kans dat persoon 1 homozygoot is?
afbeelding
Genetica
2/3 Haarvormen. Zie figuur B 3700 van de bijlage.
De personen 1 en 2 krijgen een dochtertje.
Is met zekerheid te zeggen of het meisje krullend haar of sluik haar zal krijgen? Zo ja, zal het meisje krullend haar of sluik haar krijgen?
afbeelding
Genetica
3/3 Haarvormen. Zie figuur B 3700 van de bijlage.
Wat zijn de genotypen van de ouders van persoon 2 of is dat niet met zekerheid te zeggen?
afbeelding
Genetica
1/2 Hamsters. Zie figuur B 3425 van de bijlage.
Bij hamsters komt de vachtkleur bruin en wit voor. Het gen voor bruine vachtkleur is dominant. Een bruine hamster wordt gekruist met een witte. In de stamboom van de afbeelding B 3425 is weergegeven welke nakomelingen ze krijgen.
Geef de genotypen van nummer 1 en 2 uit de afbeelding B 3425 (gebruik de letters A en a).
genotype nr. 1: [invulveld] genotype nr. 2: [invulveld]
afbeelding
Genetica
2/2 Hamsters. Zie figuur B 3425 van de bijlage.
Hamster nummer 1 en 2 worden nog een keer met elkaar gekruist. Ze krijgen één jong.
Hoe groot is de kans dat het jong wit is?
die kans is: [invulveld] %
afbeelding
Genetica
1/2 Rechts- of linkshandig? Zie figuur B 2249 van de bijlage.
Bij de familie Bruens wordt rechtshandigheid of linkshandigheid door het genotype bepaald. Het gen voor rechtshandigheid (R) is dominant over dat voor linkshandigheid (r). In de afbeelding zijn gegevens van de familie Bruens weergegeven.
Wat kan het genotype van Edith zijn?
afbeelding
Genetica
2/2 Rechts- of linkshandig?
Hoe groot is de kans dat een derde kind een Y-chromosoom van vader Bruens zal krijgen?
Genetica
1/3 Rechts- of linkshandig? Zie figuur B 2256 van de bijlage.
Bij de familie Bruens wordt rechtshandigheid of linkshandigheid door het genotype bepaald. Het gen voor rechtshandigheid (R) is dominant over dat voor linkshandigheid (r). In de afbeelding zijn gegevens van de familie Bruens weergegeven.
Kan opa Bruens op grond van de stamboom homozygoot zijn voor de eigenschap rechtshandigheid? En heterozygoot?
afbeelding
Genetica
2/3 Rechts- of linkshandig?
Wat kan het genotype van Michael zijn?
afbeelding
Genetica
3/3 Rechts- of linkshandig?
Hoe groot is de kans dat een derde kind van vader en moeder Bruens linkshandig is?
afbeelding
Genetica
1/2 Konijnen. Zie figuur B 3396 van de bijlage.
Bij konijnen komen verschillende vachtkleuren voor, zoals een donkere vacht en een vachtkleur die 'Himalaya-type' wordt genoemd (zie de afbeelding). Het gen voor donkere vachtkleur is dominant (A). De stamboom in de afbeelding geeft de overerving van de vachtkleur in een konijnenfamilie weer. Enkele konijnen zijn aangegeven met een cijfer.
Konijn 3 uit de stamboom paart met een heterozygoot donker konijn.
Hoe groot is de kans op een nakomeling van het 'Himalaya-type'?
afbeelding
Genetica
1/4 Konijnen.
Bij konijnen is het gen voor een bepaalde kleur bruin haar recessief ten opzichte van het gen voor zwart haar. Een vrouwelijk konijn wordt voedster genoemd, een mannelijk konijn rammelaar. Een bruin konijn heeft een onbevruchte eicel in een eileider.
Hoeveel chromosomen in de kern van die eicel bevatten het gen voor de kleur bruin? Leg je antwoord uit.
Genetica
2/4 Konijnen.
Twee konijnen, een rammelaar en een voedster zijn heterozygoot voor het gen voor haarkleur. Zij krijgen jongen.
Hoe groot is de kans dat een jong het genotype van een homozygoot zwart konijn heeft?
Genetica
3/4 Konijnen.
Twee konijnen, een rammelaar en een voedster zijn heterozygoot voor het gen voor haarkleur. Zij krijgen jongen.
Hoe groot is de kans dat het jong het genotype van een heterozygoot zwart konijn heeft?
Genetica
4/4 Konijnen.
Kees wil konijnen fokken die homozygoot zijn voor vachtkleur. Hij heeft twee zwarte rammelaars en twee voedsters.
- Rammelaar 1 is homozygoot voor het gen voor de vachtkleur. - Rammelaar 2 is heterozygoot voor het gen voor de vachtkleur. - Voedster 3 is zwart. - Voedster 4 is bruin.
Welke dieren moet Kees laten paren om de grootste kans op bruine konijnen te hebben?
Genetica
1/3 De kleur van konijnen.
Bij konijnen is het gen voor zwarte vacht dominant over het gen voor bruine vacht. Twee konijnen worden gekruist: het ene is homozygoot voor zwarte vacht en het andere is homozygoot voor bruine vacht. Hun nakomelingen (de F1
) worden onderling gekruist, waardoor de F2
ontstaat.
Welke kleur vacht hebben de dieren van de F1
-generatie?
Genetica
2/3 De kleur van konijnen.
Bij konijnen is het gen voor zwarte vacht dominant over het gen voor bruine vacht. Twee konijnen worden gekruist: het ene is homozygoot voor zwarte vacht en het andere is homozygoot voor bruine vacht. Hun nakomelingen (de F1
) worden onderling gekruist, waardoor de F2
ontstaat.
Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong in de F2
-generatie zwart is?
Genetica
3/3 De kleur van konijnen.
Bij konijnen is het gen voor zwarte vacht dominant over het gen voor bruine vacht. Twee konijnen worden gekruist: het ene is homozygoot voor zwarte vacht en het andere is homozygoot voor bruine vacht. Hun nakomelingen (de F1
) worden onderling gekruist, waardoor de F2
ontstaat.
Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong in de F2
-generatie homozygoot is voor vachtkleur?
Genetica
1/3 Een kruising.
Een zwartharige cavia wordt gekruist met een witharige cavia. Het gen voor zwarte vachtkleur is dominant (A). De beide ouders zijn homozygoot voor de vachtkleur. De nakomelingen planten zich onderling voort.
Stel van deze kruising een kruisingsschema op tot en met de F2
.
Genetica
2/3 Een kruising.
Welke genotypen komen voor in de F2
en in welke verhouding?
Genetica
3/3 Een kruising.
Welke fenotypen komen voor in de F2
en in welke verhouding?
Genetica
1/4 Krullend en sluik haar. Zie figuur B 1937 van de bijlage.
Bij de mens is het gen voor krullend haar (H) dominant over het gen voor sluik haar (h). De afbeelding geeft een stamboom van een familie weer. Van een aantal personen zijn de genotypen wat betreft haartype aangegeven.
Hoe groot is de kans dat persoon 2 homozygoot is?
afbeelding
Genetica
2/4 Krullend en sluik haar. Zie figuur B 1937 van de bijlage.
De personen 2 en 3 krijgen een dochtertje.
Is met zekerheid te zeggen of het meisje sluik haar of krullend haar zal krijgen? Zo ja, zal het sluik haar of krullend haar krijgen?
afbeelding
Genetica
3/4 Krullend en sluik haar. Zie figuur B 1937 van de bijlage.
Kan de man die met cijfer 4 is aangegeven kinderen verwekken met sluik haar? En met krullend haar?
afbeelding
Genetica
4/4 Krullend en sluik haar. Zie figuur B 1937 van de bijlage.
Man 1 en een vrouw die sluik haar heeft, krijgen samen een kind.
Hoe groot is de kans dat hun kind krullend haar heeft?
afbeelding
Genetica
1/2 Parkieten.
Twee witte parkieten paren met elkaar. Ze krijgen twee jongen. Deze hebben beide witte veren en zijn homozygoot voor de betreffende eigenschap.
Valt uit het bovenstaande op te maken of het gen voor witte veren dominant of recessief is?
Genetica
2/2 Parkieten.
Valt uit het bovenstaande op te maken of de ouders heterozygoot of homozygoot zijn voor de desbetreffende eigenschap?
Genetica
1/2 Practicum met fruitvliegjes.
Bij fruitvliegjes is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e). Een leraar gaat met zijn klas een practicum uitvoeren. De leerlingen kunnen vliegjes laten paren om nakomelingen te krijgen. De leerlingen krijgen de opdracht ervoor te zorgen dat de verhouding tussen vliegjes met lange vleugels en vliegjes met korte vleugels in de nakomelingschap 3 : 1 is. In de klas staan potjes met fruitvliegjes die als ouders gebruikt kunnen worden. Op elk potje staat een nummer, het geslacht van de vliegjes en het genotype voor vleugellengte.
afbeelding
Uit welke twee potjes moeten de ouders komen om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren?
Genetica
2/2 Practicum met fruitvliegjes. Zie figuur B 2219 van de bijlage.
In de afbeelding is de stamboom van een paar fruitvliegjes weergegeven. Het gen voor zwart is dominant.
Welke kleur kan nakomeling P hebben?
afbeelding
Genetica
1/2 Rood of zwart?
Runderen kunnen rode of zwarte vlekken hebben. Eén genenpaar heeft invloed op de kleur van de vlekken. Het gen dat de zwarte kleur veroorzaakt is dominant (A). Een stier met zwarte vlekken wordt gekruist met een koe met zwarte vlekken. Hun kalf heeft rode vlekken.
Wat is het genotype voor de kleur van de vlekken van het kalf?
Genetica
2/2 Rood of zwart?
Wat is het genotype voor de kleur van de vlekken van de stier? Of is dit niet uit de gegevens af te leiden?
Genetica
1/2 Sikkelcelanemie. Zie figuur B 2168 van de bijlage.
Sikkelcelanemie is een erfelijke ziekte die in ons land weinig voorkomt. In tropische gebieden komt deze ziekte veel vaker voor. Bij lijders aan sikkelcelanemie wijkt de vorm van bepaalde bloeddeeltjes sterk af. In de afbeelding zijn overeenkomstige bloeddeeltjes weergegeven van een gezond persoon en van iemand die aan sikkelcelanemie lijdt.
Hoe heten de bloeddeeltjes die bij sikkelcelanemie een afwijkende vorm hebben?
afbeelding
Genetica
2/2 Sikkelcelanemie.
Het gen voor sikkelcelanemie is recessief. Een vrouw die heterozygoot is voor sikkelcelanemie, verwacht een kind van een man die lijdt aan de ziekte.
Hoe groot is de kans dat het kind sikkelcelanemie heeft?
Genetica
1/2 Een stamboom. Zie figuur B 2025 van de bijlage.
De afbeelding geeft een stamboom weer. Personen die in de stamboom met zwart zijn aangegeven, hebben een bepaalde erfelijke vorm van doofheid. Iemand die wel een gen voor deze doofheid bezit, maar zelf niet doof is, wordt een drager genoemd. Het gen voor horend wordt weergegeven met H, het gen voor doofheid met h.
Wat is het genotype van de personen 2 en 6 die in de stamboom van de afbeelding met zwart zijn aangegeven?
afbeelding
Genetica
2/2 Een stamboom.
Is persoon 3 in de stamboom van de afbeelding een drager? En persoon 4?
afbeelding
Genetica
1/2 Tongrollen. Zie figuur B 1956 van de bijlage.
Veel mensen kunnen met hun tong een gootje maken (zie de afbeelding, tekening P). Dit wordt tongrollen genoemd. Het gen voor tongrollen (T) is dominant over het gen voor niet-tongrollen (t). In de afbeelding stelt tekening Q een ongeboren baby in een baarmoeder voor. De vader van de baby kan zijn tong niet rollen, de moeder kan het wel en is homozygoot voor deze eigenschap.
Welk genotype heeft een cel op plaats 1?
afbeelding
Genetica
2/2 Tongrollen.
Welk genotype heeft een cel op plaats 2?
afbeelding
Genetica
Oorlelletjes. Zie figuur B 2003 van de bijlage.
Sommige mensen in Nederland hebben losse oorlelletjes, maar er zijn ook mensen met vaste oorlelletjes (zie de afbeelding). Alle ouderparen, waarvan zowel de man als de vrouw vaste oorlelletjes hebben, kunnen geen kinderen krijgen met losse oorlelletjes.
Leg dit uit.
afbeelding
Genetica
Krulstaarten bij varkens.
Bij varkens wordt het voorkomen van een krulstaart veroorzaakt door een bepaald gen. Een heterozygote zeug (vrouwelijk varken) wordt gedekt door een heterozygote beer (mannelijk varken). Beide dieren hebben een krulstaart. Er worden acht biggen geboren. De eerste big blijkt een rechte staart te hebben.
Hoe groot is de kans dat ook de volgende big een rechte staan heeft? Licht je antwoord toe met behulp van een kruisingsschema.
Genetica
De ziekte van Tay-Sachs.
Een van de verschijnselen van de ziekte van Tay-Sachs is het achteruitgaan van het gezichtsvermogen. De ziekte is het gevolg van een recessief gen. Een bepaalde vrouw heeft dat gen zeker niet. Haar man is heterozygoot.
Hoe groot is de kans dat hun eerste kind de ziekte van Tay-Sachs krijgt? Licht je antwoord toe. Je kunt daarbij een kruisingsschema gebruiken.
Genetica
Konijnen kruisen.
Bij konijnen komen kortharige en langharige dieren voor. Twee kortharige konijnen worden gepaard. Beide dieren zijn heterozygoot voor het gen voor haarlengte.
Welke fenotypen zijn te verwachten onder de nakomelingen? In welke verhouding?
Genetica
Kippen kruisen.
Bij kippen is het gen voor gevederde poten (F) dominant over dat voor kale poten (f). Een haan met gevederde poten wordt gekruist met een hen met kale poten. De vijf kuikens uit het eerste nest hebben kale poten.
Wat is het genotype van de haan en wat dat van de hen?
afbeelding
Genetica
1/2 Thalassemie.
Thalassemie is een zeer ernstige bloedziekte die het gevolg is van afwijkende rode bloedcellen. De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen. Iemand die heterozygoot is voor dit gen, wordt een drager genoemd. Een drager heeft meestal voldoende gezonde rode bloedcellen en heeft de ziekte in een minder ernstige vorm.
Rob en Monica zijn allebei drager van thalassemie.
Hoe groot is de kans dat een kind van Rob en Monica de ernstige vorm van thalassemie heeft?
Genetica
2/2 Thalassemie.
Komt het gen voor thalassemie in alle gewone lichaamscellen van Rob voor? En in alle zaadcellen?
Genetica
1/2 De grote brandnetel.
Bij een brandnetelsoort uit Zuid-Europa komen naast planten met een gezaagde bladrand ook planten met een gave bladrand voor. De vorm van de bladrand is bij deze soort een erfelijke eigenschap, die ontstaat onder invloed van één genenpaar. Iemand voert met deze brandnetelsoort twee kruisingen uit:
Kruising 1: gaafrandig blad x gezaagd blad
De F1
van deze kruising bestaat uit een groot aantal planten met allemaal een gezaagde bladrand.
Is het gen voor een gaafrandige bladrand bij deze brandnetel dominant of recessief? Leg je antwoord uit met een kruisingsschema. Vermeld in je schema de genotypen van de ouderplanten en het genotype / de genotypen van de nakomelingen.
Genetica
2/2 De grote brandnetel.
Kruising 2: gezaagd blad x gezaagd blad
Onder de nakomelingen zijn planten met een gezaagde en planten met een gave bladrand.
Welke bewering over het genotype van de ouderplanten bij kruising 2 is juist?
Genetica
Sinaasappels. Zie figuur B 4467 van de bijlage.
Door mutatie is een sinaasappelsap ontstaan waarbij de onderkant van de schil van de vrucht niet helemaal sluit. Zo'n vrucht wordt een navelsinaasappel genoemd (zie de afbeelding). Het gen voor normale sinaasappels is dominant (A). Het gen voor navelsinaasappels is recessief (a). Twee sinaasappelplanten met normale sinaasappels worden met elkaar gekruist. Onder de nakomelingen zijn zowel planten met normale sinaasappels als planten met navelsinaasappels.
Wat zijn de genotypen van de ouderplanten? Typ je antwoord zó: genotype ouder 1: [invulveld] genotype ouder 2: [invulveld]