Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur B 506 van de bijlage.

In de tekening is een deel van een dwarsdoorsnede van een wortel weergegeven.
Er is cambium aanwezig.

Is het cambium aangegeven met pijl 1 of met pijl 3?
Geeft pijl 2 een deel van het hout of een deel van de bast aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.

In de wortel komt een weefsel voor waarvan de cellen zich na de plasmagroei niet strekken.

Met welk cijfer is dit weefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

1/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

Is dit een dwarsdoorsnede van een deel van een blad, van een deel van een stengel, of van een deel van een wortel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

2/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

In cel Q zijn korreltjes zichtbaar, die zijn opgebouwd uit organische stoffen. De organische grondstoffen voor deze korreltjes zijn via transportweefsel aangevoerd uit andere delen van de plant.

Welk van de met R, S en T aangegeven delen behoort tot het genoemde transportweefsel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

3/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

Cel Q verbruikt zuurstof.

Door welk van de met P, R en T aangegeven delen wordt de meeste zuurstof voor cel Q aangevoerd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 431 van de bijlage.

De afbeelding stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een jonge wortel van een zaadplant voor. Vier delen zijn aangegeven met P, Q, R en S.

Is een parenchymcel aangegeven met P, met Q of met R?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 1026 van de bijlage.

Getekend is een schematische weergave van een stukje van een wortel.

In welke zone vindt hoofdzakelijk celstrekking plaats?
En in welke zone differentiatie?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van wortel.
Zie figuur B 1180 van de bijlage.

De figuur stelt een dwarsdoorsnede van een wortel voor.

Het weefsel dat met een pijl is aangeduid, zorgt in de plant voor

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsneden van worteltop.
Zie figuur A 313 van de bijlage.

In de afbeelding is links schematisch een lengtedoorsnede van een deel van een wortel van een zaadplant weergegeven.
De foto rechts geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een andere worteltop van dezelfde plant weer.
In de tekening is een aantal plaatsen aangegeven met de letters P, Q, R en S:

Is de foto gemaakt van een dwarsdoorsnede van een worteltop van de plant ter hoogte van P, Q, R of S?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 194 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel voor.

Het weefsel dat met W is aangegeven, zorgt voornamelijk voor

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei van worteltop.
Zie figuur B 2508 van de bijlage.

Tekening 1 stelt een worteltopje voor. De merktekens P en Q zijn met inkt op de wortel getekend.
Tekening 2 stelt hetzelfde worteltopje een aantal dagen later voor. De zijwortels zijn nu, zoals de tekening laat zien, verder uitgegroeid. De wortelharen en de twee merktekens zijn niet getekend.

Zal de afstand tussen de merktekens P en Q in de tussenliggende dagen groter zijn geworden of ongeveer gelijk zijn gebleven?
Zullen er bij het worteltopje van tekening 2 wortelharen voorkomen beneden de lijn L?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groenten.
Zie figuur C 88 van de bijlage.

In de winkels in Nederland worden steeds meer soorten groente aangetroffen. In de afbeelding is een aantal groenten getekend. Bij elke groente is het deel aangegeven dat wordt gegeten.
Op grond van de functie die de aangegeven delen voor de plant hebben, is een voorspelling te doen over het eiwitgehalte van deze groenten per 100 gram eetbaar gedeelte.

Welke van de afgebeelde groenten zal waarschijnlijk per 100 gram eetbaar gedeelte de grootste hoeveelheid eiwitten bevatten? Geef een verklaring voor je antwoord, uitgaande van de functie van de aangegeven delen voor de plant.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Tak met kurklaag.

In een tak van een boom komen in de kurklaag kleine niet-verkurkte delen voor (kurkporiën) met vulweefsel.
Onder de kurklaag bevinden zich cellen met bladgroen.

In welke richting kan O2 door deze kurkporiën diffunderen?
En in welke richting CO2 ?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Vorming, opslag en transport van stoffen in plant.

Hieronder staan vijf beweringen over vorming, opslag en transport van stoffen in een tomatenplant:

1. Een deel van het water verdampt en een ander deel wordt gebruikt voor de koolstofassimilatie.
2. Het water gaat door de vaatbundels naar de bladeren.
3. De suiker (glucose) wordt in de wortel omgezet in zetmeel dat wordt opgeslagen.
4. Water wordt door de wortel opgenomen.
5. Water en opgeloste suiker (glucose) gaan door de vaatbundels naar de wortel.

In welke volgorde vinden deze gebeurtenissen in de plant plaats?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Op een zonnige dag worden bij een bepaalde plant de CO2 -concentratie en de waterdampconcentratie in de intercellulaire holten van het blad en buiten het blad gemeten.
De huidmondjes van het blad zijn geopend.

Waar is de CO2 -concentratie het hoogst?
En waar de waterdampconcentratie?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Processen in zaadplant.

In een zaadplant vinden onder andere de volgende processen plaats:

1. assimilatie;
2. dissimilatie;
3. transport van stoffen;
4. opslag van stoffen.

Welke van deze processen kunnen plaatsvinden in parenchym (vulweefsel)?

Plantenfysiologie

Beperkende factoren.
Zie figuur B 308 van de bijlage.

In het afgebeelde diagram is de opbrengst per hectare van een bepaald cultuurgewas uitgezet tegen het kaliumgehalte van de bodem. De ene grafiek geeft dit verband weer zonder fosforbemesting en de andere grafiek geeft dit verband weer mèt fosforbemesting

Het fosforgehalte en het kaliumgehalte van de bodem kunnen beide een beperkende factor zijn voor de groei van de planten en dus voor de opbrengst per hectare.

Bij welke punten in de grafiek met fosforbemesting, respectievelijk zonder fosforbemesting vormt het kaliumgehalte een beperkende factor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

CO2 -gehalte atmosfeer en groeisnelheid planten.
Zie figuur A 175 van de bijlage.

Een landelijk ochtendblad berichtte op 22 september 1984 dat verhoging van het CO2 -gehalte in de atmosfeer als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen invloed heeft op de groeisnelheid van planten. De tekst ging vergezeld van de vermelde figuur.
De maker van de afbeelding heeft door overdrijving het CO2 -broeikaseffect willen weergeven, zonder zich druk te maken over de precieze biologische gang van zaken.

Welke van de volgende verklaringen voor de plaats van de twee harten is zeker niet in strijd met biologisch aanvaardbare gegevens?




-

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven.
Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.

Kan transport van de stoffen die via P zijn aangevoerd, plaatsvinden naar celtype 1, 2 en/of 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven.
Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.
Op een bepaald moment zijn de huidmondjes van deze plant gesloten.

Vindt in die situatie in de plant transport van koolhydraten plaats?
En transport van water?

afbeeldingafbeelding