Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 16

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

1/2 Voedselrelaties.
Zie figuur B 3564 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch enkele voedselrelaties weergegeven in een levensgemeenschap in zoet water.

Drie schakels, aangeduid met 1, 2 en 3, zijn niet ingevuld.

In het schema ontbreken plantaardig plankton, een snoek (een roofvis) en een waterkever (een in het water levend roofinsect).

Wat kan er op plaats 1 worden ingevuld?
Wat op plaats 2?
En wat op plaats 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Voedselrelaties.
Zie figuur B 3564 van de bijlage.

De organismen die in de afbeelding zijn aangegeven met 1, 2 of 3, behoren elk tot een bepaalde schakel van het weergegeven voedselnet. De totale hoeveelheid energierijke stoffen van alle organismen van schakel 1 wordt vergeleken met die van schakel 2 en met die van schakel 3.

Is de hoeveelheid energierijke stoffen in alle drie de schakels even groot?
Zo nee, in welke schakel zal de totale hoeveelheid energierijke stoffen het grootst zijn?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/3 Voedselrelaties.
Zie figuur B 3466 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch enkele voedselrelaties weergegeven in een levensgemeenschap in een weiland. Drie schakels, aangeduid met 1, 2 en 3, zijn niet ingevuld.
In het schema ontbreken een lieveheersbeestje (een roofinsect), een paardebloem en een sperwer (een roofvogel).

Wat kan er op plaats 1 worden ingevuld?
Wat op plaats 2?
En wat op plaats 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Voedselrelaties.
Zie figuur B 3466 van de bijlage.

Hoeveel voedselketens zijn in de afbeelding weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/3 Voedselrelaties.
Zie figuur B 3466 van de bijlage.

De organismen die in de afbeelding zijn aangegeven met 1, 2 of 3, behoren elk tot een bepaalde schakel van het weergegeven voedselnet. De totale hoeveelheid energierijke stoffen van alle organismen van schakel 1 wordt vergeleken met die van schakel 2 en met die van schakel 3.

Zal men tussen de drie schakels verschillen aantreffen in de hoeveelheid energierijke stoffen?
Zo ja, in welke schakel is dan de totale hoeveelheid energierijke stoffen het grootst?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/14 Aalscholvers.
Zie figuur B 2442 van de bijlage.

In Nederland komen vooral gewone aalscholvers voor. In Groot-Brittannië komen op de rotsen langs de kust naast gewone aalscholvers ook kuifaalscholvers voor.

De poten van een aalscholver vertonen een bepaald kenmerk dat een aanpassing is aan zijn manier van leven.

Welk kenmerk is dat? Leg uit waardoor dat kenmerk gunstig is voor de aalscholvers.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/14 Aalscholvers.

Zijn aalscholvers consumenten, producenten of reducenten?

Ecologie

3/14 Aalscholvers.
Zie figuur A 470 van de bijlage.

De afbeelding geeft de verspreiding van aalscholvers in Nederland, in de maand juni van een bepaald jaar. In Noord-Holland en Utrecht komen meer aalscholvers voor dan in de Achterhoek en Twente.

Geef een verklaring voor dit verschil.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/14 Aalscholvers.
Zie figuur B 2443 van de bijlage.

Tekst:
Invloed op het aantal aalscholvers.
In de tachtiger jaren nam het aantal aalscholvers in de buurt van het IJsselmeer toe. Later was er weer een afname. Het schoner worden van het water van de rivieren die naar het IJsselmeer stromen, zou de oorzaak van deze afname kunnen zijn. Het water dat door de rivieren naar het IJsselmeer stroomt, is de laatste jaren minder vervuild en bevat minder mineralen.

De tekst hierboven gaat over de invloed van de kwaliteit van het rivierwater op het aantal aalscholvers.

Tekst:
Voedsel in het IJsselmeer
Zie figuur B 2443 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Aalscholvers die bij het IJsselmeer leven, voeden zich met de vissen die zij vangen. Zij eten er wel 400 gram per dag van. Deze vissen, zoals voorn en pos eten dierlijk plankton, dat op zijn beurt weer leeft van de vele algen die in het water van het IJsselmeer zweven. Soms eten aalscholvers paling. Palingen leven onder andere van vissen zoals jonge voorntjes en jonge pos.

Zie volgende scherm

Ecologie

5/14 Aalscholvers.

In de tekst over het voedsel in het IJsselmeer worden zes namen van organismen genoemd.

Noteer het voedselweb waarin al deze zes namen voorkomen.

Ecologie

6/14 Aalscholvers.

Leg met behulp van dit voedselweb uit hoe het schoner worden van de rivieren een afname van het aantal aalscholvers kan veroorzaken.

Ecologie

7/14 Aalscholvers.

Aalscholvers vangen vis in het IJsselmeer. De hoeveelheid aanwezige vis wordt beïnvloed door abiotische en door biotische factoren.

Noem twee biotische factoren.

Ecologie

8/14 Aalscholvers.

Tekst:
Kijken en jagen bij aalscholvers

Een aalscholver vangt vissen door er op te "jagen". Als hij een vis ziet, zwemt hij er snel achteraan en probeert hem te pakken. De aalscholver gebruikt vooral zijn ogen bij het opsporen en vangen van een prooi. Hij moet dus helder water hebben. Als er veel algen in het water zweven, wordt het voor hem veel moeilijker om te vissen.
De ogen van de aalscholver passen goed bij zijn manier van jagen.

Een aalscholver kan in een meer met stilstaand water moeilijk vissen vangen als er veel algen in het water drijven. Zonder die algen gaat het beter. Dat is te wijten aan een bepaalde eigenschap van de aalscholver.

Waardoor heeft een aalscholver last van de algen bij het vissen? Leg je antwoord uit.

Ecologie

9/14 Aalscholvers.
Zie figuur C 188 van de bijlage.

De gewone aalscholvers en de kuifaalscholvers in Groot-Brittannië eten dieren die ze uit de zee halen. Ze hebben wel een verschillend menu.

Tabel: Samenstelling van het voedsel van aalscholvers in Groot-Brittannië
Het aandeel van de verschillende vissoorten in het menu van de aalscholvers is aangegeven in percentages.

afbeeldingafbeelding

Smelten en haringen zwemmen in scholen aan het oppervlak van het water. Platvissen en garnalen leven op de bodem van de zee.

Zie figuur C 188 van de bijlage.

In welk van de schema's A, B, C of D in de afbeelding zijn de gegevens over het menu van de twee soorten aalscholvers juist weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

10/14 Aalscholvers.

Gewone aalscholvers en kuifaalscholvers jagen op hun voedsel langs de kust van Groot Brittannië. Zie de teksten 'Samenstelling van voedsel' en 'Kijken en jagen bij aalscholvers' (hieronder).

Tabel: Samenstelling van het voedsel van aalscholvers in Groot-Brittannië

Het aandeel van de verschillende vissoorten in het menu van de aalscholvers is aangegeven in percentages.
afbeeldingafbeelding

Een aalscholver vangt vissen door er op te "jagen". Als hij een vis ziet, zwemt hij er snel achteraan en probeert hem te pakken. De aalscholver gebruikt vooral zijn ogen bij het opsporen en vangen van een prooi. Hij moet dus helder water hebben. Als er veel algen in het water zweven, wordt het voor hem veel moeilijker om te vissen.
De ogen van de aalscholver passen goed bij zijn manier van jagen.

Welke van de twee aalscholversoorten is het meest afhankelijk van helder water in een rustige zee langs de kust. Leg je antwoord uit.

Ecologie

11/14 Aalscholvers.

Ook als er niet zo veel voedsel is, leven de gewone aalscholvers en kuifaalscholvers toch bij elkaar in de buurt.

afbeeldingafbeelding

Leg met behulp van de informatie in de tabel over samenstelling van voedsel uit dat beide soorten aalscholvers bij elkaar in de buurt kunnen leven.

Ecologie

12/14 Aalscholvers.

Tekst:
Veren drogen.


Weer op het land na een duik in het water schudt een aalscholver de vleugels goed en houdt ze wijd open om de veren te laten drogen. Als het water de huid nat maakt loopt een aalscholver de kans teveel af te koelen. Veel watervogels, zoals eenden, maken hun veren vettig om te voorkomen dat hun huid nat wordt. Aalscholvers maken hun veren minder vettig, waarschijnlijk zouden ze anders minder goed kunnen duiken.

Een aalscholver laat zijn veren drogen.

Leg uit dat een aalscholver met een natte huid de kans loopt te veel af te koelen.

Ecologie

13/14 Aalscholvers.

Bepaalde groeperingen geven de aalscholvers de schuld van de afname van de hoeveelheid vis in het IJsselmeer. Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij overweegt toe te staan om op aalscholvers te jagen.

Tekst:
Te veel aalscholvers

De gewone aalscholver is een beschermde soort. Dat wil zeggen dat er niet op aalscholvers gejaagd mag worden. Deze maatregel is genomen, omdat de aalscholvers in Nederland leken uit te sterven. Als gevolg van de bescherming zijn er nu weer veel aalscholvers. Zoveel zelfs dat de vissers aan het IJsselmeer bang zijn dat er door al die jagende aalscholvers te weinig vis voor hen zal overblijven. De vissers beweren zelfs dat de aalscholvers bijna alle aal (=paling) opeten.

Tekst:
Zijn er maatregelen nodig tegen de aalscholvers?

Bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij denkt men over maatregelen om het aantal aalscholvers te verminderen. Dat zou kunnen door de jacht op aalscholvers weer toe te laten, of door de eieren weg te halen uit de nesten.
De natuurbeschermers kijken daar anders tegen aan. Ze vinden het jammer dat de Nederlandse overheid dit overweegt. Het is officieel beleid om de natuur meer kansen te geven. Nu dit nadelen blijkt te hebben, willen de vissers dat er wordt ingegrepen. En dat is niet goed.
Volgens de natuurbeschermers vangen de vissers veel meer palingen dan de aalscholvers. Paling zou slechts 1 % van het menu van de aalscholvers uitmaken. Ze vinden dat men beter kan wachten met het nemen van maatregelen. De afgelopen jaren is het aantal nesten al verminderd, waardoor het aantal aalscholvers al wat is teruggelopen.

Zie volgende scherm

Ecologie

14/14 Aalscholvers.

Geef twee argumenten om de jacht op aalscholvers weer toe te staan.

Ecologie

1/3 Bunzingen in de Biesbosch.
Zie figuur B 1615 van de bijlage.

In de Biesbosch komen de laatste jaren steeds meer bunzingen voor (zie de afbeelding). Dit is het gevolg van beheer waarbij hout en takken in de bossen niet worden opgeruimd. De bunzingen zitten graag in hopen dood hout. Zij vinden daarin ondermeer nestgelegenheid.
Bunzingen eten muizen, hazen en konijnen. Door de houtbergen is de ruimte voor gras minder geworden. Toch is er nog wel ruimte over voor de grassen waar de muizen, hazen en konijnen van leven.

Welke van de volgende beweringen naar aanleiding van de tekst is of welke zijn juist?

1. Als dood hout en takken weer worden opgeruimd, zal het aantal konijnen toenemen.
2. De beschreven levensgemeenschap in de Biesbosch is in evenwicht als het aantal bunzingen gelijk is aan het totale aantal muizen, hazen en konijnen samen.

afbeeldingafbeelding