Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie - Algemeen | VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4 | variant 4

Deze digitale toets over glucoseproductie en -verbruik in bladeren is gericht op leerlingen die de processen van fotosynthese en stofwisseling bij planten bestuderen. De toets bevat vragen over de rol van bladgroen, de opslag van zetmeel en de omstandigheden waaronder glucose en zuurstof worden geproduceerd en verbruikt. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Glucoseproductie en -verbruik in bladeren

Glucose productie en verbruikt.
Zie figuur B 2396 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend.

Op welke van de aangegeven plaatsen kan glucose zowel geproduceerd als verbruikt worden?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese en glucoseproductie bij planten

Een plant in het licht.

Een plant met bladgroen staat in het licht.

Produceren de cellen met bladgroen glucose?
En verbruiken deze cellen glucose?

afbeeldingafbeelding

Beweringen over bladgroen in planten

Twee beweringen over planten met bladgroen.

Hieronder volgen twee beweringen over planten met bladgroen:

I. Deze planten produceren in het licht organische stoffen,
II. Deze planten verbruiken in het licht organische stoffen.

Stofwisselingsprocessen in Zaadplanten

Stofwisselingsprocessen in zaadplanten.

Enkele stofwisselingsprocessen in organismen zijn:

1. glucose wordt omgezet in zetmeel,
2. zetmeel wordt omgezet in glucose
3. glucose wordt omgezet in glycogeen
4. glycogeen wordt omgezet in glucose.

Welke twee processen vinden in zaadplanten plaats?

Opslag van zetmeel en fotosynthese

Opslag van zetmeel.

In cellen met bladgroen kan opslag van zetmeel plaatsvinden.

Wanneer dit gebeurt is het waarschijnlijk dat er

Zetmeelproductie in Zonnebloembladeren

Zetmeel in een zonnebloem.

Welke van de volgende twee beweringen over zetmeel in bladeren van een zonnebloem in de zomer is of welke zijn juist?

I. In een blad met fotosynthese neemt overdag de hoeveelheid zetmeel toe.
II. 's Nachts neemt de hoeveelheid zetmeel in een blad af.

Vorming van glucose en vetten in aardappels

Vorming van glucose en vetten in een aardappel.
Zie figuur B 3541 van de bijlage.

In de afbeelding is een aardappelplant getekend. Enkele delen zijn genummerd.

In welk(e) van de genummerde delen kan glucose worden gevormd uit o.a. koolstofdioxide?

in deel [invulveld]

Kunnen in een of meer van de genummerde delen vetten worden gevormd uit o.a. glucose? Geef antwoord met ja of nee.

in deel 1: [invulveld]
in deel 2: [invulveld]
in deel 3: [invulveld]

Kan in een of meer van de genummerde delen glucose worden omgezet in o.a. koolstofdioxide? Geef antwoord met ja of nee.

in deel 1: [invulveld]
in deel 2: [invulveld]
in deel 3: [invulveld]

Kan in een of meer van de genummerde delen glucose worden omgezet in zetmeel? Geef antwoord met ja of nee.

in deel 1: [invulveld]
in deel 2: [invulveld]
in deel 3: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Glucoseverbruik in verschillende omstandigheden

1/2 Assimilatie en dissimilatie.
Zie figuur B 3550 van de bijlage.

Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. Alle buizen staan bij kamertemperatuur.

In hoeveel van deze buizen wordt glucose verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofproductie en -verbruik in buizen

2/2 Assimilatie en dissimilatie.
Zie figuur B 3550 van de bijlage.

In hoeveel van deze buizen wordt zowel zuurstof geproduceerd als verbruikt?

Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. Alle buizen staan bij kamertemperatuur.

afbeeldingafbeelding

Eencelligen en hun voedselopname

1/3 Met of zonder bladgroen.

Bepaalde eencelligen kunnen bladgroen vormen als ze aan licht worden blootgesteld. Met behulp van dit bladgroen kunnen ze dan hun voedsel produceren. Als deze organismen in het donker leven, verdwijnt na enige tijd het bladgroen en moeten ze voedsel uit hun omgeving opnemen.

Onder welke omstandigheden zullen deze eencelligen zeker organische stoffen uit hun omgeving moeten opnemen?

Zuurstofproductie bij organismen zonder bladgroen

2/3 Met of zonder bladgroen.

Wanneer kunnen deze organismen zuurstof produceren?

Autotroof en heterotroof leven van organismen

3/3 Met of zonder bladgroen.

Leven deze organismen autotroof of heterotroof of zijn beide levenswijzen mogelijk?

Verbranding in Bladeren Onder Licht en Donker

1/2 Een proef met bladeren.
Zie figuur B 887 van de bijlage.

Een plant met bladgroen heeft 48 uur in het donker gestaan. Daarna wordt deze plant in een proefopstelling gezet, zoals in de afbeelding is weergegeven.
Blad P bevindt zich in een luchtdicht afgesloten glazen kolf. Onder in de kolf bevindt zich een vloeistof die alle koolstofdioxide uit de lucht in de kolf wegneemt. De opstelling staat 48 uur in het licht.

Zal tijdens de proef in blad P verbranding plaatsvinden?
En in blad Q?

afbeeldingafbeelding

Zetmeeldetectie in Bladeren met Jodium

2/2 Een proef met bladeren.

Is na afloop van de proef met behulp van jodium zetmeel aan te tonen in blad P?
En in blad Q?

afbeeldingafbeelding

Voedselopname bij eencelligen

1/3 Eencelligen.

Bepaalde eencelligen kunnen bladgroen vormen als ze aan het licht worden blootgesteld. Met behulp van dit bladgroen kunnen ze dan voedsel produceren. Als deze organismen in het donker leven, verdwijnt na enige tijd het bladgroen en moeten ze voedsel uit hun omgeving opnemen.

Onder welke omstandigheden zullen deze eencelligen zeker organische stoffen uit hun omgeving moeten opnemen?

Zuurstofproductie door eencelligen

2/3 Eencelligen.

Wanneer kunnen deze organismen zuurstof produceren?

Energieverbranding bij eencellige organismen

3/3 Eencelligen.

Onder welke omstandigheden wordt in deze organismen energie vrijgemaakt door verbranding?

Kleur van Licht en Fotosynthese

1/3 Fotosynthese in een draadwier.
Zie figuur B 1565 van de bijlage.

Een draadwier is een klein draadvormig waterplantje. Een onderzoeker maakt een microscopisch preparaat van zo'n draadwier in water. Hij voegt aan het preparaat bacteriën toe die een plaats opzoeken waar veel zuurstof aanwezig is. Vervolgens laat hij vier verschillende kleuren licht naast elkaar op het preparaat vallen: rood, oranje geel en groen licht. In de afbeelding is weergegeven welk beeld hij na verloop van tijd ziet.

Bij welke kleur licht vindt de meeste fotosynthese plaats?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofverbruik in bacteriën

2/3 Fotosynthese in een draadwier.

De bacteriën nemen zuurstof op in hun cellen.

Noem een proces in de bacteriën waarbij ze de opgenomen zuurstof verbruiken.

Effect van donker op fotosynthese resultaten

3/3 Fotosynthese in een draadwier.

Om een duidelijk resultaat van de proef te kunnen zien, moet het preparaat met het draadwier en de bacteriën eerst enige uren in het donker worden bewaard. Daarna wordt het preparaat belicht zoals hiervoor is beschreven. Dit bewaren in het donker heeft tot gevolg dat het resultaat van de proef beter zichtbaar is.

Leg uit waardoor na het bewaren in het donker het resultaat beter zichtbaar is.