Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 18

Ontdek de invloed van glucose op het lichaam met deze digitale toets gericht op studenten in de gezondheidszorg. Leer over glucosegehalte, vertering en coeliakie door middel van praktische vragen en scenario's. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Invloed van gebeurtenissen op glucosegehalte

2/2 Glucosegehalte.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen in het lichaam beschreven.
Deze gebeurtenissen hebben invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed.
Geef bij elke gebeurtenis met het woord 'toe' of 'af' aan of de hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt of toeneemt.

1. Na vertering van voedsel wordt glucose opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt

2. Onder invloed van glucagon wordt glycogeen omgezet in glucose.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .

3. Glucose wordt door cellen opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .

4. Bij mensen met diabetes wordt glucose met de urine uitgescheiden.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .

De rol van gal bij vertering

1/2 Gal.

In een boek staat:
Gal is een belangrijk vocht dat een rol speelt bij de vertering van bepaalde voedingsstoffen.
Elke dag maakt ons lichaam 800 milliliter gal.
Als de productie van gal verstoord is, kunnen verschillende ziekten ontstaan.

Bij de vertering van welke voedingsstoffen speelt gal een rol?

Productie van gal in het lichaam

2/2 Gal.

In welk orgaan wordt gal geproduceerd?

In de/het [invulveld].

Vocht en verteringssappen in het verteringskanaal

1/4 Verteringskanaal.

In het verteringskanaal komen grote hoeveelheden vocht terecht door het eten en drinken, en door de afgifte van verteringssappen; bij een volwassene is dat ongeveer 8 liter water per dag.
afbeeldingafbeelding

Voordat de vocht-voedselbrij in de dikke darm terechtkomt, is er al ongeveer 7 liter water uitgehaald. Vanuit de dikke darm wordt daarna van de rest van het water nog eens ongeveer 85% in het bloed opgenomen.

Bevat het darmsap naast water ook verteringsenzymen?
En het maagsap?

-

afbeeldingafbeelding

Wateropname in het verteringskanaal

2/4 Verteringskanaal.

In het verteringskanaal komen grote hoeveelheden vocht terecht door het eten en drinken, en door de afgifte van verteringssappen; bij een volwassene is dat ongeveer 8 liter water per dag.
afbeeldingafbeelding

Voordat de vocht-voedselbrij in de dikke darm terechtkomt, is er al ongeveer 7 liter water uitgehaald. Vanuit de dikke darm wordt daarna van de rest van het water nog eens ongeveer 85% in het bloed opgenomen.

Vanuit welk deel van het verteringskanaal wordt het meeste water in het bloed opgenomen op grond van de bovenstaande informatie?

Vochtverdeling in het verteringskanaal

3/4 Verteringskanaal.

In het verteringskanaal komen grote hoeveelheden vocht terecht door het eten en drinken, en door de afgifte van verteringssappen; bij een volwassene is dat ongeveer 8 liter water per dag.
afbeeldingafbeelding

Voordat de vocht-voedselbrij in de dikke darm terechtkomt, is er al ongeveer 7 liter water uitgehaald. Vanuit de dikke darm wordt daarna van de rest van het water nog eens ongeveer 85% in het bloed opgenomen.

Bereken met behulp van gegevens uit de tekst hoeveel liter water per dag de maag maximaal verlaat.

Plaatsen en vloeistoffen in het verteringskanaal

4/4 Verteringskanaal.

Noem twee plaatsen in het verteringskanaal waar stoffen vrijkomen die bacteriën in het voedsel doden. Noem bij elke plaats de vloeistof die daar vrijkomt. Begin bij het orgaan dat het eerst in het spijsverteringskanaal ligt.

plaats 1: de [invulveld] en vloeistof 1: de/het [invulveld]
plaats 2: de [invulveld] en vloeistof 2: de/het [invulveld]

Gevolgen van Coeliakie voor Voedingsopname

1/4 Coeliakie.
Zie figuur A 796 van de bijlage.

Iemand met de ziekte coeliakie is allergisch voor bepaalde eiwitten die ook wel gluten genoemd worden.
Zulke eiwitten komen onder andere voor in graanproducten waarin meel van tarwe, rogge of gerst is verwerkt.
In het lichaam van een coeliakie-patiënt treedt een afweerreactie op tegen gluten in het voedsel.
Als gevolg van deze afweerreactie sterven cellen in het slijmvlies van de dunne darm af en verdwijnen de darmvlokken (zie de afbeelding).
Hierdoor krijgt de patiënt onder andere gebrek aan vitaminen en mineralen, wat ernstige gevolgen voor de gezondheid kan opleveren.

Leg uit waardoor het verdwijnen van darmvlokken tot gevolg heeft dat een patiënt een tekort aan vitaminen en mineralen krijgt.

afbeeldingafbeelding

Bepaling van coeliakie via bloedonderzoek

2/4 Coeliakie.

Om vast te stellen of een patiënt coeliakie heeft, wordt het bloed en het darmslijmvlies onderzocht. Als bepaalde stoffen in het bloed van een patiënt aangetoond kunnen worden, is dit een aanwijzing dat er sprake is van coeliakie.

Welke stoffen in het bloed worden hier bedoeld?

Plantencel versus darmslijmvliescel

3/4 Coeliakie.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.
Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

Dieetbeperkingen bij coeliakie

4/4 Coeliakie.
Zie figuur B 1703 van de bijlage.

Patiënten met coeliakie moeten zich aan een streng dieet houden, en mogen geen producten eten waarin eiwitten zoals gluten voorkomen die de overgevoeligheid veroorzaken.
In de afbeelding hiernaast is een etiket van een voedingsmiddel weergegeven.

Past deze kandijkoek in het dieet van een coeliakie-patiënt? Leg je antwoord uit met behulp van de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Locatie van de eilandjes van Langerhans

1/5 Diabetes.
Zie figuur B 2893 van de bijlage.

'Altijd dorst en voortdurend moe? Laat u zich dan bij uw huisarts controleren op diabetes', adviseert het Diabetes Fonds Nederland.
Diabetes is een ziekte die kan ontstaan doordat de eilandjes van Langerhans geen of minder insuline maken.
Insuline bevordert de opname van glucose in de cellen.
Bij gebrek aan insuline wordt het glucosegehalte in het bloed veel te hoog.
Het lichaam gaat dan glucose uitscheiden met de urine.
Bij de uitscheiding van glucose met de urine gaat veel water verloren, zodat een patiënt steeds dorst heeft.
In de afbeelding is een aantal organen van de mens aangegeven.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waarin de eilandjes van Langerhans zich bevinden?

afbeeldingafbeelding

Verwijdering van glucose bij diabetes

2/5 Diabetes.

Door welk orgaan of door welke organen wordt een teveel aan glucose uit het bloed verwijderd bij een diabetes-patiënt?

Vermoeidheid door diabetes en glucoseopname

3/5 Diabetes.

Karel gaat naar de dokter met klachten over vermoeidheid. Bij onderzoek blijkt dat hij diabetes heeft.

Leg uit dat vermoeidheid ontstaat wanneer lichaamscellen te weinig glucose uit het bloed kunnen opnemen.

Effect van glucagoninjectie op bloedglucose

4/5 Diabetes.

Door regelmatige injecties met insuline en het opvolgen van voedingsadviezen, kan het glucosegehalte in het bloed van een diabetes-patiënt redelijk constant worden gehouden. Maar als een patiënt te weinig eet of zich meer inspant dan normaal, kan duizeligheid optreden of zelfs bewusteloosheid. Bij bewusteloosheid kan een arts een injectie met glucagon geven.

Wat is het directe gevolg van zo'n injectie met glucagon op de samenstelling van het bloed?

Verhouding glucoseopname: druivensuiker vs. boterham

5/5 Diabetes.

Bij duizeligheid krijgt een diabetes patiënt het advies om wat druivensuiker (glucose) te eten of bijvoorbeeld een boterham. Door het eten van een boterham neemt het glucosegehalte van het bloed minder snel toe dan wanneer de patiënt druivensuiker eet.

Leg uit hoe het komt dat door het eten van een boterham het glucosegehalte van het bloed minder snel toeneemt dan na het eten van druivensuiker.

Waar worden de meeste bacteriën gedood?

1/2 Diarree.

Sommige bacteriën die via de mond worden opgenomen, zien kans om zich in de dunne en dikke darm te ontwikkelen.
Dit geldt voor de verwekkers van een aantal ziekten, bijvoorbeeld tyfus en paratyfus.
Wanneer deze bacteriën in de dunne en dikke darm terechtkomen, reageert de wand van de dikke darm daarop met het afscheiden van veel vocht, waardoor de uitwerpselen waterig worden: diarree.
Hierdoor wordt de dikke darm als het ware schoongespoeld.
De meeste bacteriën die we via de mond binnenkrijgen, kunnen zich niet in de dunne en dikke darm ontwikkelen.
Voor ze daar aankomen, zijn ze al gedood.

Waar worden de meeste bacteriën gedood?

Voorkomen van uitdroging bij diarree

2/2 Diarree.

Door diarree kan iemand veel vocht verliezen.

Welke van de onderstaande maatregelen kan iemand met diarree in verband hiermee het beste nemen om uitdroging te voorkomen?

Vertering van vet bij leverbeschadiging

1/4 Geelzucht.

Mevrouw Herkens heeft in haar jeugd geelzucht gehad.
Als gevolg van deze ziekte is haar lever blijvend beschadigd.

Zij krijgt een vetarm dieet voorgeschreven, omdat zij vet minder snel kan verteren.

Leg uit waardoor de vertering van vet minder snel gaat wanneer de lever beschadigd is.

Dieet en Geelzucht bij Mevrouw Herkens

2/4 Geelzucht.

Bevat het dieet van mevrouw Herkens vooral weinig zout of vooral weinig vet? Leg je antwoord uit.