Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | HAVO 4/HAVO 5 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Een "voet"reflex en typen zenuwcellen.

Bij de mens komen de volgende typen zenuwcellen voor:

1. sensorische zenuw cellen,
2. schakelcellen in het ruggenmerg,
3. hersenschorscellen,
4. motorische zenuwcellen.

Een proefpersoon voelt dat zijn linkervoet wordt aangeraakt en trekt zijn voet weg.

Welke van de genoemde typen zenuwcellen geleiden daarbij impulsen?

Zenuwstelsel

De kniepeesreflex.
Zie figuur B 514 van de bijlage.

Wanneer bij de mens een spier iets uitgerekt wordt, kan door een reflex dezelfde spier zich samentrekken.
Voorbeeld van zo'n reflex is de kniepeesreflex.

Bij controle van de kniepeesreflex wordt een tik gegeven juist onder de knieschijf. Tengevolge van de reflex gaat direct daarna het onderbeen iets naar voren en omhoog.

Waar bevindt zich de bij deze reflex behorende receptor?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen & bij het ontstaan van pijngevoel.

Veel pijnreceptoren zijn vrije uiteinden van zenuwceluitlopers. impulsen die in pijnreceptoren van een grote teen ontstaan, kunnen een terugtrekreflex veroorzaken en ook een pijngevoel teweegbrengen.
De impulsen die bij de reflex en het pijngevoel een rol spelen, lopen onder andere door de volgende, in alfabetische volgorde genoemde, delen van het zenuwstelsel:

1. hersenschors,
2. hersenstam,
3. motorische zenuwcellen,
4. sensorische zenuwcellen,
5. witte stof van de grote hersenen,
6. witte stof van het ruggenmerg.

Door welke van bovengenoemde delen lopen de impulsen die een rol spelen bij het ontstaan van dit pijngevoel en in welke volgorde?

Zenuwstelsel

Cellichamen in de reflexboog.

Bij bepaalde reflexbogen bij de mens verloopt de impulsgeleiding via het ruggenmerg.
Over de ligging van cellichamen van motorische en sensorische zenuwcellen van die reflexbogen worden drie beweringen gedaan:

1. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen in de grijze stof van het ruggenmerg, cellichamen van sensorische zenuwcellen liggen niet in de grijze stof van het ruggenmerg.
2. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen in de grijze stof van het ruggenmerg, cellichamen van sensorische zenuwcellen liggen zowel in de grijze stof van het ruggenmerg als daarbuiten.
3. Cellichamen van motorische zenuwcellen liggen zowel in de grijze stof van het ruggenmerg als daarbuiten, net als de cellichamen van sensorische zenuwcellen.

Welke bewering is juist?

Zenuwstelsel

De geleiding van de impuls in een reflexboog.

Aan een zenuwceluitloper van een schakelcel in een reflexboog wordt een kunstmatige prikkel toegediend.
Daardoor ontstaat een impuls. Deze impuls blijkt wel bij de spier aan te komen, maar niet bij de zintuigcel in deze reflexboog.

Waardoor kan deze geleiding van de impuls in één richting verklaard worden?

Zenuwstelsel

Reflexen en bewustwording.

Zijn er bij de mens reflexen die via de hersenen verlopen?
Is de mens zich van alle reflexen bewust?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

een onvoorwaardelijke reflex.

Als een hond aan het eten is, vindt er onder andere door prikkeling van het slijmvlies in de bek afscheiding van speeksel plaats. Deze afscheiding van speeksel gebeurt door een onvoorwaardelijke reflex.
Bij een hond die gedurende enige tijd alleen gevoerd wordt nadat er een bel rinkelt, blijkt de speekselafscheiding alleen al door de rinkelende bel op gang gebracht te worden, ook al krijgt het dier daarna geen eten. Dit is een voorwaardelijke reflex.

Welk deel van het centrale zenuwstelsel geleidt zeker impulsen bij de hierboven genoemde voorwaardelijke reflex en waarschijnlijk niet bij de hierboven genoemde onvoorwaardelijke reflex?

Zenuwstelsel

Twee gevallen waar sprake isvan een reflex.
In elk van de volgende twee gevallen is er sprake van een reflex:

1. persoon P die niets vermoedend met zijn hand een zeer heet voorwerp aanraakt, trekt deze hand met een ruk terug.
2. de geur van kerrie verhoogt bij persoon Q de speekselproductie.

Bij welke van de genoemde reflexen zijn schakelcellen betrokken die in het centrale zenuwstelsel liggen?
Bij welke van de genoemde reflexen speelt zowel het animale als het autonome zenuwstelsel een rol?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Schrikken van een naderende auto.

Een persoon schrikt van een naderende auto en springt opzij.

Spelen bij deze handeling de kleine hersenen een rol?
En schakelcellen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Het voorkomen van een val.

Als iemand struikelt, probeert hij te voorkomen dat hij valt.

Spelen hierbij impulsen in de kleine hersenen een rol?
En impulsen in de hersenstam?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen in een reflexboog.
Zie figuur B 567 van de bijlage.

In het schema is een reflexboog met de zenuwcellen R, S en T weergegeven. Op de met de pijl aangegeven plaats wordt met behulp van een elektrische stroom een uitloper van zenuwcel T geprikkeld.

Welke van de met cijfers aangegeven plaatsen kunnen deze impulsen bereiken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Enkele reflexbanen van de mens.
Zie figuur A 200 van de bijlage.

In de tekening zijn enkele reflexbanen van de mens weergegeven.

Welke van de vier genummerde zenuwceluitlopers zijn met één of meer receptoren verbonden?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Cellen, die impulsen voortgeleiden.

Bij een persoon worden impulsen voortgeleid via de reflexboog van een speekselklierreflex.
De mogelijke cellen via welke de impulsen worden voortgeleid, zijn:

1. een zintuigcel in de neus,
2. een sensorische zenuwcel,
3. een sensorische zenuwcel van het animale zenuwstelsel,
4. een sensorische zenuwcel van het autonome zenuwstelsel,
5. een of meer schakelcellen,
6. een of meer schakelcellen in de hersenstam,
7. een motorische zenuwcel van het animale zenuwstelsel,
8. een motorische zenuwcel van het autonome zenuwstelsel,
9. een motorische zenuwcel in de hersenstam,
10. een kliercel in een speekselklier.

Deze impuls wordt achtereenvolgens voortgeleid via

Zenuwstelsel

Een sensorische zenuwcel in een reflexboog.
Zie figuur B 640 van de bijlage.

De tekening geeft een sensorische zenuwcel bij de mens weer, die deel uitmaakt van de reflexboog voor het gebogen houden van een arm.

Waar in het lichaam bevindt zich deel R van de cel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsenin een sensorische zenuwcel.
Zie figuur B 2323 van de bijlage.

De afbeelding stelt onder andere een sensorische zenuwcel van de mens voor. Twee uitlopers daarvan zijn aangeduid met S en T.

Deze zenuwcel geleidt impulsen van de huid naar het centrale zenuwstelsel.

In welke richting verlopen de impulsen dan in de uitlopers S en T?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Gestimuleerd worden door het (ortho)sympathische zenuwstelsel.

De volgende gebeurtenissen kunnen in het lichaam van een mens plaatsvinden:

1. de frequentie van de hartslag wordt groter;
2. de doorsnede van de kleinste vertakkingen van de bronchiën wordt groter;
3. de afgifte van spijsverteringssappen neemt toe.

Welke activiteiten worden gestimuleerd door het (ortho)sympathische zenuwstelsel?

Zenuwstelsel

De overdracht van impulsen.
Zie figuur B 1399 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een motorische zenuwcel weer die is verbonden met een schakelcel en met drie spiervezels. Enkele verbindingsplaatsen zijn met cijfers aangegeven.
De schakelcel wordt op plaats P kunstmatig geprikkeld, waardoor impulsen ontstaan en alle drie de spiervezels zich samentrekken.

Op welke van de aangegeven verbindingsplaatsen wordt als gevolg van deze prikkel een stof afgegeven die de overdracht van impulsen mogelijk maakt?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding.
Zie figuur A 48 de bijlage.

Tekening 1 geeft de ligging weer van een zenuw die bij de mens het ruggenmerg met een hand verbindt.
Tekening 2 geeft de bouw van deze zenuw weer ter hoogte van P.
Op de doorsnede zijn vele uitlopers van zenuwcellen zichtbaar. Deze uitlopers geleiden onder normale omstandigheden vele impulsen.

Wat is te zeggen over de richting waarin deze impulsen met betrekking tot het betreffende cellichaam verlopen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Handelingen kan leiden tot contractie.

Men kan door prikkeling van een zenuw een spier laten samentrekken.
Hieronder staan drie mogelijkheden om de zenuwcellen van een zenuw te prikkelen.

Dit kan gebeuren door

1. bepaalde stoffen op het celmembraan van de zenuwcel te laten inwerken.
2. de zenuwcel elektrisch te prikkelen.
3. het celmembraan van de zenuwcel mechanisch te prikkelen.

Welke van de bovenstaande handelingen kan leiden tot contractie van de spier?

Zenuwstelsel

Prikkels van toenemende sterkte.

Een zenuwcel krijgt prikkels van toenemende sterkte. Als tengevolge hiervan impulsen ontstaan, wordt de sterkte van deze impulsen gemeten.

Uit de metingen zal blijken dat bij toenemende prikkelsterkte de sterkte van de impuls