Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 13

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Voortplantingsorganen van een man.
Zie figuur B 1729 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de voortplantingsorganen van een man schematisch getekend.
Een aantal delen is met een cijfer aangegeven.

Met welk cijfer is de plaats aangegeven waar spermacellen, na hun vorming, enige tijd worden opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Voortplantingsorganen van een vrouw.
Zie figuur B 1984 van de bijlage.

In de afbeelding is de ligging van de voortplantingsorganen in het lichaam van een vrouw weergegeven.

Met welk cijfer wordt het orgaan aangegeven waarin de eicellen ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het voortplantingsstelsel van een vrouw.
Zie figuur B 1052 van de bijlage.

In de figuur is schematisch het voortplantingsstelsel van een vrouw getekend.

Waar ontstaan eicellen en waar worden eicellen bevrucht?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Onderlichaam van een man.
Zie figuur A 472 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele organen weer in het onderlichaam van een man.

Door welke van de buizen 1, 2 en 3 vindt zowel afvoer van spermacellen als afvoer van urine plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het voortplantingsstelsel van een vrouw.
Zie figuur B 2173 van de bijlage.

In de figuur zijn enkele delen van het voortplantingsstelsel van de vrouw afgebeeld.

Bevruchting vindt in de regel plaats in

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De testes bij de man.

Hieronder volgen twee beweringen over de functie van de testes bij de man:

I. De testes produceren voortplantingscellen;
II. De testes produceren hormonen.

Voortplanting

De grootste kans op bevruchting.

Wanneer is normaal gesproken de kans op bevruchting het grootst bij de mens?

Op de

Voortplanting

Schema van de voortplanting.
Zie figuur B 961 van de bijlage.

Het schema geeft een deel weer van de voortplanting bij de mens.
X en Y zijn geslachtschromosomen.

Welk proces stelt cijfer 1 voor?
Ontstaat uit cel 2 een meisje of een jongen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De grootste kans op bevruchting.
Zie figuur B 1844 van de bijlage.

In het diagram is het verband weergegeven tussen de dikte van het baarmoederslijmvlies van een volwassen vrouw en de tijd.
Tussen tijdstip 1 en tijdstip 5 ligt ongeveer een maand.

Tussen welke van de aangeven tijdstippen is de kans op bevruchting het grootst?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Processen bij de voortplanting van de mens.

Processen die bij de voortplanting van de mens een rol spelen zijn, in willekeurige volgorde:

1. spermacellen komen een eileider binnen,
2. een eicel komt vrij uit een eierstok,
3. er vindt innesteling in de baarmoeder plaats,
4. de kern van een eicel versmelt met de kern van een spermacel.

Welk proces is de bevruchting?

Voortplanting

Processen bij de voortplanting van de mens.
Zie figuur B 2202 van de bijlage.

In de tekeningen zijn processen weergegeven die bij de mens kunnen plaatsvinden.

Welk van deze processen kan of welke kunnen plaatsvinden in de eileider?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting van de eicel.

Wanneer kan een eicel worden bevrucht: vlak voor of vlak na een ovulatie?
Waar kan een eicel worden bevrucht: in een eierstok of in een eileider?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting van de eicel.

Een eicel wordt bevrucht vlak na een ovulatie.
II. Bevruchting vindt plaats in een eierstok.

Voortplanting

De tekening van een eicel.
Zie figuur B 849 van de bijlage.

De tekening geeft onder andere een eicel van een mens weer, vlak vóór een bepaald proces.
Drie beweringen hierover zijn:

1. dit proces is de bevruchting,
2. de eicel heeft vlak voor dit proces 46 (2n) chromosomen,
3. de eicel heeft vlak na dit proces 23 (n) chromosomen.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Vier stadia in de ontwikkeling van een eicel.
Zie figuur B 653 van de bijlage.

In de afgebeelde figuren zijn vier stadia in de ontwikkeling van een eicel getekend.

De juiste volgorde van de stadia is

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Beweringen over bevruchting bij de mens.

Enkele beweringen over bevruchting bij de mens zijn:

1. bevruchting vindt meestal plaats in de baarmoeder,
2. bevruchting vindt plaats vlak voor de ovulatie,
3. bij bevruchting versmelten verschillende spermacellen met een eicel,
4. bij bevruchting wordt bepaald of het kind een jongen of een meisje zal zijn.

Welke van deze beweringen is juist?

Voortplanting

Stadia van geslachtelijke voortplanting.
Zie figuur B 2167 van de bijlage.

De afbeelding geeft drie opeenvolgende stadia van geslachtelijke voortplanting weer.

Is er bij één van deze stadia sprake van reductiedeling (meiose)?
Zo ja, in welk stadium?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De geslachtbepaling van een kind.

Het geslacht van een kind wordt erfelijk bepaald op het moment dat

Voortplanting

De bevruchting bij de mens.

Bij de mens vindt bevruchting plaats

Voortplanting

Schema van het voortplantingsproces.
Zie figuur B 1761 van de bijlage.

Het schema hiernaast geeft een deel van het voortplantingsproces van de mens weer.

Wat stellen in dit schema de cijfers 1 en 2 voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding