1/8 Ecosystemen.
Zie figuur C 76 van de bijlage.
afbeelding
Onderzoekers hebben in het begin van de jaren tachtig een zeer vereenvoudigd schema gemaakt van de koolstofstromen op jaarbasis in het Grevelingenmeer. Zij hebben organismen gecombineerd in de volgende zes groepen:
- zoöplankton (= dierlijk plankton),
- fytoplankton (= plantaardig plankton),
- suspensie-etende bodemfauna, zoals mosselen,
- detritus-etende en grazende bodemfauna, zoals slakken en wormen,
- bentische micro-algen (= vastzittende kleine algen),
- zeegras en macro-algen (= grotere zee-algen).
Vissen en grote schaaldieren hebben zij niet in het schema van de afbeelding niet opgenomen omdat zij slechts een klein deel van de totale biomassa vormen.
Suspensie betekent in deze context: in water zwevende organismen of afgestorven delen daarvan. Detritus is fijn verdeeld, dood organisch materiaal, maar in de blokken gesuspendeerde en bodemdetritus zijn tevens inbegrepen de schimmels en bacteriën die als reducenten detritus omzetten in anorganische stoffen.
Zie volgende scherm