Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Darmvlokken.
Zie figuur B 1669 van de bijlage.

In de afbeelding is in tekening 1 schematisch een darmvlok van een mens weergegeven met daarin verschillende delen. In tekening 2 van de afbeelding is een viertal darmvlokken weergegeven. In elk van deze darmvlokken is een deel van de darmvlok van tekening 1 opgenomen. In darmvlokken bevinden zich onder andere bloedvaten, lymfevaten, neuronuitlopers en spiervezels.

Welke van deze delen zijn aangegeven met P?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.
Twee plaatsen zijn aangegeven met P en Q.

Op welke van deze plaatsen kan zich in een levende darmvlok vet bevinden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Transport door lymfevaten.

Welke uit het darmkanaal van de mens opgenomen stoffen worden voornamelijk door lymfevaten verder getransporteerd?

Spijsvertering

Resorptie van aminozuren bij een koe.

Van de aminozuren die bij een koe in de dunne darm worden geresorbeerd, is een deel niet rechtstreeks afkomstig uit het voedsel.
Over de herkomst van deze aminozuren worden drie uitspraken gedaan:

1. deze aminozuren zijn afkomstig van dode darmwandcellen.
2. deze aminozuren zijn afkomstig van bestanddelen van spijsverteringssappen.
3. deze aminozuren zijn afkomstig van bacteriƫn die in het darmkanaal leven.

Welke van deze uitspraken kan of welke kunnen juist zijn?

Spijsvertering

Darmvlokken.
Zie figuur B 1647 van de bijlage.

In de afbeelding zijn overlangse doorsneden van drie darmvlokken schematisch weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 alleen lymfevaten getekend.
In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok. S is de darmholte.

Kunnen zich in het lymfevat bij R stoffen bevinden die afkomstig zijn uit haarvaten in dezelfde darmvlok?
En stoffen die afkomstig zijn uit de darmholte?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/4 De darmen.
Zie figuur A 31 van de bijlage.

In de afbeelding is een darmvlok en is een darmepitheelcel van de mens schematisch weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van de vloeistof door de vaten aan.

Uit welk kiemblad ontstaan darmepitheelcellen?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/4 De darmen.

Enkele stofwisselingsprocessen die zich in levende cellen kunnen afspelen, zijn:

1. de ademhalingsketen;
2. de glycolyse;
3. de melkzuurgisting.

Welk van deze processen of welke kunnen in organel Q (zie de afbeelding) plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/4 De darmen.

Aan de top van de darmepitheelcel komen kleine vingervormige uitstulpingen voor die microvilli worden genoemd (zie de afbeelding).
De microvilli steken in de darmholte uit. Over de functie van de microvilli worden drie veronderstellingen geuit:

1. Door de aanwezigheid van de microvilli is het transport van voedseldeeltjes in het darmkanaal beter dan zonder microvilli het geval zou zijn geweest;
2. Door de aanwezigheid van de microvilli is de afgifte van enzymen in het darmkanaal minder dan zonder microvilli het geval zou zijn geweest;
3. Door de aanwezigheid van de microvilli is het oppervlak van het darmkanaal groter dan zonder microvilli het geval zou zijn geweest.

Welke veronderstelling is of welke veronderstellingen zijn waarschijnlijk juist?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 De darmen.

Op welke van de plaatsen R, S en T zal zich na een vetrijke maaltijd het meeste vet bevinden, dat rechtstreeks afkomstig is uit de darm?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/3 Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.

Verandert het ritme van de samentrekkingen van de spieren in laag R onder invloed van impulsen uit het animale of uit het autonome zenuwstelsel?
En van de spieren in laag S?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/3 Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend.
In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.

Twee plaatsen zijn aangegeven met P en Q.

Op welke van deze plaatsen kunnen zich in een levende darmvlok witte bloedcellen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/3 Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend.
In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.

Op welke van deze plaatsen kan zich in een levende darmvlok vet bevinden?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlokken.

Als het binnenoppervlak van de dunne darm van de mens glad zou zijn, in plaats van geplooid en verdeeld in darmvlokken, wat zou dat dan betekenen?

Spijsvertering

In het lichaam van de mens.
Zie figuur B 1647 van de bijlage.

In de afbeelding zijn overlangse doorsneden van drie darmvlokken schematisch weergegeven. In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 alleen lymfevaten getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok. S is de darmholte. R is een plaats in het lymfevat.

Kunnen zich bij R stoffen bevinden die afkomstig zijn uit haarvaten in dezelfde darmvlok?
En stoffen die afkomstig zijn uit de darmholte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

De dunne darm.

Het dunne darmepitheel wordt bij de mens elke drie dagen vernieuwd. Dat is nodig vanwege de snelle slijtage van het weefsel.

Noem twee oorzaken van de sterke slijtage van het darmepitheel.