Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 23

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

4/4 Een aardappelplant.

Bestrijdingsmiddelen die bij de aardappelteelt gebruikt worden, kunnen het oppervlaktewater vervuilen. Het vervuilde oppervlaktewater is minder geschikt voor gebruik door mensen.

Noem twee vormen van watergebruik, waarvoor mensen dit vervuilde water beter niet kunnen gebruiken.

Ecologie

1/2 Een aardappelplant.

Aardappelmoeheid is een ziekte bij aardappelplanten die veroorzaakt wordt door nematoden. Nematoden zijn kleine wormpjes die gangen vreten in groeiende aardappelen.

Zijn deze aaltjes consumenten, producenten of reducenten?

Ecologie

2/2 Een aardappelplant.

In een veld met aardappelplanten komen bacteriën in de bodem voor.

Twee beweringen over de activiteiten van bacteriën in dat aardappelveld zijn:

1. bacteriën zetten stoffen waaruit aardappelplanten zijn opgebouwd, om in zouten die door de aardappelplanten opgenomen kunnen worden;
2. bacteriën zetten stoffen uit de lucht en de bodem om in stoffen die door aardappelplanten opgenomen kunnen worden.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/3 Ötzi.
Zie figuur B 3683 van de bijlage.

In de Alpen heeft men enkele jaren geleden in een gletsjer een ijsmummie gevonden van 5300 jaar oud. Ötzi, zoals hij genoemd is, wordt bij - 6°C bewaard en tentoongesteld.
Gewoonlijk worden dode organismen door reducenten afgebroken.

Leg uit wat de oorzaak is dat Ötzi grotendeels is geconserveerd.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Ötzi.

Voor onderzoek wordt de mummie gedeeltelijk ontdooid.
In kleine stukjes weefsel onderzoekt men de chromosomen van Ötzi.

Hoe heet het deel van een cel dat dan wordt onderzocht?

Ecologie

3/3 Ötzi.
Zie figuur B 3137 van de bijlage.

Het gebit kan informatie geven over de plaats waar Ötzi is opgegroeid. Lood en allerlei andere stoffen komen in de kindertijd vooral in het glazuur terecht. De hoeveelheden van deze stoffen in de bodem en in het voedsel verschillen sterk van plaats tot plaats. In de afbeelding is een tand weergegeven.

Welke letter geeft de plaats aan waar de genoemde stoffen vooral terechtkomen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Kabeljauw.
Zie figuur B 4560 van de bijlage.

Kabeljauw is een vissoort die veel door mensen wordt gegeten. In de Atlantische Oceaan worden veel kabeljauwen gevangen. Zij leven van vissen zoals haringen. Haringen eten onder andere plantaardig plankton, dat in het zeewater zweeft. Kabeljauwen paren vooral rond april. Als na een maand de eieren uitkomen, groeien de jongen snel. Eerst leven zij nog van plankton daarna gaan zij over op het eten van vissen.
Kabeljauwen kunnen wel anderhalve meter lang worden.

Wat is de volledige voedselketen, waarvan volwassen kabeljauwen volgens de tekst deel uitmaken?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Kabeljauw.

Zijn kabeljauwen consumenten, producenten of reducenten?

Ecologie

1/3 Vlaamse gaai.
Zie figuur B 4588 van de bijlage.

Vlaamse gaaien zijn van oorsprong echte bosvogels. In het voorjaar voeden ze hun jongen vooral met insecten.
Dit kunnen bijvoorbeeld rupsen zijn die van eikenbladeren leven. In het najaar schakelen Vlaamse gaaien over op plantaardig voedsel. Vooral de zaden (eikels) van eikenbomen eten ze graag. De vogel verstopt de eikels op verschillende plaatsen in het bos. In de winter weet hij niet alle plaatsen terug te vinden.

In de tekst worden de namen van drie organismen genoemd.

Wat is de volledige voedselketen, waarvan deze organismen volgens de tekst deel uitmaken?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Vlaamse gaai.

Is de Vlaamse gaai een consument, een producent of een reducent?

Ecologie

3/3 Vlaamse gaai.

De Vlaamse gaai vindt niet alle verstopte zaden van de eik terug.

Welk voordeel heeft dit voor de eikenboom?

Ecologie

1/2 Een zee-olifant.
Zie figuur B 4603 van de bijlage.

Zee-olifanten zijn grote zeeroofdieren.
Ze worden zo genoemd omdat ze zo groot zijn èn omdat de mannetjes een slurfachtige neus hebben.
Zee-olifanten eten vooral inktvis.
Inktvissen - op hun beurt - eten garnalen die van plantaardig plankton leven.

Welke voedselketen wordt hierboven beschreven?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Een zee-olifant.

Welk soort kiezen heeft een zee-olifant?

Ecologie

Mezen.
Zie figuur A 1155 van de bijlage.

In een bos leven drie soorten mezen; koolmees, glanskopmees en pimpelmees. Soms eten ze hetzelfde voedsel op dezelfde plaats, maar meestal zoeken ze hun voedsel op verschillende plaatsen in de bomen.
De koolmees zoekt zijn voedsel laag bij de grond of op de grond; de glanskopmees zoekt zijn voedsel iets hoger in de bomen en de lichte pimpelmees zoekt zijn voedsel aan het eind van de takken of helemaal boven in de boom.

Welke bewering over deze drie vogelsoorten is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.
Zie figuur B 5151 van de bijlage.

In 1987 werd voor het eerst een Kaspische slijkgarnaal in de Rijn aangetroffen. Het aantal is sindsdien enorm toegenomen; soms zijn er nu wel 100.000 per m2 . Ze hechten zich vast aan stenen en bedekken die dan met een laag slijm. Andere dieren die zich graag op stenen vestigen, zoals de driehoeksmossel, zijn daardoor in aantal hard achteruit gegaan.
Zowel driehoeksmosselen als slijkgarnalen voeden zich met algen, die ze uit het water zeven. Doordat er zoveel meststoffen in het water zitten, zijn er meer dan genoeg algen. Slijkgarnalen worden weinig gegeten door andere dieren. Driehoeksmosselen worden gegeten door eenden, vissen en krabben.

Stel een voedselweb samen met behulp van de gegevens uit de tekst.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.

Waardoor zullen de driehoeksmosselen zo sterk in aantal achteruit gegaan zijn?

Ecologie

3/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.

Men wil maatregelen treffen om het aantal Kaspische slijkgarnalen te verminderen zonder dat de driehoeksmosselen daarvan nadeel ondervinden.

Welke van de volgende maatregelen zou dat effect hebben?

Ecologie

4/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn.

De Kaspische slijkgarnaal komt ook voor in de Kaspische zee. Het zeewater is daar warmer en zouter dan het water in de Nederlandse rivieren normaal gesproken is. Door de veranderde omstandigheden hebben Kaspische slijkgarnalen het nu ook in Nederland naar hun zin.

Waardoor zijn de leefomstandigheden voor Kaspische slijkgarnalen in de Rijn gunstiger geworden?