Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Urine.
Zie figuur B 1107 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de bouw van een nier van een mens weer. Een niereenheid is vergroot afgebeeld.
Een nier produceert urine. Urine van de mens bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. In urine kunnen cellen worden aangetroffen die afkomstig zijn van de nieren.
In de nieren bevinden zich onder andere de volgende typen cellen:

1. dekweefselcellen van de bloedvaten in de nierkapsels,
2. dekweefselcellen van de nierkanaaltjes,
3. rode bloedcellen.

Welke van de genoemde typen cellen kunnen in de urine van een gezonde persoon worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Hemoglobine.

Hemoglobine bij de mens wordt na enige tijd afgebroken. Overblijfselen van hemoglobinemoleculen kunnen onder andere worden aangetroffen in het bloed, in de lever, in het nierbekken en in het rode beenmerg.

Sommige van deze overblijfselen worden weer gebruikt voor de opbouw van nieuwe hemoglobinemoleculen.

Vanuit welke plaats worden deze overblijfselen niet meer gebruikt voor deze opbouw?

Uitscheiding

Een niereenheid.
Zie figuur B 2132 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een niereenheid van een mens weergegeven. Op plaats P bevinden zich in het bloed onder andere aminozuren, glucose, fibrinogeen (een eiwit) en ureum.

Welke van deze stoffen bevinden zich ook op plaats Q in de voorurine?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Een niereenheid.
Zie figuur B 476 van de bijlage.

De afbeelding stelt een niereenheid van de mens voor.

Op welke van de plaatsen 1, 2, 3 en 4 is de concentratie van ureum in de vloeistof die zich daar bevindt, het grootst?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Samenstelling van voorurine.

Vier vloeistoffen P, Q, R en S worden onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen en witte bloedcellen. De resultaten staan in de tabel: + betekent duidelijk aanwezig, - betekent niet of nauwelijks aanwezig.

afbeeldingafbeelding

Welke van de vloeistoffen P, Q, R en S kan voorurine van de mens zijn?

Uitscheiding

Waterverlies.

De concentratie van opgeloste stoffen in het bloed van de mens wordt door verschillende processen binnen nauwe grenzen gehouden. Waterverlies uit het lichaam komt in allerlei vormen voor, onder andere door:

1. diffusie via de huid,
2. transpiratie,
3. vorming van urine,
4. verdamping in de luchtwegen.

Welke van de genoemde vormen van waterverlies staan rechtstreeks onder controle van het hormoon- of het zenuwstelsel?

Uitscheiding

Een nier.

Bij de vorming van voorurine verlaten per etmaal grote hoeveelheden water en daarin opgeloste stoffen de bloedvaten. Een deel hiervan wordt daarna weer opgenomen in de bloedvaten. Drie delen van een nier van de mens zijn het nierbekken, het niermerg en de nierschors.

In welk of in welke van deze delen verlaten per etmaal grote hoeveelheden water en de daarin opgeloste stoffen de bloedvaten?

Uitscheiding

Uitscheiding.

Uitscheiding wordt meestal gedefinieerd als de verwijdering van overtollige en schadelijke stoffen uit het organisme. Het afgeven van stoffen door een organisme is dus niet altijd op te vatten als uitscheiding.

Bij welk van de volgende processen die bij de mens plaatsvinden, is er op grond van deze definitie geen sprake van uitscheiding?

Uitscheiding

1/3 Hyponatriëmie tijdens de marathon.

Bij de marathon doet zich soms bij de loper een merkwaardig probleem voor met verschijnselen die lijken op die van uitdroging. De loper is duizelig, misselijk en verward en geeft soms over. Het probleem ontstaat als het warm weer is en de loper heel veel zweet. Daarbij gaat niet alleen veel water, maar ook zout (NaCl) verloren. Als hij tijdens de race veel water drinkt om uitdroging te voorkomen, kan de natriumchlorideconcentratie in het bloed tot een te laag gehalte gaan dalen: hyponatriëmie. Dit kan zelfs levensbedreigend worden.

Leg uit hoe zweten bij warm weer voor afkoeling zorgt.

Uitscheiding

2/3 Hyponatriëmie tijdens de marathon.

Noem een manier waarop een hardloper die bang is voor uitdroging, hyponatriëmie kan voorkomen?

Uitscheiding

3/3 Hyponatriëmie tijdens de marathon.

Sommige lopers slikken ontstekingsremmers als ibuprofen of aspirine om pijn van ontstekingen tijdens de marathon te verzachten. Van deze stoffen is ook bekend dat ze de werking van het antidiuretisch hormoon (ADH) stimuleren.

Leg met behulp van de informatie hierboven uit dat het gebruik van zulke ontstekingsremmers het optreden van hyponatriëmie versterkt.

Uitscheiding

1/2 Brandnetelthee.
Zie de figuren A 283 en C 83 van de bijlage.

Brandnetelthee wordt door mensen gedronken als middel ter bevordering van de urineproductie door de nieren. Een of meer stoffen in deze thee hebben in het lichaam blijkbaar een zodanige werking dat de urineproductie stijgt.

Zie figuur A 283 van de bijlage.
Zie figuur C 83 van de bijlage.


Twee mogelijke effecten van brandnetelthee in het lichaam van een mens zijn:

1. door brandnetelthee wordt de ADH-productie door de hypofyse geremd,
2. door brandnetelthee wordt de waterresorptie door de cellen van de nierkanaaltjes verhoogd.

Welk van deze mogelijke effecten zou of welke zouden de toename van de urineproductie kunnen verklaren?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/2 Brandnetelthee.

Wanneer iemand als gevolg van het drinken van brandnetelthee zo'n verhoogde urineproductie heeft, is de concentratie opgeloste stoffen in zijn urine minder dan wanneer hij dezelfde hoeveelheid gewone thee had gedronken. Beide hoeveelheden bevatten evenveel opgeloste stoffen. De totale hoeveelheid opgeloste stoffen die in 1 uur na het drinken van de thee in de urine wordt uitgescheiden, blijkt na het drinken van brandnetelthee even groot te zijn als na het drinken van gewone thee.

Is de concentratie van opgeloste stoffen in het bloed bij iemand na het drinken van brandnetelthee kleiner dan, gelijk aan of groter dan wanneer hij eenzelfde hoeveelheid gewone thee met dezelfde concentratie van opgeloste stoffen had gedronken?

Uitscheiding

1/2 Werking van de nieren.

Een analiste heeft een aantal metingen verricht aan verschillende vloeistoffen van een proefpersoon. De vloeistoffen die ze gebruikte, waren bloedplasma, voorurine en urine. In de tabel hieronder zijn de resultaten weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Uit de tabel blijkt dat zich in de voorurine geen eiwitten bevinden, maar wel glucose.

Welke van de volgende verklaringen hiervoor is juist?

Uitscheiding

2/2 Werking van de nieren.
Zie figuur B 2300 van de bijlage.

Uit de tabel hieronder blijkt dat de concentratie ureum in het bloedplasma en in de voorurine gelijk is, maar in de urine veel hoger. Dit komt doordat ureum niet of nauwelijks vanuit de voorurine in het bloed wordt geresorbeerd.
Ureum wordt ook niet actief uitgescheiden.
Door de concentraties calciumionen te vergelijken met die van ureum, kan een uitspraak worden gedaan over de terugresorptie van calciumionen.

afbeeldingafbeelding

Vindt in de nierkanaaltjes terugresorptie van calciumionen plaats? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/2 Nieren.

In een krantenartikel over nieronderzoek stond onder andere de volgende tekst.

De tweehonderd gram wegende organen bevatten elk ongeveer een miljoen minuscule filtertjes die dagelijks tweehonderd liter vloeistof filtreren en doorgeven aan piepkleine buisjes. Die zogenaamde tubuli monden uiteindelijk via nierbekken en urineleider uit in de urineblaas. Als alle gefilterde vloeistof direct de blaas in zou lopen, zouden we dagelijks 200 liter urine uit plassen en evenveel vloeistof moeten drinken om niet uit te drogen. Gelukkig wordt meer dan 99% van de vloeistof teruggeresorbeerd in het bloed via de cellen van de tubuli en plassen we uiteindelijk minder dan twee liter uit.

Waar in een nier bevinden zich de miljoen minuscule filtertjes die in de eerste regel worden genoemd?

Uitscheiding

2/2 Nieren.

Welk van de hormonen ADH, LH en thyroxine heeft rechtstreeks invloed op de mate van terugresorptie van water?

Uitscheiding

1/3 Een niereenheid.
Zie figuur A 433 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een niereenheid van de mens weer met aanvoerende en afvoerende bloedvaten.

Is de eiwitconcentratie het hoogst op plaats 1, 3 of 4?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Een niereenheid.
Zie figuur A 433 van de bijlage.

Is de ureumconcentratie het hoogst op plaats 1, 2 of 5?

afbeeldingafbeelding