Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_menstruatiecyclus | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

29

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Ovarium met een eicel.
Zie figuur B 1404 van de bijlage.

In de afbeelding is een schematische doorsnede van een deel van een ovarium weergegeven met daarin een eicel in een bepaald stadium van rijping.

Wanneer wordt het weergegeven stadium aangetroffen tijdens de menstruatiecyclus?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Verstopte eileiders.

Sommige vrouwen kunnen niet in verwachting raken doordat hun eileiders verstopt zijn.

Heeft de 'verstopping' bij deze vrouwen invloed op de menstruatie?
En op de ovulatie?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het slijmvlies van de baarmoederwand.

De dikte van het slijmvlies van de baarmoederwand bij een dertigjarige vrouw is niet steeds hetzelfde. Gedurende een bepaalde periode wordt het slijmvlies van de baarmoederwand dikker en gedurende een andere periode wordt een gedeelte van dat slijmvlies afgestoten.

Wanneer begint de verdikking van het slijmvlies en wanneer begint de afstoting?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De dikte van het baarmoederslijmvlies.
Zie figuur B 500 van de bijlage.

In het diagram is de dikte van het baarmoederslijmvlies van een vrouw van 25 jaar gedurende een bepaalde periode weergegeven.

Omstreeks welke dag vond bij deze vrouw het meest waarschijnlijk ovulatie plaats, omstreeks 22 maart of omstreeks 29 maart?
Is het waarschijnlijk dat er op 19 april een ingenesteld embryo aanwezig was?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een doorsnede voor van een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een doorsnede voor van een eierstok van een mens.
Diverse stadia van ontwikkeling, die zich in de tijd na elkaar kunnen voordoen, zijn in één tekening samengevat.

Wat wordt met cijfer 3 aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De ovulatie.

Op een bepaald moment vindt bij een vrouw ovulatie plaats.

Wat gebeurt er bij de ovulatie?

Voortplanting

De lichaamstemperatuur tijdens de ovulatiecyclus.
Zie figuur C 26 van de bijlage.

Bij vrouwen treden veranderingen van de lichaamstemperatuur op in verband met de ovulatiecyclus. Bij de ovulatie stijgt de temperatuur ongeveer 0,5°C; aan het begin van de menstruatie daalt deze weer.
In het afgebeelde diagram is de lichaamstemperatuur van een vrouw in de eerste vier weken van januari weergegeven, telkens 's ochtends voor het opstaan gemeten.
Half februari stelt haar huisarts vast dat ze zwanger is. Hij zegt dat het kindje ongeveer 38 weken na de bevruchting geboren wordt.

Vanaf welke datum ongeveer moet zij gaan tellen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De functie van de menstruatie.

De menstruatie, zoals deze bij de mens voorkomt, heeft de volgende functie:

Voortplanting

Ontwikkelingsstadia in de ovulatiecyclus.
Zie figuur B 657 van de bijlage.

In onderstaande figuur staan zes ontwikkelingsstadia (1 t/m 6) in de ovulatiecyclus aangegeven.

De juiste volgorde in de ontwikkelingsstadia van de ovulatiecyclus is

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het follikel na de ovulatie.

Vrijwel onmiddellijk na de ovulatie zal de rest van de follikel bij de mens

Voortplanting

De lichaamstemperatuur tijdens de menstruatiecyclus.
Zie de figuren B 1376 en figuur C 83 van de bijlage.

Op het moment van ovulatie stijgt bij vrouwen de lichaamstemperatuur enigszins. Een vrouw heeft gedurende haar menstruatiecyclus van 10 april tot 10 mei dagelijks haar lichaamstemperatuur gemeten. Het diagram in de afbeelding geeft de verandering in de lichaamstemperatuur van deze vrouw gedurende deze cyclus weer.
In deze menstruatiecyclus stijgt alleen na 23 april de concentratie van een bepaald hormoon of bepaalde hormonen in het bloed van deze vrouw sterk.

Zie figuur C 83 van de bijlage.

Welk van de hormonen FSH, oestradiol en progesteron is dit of welke zijn dit?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

De binnenlaag van de baarmoeder.

Op welk van onderstaande tijdstippen zal gewoonlijk de binnenlaag van de baarmoeder van een vijfentwintigjarige vrouw de grootste dikte hebben bereikt?

Voortplanting

Lichaamstemperatuur tijdens de menstruele cyclus.
Zie figuur C 26 van de bijlage.

Bij vrouwen treden veranderingen van de lichaamstemperatuur op in verband met de menstruele cyclus. Bij de ovulatie stijgt de lichaamstemperatuur ongeveer 0,5°C; aan het begin van de menstruatie daalt deze weer. In het diagram is de lichaamstemperatuur van een vrouw in de eerste vier weken van januari weergegeven, telkens 's ochtends vóór het opstaan gemeten. Uit het diagram kan worden afgeleid dat in een bepaalde periode waarschijnlijk een eicel aanwezig was, die bevrucht kon worden.

In welke periode was dit het geval?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

FSH en LH.

Het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH) hebben een functie bij de menstruatiecyclus. De ovulatie tijdens deze cyclus zal optreden bij een van de volgende veranderingen:

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Ontwikkeling van een eicel.
Zie figuur B 3096 van de bijlage.

In de afbeelding is de ontwikkeling van een eicel in een ovarium van een vrouw gedurende een bepaalde periode schematisch getekend.

Welk proces vindt plaats op tijdstip P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een doorsnede voor van een eierstok van een mens. Diverse stadia van ontwikkeling, die zich in de tijd na elkaar kunnen voordoen, zijn in één tekening samengevat.

Wat wordt met cijfer 3 aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

De cellen in het deel dat met cijfer 1 is aangegeven, worden vooral beïnvloed door bepaalde hormonen.

Welke hormonen zijn dit?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

In de cellen in het deel dat met cijfer 1 is aangegeven, vindt hormoonproductie plaats.

Welk hormoon wordt of welke hormonen worden in de cellen van deel 1 gevormd?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Een eierstok.
Zie figuur B 482 van de bijlage.

Wat is een belangrijke functie van het hormoon dat door de cellen bij cijfer 4 wordt gevormd?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Een menstruatiecyclus.
Zie figuur C 19 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch de menstruatiecyclus van een vrouw weergegeven. Gedurende deze cyclus geeft de hypofyse twee typen hormonen P en Q aan het bloed af, die invloed hebben op het verloop van de cyclus.
Er zijn zes verschillende ontwikkelingsstadia van een follikel in het ovarium getekend. De gemiddelde concentratie van de hormonen P en Q tijdens de stadia 1 t/m 4 is in staafdiagrammen weergegeven.

Is in stadium 4 de follikelrijping, de menstruatie of de ovulatie getekend?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Een menstruatiecyclus.
Zie figuur C 19 van de bijlage.

Is de hoeveelheid van hormoon P, die door de hypofyse wordt afgegeven, in stadium 5 kleiner dan, gelijk aan of groter dan die in stadium 4?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Ontwikkelingen in een ovarium.
Zie figuur B 1118 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de ontwikkeling van een eicel in een ovarium van een vrouw weer gedurende een bepaalde periode.

Welk proces vindt plaats op tijdstip P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Ontwikkelingen in een ovarium.
Zie figuur B 1118 van de bijlage.

Is deze vrouw op tijdstip Q zwanger?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Rijping van een follikel.
Zie figuur B 3801 van de bijlage.

Met welk nummer is een rijpend follikel aangegeven?

Met nummer [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Rijping van een follikel.
Zie figuur B 3801 van de bijlage.

Wat is de belangrijkste functie van het hormoon dat door de cellen bij nummer 8 wordt geproduceerd?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Een vrouw: Ovulatie en bevruchting.

Op een bepaald moment vindt bij een vrouw ovulatie plaats.

Wat gebeurt er bij de ovulatie?

Voortplanting

2/2 Een vrouw: Ovulatie en bevruchting.

Vervolgens wordt bij deze vrouw een eicel bevrucht.

Vindt de eerste deling na de vorming van de zygote plaats in de baarmoeder, in een eierstok of in een eileider?

Voortplanting

1/2 Geneesmiddel per pleister.
Zie figuur B 1593 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen weergegeven van de bijsluiter bij een pleister die wordt gebruikt voor de toediening van oestradiol (ook wel estradiol genoemd). Deze pleister kan door een arts worden voorgeschreven ter voorkoming of vermindering van klachten die kunnen optreden bij de menopauze.
Gedurende drie weken worden pleisters geplakt. Daarna één week niet, waarna de procedure wordt herhaald.
Gedurende de laatste tien dagen van de genoemde drie weken wordt de behandeling met pleisters aangevuld met de inname van tabletten met een hormoon dat kunstmatig bereid is. De werking van dit hormoon vertoont grote overeenkomsten met een hormoon dat tijdens de natuurlijke ovulatiecyclus wordt gevormd. In de afbeelding B 1593 is het behandelingsschema weergegeven. Na het stoppen met de toediening van beide hormonen op dag 21 treedt een menstruele bloeding op in de daarop volgende week.

Zie figuur C 105 van de bijlage.

Het opwekken van de bloeding is noodzakelijk in verband met door oestradiol veroorzaakte veranderingen in de baarmoeder. Het via de tabletten ingenomen kunstmatig bereide hormoon komt overeen met een natuurlijk hormoon. Het tijdelijk niet slikken van deze tabletten zorgt ervoor dat een menstruele bloeding optreedt.

Leg dit uit, waarbij je de naam geeft van het natuurlijke hormoon waarmede het hormoon uit de tabletten overeenkomt.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Geneesmiddel per pleister.

De genoemde hormonen bootsen de menstruatiecyclus slechts gedeeltelijk na. Het is niet zo dat de op deze wijze behandelde vrouwen weer vruchtbaar worden.

Leg uit dat de behandeling bij deze vrouwen er niet toe leidt dat ze opnieuw vruchtbaar worden.