Oefentoets Biologie: Ordening | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 933 van de bijlage.

Het afgebeelde organisme rekenen wij tot de protisten, omdat het

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Autotroof zijn

Ordening

Ordening.

Het oogdiertje is een bijzonder soort eencellige, want het heeft

Ordening

Ordening.

I. Het oogdiertje heeft een lichtgevoelige vlek, bezit geen celwand en wordt tot het dierenrijk gerekend.
II. Het oogdiertje heeft bladgroen, kan CO2 assimileren en wordt tot het plantenrijk gerekend.

Ordening

Ordening.

I. Een cyste is een eencellige die bezig is zich geslachtelijk voort te planten.
II. Eencelligen kunnen wel degelijk reageren op prikkels uit het milieu.

Ordening

Ordening.

Het pantoffeldiertje plant zich

Ordening

Ordening.

Amoeben zijn zo wijd verbreid, omdat ze

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 954 van de bijlage.

I. Het afgebeelde organisme behoort tot de plantaardige protisten.
II. Het afgebeelde organisme behoort tot de dierlijke protisten.

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

I. Bij de indeling van organismen in 5 rijken worden de wieren bij de planten ingedeeld.
II. Bij de indeling van organismen in 4 rijken worden de wieren bij de protisten ingedeeld.

Ordening

Pantoffeldiertjes.

In een sloot leven pantoffeldiertjes die in hun cytoplasma een hogere concentratie aan opgeloste stoffen hebben dan het slootwater. Door een kloppende vacuole wordt met een bepaalde frequentie overtollig water uit de pantoffeldiertjes verwijderd.
Op een bepaalde dag wordt een grote hoeveelheid water uit de sloot gepompt, zodat er nog maar een klein laagje water, met daarin pantoffeldiertjes, achterblijft. (situatie 1).
De volgende dag komt er kunstmest in de sloot terecht dat in het slootwater oplost (situatie 2); hierdoor verandert de frequentie van de kloppende vacuole van de pantoffeldiertjes.

Zal in situatie 1 de frequentie van de kloppende vacuole zijn veranderd of gelijk zijn gebleven?
Zal in situatie 2 de frequentie van de kloppende vacuole zijn toegenomen of zijn afgenomen?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 954 van de bijlage.

I. Het afgebeelde organisme behoort tot de plantaardige eencelligen.
II. Het afgebeelde organisme behoort tot de dierlijke eencelligen.

afbeeldingafbeelding

Ordening

Amoebe.

Een amoebe neemt voedsel op door middel van fagocytose.

Dat wil zeggen dat dit organisme

Ordening

Ordening.

Penicilline wordt gevormd door een

Ordening

Ordening.

Waaruit ontstaan paddestoelen?

Ordening

Ordening.

I. Schimmels kunnen anorganische stoffen maken.
II. Schimmels maken suikers en vetten uit water en zouten.

Ordening

Meeldauw.

Meeldauw is een verzamelnaam voor een groep schimmels die op planten parasiteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen valse meeldauw en echte meeldauw. Beide typen kunnen op bladeren van de druif voorkomen.
Tot de valse meeldauw behoren soorten die met myceliumdraden de plant via de huidmondjes binnendringen en zich tussen de cellen uitbreiden. Voor de voortplanting en verspreiding vormen ze sporenkapsels, die via de huidmondjes naar buiten steken.
De meeste echte meeldauwsoorten dringen met myceliumdraden op verschillende plaatsen alleen de opperhuid van een plant binnen. Daar onttrekken ze stoffen aan de cellen.

Nemen de myceliumdraden van de echte meeldauw organische stoffen op uit het druivenblad?
En water en zouten?

Ordening

Ordening.

Het verschil tussen de sponzen en de holtedieren is dat de sponzen

Ordening

Ordening.

Bij welke groep van dieren hebben de dieren een inwendig skelet van harde naalden van kalk, kiezel of hoornstof?

Ordening

Ordening.

Vogels hebben een

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 931 van de bijlage.

De tekening stelt voor een dwarsdoorsnede van een mossel.

Hierin worden de slotband, mantel en kieuw aangegeven met

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding