Oefentoets Biologie: Bloed | Hart | VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

3/3 Het hart van de mens.

Brengt de slagader die zuurstofarm bloed vanaf het hart vervoert, dit bloed naar de kleine bloedsomloop?
Komt bloed uit een linker arm het eerst in de linker helft van het hart?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/5 Het hart.
Zie figuur B 2852 van de bijlage.

De afbeelding is een schematische doorsnede van het hart van de mens. Vier aansluitende bloedvaten zijn niet een cijfer aangegeven.

Welk cijfer geeft de aorta aan?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/5 Het hart.
Zie figuur B 2852 van de bijlage.

Het hart in de afbeelding is schematisch getekend. De kleppen zijn getekend zoals ze in een bepaalde fase van de hartslag staan.

Zijn de spieren in de boezemwanden tijdens deze fase samengetrokken?
En de spieren in de kamerwanden?

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/5 Het hart.
Zie figuur B 2852 van de bijlage.

Welke van de bloedvaten 1 tot en met 4 behoren tot de kleine bloedsomloop?

afbeeldingafbeelding

Bloed

4/5 Het hart.
Zie figuur B 2852 van de bijlage.

De afbeelding is een schematische doorsnede van het hart van de mens. Vier bloedvaten zijn met een cijfer aangegeven.

Welke van de bloedvaten 1 tot en met 4 bevatten zuurstofarm bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloed

5/5 Het hart.
Zie figuur B 2852 van de bijlage.

Het hart in de afbeelding is getekend in een bepaalde fase van de hartslag.

In welk van de bloedvaten 1 tot en met 4 is de bloeddruk tijdens deze fase het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Bloed in het hart.
Zie figuur B 3852 van de bijlage.

In de afbeelding is onder andere een doorsnede van het hart weergegeven. Bloed bevat onder andere zuurstof.
In de afbeelding zijn de plaatsen P en Q in het hart aangegeven.

Is er een verschil in hoeveelheid zuurstof in het bloed op deze twee plaatsen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Bloed in het hart.
Zie figuur B 3852 van de bijlage.

In de afbeelding zijn met de letter R bepaalde kleppen in het hart aangegeven.

Wat is de taak van deze kleppen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

Bloedvat 5 is de

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

Nummer 9 wijst op het bloedvat, genaamd de

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

Bloedvat 6 komt van

afbeeldingafbeelding

Bloed

4/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

Bloedvat 9 gaat naar

afbeeldingafbeelding

Bloed

Zie figuur A 129 van de bijlage.
5/8 Een schema van het hart.

Een ader met zuurstofarm bloed is bloedvat nummer

afbeeldingafbeelding

Bloed

6/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

De hoogste druk heerst in bloedvat nummer

afbeeldingafbeelding

Bloed

7/8 Een schema van het hart.
Zie figuur A 129 van de bijlage.

Nummer 10 is een

afbeeldingafbeelding

Bloed

Zie figuur A 129 van de bijlage.
8/8 Een schema van het hart.

Nummer 7 geeft weer de

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Hart en bloeddruk.
Zie figuur B 3150 van de bijlage.

Veranderingen in de bloeddruk worden onder andere veroorzaakt door het samentrekken van het hart. In de afbeelding is het hart schematisch weergegeven tijdens het samentrekken van de kamers. Een bloedvat is aangegeven met P.
In bloedvat P is de bloeddruk hoger dan in de andere bloedvaten van de afbeelding.

Hoe heet bloedvat P?

Dit heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Hart en bloeddruk.
Zie figuur A 771 van de bijlage.

In de afbeelding is de werking van het hart schematisch weergegeven.
De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan. De tekeningen staan niet in de juiste volgorde.

Wat is de juiste volgorde van de tekeningen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Pacemaker.
Zie figuur B 3252 van de bijlage.

Bepaalde zenuwen zorgen ervoor dat het hart regelmatig samentrekt. Soms werken deze zenuwen niet goed meer.
Dan kan er een zogenaamde pacemaker worden geplaatst. Zo'n apparaat geeft stroomstootjes af. Hierdoor trekt het hart weer goed samen.

In de afbeelding, figuur B 3252, is te zien hoe zo'n pacemaker is geplaatst.

Wat is de naam van het bloedvat waardoor het kabeltje van de pacemaker loopt?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Pacemaker.

Bij iedere hartslag verlaat ongeveer 70 ml bloed elke kamer.

Hoeveel bloed stroomt er in totaal bij elke hartslag het hart in?