Oefentoets Biologie: Voortplanting | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 15

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/3 Menstruatie.

Tijdens de menstruatie wordt een deel van het slijmvlies dat de baarmoeder bekleedt, afgestoten. Dit gebeurt echter alleen als in de vruchtbare periode ervoor geen innesteling heeft plaatsgevonden.
Tijdens de menstruatie treedt ook bloedverlies vanuit de baarmoederwand op. Om dit bloed goed af te kunnen voeren, wordt vanuit de baarmoeder een enzym toegevoegd dat de stolling van dit bloed grotendeels verhindert.

Iemand heeft een regelmatige menstruatiecyclus van 28 dagen.

Wanneer valt bij deze vrouw de vruchtbare periode?

Voortplanting

2/3 Menstruatie.

Wat is de functie van de bloedvaten in het slijmvlies van de baarmoeder?

Voortplanting

3/3 Menstruatie.

Het speciale enzym dat door de baarmoeder aan het menstruatiebloed wordt toegevoegd, gaat de stolling van het bloed tegen.

Welke deeltjes in het bloed zijn normaal betrokken bij de bloedstolling?

Voortplanting

1/5 Een jongetje of een meisje?

Bij de mens wordt op het moment van de bevruchting al vastgelegd of een bevruchte eicel zich tot een jongetje of tot een meisje zal ontwikkelen.
Dit wordt bepaald door de geslachtschromosomen die bij de bevruchting bij elkaar komen.

In een bepaalde bevruchte eicel bevinden zich twee verschillende typen geslachtschromosomen.

Ontwikkelt zich hieruit een jongetje of een meisje of is dit niet te voorspellen?

Voortplanting

2/5 Een jongetje of een meisje?

Kan een jongetje het Y-chromosoom van zijn moeder hebben gekregen?
En van zijn vader?

Voortplanting

3/5 Een jongetje of een meisje?

Heeft een meisje een X-chromosoom van haar moeder gekregen?
En van haar vader?

Voortplanting

4/5 Een jongetje of een meisje?

Welk type voortplantingscel van de mens kan een X-chromosoom bevatten: een onbevruchte eicel, een spermacel of allebei?

Voortplanting

5/5 Een jongetje of een meisje?

Bevat een onbevruchte eicel een geslachtschromosoom?
Zo ja, bevat het ook nog andere chromosomen?

Voortplanting

1/2 Veranderingen in het lichaam.

Na het elfde levensjaar begint voor de meeste kinderen een levensfase met veel veranderingen. Sommige van de veranderingen in het lichaam en in de gevoelens worden veroorzaakt door hormonen.
In deze levensfase komt bij jongens de spermaproductie op gang en bij meisjes de eicelrijping.

Welk orgaan maakt bij een vruchtbaar 15-jarig meisje een hormoon dat elke maand de rijping van een eicel op gang brengt?

Voortplanting

2/2 Veranderingen in het lichaam.

De hormonen die de veranderingen veroorzaken, worden in het lichaam verspreid door middel van het bloed.

Door welk deel van het bloed worden die hormonen vooral getransporteerd?

Voortplanting

1/2 Voortplantingsorganen van een man.
Zie figuur B 2165 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch onder andere de voortplantingsorganen van een man weer.

Noem een functie van onderdeel Q.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Voortplantingsorganen van een man.

Een orgaan waarin de zaadcellen ontstaan, is ook in staat hormonen te maken. Enkele functies van hormonen zijn:

1. beïnvloeden van de ontwikkeling van zaadcellen,
2. beïnvloeden van het glucosegehalte van het bloed,
3. beïnvloeden van secundaire geslachtskenmerken.

Welke van deze functies hebben de hormonen die afkomstig zijn uit hetzelfde orgaan als dat waaruit de zaadcellen komen?

Voortplanting

Primaire geslachtskenmerken.

Noteer wat wel (+) en wat geen (-) primair geslachtskenmerk is.

● balzak [invulveld]
● vagina [invulveld]
● ovuleren [invulveld]
● eierstokken [invulveld]
● schaamhaar [invulveld]
● wijder bekken [invulveld]
● schaamlippen [invulveld]
● zwaardere stem [invulveld]
● borstontwikkeling [invulveld]
● zwaardere spieren [invulveld]

Voortplanting

1/6 Voortplanting bij de mens.

Na het samensmelten van een eicel en een spermacel ontstaat een bevruchte eicel waaruit zich een mens kan ontwikkelen. De bevruchte eicel deelt zich in twee dochtercellen die zich daarna weer delen. Ongeveer zeven dagen na de bevruchting vindt de innesteling plaats.

In welk orgaan of in welke organen van de man ontstaan spermacellen?

Voortplanting

2/6 Voortplanting bij de mens.

Welke van de volgende uitspraken over de spermacellen van de man is juist?

Voortplanting

3/6 Voortplanting bij de mens.

In welk orgaan of in welke organen van de vrouw ontstaan eicellen?

Voortplanting

4/6 Voortplanting bij de mens.

In welk orgaan van de vrouw vindt de innesteling gewoonlijk plaats?

Voortplanting

5/6 Voortplanting bij de mens.

Vindt er twee weken na de innesteling gewoonlijk menstruatie plaats?
En ovulatie?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

6/6 Voortplanting bij de mens.

Na de innesteling worden de vruchtvliezen gevormd. Op een bepaalde plaats van deze vliezen ontwikkelt zich een orgaan (Q) met een groot aantal uitstulpingen in de baarmoederwand. In dit orgaan komen bloedvaten tot ontwikkeling.

Hoe heet orgaan Q?

Voortplanting

1/3 Onvruchtbaarheid.
Zie figuur B 3191 van de bijlage.

Soms ligt de oorzaak van onvruchtbaarheid bij de man. Enkele problemen kunnen dan zijn:

- er worden te weinig spermacellen geproduceerd
- de spermacellen zijn onvoldoende beweeglijk
- de spermacellen hebben een afwijkende vorm.

In de afbeelding -figuur B 3191- is onder andere het voortplantingsstelsel van een man weergegeven.

Welke letter geeft het deel aan waar spermacellen worden geproduceerd?

afbeeldingafbeelding