Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

3/3 Insectenthermometer.

Door het sjirpen lokken mannetjes vrouwtjes. Krekelvrouwtjes herkennen de mannetjes van de eigen soort aan het patroon van het gezang. Uit onderzoek is gebleken dat niet alleen de productie van het sjirpgeluid, maar ook de waarneming van het sjirpgeluid in de hersenen, temperatuurafhankelijk is.
Daardoor herkennen de krekelvrouwtjes bij hogere temperaturen het snellere gesjirp toch als soorteigen.
Krekelvrouwtjes kunnen aan de toonhoogte horen hoe groot het mannetje is: grotere mannetjes maken lagere geluiden. Vrouwtjes kunnen zo voor grotere, wellicht gezondere mannetjes kiezen.
Over de gevolgen van dit waarnemen door de vrouwtjes worden de volgende uitspraken gedaan:

1. Het is voor het voortbestaan van de soort belangrijker dat een krekelvrouwtje het patroon van het gesjirp waarneemt, dan dat ze toonhoogte waarneemt.
2. Bij hogere temperaturen kiezen vrouwtjes vaker voor grotere mannetjes dan bij lage temperaturen.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Zenuwstelsel

Uitbreiding hielprik.

Er zijn twee vormen van PKU: klassieke en maligne. Bij de klassieke vorm ontbreekt een bepaald enzym, waardoor fenylalanine zich ophoopt in het bloed. Dit kan uiteindelijk leiden tot een hersenbeschadiging.
Bij de maligne vorm ontstaat een tekort aan neurotransmitters. Dit zijn stoffen die betrokken zijn bij impulsoverdracht in het zenuwstelsel.

Op welke plaats komen deze neurotransmitters bij een gezond persoon vrij op het moment dat de impulsoverdracht mogelijk wordt?

Zenuwstelsel

Geneesmiddelen testen.

Waarop zal een geneesmiddel tegen hoofdpijn met name effect hebben?

Zenuwstelsel

1/2 Koorts.

Bij bepaalde ziekten kunnen giftige stoffen in het bloed aanwezig zijn, waardoor koorts ontstaat. De gifstoffen beïnvloeden een bepaald deel van de hersenstam dat de lichaamstemperatuur regelt. Het temperatuurcentrum wordt door de gifstoffen ongevoeliger voor warmte. Hoewel de lichaamstemperatuur aanvankelijk normaal is, geeft het temperatuurcentrum door de werking van de gifstoffen toch meer impulsen af dan normaal. Hierdoor neemt de stofwisselingsactiviteit toe en stijgt de lichaamstemperatuur.

Dank zij de temperatuurverhoging wordt de afbraak van de giftige stoffen versneld.

Voelt iemand zich bij beginnende koorts koud, normaal of warm wanneer de temperatuur aan het stijgen is?

Zenuwstelsel

2/2 Koorts.
Zie figuur C 91 van de bijlage.

Neemt bij beginnende koorts de impulsfrequentie toe in het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel of in het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel of neemt de impulsfrequentie in geen van beide delen toe?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een parasiet knoeit met de psyche.

De eencellige parasiet Toxoplasma gondii komt bij één op de drie mensen voor in het zenuwstelsel en in de spieren. Daar kan de parasiet jarenlang verblijven, zonder duidelijke ziekteverschijnselen te veroorzaken. De parasiet komt binnen via besmet vlees of besmette vis. Ook veel muizen zijn besmet. Besmette muizen blijken zich actiever en minder voorzichtig te gedragen dan niet-besmette muizen. De Tsjech Jaroslav Flegr beweerde dat deze gedragsverandering door Toxoplasma wordt veroorzaakt.

Welk deel van het zenuwstelsel is bij deze gedragsverandering door Toxoplasma gondii naar verwachting het meest beïnvloed?

Zenuwstelsel

1/3 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

De tekst en de tekeningen in de figuur zijn afkomstig uit de Postbus 51-brochure "Blessures, maak er geen sport van".

Tekst:
Warming-up.
Koude spieren in rusttoestand moeten niet plotseling zwaar belast worden. Want dan kunnen ze scheuren. Vandaar de warming-up voor de wedstrijd of de training, al dan niet vergezeld van een massage. De warming-up moet twee dingen doen: de spiertemperatuur opvoeren en de lichaamsfuncties op actieniveau brengen. (zie bovenste mannetje van de figuur).

Cooling-down.
Bij het trainen of sporten gebruik je je spieren intensief. Daardoor hopen zich in de spieren afvalstoffen op. Die stoffen veroorzaken spierpijn en moeten er dus uit. Daarvoor is een behoorlijke bloedsomloop nodig. Vandaar dat je na het sporten niet moet neerploffen, maar nog wat moet uitlopen en/of rustige oefeningen moet doen. Daar zitten ook wat strek- (stretch-)oefeningen bij, om de spieren weer naar de normale spanning terug te brengen (zie onderste mannetje in de figuur).

Zie volgende scherm

Zenuwstelsel

2/3 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur C 91 van de bijlage.

Van welk deel of van welke delen van het autonome zenuwstelsel neemt de activiteit tijdens de warming-up toe?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/3 Voorkómen van sportblessures.

Ondanks de adviezen over warming-up, krijgt iemand een blessure waarbij een spier scheurt. De blessure wordt door de verzorger direct met ijs gekoeld.

Beïnvloedt dit koelen de frequentie van impulsen vanuit de gescheurde spier naar de hersenen?
Zo ja, is deze impulsfrequentie lager of hoger dan zonder koeling?

Zenuwstelsel

Buiktriller.
Zie figuur B 2909 van de bijlage.

Tekst:
Als spieren slapper worden, is dat meestal het eerst zichtbaar in de buikstreek. Aan het verslappen van de buikspieren is een halt toe te roepen met gymnastiekoefeningen zoals sit-ups. Die zijn tijdrovend en vereisen discipline. Elektrische spierstimulatie is het alternatief, stelt het Ierse bedrijf Slendertone. Slendertone heeft de Flex ontworpen. Dat is een batterij aan een riem met aan de binnenkant drie elektroden. Op die elektroden zit een plakkerige substantie voor de stroomgeleiding. Via die elektroden worden stroomstootjes naar de onderliggende spieren gestuurd die zich daardoor samentrekken.
Volgens Slendertone is al na vier tot acht weken resultaat merkbaar. "De buik wordt platter en steviger zonder gewichtsverlies." Twee tot drie maal per week een sessie van een half uurtje wordt aangeraden. Terwijl je de riem om hebt, kun je intussen wat anders doen. "Met de Flex kun je een platte en stevige buik krijgen, terwijl je TV kijkt."

bewerkt naar: de Volkskrant van 29-04-2000

Zie figuur B 2909 van de bijlage.

Waarmee kun je, gelet op de functie, een elektrode van de Flex het beste vergelijken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Vermoeide zwemmers.

Tekst:
"Ook bij goede zwemmers gaat het wel eens mis met de techniek. Als door de training vermoeidheid is ontstaan, kan worden waargenomen dat de afgelegde afstand per slag afneemt.
De vermoeidheid veroorzaakt mogelijk dat de spieren niet langer in staat zijn om nauwkeurig gedoseerde activiteit te leveren.
Duidelijk is dat een verslechtering van de techniek iets te maken heeft met het verzuren van de spieren."

bewerkt naar: "Hard zwemmen maar langzaam trainen " van Peter Hollander

Welke delen van het zenuwstelsel zijn bij de activiteit van de in de tekst genoemde spieren betrokken?

Zenuwstelsel

Doping.
Zie figuur C 87 van de bijlage.

In de topsport wordt soms gebruik gemaakt van doping, het toedienen van stoffen die prestatieverhogend werken.
Voorbeelden van deze stoffen zijn amfetaminen die het effect van een bepaald deel van het autonome zenuwstelsel versterken. De afbeelding geeft een overzicht van een aantal invloeden van het parasympatische en van het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel. Voor de duidelijkheid is het centrale zenuwstelsel twee keer weergegeven.

Versterken amfetaminen het effect van het parasympathische of van het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Sport.

In het algemeen is het onverstandig om tijdens het sporten te eten. Dit geldt met name als de duur van de inspanning korter is dan twee uur. In de spieren en in de lever is dan voldoende glycogeen aanwezig zodat aanvulling tijdens de inspanning niet nodig is. Als de inspanning echter langer duurt dan twee uur, kan extra koolhydraatopname tijdens de inspanning de prestatie verbeteren.
Als verklaring waarom men beter niet tegelijkertijd kan eten en sporten, worden twee beweringen gedaan:

1. Tijdens het sporten vindt in het autonome zenuwstelsel vooral impulsoverdracht plaats in het orthosympathische deel, waardoor minder bloed naar de verteringsorganen stroomt.
2. Tijdens het sporten vindt vooral impulsoverdracht plaats in het animale zenuwstelsel, terwijl er nauwelijks impulsoverdracht plaatsvindt in het autonome zenuwstelsel.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Zenuwstelsel

Marathon lopen.

Door de invloed van het autonome zenuwstelsel is de vertering van het voedsel tijdens inspanning slechter dan in rust.
Over het autonome zenuwstelsel worden drie beweringen gedaan:

1. Het aantal impulsen per tijdseenheid in zenuwen van het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel die naar het maagdarmkanaal gaan, neemt bij inspanning af.
2. Het aantal impulsen per tijdseenheid in zenuwen van het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel die naar het maagdarmkanaal gaan, neemt bij inspanning toe.
3. Het aantal impulsen per tijdseenheid in zenuwen van het orthosympatische deel van het autonome zenuwstelsel die naar het maagdarmkanaal gaan, neemt bij inspanning toe.

Welke van deze beweringen geeft een oorzaak van de slechte vertering tijdens inspanning?

Zenuwstelsel

Hardlopen.

Na het hardlopen gaat een man thuis bij de televisie zitten en valt in slaap.

Heeft één van de beide delen van het autonome zenuwstelsel tijdens het slapen een grotere invloed op het functioneren van het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel dan tijdens het trimmen?

Zenuwstelsel

Hardlopen.

Wordt de doorbloeding van de spijsverteringsorganen geregeld door het animale zenuwstelsel, door het autonome zenuwstelsel of door beide?

Zenuwstelsel

Een strafschop.
Zie figuur B 2119 van de bijlage.

Tijdens een voetbalwedstrijd schiet een speler bij het nemen van een strafschop de bal keihard in de richting van het doel. De keeper reageert bliksemsnel en plukt de bal met een snoekduik uit de lucht (zie de afbeelding). Na de duik weet hij zo neer te komen dat hij zich niet bezeert.

In de tekst staat dat de keeper na de snoekduik op de grond valt zonder zich te bezeren.

Spelen hierbij reflexen die via het ruggenmerg verlopen een rol?
En spelen hierbij impulsen die via de kleine hersenen verlopen een rol?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Warming-up.

Voor sportmensen is het belangrijk dat er voor een wedstrijd of training een goede 'warming up' plaatsvindt.
Deze 'warming up' heeft onder andere de volgende doelen. Ten eerste stijgt de temperatuur in de skeletspieren, waardoor ze beter kunnen functioneren. Ten tweede heeft de 'warming up' tot gevolg dat het orthosympatisch zenuwstelsel wordt geactiveerd en de bijnieren worden aangezet tot afgifte van adrenaline.

Wordt de afgifte van spijsverteringsenzymen beïnvloed door de 'warming-up'?
Zo ja, wordt de afgifte van spijsverteringsenzymen dan geremd of gestimuleerd?

Zenuwstelsel

Is de mens een wateraap?

Alle landzoogdieren hebben het verschijnsel van tranen als reactie op kou of irritatie van de ogen. Vergeleken met alle landzoogdiersoorten is de mens de enige soort die echt kan huilen: tranen die onmiddellijk na een moment van grote vreugde of intens verdriet 'over de wangen biggelen'. Wanneer bepaalde zenuwen (de nervus trigeminus), die van de hersenen naar de traanklieren lopen, worden geblokkeerd, stopt het verschijnsel van tranen als reactie op kou of irritatie, terwijl het echte huilen kan blijven doorgaan.

Een leerling trekt uit bovenstaande informatie de conclusie dat het echte huilen niet door het zenuwstelsel, maar door hormonen wordt geregeld.

Is dat op grond van bovenstaande informatie een juiste conclusie? Leg je antwoord uit.