Oefentoets Biologie: Genetica - algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Kloon.

Een aantal organismen kan samen een kloon vormen.

Het begrip kloon is van toepassing op alle individuen die ontstaan

Genetica

1/3 Het koningshuis van Beieren.

Volgens een bepaalde hypothese is er bij de ziekte schizofrenie sprake van intermediaire overerving. Daarbij is 'schizoïde psychopathie' intermediair tussen 'gezond' en 'schizofreen'.
Mensen met schizoïde psychopathie hebben kenmerken die enigszins overeenkomen met schizofrenie, maar in minder ernstige vorm.
Aanleiding voor deze hypothese is dat ouders met schizoïde psychopathie vaak schizofrene kinderen hebben. In dit verband kan de stamboom van de twee Beierse koningen Ludwig II en Otto I naar voren gebracht worden. Zij stammen af van hertog Wilhelm van Braunschweig- Lüneburg, die leed aan schizofrenie.

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Genetica

2/3 Het koningshuis van Beieren.
Zie figuur A 1194 van de bijlage.

Aan het eind van de stamboom staan de beide schizofrene koningen, een tragisch einde van het Beierse vorstenhuis.

Bereken, uitgaande van de intermediaire overerving, de kans voor Maximilian II en Marie Friederike, dat twee van hun zoons schizofreen zouden zijn.

afbeeldingafbeelding

Genetica

3/3 Het koningshuis van Beieren.
Zie figuur A 1194 van de bijlage.

Bekijk de stamboom nogmaals (zie afbeelding hiernaast).
Uit die stamboom kun je een argument halen op grond waarvan de hypothese van intermediaire overerving verworpen moet worden.

Geef dit argument.

afbeeldingafbeelding

Genetica

1/3 Zilvervosfarm.
Zie figuur B 5423 van de bijlage.
Zie figuur B 5424 van de bijlage.

Op een zilvervosfarm werd een jong geboren, een mutant met een zeer lichte vacht, platina genoemd (figuur 1). Kruisingen van dit dier met fokzuivere zilvervossen (figuur 2) gaven evenveel platina- als zilverkleurige jongen.

Het genotype van de mutant moet dan, wat zijn vachtkleur betreft, geweest zijn

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Genetica

2/3 Zilvervosfarm.

Men wilde nu een fokzuiver platinaras fokken.

Wat is daartoe de beste manier?

Genetica

3/3 Zilvervosfarm.

Toen men de, naar men dacht, fokzuivere platinavossen terugkruiste met homozygoot recessieve vossen om na te gaan of men inderdaad fokzuivere platinavossen had gekregen, vond men weer gemengde worpen met zowel platina- als zilvervossen in de verhouding 2:1.

Wat kun je hieruit afleiden over het gen voor platina?

Genetica

PKU.

Als twee mensen zelf gezond zijn, maar beiden een gen dragen voor een stofwisselingsziekte als PKU, hoe groot is dan de kans dat hun eerste baby de ziekte heeft?

Genetica

3/3 Aanraking.

Waar haalt de plant het calcium vandaan dat bij de stofwisseling nodig is?
Uit .....................

Genetica

Muizengenetica.

Een muis met een witte vacht werd gekruist met een muis met een zwarte vacht. De F1 had een grijze vacht.

Welke fenotypische verhoudingen kunnen worden verwacht voor de F2 die ontstaat na onderlinge kruising van de F1 -muizen?

Genetica

Hartritmestoornissen.

Soms heeft een hartritmestoornis op jonge leeftijd wel een erfelijke basis. In een publicatie over hartritmestoornissen staat: "Het komt ook voor, dat iemand met een erfelijke hartritmestoornis de eerste is in zijn familie".

Leg uit hoe door overerving iemand als eerste in zijn familie deze hartritmestoornis kan hebben.

Genetica

Neushoorns in Afrika.

In Afrika komen twee soorten neushoorns voor: de Puntlipneushoorn (Diceros bicornis) en de Breedlipneushoorn (Ceratotherium simum). Beide diersoorten worden met uitsterven bedreigd. De neushoorns leven in geïsoleerde populaties en ze worden intensief bejaagd door stropers. Van de oorspronkelijk meer dan 65.000 Puntlipneushoorns bijvoorbeeld zijn er nu minder dan 2500 over.

Ook al zouden er geen Puntlipneushoorns meer worden gedood door stropers en ook al hebben ze voldoende ruimte en voedsel, dan nòg loopt deze soort gevaar in de loop van een aantal generaties uit te sterven.

Leg uit dat het gevaar voor uitsterven samenhangt met het feit dat de dieren in zeer kleine populaties leven.

Genetica

Erwtenplanten.
Zie figuur B 1584 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 een deel van een bloeiende erwtenplant weer. Tekening 2 geeft een bloem van deze plant weer en tekening 3 twee zaden. Sommige zaden van deze erwtenplant zijn rond, andere hoekig.
Tekening 4 geeft de wortels van deze erwtenplant weer. In tekening 5 is een organel uit een cel van de erwtenplant schematisch weergegeven.
De erwtenplant van de afbeelding vormt na de bloei twee typen zaden: ronde en hoekige, die in de verhouding 3 : 1 aan deze plant voorkwamen. Het type zaad wordt bepaald door een gen van het embryo in het zaad. Er is een allel voor hoekig zaad en een allel voor rond zaad.

Is deze erwtenplant homozygoot of heterozygoot voor het zaadtype? Geef een verklaring voor je antwoord met behulp van een kruisingsschema.

afbeeldingafbeelding

Genetica

Meestergen achter borstkanker geeft geheimen prijs.

Amerikaanse onderzoekers hebben een gen gevonden dat een sleutelfunctie vervult bij de ontwikkeling van borsttumoren. Het speelt een belangrijke rol in de uitzaaiingsfase, als borstkanker het moeilijkst behandelbaar en dus het gevaarlijkst is. Het gen, SATB1 geheten, is een moleculaire hoofdschakelaar.
Door het product van dit ‘meestergen' kunnen vele andere genen worden aangezet. Vooral genen die te maken hebben met celgroei en celdeling. SATB1 blijkt erg actief in agressieve borstkankercellen.

Dit soort onderzoek naar kanker is erg belangrijk omdat kanker altijd begint in de genen. Tumorvorming begint met een gemuteerd gen. Bij borsttumoren kunnen de genen BRCA1 en BRCA2 een rol spelen. Deze genen onderdrukken normaal de tumorgroei. Na mutatie van de genen BRCA1 en BRCA2 treedt juist groei van borsttumoren op.

Op welke wijze kan een meisje het mutante gen van haar ouders erven?

Genetica

1/3 Variatie bij hardlopers.

Enige tijd geleden werd een 'atletiekgen' ontdekt, het ACE-gen. Er zijn twee allelen bekend: Ag en As . Het product van het Ag-allel activeert een hormoon uit de bijnieren. Dit hormoon speelt een sleutelrol bij de regulatie van de bloeddruk, maar is ook betrokken bij het regelen van het vermogen van spiervezels tot opname van zuurstof en glucose.
Bij een onderzoek ondergingen drie groepen soldaten gedurende tien weken een intensief trainingsprogramma. De soldaten hadden dezelfde basisconditie, maar verschillende ACE-genotypen. In de tabel hieronder staan de resultaten van het trainingsprogramma, gemeten bij het onderzoek.

afbeeldingafbeelding

Hoe wordt het heterozygote fenotype genoemd dat verschilt van de homozygote fenotypen?

Genetica

2/3 Variatie bij hardlopers.

Twee heterozygote mensen (Ag As ) krijgen samen een kind.

Hoe groot is de kans dat dit een kind zal zijn dat later, na een intensief trainingsprogramma, een conditieverbetering van ongeveer 66% zal scoren?

Genetica

3/3 Variatie bij hardlopers.

Er worden vier celtypen onderzocht op de aanwezigheid van het Ag-allel bij een heterozygote persoon:

1. bijniercellen;
2. rode bloedcellen;
3. witte bloedcellen;
4. spiercellen.

In welke van deze cellen komt het Ag -allel voor?