Kaartoefening Aardrijkskunde: Alcarta Atlas editie 1 - kaart 41P- Nederland bevolking | VO

Deze oefening bevat 8 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. Ook als oefentoets in te plannen vanuit Wikiwijs. Bedoeld om leerlingen gericht te laten oefenen en hun atlasvaardigheden te toetsen, bij een specifiek onderwerp.

Aantal vragen

8

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

Wat is het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking in het COROP-gebied Arnhem/Nijmegen?

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

Wat is het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking in het COROP-gebied Noord-Friesland?

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

In welke van de volgende COROP-gebieden is het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking 10 tot 15 procent?

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

In welke van de volgende COROP-gebieden is het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking 20 tot 25 procent?

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

Zet de volgende COROP-gebieden op volgorde van het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking. Begin met het laagste percentage.

  1. Zuidoost-Friesland

  2. Zuidoost-Drenthe

  3. Midden-Limburg

  4. Het Gooi en Vechtstreek

  5. Flevoland

  6. Agglomeratie 's-Gravenhage

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

Koppel de volgende COROP-gebieden aan het bijbehorende percentage personen met migratieachtergrond in de totale bevolking.

  • 10 - 15

  • 20 - 25

  • 8 - 10

  • 15 - 20

  • 30 - 43

  • 25 - 30

  • Delfzijl en omgeving

  • Utrecht

  • Zuidwest-Drenthe

  • Zuidoost-Zuid-Holland

  • Groot-Amsterdam

  • Flevoland

Atlasvragen Alcarta 1e druk | kaart 41P

Selecteer de COROP-gebieden waar het percentage personen met een migratieachtergrond in de totale bevolking hoger is dan het Nederlandse gemiddelde.