Voortplanting
Afsnoering bij poliepen.
Sommige organismen, bijvoorbeeld poliepen, kunnen zich door afsnoering vermeerderen.
Wat is de juiste benaming voor alle nakomelingen die op deze wijze uit één organisme zijn ontstaan?
Deze oefentoets bevat 21 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
21
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Afsnoering bij poliepen.
Sommige organismen, bijvoorbeeld poliepen, kunnen zich door afsnoering vermeerderen.
Wat is de juiste benaming voor alle nakomelingen die op deze wijze uit één organisme zijn ontstaan?
Een bijenvolk.
Zie figuur B 1119 van de bijlage.
Een bijenvolk bestaat uit darren (mannetjes), werksters (vrouwtjes) en een koningin (vrouwtje).
In figuur B 1119 van de bijlage zijn deze drie typen bijen weergegeven.
Darren ontstaan uit onbevruchte eicellen. Werksters en koninginnen ontstaan uit bevruchte eicellen. Een larve, ontstaan uit een bevruchte eicel, ontwikkelt zich afhankelijk van de hoeveelheid en de samenstelling van het toegediende voedsel tot een werkster of tot een koningin.
Naar aanleiding van deze gegevens worden de volgende beweringen gedaan:
1. Bij het ontstaan van het verschil in fenotype tussen een dar en een koningin spelen verschillen in genotype een belangrijke rol.
2. Bij het ontstaan v an het verschil in fenotype tussen een werkster en een koningin spelen milieufactoren een belangrijke rol.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Vorming van vrouwelijke voortplantingscellen.
Zie figuur B 2515 van de bijlage.
Bij gewervelde dieren vindt de vorming van vrouwelijke voortplantingscellen plaats volgens één van de volgende schema's.
Welk schema is het juiste?
afbeelding
De levenscyclus van de bananenvlieg.
Zie figuur B 459 van de bijlage.
In de afbeelding is de levenscyclus van de bananenvlieg weergegeven. De verschillende stadia zijn op onderling verschillende schaal getekend. Het aantal chromosomen in een lichaamscel van deze bananenvliegen bedraagt 8.
In welke van de stadia 1, 2 en 3 zijn diploïde cellen aanwezig?
afbeelding
Cromosomen bij de meiose-I.
Bij dier P ondergaat een cel meiose-I. Bij het begin van de meiose-I komen in deze cel 8 chromosomen voor. Er ontstaan twee dochtercellen. Aangenomen wordt, dat er geen breuken in de chromosomen optreden.
Hoeveel chromosomen komen er in elk van deze door meiose I ontstane dochtercellen voor?
Wat is er te zeggen over de herkomst van deze chromosomen?
Celtype van een paard.
Van een paard worden de chromosomen in een bepaald celtype geteld. In elke cel van dat type bevinden zich 33 chromosomen.
Welk type cel kan dat zijn?
Het verschil tussen een koningin en een werkster.
Een bijenvolk bestaat uit vrouwelijke bijen (werksters), mannelijke bijen (darren) en één grote vrouwelijke bij (de koningin).
Uit een bevruchte eicel kan een koningin of een werkster ontstaan. Dit is afhankelijk van het voedsel dat de larve krijgt. Een dar ontstaat uit een onbevruchte eicel.
Is er bij het verschil tussen een koningin en een werkster sprake van een modificatie?
En bij het verschil tussen een koningin en een dar?
afbeelding
Ontwikkeling bij insecten.
Zie figuur B 355 van de bijlage.
Op de bijlage staat een tekening van een insect in een bepaald stadium van zijn ontwikkeling.
Treden in dit stadium vervellingen op?
Kan het insect in dit stadium voortplantingscellen produceren?
afbeelding
afbeelding
1/4 Bacterie beïnvloedt het geslacht.
De bacterie Wolbachia heeft grote invloed op de voortplanting van sommige sluipwespen. Zij verandert het DNA van de sluipwesp om zichzelf van veel ‘nageslacht' te verzekeren.
De Wolbachia bacterie is vooral in de eicellen van de sluipwespen aanwezig. In sommige eicellen zijn dat er wel tweeduizend. Als zo'n eicel bevrucht wordt, kan de bacterie meegaan naar de volgende generatie sluipwespen. In spermacellen zit de bacterie niet; daarvoor heeft de mannelijke geslachtscel te weinig cytoplasma. Een mannelijke sluipwesp is voor de bacterie dan ook een doodlopend pad, want een besmet mannetje kan de bacterie niet doorgeven aan de volgende generatie.
Bij veel insecten, zoals bij deze sluipwesp, ontstaan dochters uit bevruchte eicellen en zonen uit onbevruchte. Dit wordt haplo-diploïdie genoemd.
Naar aanleiding van het begrip haplo-diploïdie doen twee leerlingen een uitspraak:
Leerling 1 zegt: Als een sluipwespmannetje één allel voor een bepaalde eigenschap heeft, komt dit allel bij hem tot uiting in het fenotype.
Leerling 2 zegt: Als een sluipwespvrouwtje één allel voor een bepaalde eigenschap heeft, komt dit allel bij haar nooit tot uiting in het fenotype.
Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?
2/4 Bacterie beïnvloedt het geslacht.
Leg uit waardoor mannelijke sluipwespen geen erfelijke eigenschappen doorgeven aan zonen.
4/4 Bacterie beïnvloedt het geslacht.
Bij een andere sluipwespensoort zorgt de Wolbachia bacterie ervoor dat de wesp veel vrouwelijke nakomelingen krijgt. Als een besmet sluipwespvrouwtje wordt bevrucht, ontwikkelen de bevruchte eicellen zich tot vrouwtjes die met de bacteriën besmet zijn (groep 1). Als de eicellen niet worden bevrucht, zorgt de bacterie ervoor dat het erfelijk materiaal van de eicel wordt verdubbeld en er dus ook vrouwtjes (groep 2) uit ontstaan.
Welk verschil bestaat er, genetisch gezien, tussen de vrouwtjes (groep 1) en vrouwtjes (groep 2)?
Dwergopossum.
Vrouwelijke buideldieren zoals de dwergopossum bezitten wel een baarmoeder, maar tijdens de zwangerschap ontwikkelt zich bij de vrouwtjes geen placenta.
Wat is een belangrijk gevolg daarvan voor de ontwikkeling van het jong van een dwergopossum?
Inwendige bevruchting.
Welk van de volgende zaken is geen voordeel dat voortkomt uit inwendige bevruchting?
Bestrijding van plagen.
Vrouwelijke bladluizen zijn in staat om langs parthenogenetische weg (een vorm van ongeslachtelijke voortplanting) 25 dochters per dag voort te brengen, die op hun beurt weer na ongeveer 10 dagen in staat zijn zich voort te planten.
Vergelijk ongeslachtelijke voortplanting en geslachtelijke voortplanting bij gelijkblijvende milieuomstandigheden.
Leg uit dat bij gelijkblijvende milieuomstandigheden ongeslachtelijke voortplanting voordeliger is dan geslachtelijke voortplanting.
1/2 Kween.
Zie figuur C 162 van de bijlage.
In de zeldzame gevallen dat een koe drachtig is van een tweeling, kan het gebeuren dat de vruchtvliezen van beide embryo's door elkaar gaan groeien en dat de bloedvaten van de embryo's met elkaar in verbinding treden, zoals in de afbeelding is weergegeven.
Als de tweeling van ongelijk geslacht is, ontvangt het vrouwelijke embryo via het bloed mannelijk geslachtshormoon dat door het mannelijke embryo wordt gevormd. Daardoor ontwikkelen de geslachtsorganen van het vrouwelijke embryo zich niet volledig, met onvruchtbaarheid als gevolg. Een dergelijke koe met aangeboren onvruchtbaarheid wordt een kween genoemd.
Bij runderen vindt de geslachtsbepaling op overeenkomstige wijze plaats als bij de mens. Bij de mens treedt bij een tweeling zo'n verbinding tussen de bloedvaten niet op.
Welke geslachtschromosomen komen voor in de diploïde cellen van een kween?
afbeelding
2/2 Kween.
Kan er bij een eeneiige tweeling bij koeien een kween ontstaan?
En bij een twee-eiige tweeling?
Bananenvliegjes.
Zie figuur B 426 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee lichaamscellen van de insectensoort bananenvlieg schematisch getekend. In de cellen zijn de chromosomen zichtbaar. De verdeling van de X- en Y-chromosomen over de twee geslachten is bij de bananenvlieg hetzelfde als bij de mens.
Kunnen deze lichaamscellen van dezelfde bananenvlieg zijn?
Zo nee, is lichaamscel 1 van een mannelijk of van een vrouwelijk dier?
afbeelding
2/2 Schelpen.
Nakomelingen van deze schelpdieren kunnen op twee manieren ontstaan:
mogelijkheid 1: een zaadcel en een eicel van één dier versmelten (zelfbevruchting);
mogelijkheid 2: er worden zaadcellen en eicellen met andere individuen van dezelfde soort uitgewisseld.
Welke voortplantingswijze draagt vooral bij aan de instandhouding van de soort op de lange termijn? Leg je antwoord uit.
A dog called Wanda.
In de 19e eeuw werd het ziektebeeld acromegalie bij de mens beschreven. Bij dit ziektebeeld hoort onder andere het vrijkomen van grote hoeveelheden groeihormoon. Groeihormoon wordt door de hypofyse gemaakt. Kaken, handen en voeten worden door de hoge concentratie groeihormoon in het bloed sterk vergroot. Een tumor in de hypofyse kan dit ziektebeeld veroorzaken.
In 1964 toonde de dierenarts Joannes Juda Groen aan dat dit ziektebeeld ook bij honden voorkomt.
In 1975 werd Wanda, een herdershond, de dierenkliniek binnengebracht. Zij had regelmatig hormooninjecties gekregen ter voorkoming van loopsheid. Dit hormoon uit de injecties remt, net als bij de mens, de ovulatie. Wanda was altijd gezond geweest, maar in het laatste jaar had ze langzamerhand acromegalie-verschijnselen ontwikkeld.
Welk hormoon, ter voorkoming van loopsheid, werd via de injecties aan Wanda toegediend?