Oefentoets Biologie: Uitscheiding - samenstelling | HAVO 4/HAVO 5

Deze digitale toets over de concentraties van stoffen in voorurine en urine is gericht op studenten biologie en biedt inzicht in de nierfunctie en urine-analyse. De toets bevat vragen over de samenstelling van voorurine, zuurstofverdeling in de niereenheid en de invloed van dieet op ureumgehalte. - 10 vragen

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Concentraties van stoffen in voorurine

Stoffen in voorurine.

Over de concentraties van enkele stoffen in voorurine en in urine bij de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. De concentratie van glucose is in voorurine hoger dan die in urine.
2. De concentratie van zouten is in voorurine gelijk aan die in urine.
3. De concentratie van ureum is in voorurine lager dan die in urine.

Welke uitspraken zijn juist?

Zuurstofverdeling in de niereenheid

Een niereenheid.
Zie figuur A 94 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid voor.
In het nierkapsel verlaat ± 20% van de bloedvloeistof de bloedbaan.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de hoeveelheid zuurstof (opgelost en aan hemoglobine gebonden) per volume-eenheid het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Ureumgehalte bij dieetveranderingen

Ureumgehalte.

Een proefpersoon krijgt gedurende een week een eiwitrijk dieet. Hierna krijgt hij een week een eiwitvrij dieet, dat voldoende koolhydraten bevat.

Hoe zal aan het eind van de tweede week het ureumgehalte van de urine van deze proefpersoon zijn in vergelijking met het ureumgehalte aan het eind van de eerste week?

De urine zal aan het eind van de tweede week

Concentratie van eiwitten in bloedplasma

Voorurine.
Zie figuur B 2522 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een niereenheid van de mens getekend. De concentratie van grote eiwitmoleculen in het bloedplasma op de plaatsen 1, 2, 3 en 4 wordt met elkaar vergeleken.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de concentratie van deze eiwitmoleculen in het bloedplasma het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Cellen in menselijke urine

Urine.
Zie figuur B 1107 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de bouw van een nier van een mens weer. Een niereenheid is vergroot afgebeeld.
Een nier produceert urine. Urine van de mens bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. In urine kunnen cellen worden aangetroffen die afkomstig zijn van de nieren.
In de nieren bevinden zich onder andere de volgende typen cellen:

1. dekweefselcellen van de bloedvaten in de nierkapsels,
2. dekweefselcellen van de nierkanaaltjes,
3. rode bloedcellen.

Welke van de genoemde typen cellen kunnen in de urine van een gezonde persoon worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Afbraak en hergebruik van hemoglobine

Hemoglobine.

Hemoglobine bij de mens wordt na enige tijd afgebroken. Overblijfselen van hemoglobinemoleculen kunnen onder andere worden aangetroffen in het bloed, in de lever, in het nierbekken en in het rode beenmerg.

Sommige van deze overblijfselen worden weer gebruikt voor de opbouw van nieuwe hemoglobinemoleculen.

Vanuit welke plaats worden deze overblijfselen niet meer gebruikt voor deze opbouw?

Stoffen in de voorurine van de niereenheid

Een niereenheid.
Zie figuur B 2132 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een niereenheid van een mens weergegeven. Op plaats P bevinden zich in het bloed onder andere aminozuren, glucose, fibrinogeen (een eiwit) en ureum.

Welke van deze stoffen bevinden zich ook op plaats Q in de voorurine?

afbeeldingafbeelding

Concentratie van ureum in niereenheid

Een niereenheid.
Zie figuur B 476 van de bijlage.

De afbeelding stelt een niereenheid van de mens voor.

Op welke van de plaatsen 1, 2, 3 en 4 is de concentratie van ureum in de vloeistof die zich daar bevindt, het grootst?

afbeeldingafbeelding

Voorurine: Analyse van Vloeistoffen P, Q, R, S

Samenstelling van voorurine.

Vier vloeistoffen P, Q, R en S worden onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen en witte bloedcellen. De resultaten staan in de tabel: + betekent duidelijk aanwezig, - betekent niet of nauwelijks aanwezig.

afbeeldingafbeelding

Welke van de vloeistoffen P, Q, R en S kan voorurine van de mens zijn?

Onderzoek naar voorurine in vloeistoffen

Voorurine.

Vier vloeistoffen P, Q, R en S worden onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen en witte bloedcellen. De resultaten staan in de tabel: + betekent duidelijk aanwezig, - betekent niet of nauwelijks aanwezig.

afbeeldingafbeelding

Welke van de vloeistoffen P, Q, R en S kan voorurine van de mens zijn?

De vloeistof