Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Hieronder staan drie beweringen over de manier waarop het lichaam van de mens binnengedrongen bacteriën kan bestrijden.
1. De bacteriën worden onschadelijk gemaakt met behulp van antistoffen. 2. De bacteriën worden opgenomen en verteerd door bloedplaatjes. 3. De bacteriën worden opgenomen en verteerd door witte bloedcellen.
Welke beweringen zijn juist?
Immuniteit
Vaccinatie.
In Nederland worden kinderen ingeënt tegen bepaalde ziekten, waardoor langdurige immuniteit ontstaat. Een voorbeeld daarvan is inenting (vaccinatie) tegen mazelen. Mazelen is een kinderziekte die wordt veroorzaakt door een virus.
Wat wordt bij vaccinatie tegen mazelen ingeënt?
Immuniteit
Immuun.
Piet heeft de bof gehad. Hij is nu immuun voor deze ziekte.
Deze immuniteit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid in het bloed van
Immuniteit
Antistoffen.
In het bloed van de mens komen antistoffen, rode bloedcellen en witte bloedcellen voor.
Welke hebben een functie bij de afweer tegen infecties?
Immuniteit
Gemeenschappelijke functie.
Bij de mens hebben de opperhuid, antistoffen en witte bloedcellen één functie gemeenschappelijk.
Welke functie hebben ze gemeenschappelijk?
Immuniteit
Infectie.
Hieronder staan drie beweringen over een infectie door bacteriën bij de mens:
1. Na de infectie neemt de hoeveelheid giftige stoffen uit de bacterie af door werking van fibrine; 2. Als gevolg van de infectie gaat het lichaam antistoffen produceren; 3. Als de giftige stoffen onschadelijk gemaakt zijn, blijven er nog antistoffen in het lichaam achter.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Immuniteit
Antistoffen.
Beschermen antistoffen in het lichaam van de mens tegen bacteriën of tegen de kou? Komen antistoffen voor in het bloedplasma?
afbeelding
Immuniteit
Verkoudheid.
Verkoudheid kan worden veroorzaakt door verschillende virussen. Linda is net genezen van een verkoudheid die door een bepaald virus is veroorzaakt. Kort daarna wordt zij opnieuw verkouden als gevolg van een virusinfectie.
Een biologiedocent vraagt aan twee leerlingen wat hiervoor de verklaring kan zijn.
Leerling 1 zegt: "De tweede verkoudheid is veroorzaakt door een ander virus dan de eerste verkoudheid. De antistof die tegen het eerste virus is gevormd, biedt geen bescherming tegen het tweede virus." Leerling 2 zegt: "Na de eerste verkoudheid is in het lichaam van Linda een hoeveelheid van het verkoudheidsvirus achtergebleven. Door de tweede infectie wordt de totale hoeveelheid verkoudheidsvirus in haar lichaam zo groot, dat ze niet voldoende antistof kan vormen."
Wie geeft een juiste verklaring?
Immuniteit
Afstotingsverschijnselen.
Na een transplantatie van bijvoorbeeld een nier kunnen na enige tijd afstotingsverschijnselen bij de ontvanger optreden. Twee voorbeelden van een niertransplantatie zijn:
1. transplantatie van een gezonde nier afkomstig van een ééneiige tweelingbroer van de ontvanger, 2. transplantatie van een gezonde nier afkomstig van een neef van de ontvanger.
Bij welke transplantatie is de kans op afstotingsverschijnselen het kleinst? Of maakt het geen verschil?
Immuniteit
1/3 Infecties met bacteriën. Zie figuur B 2559 van de bijlage.
Infecties met bacteriën, zoals roodvonkbacteriën en tuberculosebacteriën, veroorzaakten aan het begin van deze eeuw vaak ernstige epidemieën. Als gevolg van de infecties kregen de mensen soms ook andere ziekten als reuma, afwijkingen aan de hartkleppen en nierstoringen.
De afbeelding B 2559 geeft drie tekeningen met elk een cel uit microscopische preparaten weer. De cellen zijn niet allemaal met dezelfde vergroting getekend. Tekening 3 is van een preparaat met ziekteverwekkende bacteriën.
Bij welk of bij welke van de drie preparaten kun je een celwand aantreffen?
afbeelding
Immuniteit
2/3 Infecties met bacteriën.
Welke bloeddeeltjes nemen bij een infectie met bacteriën sterk in aantal toe?
Immuniteit
3/3 Infecties met bacteriën.
Als gevolg van een infectie met roodvonkbacteriën kunnen storingen van de nieren optreden. De uitscheiding van stoffen door de nieren wordt dan gehinderd. De mensen krijgen daardoor extra ziekteverschijnselen.
Noem twee stoffen die door de nieren bij gezonde mensen worden uitgescheiden.
Immuniteit
Immuniteit.
De mens kan immuun zijn tegen een ziekte door de aanwezigheid van een bepaalde stof.
Wat voor stof is dit?
Immuniteit
Antistoffen. Zie figuur B 3532 van de bijlage.
Bij een proefpersoon wordt een hoeveelheid van een bepaalde ziekteverwekker ingespoten. Deze persoon maakt antistof tegen deze ziekteverwekker. Het verband tussen de hoeveelheid antistof die na de injectie wordt gevormd, en de tijd die nodig is voor deze vorming wordt uitgezet in een diagram. In diagram 1 van de afbeelding geeft grafiek P dit verband aan. Zes maanden later wordt deze proefpersoon opnieuw ingespoten met dezelfde hoeveelheid van deze ziekteverwekker. Ook nu wordt het verband tussen de hoeveelheid antistof die na de injectie wordt gevormd en de tijd die nodig is voor deze vorming uitgezet in een diagram.
Welke grafiek van diagram 2 van de afbeelding geeft dit verband juist weer, grafiek Q, grafiek R of grafiek S? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Immuniteit
Antistoffen. Zie figuur B 3537 van de bijlage.
Bij een proefpersoon wordt een hoeveelheid van een bepaalde ziekteverwekker ingespoten. Deze persoon maakt antistof tegen deze ziekteverwekker. Het verband tussen de hoeveelheid antistof die na de injectie wordt gevormd, en de tijd die nodig is voor deze vorming wordt uitgezet in een diagram. In diagram 1 van de afbeelding geeft grafiek P dit verband aan. Zes maanden later wordt deze proefpersoon opnieuw ingespoten met dezelfde hoeveelheid van een andere ziekteverwekker. Ook nu wordt het verband tussen de hoeveelheid antistof die na de injectie wordt gevormd, en de tijd die nodig is voor deze vorming uitgezet in een diagram.
Welke grafiek van diagram 2 van afbeelding 2 geeft dit verband juist weer, grafiek Q, grafiek R of grafiek S? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Immuniteit
Antistoffen. Zie figuur B 3535 van de bijlage.
In de afbeelding is een ziekteverwekker met antistof P en antistof schematisch getekend.
Welke antistof kan de ziekteverwekker onschadelijk maken? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Immuniteit
Antistoffen. Zie figuur B 3538 van de bijlage.
In de afbeelding is een ziekteverwekker met antistof P en antistof Q schematisch getekend.
Welke antistof kan de ziekteverwekker onschadelijk maken? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Immuniteit
Een experiment met tiendoorns. Zie figuur B 4488 en figuur B 4489 van de bijlage.
Er wordt een onderzoek gedaan naar de afweer tegen ziekteverwekkers bij de tiendoornstekelbaars (zie de afbeelding). Een aantal tiendoorns wordt besmet met een bepaalde ziekteverwekker. De reactie van het afweersysteem van de vissen is zoals bij de mens.
Na de besmetting wordt elke dag het aantal ziekteverwekkers in het bloed van de vissen bepaald. De resultaten worden weergegeven in een diagram (zie de afbeelding).
Tijdens het onderzoek wordt ook de hoeveelheid antistof tegen de ziekteverwekker in het bloed van de vissen bepaald.
Is die hoeveelheid antistof in het bloed van de tiendoorns op dag 8 groter dan, kleiner dan of gelijk aan de hoeveelheid op dag 3? Leg je antwoord uit met behulp van het diagram in figuur B 4489.
afbeeldingafbeelding
Immuniteit
Afweer bij stekelbaarzen. Zie figuur A 987 van de bijlage.
In Nederland komen twee soorten stekelbaarzen voor: de driedoornstekelbaars en de tiendoornstekelbaars. In een laboratorium worden vissen van beide soorten met dezelfde soort ziekteverwekker besmet. De reactie van het afweersysteem van vissen komt overeen met de reactie bij de mens. Na de besmetting wordt gedurende acht dagen elke dag het aantal ziekteverwekkers in het bloed van de vissen bepaald. De resultaten worden uitgezet in een diagram (zie de afbeelding A 987).
Er wordt ook onderzoek gedaan naar de vorming van antistoffen bij de vissen. Vastgesteld wordt, dat beide vissoorten dezelfde soort antistof maken tegen de ziekteverwekker.
Welke vissen maken gedurende de acht dagen de grootste hoeveelheid antistof tegen de ziekteverwekker: de driedoornstekelbaarzen of de tiendoornstekelbaarzen? Of is dat niet te zeggen? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Immuniteit
1/2 Afweer.
Micro-organismen zijn overal aanwezig: in het voedsel dat we eten, in de lucht die we inademen en op bijna alles wat we aanraken. Als micro-organismen het lichaam binnendringen, spreken we van een infectie. Het lichaam beschermt zich op verschillende manieren tegen infectie.
Noem twee groepen micro-organismen die een infectie kunnen veroorzaken.