Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 45

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Hooikoorts.

Alleen stuifmeel van bepaalde typen planten heeft invloed op hooikoortspatiënten.
Bij planten kunnen de volgende kenmerken voorkomen:

1. kleverig stuifmeel,
2. heel veel stuifmeel,
3. geurende bloemen,
4. nectar in de bloemen,
5. onopvallend gekleurde bloemen.

Welke van deze kenmerken komen voor bij planten waarvan het stuifmeel hooikoorts veroorzaakt?

Voortplanting

Slijm.

Mensen met hooikoorts hebben opgezette slijmvliezen in de neus zonder dat ze echt verkouden zijn.
Hooikoorts wordt veroorzaakt door stuifmeel dat afkomstig is van planten. In de herfst zijn er evenveel planten als in de zomer. Toch hebben veel hooikoortspatiënten geen last als ze in de herfst buiten komen, en in de zomer wel.

Leg uit dat hooikoortspatiënten in de zomer buiten wel last hebben van hooikoorts en in de herfst niet.

Voortplanting

Geslachtshormonen in het bloed.

Vier bloedvaten bij een volwassen vrouw zijn:

1. een slagader van een ovarium,
2. een slagader van een borstklier,
3. een ader van een ovarium,
4. een ader van de hypofyse.

In welk bloedvat of in welke bloedvaten komen geslachtshormonen voor?

Voortplanting

Voortplantingsprocessen bij de mens.

Vier processen die bij de voortplanting van de mens plaatsvinden zijn:

1. ontwikkeling van de placenta,
2. ovulatie,
3. rijping van een eicel,
4. verdikking van het baarmoederslijmvlies.

Welke van deze processen vinden bij een niet-zwangere vrouw plaats tussen het begin van een menstruatie en het begin van de daaropvolgende?

Voortplanting

Ovulatie.
Zie figuur B 756 van de bijlage.

De tekeningen geven een deel van een eierstok weer op verschillende tijdstippen.

Welke tekening geeft de ovulatie weer?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Chromosomen in plantencellen.
Zie figuur B 754 van de bijlage.

De tekening stelt een stamper van een bloem voor. Op de stempel liggen stuifmeelkorrels, waarvan er
één is gekiemd.
In een cel van een kroonblad van deze bloem bevinden zich twaalf chromosomen.

Op welke van de aangegeven plaatsen kan zich een kern met zes chromosomen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Zelfbestuiving.

Plant P heeft één type bloemen. Deze bloemen bevatten alleen vrouwelijke voort plantingsorganen.
Plant Q heeft bloemen die mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bevatten.

Kan bij plant P zelfbestuiving voorkomen?
En bij plant Q?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Voorns en reigers.

Van de voorns die in het kanaal leven, is het aantal tamelijk constant. Dat geldt ook voor de reigers in de buurt, hoewel zij veel minder eieren leggen dan de voorns. Een voorn legt jaarlijks ongeveer 40.000 eieren, een reiger 4.

Verklaar, met behulp van het begrip verzorging, waardoor het komt dat bij de reigers het aantal ongeveer constant blijft met veel minder eieren dan bij de voorns.

Voortplanting

Bestrijding van plagen.

De chemische bestrijdingsmiddelen die men vroeger gebruikte waren niet afbreekbaar en bovendien niet selectief. Dit laatste wil zeggen: ze doodden niet alleen de schadelijke dieren die er mee in aanraking kwamen.
In boomgaarden doodden ze bijna alle insecten. De opbrengst aan fruit verminderde hierdoor.

Leg uit waardoor er minder vruchten aan de bomen ontstaan als bijna alle insecten worden gedood.

Voortplanting

Amfibieën in de Millingerwaard.

Tijdens de voortplantingstijd in het voorjaar komt het wel eens voor dat het water van de rivier de Waal stijgt en de voortplantingsgebieden van de amfibieën overstroomd worden.

Welk nadelig gevolg heeft dit overstromen voor de voortplanting van de amfibieën? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

1/3 Duinen.
Zie figuur B 3334 van de bijlage.

In de afbeelding staat een bloemdiagram van parnassia afgebeeld.

Welke letter geeft het deel aan waarin de zaden zich na de bevruchting ontwikkelen?

de letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Duinen.
Zie figuur B 3334 van de bijlage.

Uit het bloemdiagram in de afbeelding zijn enkele kenmerken van een bloem van parnassia af te leiden.

Uit welk kenmerk in het bloemdiagram kan afgeleid worden dat de bloem bestoven wordt door insecten?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/3 Duinen.

INFORMATIE 3 DUINDOORN
De duindoorn is een struik die op kalkrijke plekken in de duinen groeit. Deze struik heeft òf alleen mannelijke òf alleen vrouwelijke bloemen. De bloemen vallen niet op tussen de grijsgroen gekleurde blaadjes. Aan de vrouwelijke struiken verschijnen na de bloei oranje bessen, die duidelijk te zien zijn. De planten vormen aan hun wortels knolletjes waarin bacteriën leven. Deze bacteriën zetten stikstof uit de lucht om in nitraten, die weer door de duindoorn gebruikt kunnen worden.

Worden de bloemen van de duindoorn bestoven door de wind of door insecten? Noem een eigenschap van de plant uit de informatie, waaruit dat afgeleid kan worden.

Voortplanting

1/2 Sluipwespen.
Zie figuur B 2248 van de bijlage.

Tomatenkwekers gebruiken vrouwelijke sluipwespen bij de bestrijding van schadelijke witte vliegen die leven van de tomatenplanten in hun kassen. De sluipwespen leggen eitjes in de larven van de witte vlieg. Uit de eitjes komen larven van de sluipwespen. Deze sluipwespenlarven eten de larven van de witte vlieg.
Alleen vrouwelijke sluipwespen zijn gevaarlijk voor de larven van de witte vlieg, mannetjes niet. Daarom heeft een kweker voldoende aan vrouwtjes voor het bestrijden van witte vliegen.

Waardoor kunnen vrouwelijke sluipwespen de larven van de witte vlieg wèl bestrijden en mannelijke sluipwespen niet?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Sluipwespen.

De vrouwelijke sluipwespen die de tomatenkwekers gebruiken, worden door leveranciers van biologische bestrijdingsmiddelen gekweekt. Deze vrouwelijke sluipwespen paren niet om zich voort te planten. Bij deze sluipwespen bepaalt het aantal chromosomen het geslacht. Bij de vorming van eicellen van deze vrouwtjes vindt niet zoals normaal meiose plaats. Daardoor bevatten de eicellen evenveel chromosomen als de lichaamscellen. In de eicellen komen de chromosomen ook allemaal in paren voor. Uit de eicellen ontstaan eieren waaruit zich sluipwespen kunnen ontwikkelen.

Over sluipwespen doen 2 leerlingen de volgende beweringen:

Leerling 1 zegt: "De vrouwtjes van alle soorten sluipwespen in de natuur hebben hetzelfde genotype."
Leerling 2 zegt: "De gekweekte vrouwelijke sluipwespen krijgen bij de beschreven manier van kweken alleen vrouwelijke nakomelingen."

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Voortplanting

De Turkse mot.
Zie figuur B 6810 van de bijlage.

De Turkse mot legt eitjes op paprikaplanten. De rupsen van de mot voeden zich met de bladeren en kunnen daardoor veel schade aanrichten in de paprikateelt. De vrouwtjes van de Turkse mot lokken de mannetjes met geurstoffen, zogenaamde feromonen. Om de Turkse mot te bestrijden wordt wel gebruik gemaakt van feromoonvallen. Deze vallen worden tussen de paprikaplanten geplaatst. Door de feromonen worden mannetjesmotten de vallen in gelokt en daarna gedood.

Leg uit hoe een plaag van Turkse motten in een kas tegengegaan wordt door alleen maar de mannetjes weg te vangen.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Kalveren fokken.

Hieronder is een krantenartikel weergegeven over het fokken van kalveren.

Koe- of stierkalf op bestelling
Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee de eerste kalveren ter wereld zijn geboren waarvan het geslacht tevoren was vastgelegd. Volgens David Cran, een van de onderzoekers, is het mogelijk om met negentig procent zekerheid het geslacht van een kalf te bepalen. De techniek is gebaseerd op een methode om spermacellen in twee groepen te scheiden: die met een X-chromosoom en die met een Y-chromosoom. Beide typen spermacellen zijn van elkaar te onderscheiden doordat spermacellen met een Y-chromosoom vier procent minder DNA bevatten.
Het geslacht van het aanstaande kalf is simpel te bepalen door eicellen in een reageerbuis te bevruchten met de gewenste spermacellen. Vervolgens worden de bevruchte eicellen ingeplant in draagkoeien.
Het is de onderzoekers gelukt om op deze manier kalveren te fokken waarvan het geslacht tevoren vaststond.
Rundveehouders zullen in deze nieuwe techniek zijn geïnteresseerd. Een boer die vleesvee houdt wil alleen stieren, omdat die meer opbrengen. Een boer met melkkoeien wil ook vrouwelijke kalveren, ter vervanging van zijn veestapel.

Naar welk type spermacellen zal de belangstelling van een boer die vleesvee houdt vooral uitgaan? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

2/2 Kalveren fokken.

In een bepaald bedrijf worden kalveren gefokt voor de melkveehouderij.

Voor welk type spermacellen zal dit bedrijf vooral belangstelling hebben? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

1/2 Een koe op bestelling.

Bij runderen komt het geslacht van een nakomeling op dezelfde manier tot stand als bij de mens. Er bestaat een techniek om bij runderen kalveren van het gewenste geslacht te verkrijgen. Daartoe brengt men eicellen in een 'reageerbuis' samen met een bepaalde groep spermacellen. De eicellen worden zo bevrucht.
Na de bevruchting en een aantal delingen worden de embryo's ingeplant in koeien. Ook het implanteren van embryo's verloopt op dezelfde manier als bij de mens.

In de tekst staat dat de embryo's na de bevruchting worden ingeplant in koeien. De voortplanting van runderen komt overeen met die van de mens.

In welk orgaan wordt een embryo ingeplant bij een koe?

Voortplanting

2/2 Een koe op bestelling.

Is voor het inplanten een operatie noodzakelijk waarbij in de huid van een koe wordt gesneden? Licht je antwoord toe.