Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 - variant 9

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

2/3 Parende kluten.
Zie figuur B 3648 van de bijlage.

Dat het vrouwtje plotseling stil in het water blijft staan, en de hals en kop vlak over het water strekt (foto 1), vormt een.......... voor het gedrag van het mannetje.

Welk woord moet op de plaats van de puntjes in de vorige zin worden ingevuld?

het woord [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/3 Parende kluten.

Bij het paringsgedrag van de kluten is sprake van prikkels en responsen. Een aantal prikkels en responsen wordt in de tekst genoemd.

Noem een prikkel en de daarbij behorende respons voor het vrouwtje uit de tekst en doe dat ook voor het mannetje uit de tekst. Neem het volgende over en vul in:

prikkel vrouwtje:....................
respons vrouwtje:....................
prikkel mannetje:....................
respons mannetje:....................

Gedrag

1/3 Vlindergedrag.
Zie figuur B 2916 en figuur B 2917 van de bijlage.

Van een bepaalde vlindersoort is bekend dat de mannetjes vooral op de grond leven. De mannetjes reageren op verschillende prikkels van voorbijvliegende vrouwtjes.
Om dit gedrag te onderzoeken worden verschillende papieren modellen als 'vrouwtje' gebruikt. Zo'n model wordt aan een touwtje vastgemaakt en in de buurt van een mannetje bewogen. Zie figuur B 2916

Er wordt geteld hoe vaak een mannetje op zo'n model afvliegt. Deze aantallen zijn als staafdiagram weergegeven in de afbeelding B 2917.

Wat is de onderzoeksvraag bij dit experiment?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Vlindergedrag.
Zie figuur B 2918 van de bijlage.

De onderzoeker doet een vervolgonderzoek met andere modellen. De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in het afgebeelde diagram B 2918.

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit vervolgonderzoek.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/3 Vlindergedrag.
Zie figuur A 713 van de bijlage.

Bij een derde experiment wordt een model òf 'dansend' òf in een rechte lijn voortbewogen.
Bij een vierde experiment wordt hetzelfde model 'dansend' bewogen, maar op verschillende afstanden van het mannetje.

De resultaten van het derde en het vierde experiment staan weergegeven in de afgebeelde staafdiagrammen van figuur A 713.

Wat is de conclusie uit het derde en vierde experiment?
Schrijf het zo op: conclusie derde experiment:
conclusie vierde experiment:

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Gedrag van een baby.

Is het tepelzoekgedrag van een baby erfelijk of aangeleerd gedrag? Leg je antwoord uit.

Gedrag

1/2 "Het water loopt hem in de mond".

Evert heeft vergeten zijn pakje brood mee naar school te nemen. In de pauze heeft hij honger. Wanneer hij langs de bakker komt, "loopt het water hem in de mond" bij de geur van vers gebakken brood. Hij koopt een paar krentenbollen.
Dat Evert "het water in de mond loopt" wordt veroorzaakt door een uitwendige prikkel.

Welke is deze uitwendige prikkel?

Gedrag

2/2 "Het water loopt hem in de mond".

In de tekst is sprake van een inwendige prikkel bij Evert voor het kopen van de krentenbollen.

Welke is deze inwendige prikkel? Deze prikkel is [invulveld]

Gedrag

1/3 Zeeschildpadden.

Zeeschildpadden leggen hun eieren op het strand. Vrouwelijke zeeschildpadden komen daarvoor 's nachts aan land. Ze graven een kuil in het zand, leggen er hun eieren in en dekken de eieren af met zand. Daarna gaan ze terug naar zee.

In de informatie wordt een bepaalde vorm van voortplantingsgedrag beschreven.

Hoe heet dit gedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Zeeschildpadden.

Wat is de inwendige prikkel voor voortplantingsgedrag?

Gedrag

3/3 Zeeschildpadden.
Zie figuur B 4641 van de bijlage.

Als de jongen uit de eieren komen, graven ze zich uit en kruipen naar zee (zie de afbeelding).

Is dit gedrag erfelijk of is het aangeleerd? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/2 Een slakkenproefje.
Zie figuur B 4642 van de bijlage.
Zie figuur C 402 van de bijlage.

Slakken trekken zich bij gevaar terug in hun huisje. Er wordt een onderzoek gedaan naar dit gedrag. De onderzoeker laat de slak daarbij op een glazen plaatje kruipen (zie de afbeelding).
Hij neemt eerst twee minuten het gedrag van de slak waar. Hierna tikt hij om de twee minuten met een staafje vlak achter de slak op het plaatje. Dat doet hij vijf maal. Hij noteert nauwkeurig hoe de slak zich gedraagt gedurende het onderzoek. De resultaten worden in een diagram weergegeven.

Leg uit waarom de onderzoeker eerst twee minuten het slakkengedrag bestudeert, voordat hij met het staafje gaat tikken.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Een slakkenproefje.

De onderzoeker concludeert dat er sprake is van leergedrag.

Hoe heet dit leergedrag?

Gedrag

1/3 Een slimme vogel.

De raaf is een vogel die onder andere vlees eet. Bij een onderzoek in het noorden van Amerika bleek, dat raven in de winter delen van prooien eten die door wolven gedood zijn. Zo'n prooi kan bijvoorbeeld een hert zijn.

De onderzoekers hebben een lijst met beschrijvingen gemaakt van de verschillende gedragingen van de wolven.

Hoe wordt zo'n lijst met gedragsbeschrijvingen genoemd?

Gedrag

2/3 Een slimme vogel.
Zie figuur A 404 van de bijlage.

In de tabel hieronder staan vier van de gedragingen uit die lijst.
Tijdens het onderzoek is bij elk gedrag steeds genoteerd of er raven in de buurt van de wolven waren.
Hoe lang er vogels bij de wolven waren, werd aangegeven als deel van de waarnemingstijd.
afbeeldingafbeelding

Maak op het grafiekpapier op de uitwerkbijlage, figuur A 404, een staafdiagram van de gegevens uit de tabel.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/3 Een slimme vogel.
Zie figuur B 4644 van de bijlage.

Om erachter te komen hoe de raven de prooien van de wolven vinden, hebben de onderzoekers zelf ook ‘prooien' neergelegd. Ze gebruikten hiervoor herten die doodgereden waren door auto's. Deze werden opengesneden, zodat het leek of de herten door wolven waren aangevallen.
De tijd dat het duurde voordat de raven deze ‘prooien' en de prooien van wolven vonden, werd genoteerd. Uit de resultaten werd de conclusie getrokken, dat de raven vooral letten op het gedrag van de wolven om de prooien te vinden.
In de afbeelding B 4644 worden drie diagrammen weergegeven.

Welk diagram geeft de resultaten weer die passen bij de conclusie van de onderzoekers?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/3 Honingzuigers.

Honingzuigers zijn kleine vogels. Bij een bepaalde soort hebben de mannetjes in de voortplantingstijd zwarte veren met een blauwgroene glans. Bovendien hebben ze dan aan weerszijden van hun borst kleine oranje plukjes. Buiten het broedseizoen zijn ze net als de vrouwtjes en de jongen onopvallend gekleurd.
De honingzuiger bouwt met gras, blaadjes en haren een nest dat in een boom hangt. Beide ouders vertonen broedzorggedrag. De jongen geven poepjes af die door de ouders worden afgevoerd.
Als een roofvogel probeert de eieren of de jonge vogeltjes uit het nest te stelen, gaan de ouders de vogel "pesten". Ze vliegen dan met veel lawaai langs de rover en proberen hem zelfs te pikken.

Leg uit wat een functie is van de opvallende kleur die het mannetje een deel van het jaar heeft.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Honingzuigers.

Het afvoeren van de poepjes van de jongen voorkomt dat ze ziekten oplopen door infectie.

Noem nog een ander voordeel van het verwijderen van de poepjes.

Gedrag

1/3 Zwartvoetkatten.
Zie figuur B 4666 van de bijlage.

Zwartvoetkatten komen voor in droge streken in zuidelijk Afrika. Ze leven meestal alleen. Ze jagen op kleine dieren zoals muizen, vogels, hagedissen en insecten.

Uit onderzoek is gebleken dat grote katachtigen zoals leeuwen en tijgers in gevangenschap door bepaalde geuren aangezet kunnen worden tot meer actief gedrag. Onderzoekers doen een experiment om na te gaan of dit ook geldt voor zwartvoetkatten. Ze gebruiken hiervoor doeken met de geur van kattenkruid.
Eerst wordt een lijst gemaakt met verschillende gedragingen van zes zwartvoetkatten in een dierentuin (zie de tabel).

afbeeldingafbeelding

Hoe wordt zo'n tabel met beschrijvingen van verschillende gedragingen genoemd? dit noemt men een [invulveld]

afbeeldingafbeelding