Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Biologie algemeen
De betekenis van planten.
Beschrijf in enkele zinnen welke betekenis planten hebben voor de mens. Gebruik daarbij één of meer keren de volgende vijf woorden of zinsdelen:
- fotosynthese, - zonne-energie wordt vastgelegd, - verbranding in het lichaam van de mens, - voedsel, - zuurstof.
Biologie algemeen
Beweringen over organismen en een spiercel.
I. Van alle organismen kan men een waarneming doen. II. Een spiercel kan je zien met een loep.
Biologie algemeen
Een organenstelsel.
Enkele delen van de mens zijn:
- de maag - het skelet - het linkeroog - een spier.
Welk deel is een organenstelsel?
Biologie algemeen
Deel van plant. Zie figuur B 1144 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van een plant getekend.
Zijn hier cellen, organen, orgaanstelsels of organismen afgebeeld?
afbeelding
Biologie algemeen
Cactus. afbeelding
Welke uitspraak geldt voor deze cactus?
Biologie algemeen
Beweringen over planten en mensen.
I. Planten zijn organismen. II. Mensen zijn organismen.
Biologie algemeen
Van klein naar groot.
Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?
Biologie algemeen
De lever: wat is het?
Is de lever van een varken een cel, een orgaan, een organenstelsel of een organisme?
Biologie algemeen
Organisatie.
In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen, organenstelsels en weefsels voor.
Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?
Biologie algemeen
Organisatie.
Delen van een organisme zijn onder andere een cel, een orgaan, een organel en een weefsel.
Welk van deze delen is het grootst? En welk is het kleinst?
afbeelding
Biologie algemeen
Vijf grote groepen organismen.
De vijf grote groepen organismen in de natuur zijn in de juiste volgorde:
Biologie algemeen
Afbeelding van waterpest.
afbeelding
Wat stelt de afbeelding in zijn geheel voor?
Biologie algemeen
Libelle. Zie figuur B 1141 van de bijlage.
In de afbeelding is een libelle getekend.
I. Deze tekening is een natuurgetrouwe weergave. II. Deze tekening is een doorsnede.
afbeelding
Biologie algemeen
Zeesterren. Zie figuur C 65 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee tekeningen van zeesterren weergegeven.
I. Tekening 1 is een mediane doorsnede. II. Tekening 2 is een schematische tekening.
afbeelding
Biologie algemeen
Doorsneden. Zie figuur B 1142 van de bijlage.
In de afbeelding is een stukje stengel van een plant getekend. Op twee manieren kun je een doorsnede van de stengel maken.
Zie figuur B 1143 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van een fles getekend.
I. Langs pijl 1 in figuur B 1142 maak je een dwarsdoorsnede van de stengel. II. Tekening B 1143 is een dwarsdoorsnede van een fles.
afbeeldingafbeelding
Biologie algemeen
Doorsneden.
I. Een dwarsdoorsnede door een regenpijp teken je met vier rechte lijnen. II. Bij een dwarsdoorsnede door een niet beschadigd kopje zie je altijd het oortje.
Biologie algemeen
Doorsneden.
I. Aan een lengtedoorsnede van een doosje lucifers is te zien hoeveel lucifers er in het doosje zitten. II. Bij een biljartbal zijn alle doorsneden van dezelfde vorm en even groot.
Biologie algemeen
Doorsneden.
I. In een bepaalde lengtedoorsnede van het menselijk lichaam zijn hart en maag allebei te zien. II. In een bepaalde dwarsdoorsnede van het menselijk lichaam zijn hart en maag allebei te zien.
Biologie algemeen
Dwarsdoorsneden. Zie figuur B 9 van de bijlage.
I. In de figuur B 9 is sprake van een dwarsdoorsnede door de borstkas.
Zie figuur B 15 van de bijlage.
II. In de figuur B 15 is de dwarsdoorsnede van een zenuw juist weergegeven.
afbeeldingafbeelding
Biologie algemeen
1/5 Proeven doen.
Margriet is manegehoudster. Een vertegenwoordiger wil haar een nieuw soort voer verkopen, Betabix. Hij beweert dat paarden veel betere prestaties zullen leveren als ze gevoerd worden met Betabix. Betabix is echter nogal wat duurder dan het voer dat Margriet nu gebruikt. Ze vraagt zich af of Betabix echt wel zorgt voor betere prestaties. Margriet besluit te onderzoeken wat de invloed is van Betabix op de spronghoogte van haar wedstrijdpaarden. Ze voert de helft van haar wedstrijdpaarden een jaar lang met Betabix (groep A). De andere helft voert ze met het voer dat ze al jaren gebruikt (groep B). De rest van de omstandigheden van groep A en groep B probeert ze zo gelijk mogelijk te houden. Ze kiest de wedstrijdpaarden zo uit dat de gemiddelde spronghoogte van de paarden van groep A en groep B bij het begin van de proef ongeveer gelijk is. Ze meent dat haar paarden uit groep A gemiddeld hoger zullen springen dan de paarden uit groep B door het voeren met Betabix. Na een jaar heeft ze de volgende gegevens verzameld.
afbeelding
Margriet vraagt zich af of Betabix wel zorgt voor betere prestaties.
Is datgene wat zij zich afvraagt een probleemstelling, een onderzoeksvraag of een hypothese?