Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 3

Deze digitale toets over de werking van de nieren en de filtratieprocessen is gericht op studenten in de biologie en gezondheidswetenschappen. De toets behandelt onderwerpen zoals vloeistofdoorstroming, glucosehuishouding en de invloed van hormonen op urineproductie. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Vloeistofdoorstroming in het nierkanaaltje

Nierkanaaltje.
Zie figuur B 160 van de bijlage.

De tekeningen 1, 2 en 3 zijn met dezelfde vergroting getekende dwarsdoorsneden van drie achtereenvolgende delen van een nierkanaaltje. Uit proefnemingen blijkt dat per minuut ongeveer 100 ml vloeistof doorsnede 1 passeert, ongeveer 20 ml doorsnede 2 en ongeveer 10 ml doorsnede 3.

Wat is er de voornaamste oorzaak van dat er naar het eind toe steeds minder vloeistof per minuut door het nierkanaaltje gaat?

afbeeldingafbeelding

Cellen die ATP verbruiken in de nier

Uitscheiding.
Zie figuur B 2364 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een nier van de mens weer. Vier plaatsen zijn aangegeven met cijfers.

Op welke van deze plaatsen bevinden zich cellen die ATP verbruiken?

afbeeldingafbeelding

Maximale inulineconcentratie in nieraders

Inuline.

Inuline is een stof die gebruikt wordt bij onderzoek naar de nierwerking bij de mens. Bij de vorming van voorurine gaat inuline ongehinderd door de wand van de nierkapsels heen. Het wordt niet geresorbeerd door de cellen van de nierkanaaltjes en van de verzamelbuisjes en het wordt evenmin door deze cellen verbruikt.
Inuline wordt ook niet actief vanuit het bloed naar de urine getransporteerd.
Van het bloedplasma dat door de nierslagadertjes stroomt, wordt 1/5 deel voorurine. Water uit de voorurine wordt door de nierkanaaltjes en de verzamelbuisjes voor meer dan 99% geresorbeerd.
Bij een proefpersoon wordt inuline in een armader ingespoten. Bij deze persoon is daarna gedurende een bepaalde periode de concentratie van inuline in het bloedplasma van de nierslagaders gemiddeld 1%.

Hoe groot is gedurende deze periode de maximale concentratie van inuline in het bloedplasma van de nieraders?

Inuline en nierfunctieonderzoek

1/2 Inuline.

Inuline is een polysacharide dat gebruikt wordt bij onderzoek naar de werking van de nieren. Inuline wordt in de nieren ongehinderd gefiltreerd en het wordt niet geresorbeerd door de cellen van de nierkanaaltjes en van de verzamelbuisjes. Het wordt ook niet door deze cellen verbruikt of actief uitgescheiden in de voorurine. Water wordt door de cellen van de nierkanaaltjes en de verzamelbuisjes voor meer dan 99% geresorbeerd.
Bij een proefpersoon wordt inuline in een ader gespoten. Bij deze persoon is gedurende een bepaalde periode de concentratie van inuline in het bloedplasma van de nierslagaders 1%. Gedurende deze periode is de concentratie van inuline in het bloedplasma van de nieraders ongeveer 0,8%.

Zie volgende scherm

Inulineconcentratie in bloedplasma en urine

2/2 Inuline.
Zie figuur A 321 van de bijlage.

Ter verklaring van dit verschil worden de volgende beweringen gedaan:

1. ongeveer 4/5 deel van het bloedplasma in de nierslagaders wordt voorurine;
2. ongeveer 1/5 deel van het bloedplasma in de nierslagaders wordt voorurine;
3. uit 100 ml bloedplasma in de nierslagaders wordt ongeveer 20 ml urine gevormd;
4. uit 100 ml bloedplasma in de nierslagaders wordt ongeveer 80 ml urine gevormd.

Welke van deze beweringen is een verklaring voor het verschil in de inulineconcentratie in het bloedplasma van de nierslagaders en die in de nieraders?

afbeeldingafbeelding

Werking van nierkapsels bij de mens

Nierkapsels.

Over de werking van de nierkapsels bij de mens worden twee beweringen gedaan:

1. de vloeistof die vanuit het bloed de nierkapsels binnenkomt, bevat onder andere zouten en ureum, maar geen glucose;
2. het glucoseverbruik door de cellen van de nierkapsels is gering, vergeleken met het glucoseverbruik door de cellen van de nierkanaaltjes.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Resorptie van ionen in de nieren

Nierwerking.

In de tabel hieronder zijn voor een aantal stoffen de gemiddelde concentraties in de voorurine en in de urine van de mens gegeven. Per minuut worden 125 ml voorurine en 1 ml urine gevormd.

afbeeldingafbeelding

De mate van resorptie van de ionen Na+ , Ca2+ , Cl- en HCO3 - uit de voorurine wordt vergeleken op grond van de gegevens in de tabel.

Van welke van deze ionen is, vergeleken met de hoeveelheid van het desbetreffende ion in de voorurine, het percentage dat wordt geresorbeerd, het hoogst?

Wegen van glucose in de niereenheid

Nierwerking.
Zie figuur A 101 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid van een mens voor.
Als wegen die glucosemoleculen door deze niereenheid kunnen gaan, worden genoemd:

p. deze moleculen gaan via 2 naar 1 en dan via 4 naar 6.
q. deze moleculen gaan via 2 naar 3 en dan via 4 naar 5.
r. deze moleculen gaan via 2 naar 1 en dan naar 5.

Welke van deze wegen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Glucosehuishouding in de nieren

Glucose in de nieren.
Zie figuur A 78 van de bijlage.

De hoeveelheid glucose die per minuut in de voorurine terecht komt, is onder andere afhankelijk van het glucosegehalte van het bloed. Dit verband is in het diagram weergegeven.
De snelheid van glucoseresorptie in de nierkanaaltjes is maximaal 300 mg per minuut.

Hoeveel glucose wordt per minuut in de urine doorgelaten bij een glucosepeil in het bloed van 3 mg/ml?

afbeeldingafbeelding

Werking van de nieren en glucosehuishouding

1/2 Werking van de nieren.
Zie figuur B 2234 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In het kapsel van Bowman wordt voorurine gevormd. De voorurine bevat glucose. De hoeveelheid glucose die per minuut in de voorurine komt, hangt samen met het glucosegehalte van het bloed.

Zie figuur B 2242 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Dit is in het diagram van de afbeelding weergegeven door grafiek p. In de nierkanaaltjes wordt glucose geresorbeerd, waardoor de urine nauwelijks glucose bevat. De maximale hoeveelheid glucose die per minuut in de nierkanaaltjes kan worden geresorbeerd, is 375 mg. In grafiek q is het verband weergegeven tussen de concentratie van glucose in het bloedplasma en de hoeveelheid per tijdseenheid geresorbeerde glucose.
Grafiek s geeft de excretie van glucose (mg/min) in de urine weer tot een concentratie van 3 mg/ml glucose in het bloedplasma.

Zie volgende scherm

Grafieken van glucose-excretie vergelijken

2/2 Werking van de nieren.
Zie figuur B 2233 van de bijlage.

Drie leerlingen trekken grafiek s verder door.
In de afbeelding zijn hun grafieken weergegeven.

Welke van deze leerlingen heeft het verloop van grafiek s (de excretie van glucose) juist getekend?

afbeeldingafbeelding

Stoffen in de voorurine en beweringen

Niereenheid.
Zie figuur B 1646 van de bijlage.

Over stoffen in de voorurine worden de volgende beweringen gedaan:

1. een deel van de glucose uit het bloedplasma dat door de nierslagaders stroomt, komt in de voorurine terecht;
2. alle ureum uit het bloedplasma dat door de nierslagaders stroomt, komt in de voorurine terecht;
3. een deel van de glucose die in de voorurine aanwezig is, wordt door de cellen van de nierkanaaltjes verbruikt.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Vloeistofverplaatsing in de nieren

Vloeistofverplaatsing.
Zie figuur B 1301 van de bijlage.

In tekening 1 van de afbeelding is een schematische doorsnede van een nierkapsel en bijbehorende haarvaten uit een nier van de mens weergegeven. In tekening 2 van de afbeelding is dat nierkapsel met een van de haarvaten gestrekt onder de horizontale as van het diagram getekend. Vier plaatsen in het nierkapsel zijn aangegeven met P, Q, R en S.
Grafiek 1 geeft de buitenwaarts gerichte kracht in het haarvat weer. Door deze kracht wordt vloeistof uit het haarvat in het nierkapsel gedreven. Grafiek 2 geeft de binnenwaarts gerichte kracht weer. Door deze kracht keert vloeistof uit het nierkapsel in het haarvat terug.
De uiteindelijke netto-vloeistofverplaatsing wordt veroorzaakt door de plaatselijke verschillen tussen deze buitenwaarts en binnenwaarts gerichte krachten.

In welk of in welke van de aangegeven trajecten wordt voorurine gevormd uit het bloed van het haarvat?

afbeeldingafbeelding

Verschil in ureumconcentratie in nieren

Ureumconcentratie.
Zie figuur A 71 van de bijlage.

In de tekening zijn de nieren van een mens weergegeven met de aan- en afvoerende vaten. Op vier plaatsen zijn bloedvaten genummerd.

Tussen welke van deze aangegeven plaatsen is het verschil in concentratie ureum het grootst?

afbeeldingafbeelding

Ureumconcentraties in de nieren vergelijken

Ureum in de nieren.
Zie figuur B 2505 van de bijlage.

De tekening geeft de nieren van de mens met aan- en afvoerwegen weer. De pijlen geven de stroomrichting van de vloeistoffen aan. De ureumconcentraties van de vloeistoffen op drie plaatsen in de aan- en afvoerwegen worden met elkaar vergeleken.

In welke reeks is de volgorde van een lage naar een hoge ureumconcentratie juist weergegeven?

laag ® hoog

afbeeldingafbeelding

Stoffen in de nieren en hun functies

Stoffen in de nieren.
Zie figuur B 1726 van de bijlage.

In de figuur is afgebeeld een schema van een deel van de nier.

De stof die wel in onderdeel 1 gevonden wordt, maar die onder normale omstandigheden niet in onderdeel 2 voorkomt is

afbeeldingafbeelding

Filtratie in de Nierkapsels

Filtratie.

Om de filtratiesnelheid in de nierkapsels te meten, voegt men aan het bloed toe, die zowel in het bloed als in de urine duidelijk waarneembaar is.

Deze kleurstof zal

Effect van ADH op urineproductie

ADH.

Het antidiuretisch hormoon bevordert de resorptie van water in de nieren.

Indien er meer hormoon is dan normaal, dan zal

Effect van watertoevoeging op urineosmotica

Watertoevoeging.

Bij een proefpersoon wordt extra water aan het bloed toegevoegd.

Welk gevolg zal dit hebben voor de osmotische waarde van de voorurine en die van de urine?

afbeeldingafbeelding

Vorming van urine in de nieren

Vorming van voorurine.

Waar in de nieren vindt de vorming van urine uit voorurine plaats?
Waardoor wordt de benodigde energie voor dit proces geleverd?

afbeeldingafbeelding