Oefentoets Biologie: Voeding - eiwitten | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Koolstofverbindingen.

Bij een mens komen koolstofverbindingen voor in onder andere:

1. lucht in de longen,
2. tussencelstof van bindweefsel,
3. celmembranen,
4. speekselenzym,
5. rood beenmerg.

Koolstofatomen worden als bestanddelen van aminozuurmoleculen in het bloed opgenomen.

Waarin kunnen deze koolstofatomen enkele dagen later terechtkomen?

Voeding

Voeding.

Na welke van de volgende maaltijden kun je verwachten dat een mens grote hoeveelheden ureum zal produceren?

Na een maaltijd, bestaande uit

Voeding

1/3 Voedsel en eiwitten.

Eiwitten zijn onmisbare bestanddelen van ons voedsel. Eiwitten komen in zowel plantaardige als dierlijke voedingsmiddelen voor. In de tabel hieronder is de biologische waarde van eiwitten in verschillende voedingsmiddelen weergegeven. De biologische waarde geeft aan in welke mate deze eiwitten voor de mens als bouwstoffen bruikbaar zijn.
De biologische waarde is gerelateerd aan het eiwit uit kippeneieren. De samenstelling van kippeneieren is zodanig, dat het alle essentiële aminozuren bevat in de voor de mens juiste verhouding. De biologische waarde van het eiwit van kippeneieren wordt daarom op 100 gesteld.
afbeeldingafbeelding
Koemelk bevat slechts 3 gram eiwit per 100 gram. Gedroogde sojabonen bevatten 40 gram eiwit per 100 gram.
Toch is de biologische waarde van koemelk hoger dan van gedroogde sojabonen.

Leg uit waardoor de biologische waarde van de eiwitten van koemelk toch hoger is dan die van sojabonen.




-

Voeding

2/3 Voedsel en eiwitten.

In de tabel hieronder zijn de gewichtspercentages van eiwitten, vetten en koolhydraten in gedroogde zaden van een aantal peulvruchten opgenomen.
Deze voedingsmiddelen zijn alle afkomstig van vlinderbloemige planten.
afbeeldingafbeelding

De gewichtspercentages in de tabel zijn per voedingsmiddel opgeteld minder dan honderd procent.

Noem nog twee andere groepen van voedingsstoffen die naast water in de gedroogde peulvruchten kunnen voorkomen.




-

Voeding

3/3 Voedsel en eiwitten.

Vlinderbloemige planten zoals de sojaplant, leven vaak in symbiose met knolletjesbacteriën. Van deze symbiose hebben beide organismen voordeel.

- Waaruit bestaat het voordeel van de bacterie in deze symbiose?
- Waaruit bestaat het voordeel van de sojaplant in deze symbiose?

Voeding

1/5 Mariandl als gewrichtssmeer.

In de tekst hieronder is letterlijk een fragment afgedrukt uit een folder voor Mariandl Gelatinaat. De producent van 'Mariandl Gelatinaat' zegt dat zijn product, dat uit gelatine bestaat, goed is voor de gewrichten.
afbeeldingafbeelding

Het totaal komt hoger uit dan 100 gram doordat zich in de afzonderlijke aminozuren water bevindt.

Mariandl Gelatinaat wordt ingenomen door 7,5 gram van deze stof op te lossen in een kopje water of vruchtensap. Het belangrijkste bestanddeel is gelatine, een eiwit.

Geef aan waarom Mariandl Gelatinaat niet direct door het lichaam benut kan worden, maar eerst moet worden omgezet.




-

Voeding

2/5 Mariandl als gewrichtssmeer.
Zie figuur A 602 van de bijlage.

Geef met de nummers uit de afbeelding aan, langs welke wegen de aminozuren uit gelatinaat via de kortste weg van de haarvaten van de dunne darm in het kniegewricht van het linkerbeen komen, te beginnen bij 11.

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/5 Mariandl als gewrichtssmeer.

In de tekst worden acht eigenschappen van Mariandl Gelatinaat met een stip (•) aangegeven.
afbeeldingafbeelding
Mariandl Gelatinaat bevat waarschijnlijk geen bestanddelen waaruit DNA direct kan worden opgebouwd.

Citeer de zin waaruit dat blijkt.




-

Voeding

4/5 Mariandl als gewrichtssmeer.

Van sommige van de genoemde aminozuren kan een grotere hoeveelheid in het voedsel aanwezig zijn dan wordt gebruikt voor de opbouw. Overtollige aminozuren worden onder andere omgezet in andere aminozuren.

In welk orgaan gebeurt dat vooral?

Voeding

5/5 Mariandl als gewrichtssmeer.

Het is de vraag of de tijd en de energie die wordt gebruikt voor de vertering tot aminozuren, alleen afhangt van de zuiverheid van de gelatine zoals in de folder genoemd wordt. Neem aan dat de schommelingen in de lichaamstemperatuur nauwelijks van invloed zijn.

Noem twee factoren die in het maag-darmkanaal kunnen variëren en die een grote invloed hebben op de verteringssnelheid in het maag-darmkanaal.

Voeding

Functie van eiwitten.

Welke functie of functies kunnen eiwitten in het lichaam hebben?

Voeding

3/4 Zuidpool-ervaringen.

De spierkracht van de mannen nam af doordat de spiermassa verminderde.

Geef de oorzaak daarvan.

Voeding

Verstijfd van schrik.

M. de Koning-Tijssen promoveerde in 1997 op hyperekplexia. Iemand met deze aandoening verstijft bij schrik enige ogenblikken volkomen. De spieren van armen en/of benen blijven bij schrik te lang gespannen.

Het aminozuur glycine blijkt een belangrijke rol te spelen bij hyperekplexia.

Welk van de volgende voedingsmiddelen bevat, per 100 gram, waarschijnlijk de grootste hoeveelheid glycine?

Voeding

Darmflora.

Eiwitten worden opgebouwd uit twintig verschillende aminozuren. Bij goede voeding kan de volwassen mens in de lever twaalf van deze aminozuren wel zelf maken en de acht andere niet. Deze laatste moeten dus met het voedsel worden opgenomen. Er zijn aminozuren die in de lever kunnen worden omgezet in een ander aminozuur.
Hieronder wordt een aantal aminozuuromzettingen genoemd:

1. essentieel aminozuur X ® essentieel aminozuur Y;
2. essentieel aminozuur P ® niet-essentieel aminozuur Q;
3. niet-essentieel aminozuur A ® essentieel aminozuur B;
4. niet-essentieel aminozuur M ® niet-essentieel aminozuur N.

Welk van deze omzettingen is of welke zijn mogelijk in de lever?