Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

De grote hersenen.
Zie figuur B 127 van de bijlage.

De tekening geeft een horizontale doorsnede weer door de grote hersenen van de mens. Over het merg en de schors van de grote hersenen worden de volgende beweringen gedaan:

1. in het merg komt geen myeline voor;
2. door verwerking van impulsen in de schors kan de mens zich bewust worden van prikkels;
3. door het merg verlopen impulsen naar de kleine hersenen.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een onderarmszenuw.

In een zenuw, die het ruggenmerg en een onderarm met elkaar verbindt, bevinden zich uitlopers van

Zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel.
Zie figuur B 1353 van de bijlage.

In de afbeelding is een zijaanzicht van een deel van het centrale zenuwstelsel van de mens getekend. Vier delen zijn aangegeven, met P, Q, R en S.
Iemand hoort een bepaald geluid.

In welk of in welke van de delen P, Q, R en S vindt de bewustwording van dit geluid plaats?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Portret vergeleken.
Zie figuur B 1110 van de bijlage.

De afbeelding toont twee portretten van dezelfde persoon. Op de kop afgedrukt lijken de portretten sterk op elkaar en nemen we 'normale' beelden waar.
Als we het papier nu omdraaien, ontstaat een heel vreemd effect en blijken de portretten geheel verschillend te zijn (zie de tweede figuur bij deze vraag).
Vier lichaamsdelen die bij dit waarnemen een rol spelen, zijn: de grote hersenen, de kleine hersenen, de kruising van de oogzenuwen en de zintuigcellen van het netvlies van de ogen.

Door de werking van welk van de genoemde delen nemen wij eerst een grote gelijkenis waar en na omdraaien van het papier een groot verschil?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Grijze stof in het zenuwstelsel.

Bij de centrale delen van het zenuwstelsel worden witte en grijze stof onderscheiden.

Waar bevindt zich de grijze stof in de grote hersenen en waar in het ruggenmerg?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Schrijven.

Aan leerlingen die een proefwerk gaan maken, wordt gevraagd hun naam boven hun proefwerk te schrijven.
Als de leerlingen aan het schrijven zijn, is daarbij een aantal delen van het zenuwstelsel betrokken.
Delen van het zenuwstelsel zijn:

1. kleine hersenen,
2. motorische centra in de hersenschors,
3. sensorische centra in de hersenschors,
4. ruggenmerg.

Welke van deze delen zijn betrokken bij het schrijven van de naam boven het proefwerk?

Zenuwstelsel

Hersencentra.

Centra in de hersenen zijn onder andere:

1. coördinatiecentra in de kleine hersenen,
2. motorische centra in de grote hersenen,
3. sensorische centra in de grote hersenen.

Bestaan er door middel van (uitlopers van) zenuwcellen verbindingen tussen 1 en 2?
En tussen 2 en 3?

Zenuwstelsel

Invloed van het parasympathisch zenuwstelsel.

Het parasympathische zenuwstelsel is een deel van het autonome zenuwstelsel.

Welke invloed zal activering van het parasympatische zenuwstelsel hebben op de hartslagfrequentie en op de doorbloeding van de darmvlokken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Ademfrequentie.

Na het verrichten van tien diepe kniebuigingen is de ademhalingsfrequentie bij een mens toegenomen.

Welk(e) deel(delen) van het zenuwstelsel geeft(geven) de impulsen voor deze versnelling door aan de ademhalingsspieren en door welke verandering in het lichaam vindt dit plaats?

Zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel & ademhalingsfrequentie.

Het centrale zenuwstelsel van zoogdieren bestaat onder meer uit de volgende delen:

1. de grote hersenen,
2. de hersenstam,
3. het ruggenmerg.

In welk deel of welke delen vindt de autonome regeling van de ademhalingsfrequentie plaats?

Zenuwstelsel

Vluchten.

Bij een hert op de vlucht is een aantal veranderingen in het lichaam opgetreden in vergelijking met een grazend hert.

Hoe zijn de darmperistaltiek en het adrenalinegehalte van het bloed veranderd?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Het autonome zenuwstelsel & glycogeengehalte.

In welk deel van het autonome zenuwstelsel bij de mens neemt bij inspanning de impulsfrequentie toe?
Hoe verandert dan het glycogeengehalte van lever en spieren?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Productie van hyroxine & de lichaamstemperatuur.

Bij de mens bestaat een verband tussen de productie van het hormoon thyroxine en de lichaamstemperatuur.
De thyroxineproductie wordt beïnvloed door het autonome zenuwstelsel.
Bij iemand wordt de warmteafgifte door het lichaam als gevolg van daling van de omgevingstemperatuur groter.

Wordt daarbij de thyroxineproductie groter of kleiner?
In welk deel van het autonome zenuwstelsel zal de impulsfrequentie dan verhoogd zijn?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Vertering & boos zijn.

Bij mensen die gaan eten als zij boos zijn, wordt het voedsel traag verteerd.

In welk deel van het autonome zenuwstelsel is in dit geval de impulsfrequentie verhoogd?
Neemt dan de bloedvoorziening van de dunne darm af of toe?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Centrum voor de regeling van de hartslagfrequentie.

In welk deel van de hersenen ligt een centrum voor de regeling van de hartslagfrequentie?
Behoort dit regelcentrum tot het autonome of tot het animale zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De verdeling van het bloed door het zenuwstelsel.

Bij lichamelijke inspanning gaat bij de mens ongeveer tweederde deel van de hoeveelheid bloed die de linkerkamer verlaat, naar de skeletspieren. Als iemand na een maaltijd in rust is, krijgt de spijsvertering voorrang, want dan gaat ongeveer tweederde deel van het bloed naar het spijsverteringsstelsel.

Wordt de verdeling van het bloed door het autonome zenuwstelsel of door het animale zenuwstelsel geregeld?
Gaan na een maaltijd de meeste stimulerende impulsen naar de kringspieren van het darmkanaal door het ortho- of het parasympathische deel van het bedoelde zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een uitloper voor van een zenuwcel in de huid.
Zie figuur B 496 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede van de huid van de mens weer.

Welk van de aangegeven delen stelt een uitloper voor van een zenuwcel, die tot het autonome zenuwstelsel wordt gerekend?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een goede 'warming up' .

Voor sportmensen is het belangrijk dat er voor een wedstrijd of training een goede 'warming up' plaatsvindt.
Deze 'warming up' heeft onder andere de volgende doelen. Ten eerste stijgt de temperatuur in de skeletspieren, waardoor ze beter kunnen functioneren. Ten tweede heeft de 'warming up' tot gevolg dat het orthosympatisch zenuwstelsel wordt geactiveerd en de bijnieren worden aangezet tot afgifte van adrenaline.

Wordt de afgifte van spijsverteringsenzymen beïnvloed door de 'warming-up'?
Zo ja, wordt de afgifte van spijsverteringsenzymen dan geremd of gestimuleerd?

Zenuwstelsel

1/3 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 132 van de bijlage.

De afbeelding stelt het ruggenmerg van de mens voor met enige delen die het centrale zenuwstelsel met bepaalde organen verbinden. Naast het ruggenmerg loopt de zogenaamde grensstreng. Deze bestaat uit zenuwknopen die met het ruggenmerg en met elkaar zijn verbonden. Van de grensstreng lopen zenuwen naar verschillende organen. P is een zenuwcellichaam in het ruggenmerg, Q een zenuwknoop van de grensstreng, en R een orthosympathische zenuwknoop bij de darm. Zenuwvezel S is de uitloper van een motorische zenuwcel in het ruggenmerg.
Iemand komt van een warme in een koudere omgeving. Daling van zijn lichaamstemperatuur wordt dan onder andere tegengegaan doordat bloedvaatjes in de huid zich vernauwen, zodat de bloedtoevoer naar zijn huid afneemt. Daarbij neemt de impulsfrequentie in bepaalde zenuwcellen toe.

In welke van de aangegeven zenuwcellen 1 en 2 zal de impulsfrequentie toenemen bij het dalen van de lichaamstemperatuur?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/3 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 132 van de bijlage.

De afbeelding stelt het ruggenmerg van de mens voor met enige delen die het centrale zenuwstelsel met bepaalde organen verbinden. Naast het ruggenmerg loopt de zogenaamde grensstreng. Deze bestaat uit zenuwknopen die met het ruggenmerg en met elkaar zijn verbonden. Van de grensstreng lopen zenuwen naar verschillende organen. P is een zenuwcellichaam in het ruggenmerg, Q een zenuwknoop van de grensstreng en R een orthosympathische zenuwknoop bij de darm. Zenuwvezel S is de uitloper van een motorische zenuwcel in het ruggenmerg.
Iemand komt van een warme in een koudere omgeving. Daling van zijn lichaamstemperatuur wordt dan onder andere tegengegaan doordat bloedvaatjes in de huid zich vernauwen, zodat de bloedtoevoer naar zijn huid afneemt. Daarbij neemt de impulsfrequentie in bepaalde zenuwcellen toe.

Behoort zenuwcel 3 tot het animale of tot het autonome zenuwstelsel?
En zenuwcel 4?

afbeeldingafbeelding