Oefentoets Biologie: Voeding | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 9

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

1/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

PLANTEN: HET VLEES VAN DE TOEKOMST.
Volgens onderzoekers eiwitrijk, mager en nog lekker ook.


Nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen op je bord, in plaats van een mals biefstukje. De meeste Nederlanders willen daar vooralsnog niet aan denken. De voedingsmiddelen genaamd Novel Protein Foods (NPF) vormen echter een aantrekkelijk alternatief voor vlees.

Novel Protein Foods worden gemaakt van planten en micro-organismen. Ze zijn eiwitrijk en mager en zullen veel beter smaken dan bestaand vlees. Dit blijkt uit het rapport 'Novel Protein Foods 2035: anders eten in een duurzame toekomst'. NPF is een onderdeel van het onderzoeksprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO).

De consumenten gaan volgens het rapport in de 21ste eeuw steeds meer 'grazen', een uit de VS overgewaaide term. In plaats van de bekende drie maaltijden per dag zullen meer keren per dag kleinere hoeveelheden en tussendoortjes worden genuttigd. Daarnaast worden bij toenemende welvaart variatie- en gemaksproducten belangrijker. Deze trends die uit een consumentenonderzoek naar voren kwamen, zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Novel Protein Foods (NPF).

De nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen zijn vooral kansrijk als vleesverdringers in kant-en-klaar producten en in vleeswaren, worst en gehakt. Het lapje vlees laat zich minder snel vervangen volgens het consumentenonderzoek. Van NPF's wordt verwacht dat ze in 2035 veertig procent van de totale vleesconsumptie vervangen.
Geschikte bronnen voor de toekomstige eiwithoudende voedingsmiddelen zijn proteïnerijke planten (luzerne, erwten, lupine) en micro-organismen (schimmels). Deze voedingsmiddelen zijn te karakteriseren als vezel- en gehaktachtig. Technologisch gezien is het al mogelijk om de nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen te ontwikkelen. Deze producten zullen wel aantrekkelijker voor de consumenten gemaakt moeten worden.[...]

In 2040
Het onderzoeksprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling heeft als doel te onderzoeken hoe we in 2040 twintig keer milieu-efficiënter in de maatschappelijke behoeften kunnen voorzien. Novel Protein Foods is volgens het rapport tien à dertig keer milieu-efficiënter dan de huidige productie van het varkensvlees in Nederland. Ook blijkt de productie een vijfde tot de helft goedkoper te zijn. "Dit maakt het aantrekkelijk voor het bedrijfsleven. Het voordeel voor de consumenten van de nieuwe voedingsmiddelen is dat het gemakkelijk te bereiden is en het gezonder is", aldus André de Haan, coördinator van het onderzoeksprogramma DTO.
[...]Het nieuwe voedingsmiddel Fibrex wordt al verwerkt in producten die in de winkel liggen. Er zitten schimmels in verwerkt en de lichte structuur doet enigszins aan kippenvlees denken. "Mensen hebben negatieve gedachten met schimmel. Er zijn echter al veel etenswaren met schimmel, zoals verschillende Franse kaassoorten," zegt André de Haan. "Die vinden we al veel langer heel normaal."

(Brabants Dagblad, 3 juli 1996).






-

Voeding

2/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

In het artikel wordt gesproken over het ontwikkelen van nieuwe voedingsmiddelen (Novel Foods). Uitgangspunt daarbij is een aantal voordelen aan deze ontwikkeling.

Geef drie voordelen van deze ontwikkeling.

Voeding

3/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

Voor welke groep mensen uit onze bevolking zullen de besproken nieuwe voedingsmiddelen een extra uitbreiding van hun menumogelijkheden zijn? Leg uit.

Voeding

4/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

Zoek in een flora de plantenfamilie op waartoe luzerne, erwt en lupine behoren.

Voeding

5/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

Welk nadeel wordt in het artikel genoemd van de nieuwe voedingsmiddelen?

Voeding

1/2 Gewicht.
Zie figuur B 3407 van de bijlage.

Birgit is heel tevreden met haar gewicht. Ze let goed op wat ze eet, vooral op de tussendoortjes. Op een avond wil ze bij een glas cola wat lekkers eten. Honger heeft ze niet, want ze heeft genoeg gegeten. Ze kan kiezen tussen chips en een even grote hoeveelheid Japanse mix (zie de afbeelding).

Niet alle voedingsstoffen leveren evenveel energie (zie de tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

Welke zoutjes kan ze in dit geval het beste kiezen? Leg je antwoord uit met behulp van een berekening. Gebruik daarbij de gegevens uit de afbeelding en uit de tabel hierboven.

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/2 Gewicht.

Birgit ging altijd met de bus naar de school. Ze besluit om voortaan de fiets te nemen. De samenstelling van haar maaltijden zal ze hierdoor moeten aanpassen, omdat ze niet méér wil gaan eten.

Noem twee voedingsstoffen die Birgit méér moet gaan eten.

Voeding

1/3 Hoe hard fietst pindakaas?
Zie figuur B 3178 van de bijlage.

Een bekende wielrenner zei: "Met pindakaas kun je de Tour de France niet winnen."
Om 200 kilometer hard te fietsen moet je 33 boterhammen met pindakaas eten. Zoveel pindakaas is niet goed.
Wielrenners gebruiken daarom ander voedsel. Sommigen denken dat dat niet genoeg is. Zij zoeken naar manieren om nog harder te kunnen fietsen.

Voor een wedstrijd eten de wielrenners een maaltijd met veel brandstof.

Welke voedingsstof bevat deze maaltijd vooral?

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/3 Hoe hard fietst pindakaas?

Sommige wielrenners trainen op plaatsen die hoog in de bergen liggen. Het lichaam van zo'n wielrenner gaat dan meer bloeddeeltjes maken die zuurstof vervoeren.

Welke bloeddeeltjes vervoeren zuurstof?

Voeding

3/3 Hoe hard fietst pindakaas?
Zie figuur B 3180 van de bijlage.

Net als andere sporters, kunnen wielrenners een 'sporthart' hebben. Zo'n hart heeft in deel P van de afbeelding meer spierweefsel dan een 'gewoon hart'. Dit komt door het vele trainen.

Wat is de naam van deel P?

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/2 Ontbijten.

Scholieren blijken regelmatig het ontbijt over te slaan of slecht te ontbijten. De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD in Amsterdam heeft een onderzoek gedaan naar de ontbijtgewoonten van schoolkinderen. Hierbij werden kinderen ingedeeld in drie groepen: geen ontbijt, slecht ontbijt en goed ontbijt.
Een deel van de resultaten van het onderzoek staat in onderstaande tabel.
Een ontbijt wordt slecht genoemd als het alleen bestaat uit thee, koffie, water of frisdrank, en soms wat snoep.

afbeeldingafbeelding

In de tabel staat niet vermeld hoeveel procent van elke groep wel goed heeft ontbeten.

Hoeveel procent van de kinderen uit de groep van 13-15 jarigen heeft wel goed ontbeten?
Leg je antwoord uit met een berekening waarbij je gegevens uit de tabel gebruikt.




-

Voeding

2/2 Ontbijten.

De voedingswijzer (zie de afbeelding hieronder) is een hulpmiddel voor het samenstellen van een gezonde maaltijd.
Het ontbijt van Janneke bestaat uit twee bruine boterhammen met boter, kaas en ham.
Dit ontbijt voldoet niet aan de richtlijnen van de voedingswijzer.

afbeeldingafbeelding

Waarmee zou Janneke haar ontbijt moeten aanvullen, zodat het wel aan de richtlijnen van de voedingswijzer voldoet?





-

Voeding

1/2 Eet wijzer.

De onderstaande tabel adviseert wat je dagelijks nodig hebt.

afbeeldingafbeelding

Van welke twee voedingsmiddelen moeten jongeren volgens deze tabel méér eten dan volwassenen?

Voeding

1/7 Cornflakes.
Zie figuur C 328 van de bijlage.

Veel mensen beginnen de dag niet met brood, maar met zogenaamde ontbijtgranen.
De bekendste voorbeelden van ontbijtgranen zijn cornflakes en muesli.
In de afbeelding is het etiket van Honey Nut cornflakes weergegeven.

Van welke plant worden Honey Nut cornflakes onder andere gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/7 Cornflakes.

In de afbeelding hieronder is de voedingswijzer weergegeven.

afbeeldingafbeelding

In welke groep van de voedingswijzer horen Honey Nut cornflakes thuis?

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/7 Cornflakes.

Schrijf de naam van een mineraal op dat in Honey Nut cornflakes voorkomt.

afbeeldingafbeelding

Voeding

4/7 Cornflakes.

Eddy gebruikt voor zijn ontbijt Honey Nut cornflakes.
Hij roert hiervoor 30 gram cornflakes in 125 gram halfvolle melk.

Hoeveel energie kan hij uit dit ontbijt halen?

afbeeldingafbeelding

Voeding

5/7 Cornflakes.
Zie figuur C 328 van de bijlage.

Van voedingsstoffen is het volgende bekend:

1 gram eiwit levert 17 kJ
1 gram koolhydraat levert 17 kJ
1 gram vet levert 38 kJ

Welke voedingsstof uit de cornflakes met melk levert Eddy het grootste deel van de energie? Gebruik ook de informatie van het etiket uit de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Voeding

6/7 Cornflakes.

Een deel van de voedingsstoffen uit het ontbijt van Eddy moet eerst worden verteerd. Daarna kunnen deze stoffen in het bloed worden opgenomen.

Welke voedingsstoffen moeten worden verteerd voordat ze in het bloed worden opgenomen?