Oefentoets Biologie: Bloed | Omloop | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Deze digitale toets over de bloedsomloop en de werking van het hart is gericht op studenten in de gezondheidszorg en biologie, en behandelt onderwerpen zoals de route van hormonen en moleculen door het lichaam, bloeddrukregulatie en de functie van bloedvaten. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

De route van schildklierstimulerend hormoon

De weg van een molecuul SSH.

Bij een mens wordt het schildklierstimulerend hormoon (SSH) gevormd in de hypofyse.

Gegeven de volgende bloedvaten:

1. bovenste holle ader,
2. onderste holle ader,
3. aorta,
4. longslagader.

Welke van deze bloedvaten passeert een molecuul SSH achtereenvolgens voordat het langs de kortste weg de schildklier bereikt?

Gemiddeld ureumgehalte in de bloedsomloop

Het gemiddelde ureumgehalte van het bloed.
Zie figuur B 2514 van de bijlage.

In de tekening is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven.

Op welke van de aangegeven plaatsen in de bloedvaten komt het gemiddelde ureumgehalte van het bloed met elkaar overeen?

afbeeldingafbeelding

Temperatuur en kooldioxide in bloedvaten

De temperatuur en kooldioxidegehalte van bloed.
Zie figuur B 360 van de bijlage.

In de tekening is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven.
De temperatuur van bloed in bloedvat 1 wordt vergeleken met die van bloed in bloedvat 2. Hetzelfde gebeurt met het kooldioxidegehalte.

Waar is de temperatuur het hoogst?
En waar het kooldioxidegehalte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

De route van een alcoholmolecuul

De weg van een alcoholmolecuul.

Alcohol kan in de mond in het bloed worden opgenomen.
Deze alcohol kan door de longen worden uitgescheiden.

Als een alcoholmolecuul, dat in de mond in het bloed is opgenomen, via de kortste weg bij de longen komt, hoeveel keren is dit molecuul dan door het hart gegaan?
Kan het in dat geval door de lever gegaan zijn?

afbeeldingafbeelding

Organen en bloedvaten in de hals

Organen in de hals.
Zie figuur B 471 van de bijlage.

De afbeelding toont het bovenste gedeelte van de luchtpijp van de mens met enige andere organen. Door bloedvat 1 stroomt bloed naar orgaan 3.

Is bloedvat 2 een ader of een slagader?
Behoort bloedvat 2 tot de grote of tot de kleine bloedsomloop?

afbeeldingafbeelding

De route van een glucosemolecuul

De weg van een glucosemolecuul.

Een glucosemolecuul bevindt zich in een nierslagader van een mens.
Er wordt een aantal veronderstellingen gedaan over de weg die dit molecuul van daar af kan volgen:

1. nierslagader - haarvat - nierader,
2. nierslagader - haarvat - nierkapsel - nierkanaaltje - cel van nierkanaaltje - weefselvloeistof- haarvat - nierader,
3. nierslagader - haarvat - weefselvloeistof - haarvat - nierader.

Welke veronderstelling kan of welke veronderstellingen kunnen juist zijn?

Bloedcirculatie van lever naar darmwand

De kortste weg van lever naar darmwand.

De kortste weg die het bloed bij de mens aflegt om te komen van de lever in de bloedvaten die naar de darmwand voeren, is via

Uitscheiding van Alcohol via Longen en Nieren

Uitscheiding via longen of nieren.

Alcoholmoleculen kunnen zowel via de longen als via de nieren worden uitgescheiden.

Hoe vaak passeren alcoholmoleculen ten minste het hart tussen het moment van opname in het bloed en het moment van afscheiding door de longen?
En hoe vaak tussen het moment van opname in het bloed en het moment van uitscheiding door de nieren?

afbeeldingafbeelding

Verspreiding van geneesmiddelen via zetpillen

Zetpillen.

Sommige medicijnen worden toegediend in de vorm van zetpillen. Een zetpil wordt in de endeldarm gebracht. Het geneesmiddel uit de zetpil komt in het bloed van de bloedvaten van de endeldarm terecht. Deze bloedvaten monden uit in de onderste holle ader.
Twee beweringen over de verspreiding van het geneesmiddel uit deze zetpil door het lichaam zijn:

I. Stoffen uit deze zetpil kunnen in een been terechtkomen zonder door het hart te gaan.
II. Voordat een stof uit deze zetpil het hoofd bereikt, is deze zeker door de bloedvaten van de lever gegaan.

Transport van geneesmiddel naar de blaas

Transport van een geneesmiddel tegen blaasontsteking.

Bacteriën die via de urinebuis in de blaas komen, kunnen bij de mens blaasontsteking veroorzaken. Deze ontsteking kan worden genezen door het slikken van een bepaald geneesmiddel dat in de urine terecht komt en de bacteriën in de blaas doodt.
Delen van de bloedsomloop zijn onder andere:

1. darmslagader,
2. hart,
3. leverader,
4. nierader,
5. nierslagader,
6. onderste holle ader,
7. poortader.

Door welke van deze delen en in welke volgorde wordt het geneesmiddel getransporteerd wanneer het langs de kortste weg vanuit de darm in de urine terecht komt?

Opnameplaatsen van geneesmiddelen in het bloed

Een bepaald geneesmiddel buiten de lever.
Zie figuur B 1440 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch drie plaatsen weer, waar geneesmiddelen in het bloed terecht kunnen komen:

1. haarvaten van het mondslijmvlies: door resorptie uit een tabletje 'onder de tong'.
2. een ader in een arm: via een infuus.
3. haarvaten van de dunne darm: door resorptie vanuit de darm van geslikte tabletten, pillen of drank.

Een bepaald geneesmiddel blijkt onwerkzaam te worden als het na opname snel in de lever terecht komt.
Bepaalde plaatsen zijn wel geschikt voor opname van dit geneesmiddel in het bloed, omdat het geneesmiddel dan wel werkzaam blijft.

Welke van de plaatsen 1, 2 en 3 zijn dit?

afbeeldingafbeelding

Haarvaten in de grote bloedsomloop

Haarvaten van de de grote bloedsomloopl.

In het lichaam van de mens komen haarvaten voor in onder andere:

1. de wand van de linker kamer van het hart,
2. de wand van de rechter kamer van het hart,
3. de tussenribspieren,
4. de tong.

Welke van deze haarvaten behoren tot de grote bloedsomloop?

Verspreiding van schorpioengif in het lichaam

Verspreiding van gif van een schorpioen.

Iemand wordt door een schorpioen in een teen gestoken. Daardoor komt gif van de schorpioen in de bloedbaan en verspreidt het zich door het lichaam.

In welke van de organen hersenen, lever, long of nier zal het gif het eerst terecht komen?

De route van een rode bloedcel

De weg van een rode bloedcel.

Een rode bloedcel wordt in het bloedvatenstelsel van een mens langs de kortste weg van een nier naar de dunne darm vervoerd. Vervolgens wordt deze bloedcel van de dunne darm langs de kortste weg naar een arm vervoerd.

Hoeveel maal komt deze rode bloedcel op deze weg van een nier naar een arm door het hart?

Bloedstroom uit de kransaders

Bloed uit de kransaders.

De kransaders vervoeren bloed uit het hartspierweefsel.

In welk van de volgende delen komt dit bloed het eerst?

Bloedvaten in de kleine bloedsomloop

Bloedvat(en) van de kleine bloedsomloop.

Drie bloedvaten bij de mens zijn:

1. een haarvat bij een longblaasje,
2. een ader in het middenrif,
3. een kransslagader in de hartspier.

Welk van deze bloedvaten behoort of welke behoren tot de kleine bloedsomloop?

Identificatie van de longslagader

Bloedvatenstelsel in blokschema.
Zie figuur B 1452 van de bijlage.

Het schema in de afbeelding geeft een deel van het bloedvatenstelsel van de mens weer. Vier bloedvaten zijn met de cijfers 1 t/m 4 aangegeven. Drie organen waar het bloed doorheen stroomt, zijn P, Q en R genoemd. Het bloed in de bloedvaten 1 en 4 is zuurstofrijk; dat in de bloedvaten 2 en 3 zuurstofarm. De bloedstroomrichting is met pijlen aangegeven.

Welk van deze bloedvaten geeft een longslagader weer?

afbeeldingafbeelding

Vergelijking slagvolume hartkamers

1/4 Bloedsomloop.
Zie figuur A 412 van de bijlage.

De hoeveelheid bloed die door een hartkamer per slag wordt weggestuwd, noemt men het slagvolume.
Een leerlinge vergelijkt het slagvolume van de linkerkamer met dat van de rechterkamer.
Zij doet hetzelfde voor de hoeveelheid arbeid die de linkerkamer en die de rechterkamer van het hart bij die slag moeten verrichten.

Is het slagvolume van de linkerkamer kleiner dan, gelijk aan of groter dan het slagvolume van de rechterkamer?
En is de hoeveelheid arbeid die de linkerkamer tijdens een slag verricht kleiner dan, gelijk aan of groter dan de hoeveelheid arbeid die de rechterkamer verricht?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kleppen tijdens diastole van het hart

2/4 Bloedsomloop.
Zie figuur B 2403 van de bijlage.

In de afbeelding zijn in een doorsnede van het hart de slagaderkleppen en de hartkleppen weergegeven.
In de werking van het hart kan men twee fasen onderscheiden, namelijk de systole en de diastole. Tijdens de systole trekken de kamers zich samen en tijdens de diastole P ontspannen ze zich.
In de afbeelding zijn verschillende kleppen met letters aangegeven.

Welke kleppen zijn tijdens de diastole gesloten?

afbeeldingafbeelding

Regulatie van de bloeddruk en hartslag

3/4 Bloedsomloop.
Zie figuur C 179 van de bijlage.

De frequentie van de hartslag kan worden beïnvloed vanuit het centrale zenuwstelsel. Het hart is door zenuwen van het autonome zenuwstelsel verbonden met de hersenstam. De hersenstam krijgt informatie vanuit onder andere de aorta en de halsslagaders. Daar bevinden zich receptoren die worden geprikkeld door veranderingen in de bloeddruk in deze bloedvaten. Het autonome zenuwstelsel reguleert de bloeddruk.

Op een bepaald moment neemt bij iemand door een verhoogde bloeddruk de impulsfrequentie vanuit de genoemde receptoren naar de hersenstam toe.

Zal de bloeddruk vervolgens weer normaal worden door een toename van de impulsfrequentie in het parasympatische of het orthosympatisch deel van het autonome zenuwstelsel? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding