1/4 Krabben zijn kannibalen.
De jonge onderzoeker Isabel Smallegange ontdekte het afhaalbuffet van de strandkrab. Strandkrabben passen de strategie van de afhaalchinees toe. Ruim twee jaar geleden promoveerde ze op een proefschrift dat veel kranten haalde wegens één speciale conclusie. Die luidt dat predatoren hun prooi niet altijd opeten op de plaats waar ze die hebben gevangen, maar deze vaak meenemen naar plaatsen waar ze hem in alle rust kunnen oppeuzelen, niet gestoord door concurrenten die hun vangst willen afpakken.
Smallegange houdt niet speciaal van strandkrabben. "Maar ze zijn wel erg geschikt om te bestuderen hoe het foerageergedrag van dieren wordt beïnvloed door de aanwezigheid van voedselconcurrenten", zegt ze. "Het zijn kannibalen." Krabben die met hun prooi, de mossel, weglopen om deze elders te kraken en naar binnen te werken. Isabel Smallegange wijst naar een tafeltje elders in het café. "Zie het als een buffet. Ze pakken het eten en gaan het, zoals mensen, elders, op een rustig plekje, zitten opeten."
Sinds de publicatie van haar proefschrift is de interesse van Smallegange ietwat verschoven. "Ik vind het gedrag van dieren eigenlijk alleen van belang als het gevolgen heeft voor de conditie, de fitness, van de diersoort. Wat heeft het voor zin om naar gedrag van dieren te kijken als het geen gevolgen heeft voor de voortplanting? Dáár gaat het toch allemaal om. Om leven en dood ."
De interesse van Smallegange is tamelijk fundamenteel van aard, licht ze toe. "Ik wil de werkelijkheid begrijpen." Veel onderzoek is tegenwoordig gericht op snel succes en status in wetenschappelijke kring. Jammer vindt ze dat. "Want je werkt wel met levende wezens. Het zou toch moeten gaan om het onderzoek en niet om het succes dat je er als wetenschapper mee kunt boeken. De wetenschappelijke wereld is heel hard, hoor." Het is vaak erg moeilijk om beurzen te krijgen. Terwijl langdurig fundamenteel laboratoriumonderzoek zoals dat van haar toch van het grootste belang is, zegt ze. "Hoe beïnvloeden veranderingen in de eigenschappen van een soort de voortplanting van de populatie als geheel? Daar weten we weinig van af. Hopelijk kunnen we ooit een link leggen tussen het ecologische en het evolutionaire proces. Het ideaal zou een model zijn voor zogenaamde eco-evolutionaire processen. Kijk, in de fysica is dat allemaal gedaan. Daar werkt men aan één overkoepelende theorie. Het zou mooi zijn als we in de populatiebiologie ook een Einstein zouden hebben.
Zie volgende scherm