Oefentoets Biologie: Evolutie - gedrag | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

9

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Evolutie

Richting aan de evolutie van een soort.

Welke factor geeft het sterkst richting aan de evolutie van een soort?

Evolutie

Altruïstisch gedrag.

Altruïstisch gedrag, zoals de bescherming van leeuwenwelpen door 'tantes', komt veel voor in natuurlijke populaties.

Welk voordeel kan dit gedrag opleveren?

Evolutie

1/4 Krabben zijn kannibalen.

De jonge onderzoeker Isabel Smallegange ontdekte het afhaalbuffet van de strandkrab. Strandkrabben passen de strategie van de afhaalchinees toe. Ruim twee jaar geleden promoveerde ze op een proefschrift dat veel kranten haalde wegens één speciale conclusie. Die luidt dat predatoren hun prooi niet altijd opeten op de plaats waar ze die hebben gevangen, maar deze vaak meenemen naar plaatsen waar ze hem in alle rust kunnen oppeuzelen, niet gestoord door concurrenten die hun vangst willen afpakken.

Smallegange houdt niet speciaal van strandkrabben. "Maar ze zijn wel erg geschikt om te bestuderen hoe het foerageergedrag van dieren wordt beïnvloed door de aanwezigheid van voedselconcurrenten", zegt ze. "Het zijn kannibalen." Krabben die met hun prooi, de mossel, weglopen om deze elders te kraken en naar binnen te werken. Isabel Smallegange wijst naar een tafeltje elders in het café. "Zie het als een buffet. Ze pakken het eten en gaan het, zoals mensen, elders, op een rustig plekje, zitten opeten."

Sinds de publicatie van haar proefschrift is de interesse van Smallegange ietwat verschoven. "Ik vind het gedrag van dieren eigenlijk alleen van belang als het gevolgen heeft voor de conditie, de fitness, van de diersoort. Wat heeft het voor zin om naar gedrag van dieren te kijken als het geen gevolgen heeft voor de voortplanting? Dáár gaat het toch allemaal om. Om leven en dood ."

De interesse van Smallegange is tamelijk fundamenteel van aard, licht ze toe. "Ik wil de werkelijkheid begrijpen." Veel onderzoek is tegenwoordig gericht op snel succes en status in wetenschappelijke kring. Jammer vindt ze dat. "Want je werkt wel met levende wezens. Het zou toch moeten gaan om het onderzoek en niet om het succes dat je er als wetenschapper mee kunt boeken. De wetenschappelijke wereld is heel hard, hoor." Het is vaak erg moeilijk om beurzen te krijgen. Terwijl langdurig fundamenteel laboratoriumonderzoek zoals dat van haar toch van het grootste belang is, zegt ze. "Hoe beïnvloeden veranderingen in de eigenschappen van een soort de voortplanting van de populatie als geheel? Daar weten we weinig van af. Hopelijk kunnen we ooit een link leggen tussen het ecologische en het evolutionaire proces. Het ideaal zou een model zijn voor zogenaamde eco-evolutionaire processen. Kijk, in de fysica is dat allemaal gedaan. Daar werkt men aan één overkoepelende theorie. Het zou mooi zijn als we in de populatiebiologie ook een Einstein zouden hebben.


Zie volgende scherm

Evolutie

2/4 Krabben zijn kannibalen.

Kannibalen zijn organismen die soortgenoten eten.

Is dat hier van toepassing? Licht je antwoord toe.

Evolutie

3/4 Krabben zijn kannibalen.
Zie figuur B 5670 van de bijlage.
Zie figuur B 5671 van de bijlage.

Isabelle Smallegange (zie afbeelding 1) ontdekte de strategie van de afhaalchinees bij de strandkrabben, die mosselen eten (zie afbeelding 2).

- Leg uit dat deze strategie bijzonder is, met als achtergrond het idee dat de mossel een sleutelprikkel is voor het eetgedrag van de strandkrab.
- Geef ook aan hoe deze bijzondere strategie evolutionair kan zijn ontstaan.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Evolutie

4/4 Krabben zijn kannibalen.

"Ik vind het gedrag van dieren eigenlijk alleen van belang als het gevolgen heeft voor de conditie, de fitness, van de diersoort. Wat heeft het voor zin om naar gedrag van dieren te kijken als het geen gevolgen heeft voor de voortplanting? Dáár gaat het toch allemaal om. Om leven en dood ."

Leg uit dat Isabelle Smallegange in deze zin een relatie legt tussen fitness en voortplanting.

Evolutie

1/2 Vampiers geven bloed.
Zie figuur B 5685 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Wilkinson deed in Costa Rica onderzoek naar het gedrag van vampiers, vleermuizen die leven van zoogdierbloed. Het lukt de vampiers niet om iedere nacht voldoende bloed te zuigen bij een slachtoffer. Een vampier sterft al na twee nachten zonder bloedmaaltijd.

Wilkinson ontdekte dat de vampiers soms een deel van hun bloedmaaltijd doorgeven aan een soortgenoot. Hij vermoedde dat er sprake was van wederkerig altruïsme.

Altruïsme houdt in dat een organisme gedrag vertoont waarbij de eigen fitness (tijdelijk) wordt verlaagd ten gunste van een soortgenoot. Indien dit vooral gebeurt als de ‘hulpgever’ op zijn beurt ook 'geholpen' wordt, spreekt men van wederkerig altruïsme.

Zie volgende scherm




-

Evolutie

2/2 Vampiers geven bloed.

Enkele waarnemingen van Wilkinson zijn:

1. Bloed wordt vooral gegeven aan vampiers die familie zijn;
2. Moederloze jongen krijgen bloed van andere vrouwtjes;
3. Vampiers die een deel van hun bloedmaaltijd afgeven, geven vooral aan vampiers van wie ze zelf al eens bloed kregen.

Op basis van welke waarneming(en) is er sprake van wederkerig altruïsme bij deze vampiers?

afbeeldingafbeelding