Spijsvertering
Verwijdering galblaas.
Als bij een patiënt de galblaas is verwijderd, wordt een speciaal dieet voorgeschreven.
Van welke voedingsstoffen moet deze patiënt zo weinig mogelijk eten?
Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
11
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Verwijdering galblaas.
Als bij een patiënt de galblaas is verwijderd, wordt een speciaal dieet voorgeschreven.
Van welke voedingsstoffen moet deze patiënt zo weinig mogelijk eten?
Vetvertering.
In drie bekerglazen (p, q en r) bevindt zich melk. Aan elk van de bekerglazen wordt een oplossing toegevoegd (zie tabel). Het vetgehalte in elk bekerglas wordt aan het begin van de proef bepaald en eveneens na 3 uur.
afbeelding
Naar aanleiding van de resultaten van dit experiment worden de volgende uitspraken over de vertering van vetten gedaan:
1. alvleessap verteert alleen vetten in aanwezigheid van gal;
2. alvleessap verteert ook vetten indien er geen gal aanwezig is;
3. alvleessap heeft zijn vetverterende werking verloren als het gekookt is.
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist op grond van de resultaten van het experiment?
-
Vetvertering.
Bij de vertering van vetten ontstaan vetzuren.
Bij een experiment worden in vier reageerbuizen de volgende mengsels gedaan:
buis 1: 0,5 mL olijfolie en 9,5 mL water,
buis 2: 0,5 mL olijfolie, 1,5 mL alvleessap en 8,0 mL water,
buis 3. 0,5 mL olijfolie, 1,0 mL gal en 8,5 mL water,
buis 4: 0,5 mL olijfolie, 1,5 mL alvleessap, 1,0 mL gal en 7,0 mL water.
De buizen worden in een schudapparaat geplaatst, waardoor de stoffen goed gemengd blijven. Dit gebeurt bij een temperatuur van 37°C.
In twee van de vier buizen wordt de oplossing zuurder.
In welke buis gebeurt dit het snelst?
Vetvertering.
In een experiment met gesteriliseerde volle melk werd de vertering van melkvet door lipase onderzocht.
Hierbij werd gebruik gemaakt van het gegeven dat er bij de vertering van vetten vetzuren worden gevormd.
Vier mengsels (zie tabel) waarvan de pH door toevoeging van een base op 8,5 was gebracht, werden onderzocht bij een temperatuur van 35°C.
De gebruikte indicator is bij een pH van 8,2 of lager kleurloos. Boven pH 8,2 is de indicator rood.
Er werd nagegaan of de indicator van kleur veranderde en zo ja, na hoeveel tijd dit gebeurde.
afbeelding
Uit vergelijking van welke resultaten blijkt dat lipase melkvet kan verteren?
-
Vetvertering.
Zie figuur B 330 van de bijlage.
In een reageerbuis wordt bij 37°C een hoeveelheid fijn verdeeld vet gemengd met een lipase-oplossing, afkomstig van de alvleesklier.
Bij het begin is de zuurgraad optimaal voor lipase.
Lipase is een enzym dat vetten verteert.
Bij deze vertering ontstaan onder andere vetzuren.
Regelmatig wordt de hoeveelheid vetzuren gemeten.
Na 30 minuten is nog steeds vet aanwezig.
Welke grafiek geeft het juiste verband tussen de hoeveelheid vetzuren en de tijd weer?
afbeelding
Vetvertering.
In een experiment worden vier mengsels (zie tabel) bij 25°C geplaatst.
Na een uur wordt de pH van de mengsels opnieuw gemeten.
afbeelding
Uit de resultaten van pH-metingen van twee van deze mengsels kan afgeleid worden dat gal geen vetverterend enzym bevat.
Welke twee mengsels zijn dit?
Enzymwerking.
Door inwerking van een enzym op een substraat kan de pH van een substraatoplossing veranderen.
Door deze pH-veranderingen te meten kan men inzicht krijgen in het verloop van de enzymatische reactie.
In het volgende experiment worden de pH-veranderingen onderzocht.
Vier reageerbuizen worden gevuld met de volgende reactiemengsels (zie tabel hieronder).
afbeelding
Aan het begin van het experiment is in iedere buis een overmaat van substraatmoleculen aanwezig en zijn de temperatuur en de pH van de reactiemengsels gelijk. Gedurende een half uur wordt regelmatig de pH in de reageerbuizen bepaald.
In welke van deze buizen zal de pH van het reactiemengsel gedurende dit half uur het meest dalen?
Vetvertering.
In elk van drie bekerglazen (I t/m III) bevindt zich melk, die veel vet bevat.
Aan elk bekerglas wordt een oplossing toegevoegd zoals aangegeven in onderstaande tabel.
afbeelding
Welke van onderstaande conclusies met betrekking tot de resultaten van deze proef is niet juist?
Vetvertering.
Over de vertering van vetten in het spijsverteringskanaal van de mens worden de volgende uitspraken gedaan:
1. vertering van vetten vindt vooral plaats in de maag;
2. enzymen voor de vertering van vetten worden in de lever gemaakt;
3. vetten kunnen alleen worden verteerd in aanwezigheid van gal;
4. alvleessap bevat enzymen die vetten kunnen verteren.
Welke van deze uitspraken is juist?
Vertering.
Hoe kan men aan een mengsel van maïsolie en gal kan men de vertering vaststellen?
Geplaagd door de wind.
Welke stof komt in plantaardig voedsel voor en leidt tot de grote gasproductie bij de koe?