Meiose
Meiose.
Zie figuur B 518 van de bijlage.
Het schema stelt een stadium voor van de meiose van een cel van een diploïd organisme.
Is dit een stadium van meiose-I of meiose-II?
Is n bij dit organisme 2 of 4?
afbeelding
afbeelding
Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
19
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Meiose.
Zie figuur B 518 van de bijlage.
Het schema stelt een stadium voor van de meiose van een cel van een diploïd organisme.
Is dit een stadium van meiose-I of meiose-II?
Is n bij dit organisme 2 of 4?
afbeelding
afbeelding
DNA.
Zie figuur B 1380 van de bijlage.
In de testes van een man vindt meiose plaats. In de afbeelding is verkort en schematisch het verloop van de meiose I en II weergegeven, waarbij slechts twee chromosomen zijn getekend.
In de testes bevinden zich behalve cellen die meiose ondergaan, diverse andere typen cellen, in verschillende stadia van ontwikkeling. Van de volgende vier cellen die zich in de testes bevinden, worden de DNA-gehaltes met elkaar vergeleken:
1. een cel tijdens metafase I,
2. een cel tijdens metafase II,
3. een hormoonproducerende cel, direct nadat deze is ontstaan,
4. een spermacel, direct nadat de staart is ontstaan.
Welke van de genoemde cellen 1 t/m 4 van deze man bevat de grootste hoeveelheid DNA?
afbeelding
Meiose.
Reductiedeling vindt plaats in
Meiose.
Zie figuur B 652 van de bijlage.
In de figuur staan schematisch getekend telkens twee stadia van de meiose (fig. 1 t/m 4).
In welke figuur is de meiose op de juiste manier weergegeven?
afbeelding
Meiose.
Zie figuur B 3740 van de bijlage.
Het schema stelt een stadium voor in de meiose van een organisme Q, waarbij n = 2.
Over dit schema worden de volgende uitspraken gedaan:
1. indien chromosoom 1 afkomstig is van de vader van individu Q, dan is chromosoom 2 afkomstig van de moeder van individu Q;
2. chromosomen 1 en 2 kunnen afkomstig zijn van de vader van Q en de chromosomen 3 en 4 van de moeder van Q;
3. bij het uiteen wijken van de chromosomen gaat chromosoom 1 naar de ene pool en chromosoom 2 naar de andere pool;
4. bij het uiteen wijken van de chromosomen gaan de chromosomen 1 en 2 naar de ene pool en de chromosomen 3 en 4 naar de andere pool.
Welke uitspraken zijn juist?
afbeelding
Spermacellen.
In een bepaalde spermamoedercel van een man vindt een mutatie plaats. Bij het begin van de meiose I van deze spermamoedercel bevindt de veranderde erfelijke informatie zich in één van de aanwezige chromatiden. Uit deze spermamoedercel ontstaan vier spermacellen.
In hoeveel van deze spermacellen komt als gevolg van deze mutatie gewijzigde erfelijke informatie voor?
Stuifmeelkorrels bij een maïsplant.
Bij maïsplanten komt een dominant allel R voor dat de vorming van zetmeel in rijpende stuifmeelkorrels bepaalt. Wanneer het allel R in de stuifmeelkorrels ontbreekt, bevatten deze geen zetmeel.
Stuifmeel van een maïsplant met genotype Rr wordt onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.
Hoeveel procent van de rijpe stuifmeelkorrels van deze maïsplant bevat zetmeel?
Cellen in deling.
In de tabel hieronder worden met de cijfers I, II, III, IV en V al of niet bestaande menselijke cellen in deling aangegeven.
afbeelding
In die tabel staat bovenaan het aantal chromosomen in de profase van een deling en daaronder het aantal chromosomen in elke dochtercel in de telofase van dezelfde deling. Tussen haakjes staat steeds vermeld uit hoeveel chromatiden elk chromosoom bestaat.
Welke delingen horen in de alternatieven hieronder te worden ingevuld?
Organen.
Zie figuur B 1352 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch de ligging van enkele organen in het bekken van een vrouw weer. Een aantal organen is met cijfers aangegeven.
In weefsels van welk of, van welke van de organen 1, 2 en 3 komt mitose voor?
afbeelding
Biologische bestrijding.
Zie figuur A 510 van de bijlage.
Bij sluipwespen komt het geslacht anders tot stand dan bij mensen. Het vrouwtje slaat na paring met een mannetje de spermacellen op. Sommige eicellen worden bevrucht, andere niet. Uit bevruchte eicellen ontstaan vrouwtjes, uit onbevruchte eicellen ontstaan mannetjes. Mannetjes zijn altijd haploïd.
In het cytoplasma van cellen van sluipwespen kunnen Wolbachia-bacteriën voorkomen. Onder invloed van deze Wolbachia-bacteriën verloopt de eerste mitose van een zich ontwikkelende onbevruchte eicel abnormaal.
Hierdoor wordt de cel diploïd. Alle latere celdelingen verlopen normaal.
Geef aan welke afwijking in de eerste mitose optreedt.
afbeelding
De Kardinaalsmuts.
Zie figuur B 2698 van de bijlage.
Tekst:
Planten en dieren in het duingebied onderhouden verschillende voedselrelaties met elkaar, maar de Kardinaalsmuts weet wel erg veel eindjes aan elkaar te knopen.[...]
In de winter wordt de kardinaalsmuts geschild door konijnen die de bast tot konijnenhoogte afknagen waardoor er een witte kale stam overblijft. Ook dat overleeft de plant door de aanmaak van nieuwe vaatbundels uit diep in het hout gelegen groeiweefsel.
Ontstaan de cellen voor de vorming van de nieuwe vaatbundels bij een kardinaalsmuts door meiose of door mitose?
En de cellen van het vruchtvlees?
Platina tegen kanker.
In 1996 werd bij de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong zaadbalkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar de longen en de hersenen. Dankzij chemotherapie met een platinaverbinding genas hij. Hij won in 1999, 2000, 2001 en 2002 zelfs de Tour de France.
De onderzoeker Rosenberg stelde vast dat bacteriën in aanwezigheid van een platinaverbinding stoppen met delen, maar wel uitgroeien tot reuzencellen. Vervolgens onderzocht hij die platinaverbinding op anti-tumoractiviteit. Bepaalde tumoren blijken inderdaad zeer gevoelig voor die platinaverbinding.
Rosenberg ontwikkelde op grond van zijn onderzoek bij bacteriën een hypothese over de invloed van de platinaverbinding op een bepaald onderdeel van de celcyclus.
Formuleer die hypothese.
Een chromosomenportret.
Zie figuur B 1445 van de bijlage.
Bij een bepaalde persoon P wordt onderzoek gedaan naar het aantal chromosomen per lichaamscel. Hiertoe worden lichaamscellen buiten het lichaam gekweekt en tot deling aangezet. Van een delingsfase worden foto's gemaakt. De chromosomen die op een geslaagde foto zichtbaar zijn, worden uitgeknipt en in paren opgeplakt.
Zo ontstaat een chromosomenportret dat in de afbeelding schematisch is weergegeven.
In het chromosomenportret van P wordt een afwijking geconstateerd, terwijl het chromosomenportret van beide ouders normaal is.
Twee beweringen zijn:
1. Deze afwijking is ontstaan bij de vorming van de eicel waaruit, na bevruchting door een spermacel, P is ontstaan.
2. Deze afwijking is ontstaan bij de vorming van de spermacel waaruit, na versmelting met een eicel, P is ontstaan.
Kan bewering 1 een verklaring zijn voor het afwijkende chromosomenportret van P?
En bewering 2?
afbeelding
Een chromosomenportret.
In het chromosomenportret van de persoon in de afbeelding wordt een afwijking geconstateerd, terwijl het chromosomenportret van beide ouders normaal is.
Een lichaamscel van persoon P deelt zich en vormt nieuwe lichaamscellen.
Welke geslachtschromosomen zullen zich in de nieuw gevormde lichaamscellen bevinden?
afbeelding
Erfelijkheidsonderzoek vóór de geboorte.
Tegenwoordig kan de aanwezigheid van een groot aantal erfelijke afwijkingen al vóór de geboorte van een kind worden vastgesteld. Daartoe worden cellen van het embryo verzameld. Deze cellen worden verder gekweekt.
De chromosomen in de gekweekte cellen worden geteld en verder onderzocht. Daarbij kan ook het geslacht worden vastgesteld. Bovendien is het mogelijk de stofwisseling van de embryonale cellen op afwijkingen te testen.
Om een karyogram te maken, worden foto's van microscopische preparaten van cellen gemaakt.
Welke van de volgende voorwaarden geldt voor de cellen die hiervoor worden gebruikt?
Een testisbuisje.
Zie figuur B 1403 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een doorsnede van een deel van de testis van een volwassen man weergegeven.
De doorsnede van een testisbuisje is volledig zichtbaar.
Vindt in zo'n testisbuisje alleen meiose plaats, alleen mitose of vinden beide typen deling plaats?
afbeelding